Het schijnt nog altoos aan enkelen
moeielijk te vallen, om zich op eenigszins juiste manier in te denken in den eisch dien een over gangstoestand met zich brengt.
Nu de vereeniging met de Christelijke Gereformeerden in beginsel er door is, en, naar we met eenigen grond verwachten, reeds in April of Mei van het volgend aar een voldongen feit kan zijn, beelden sommigen zich in, dat in afwachting van de dingen die komen, reeds nu de verhoudingen, die dusver bestonden, ophielden te werken.
En dit is natuurlijk glad misgezien.
Zoolang de vereeniging wel in beginsel aanvaard is, maar het contract nog niet kan worden geteekend, moeten voor al wat het formeele leven der wederzijdsche kerken betreft, alle dingen blijven wat ze dusver waren.
Men is bruid en bruidegom, maar nog niet getrouwd. Het beeld, op de Synode, ter voorkoming van te duchten misverstand, met opzet gekozen, drukt de zaak zoo duidelijk mogelijk uit.
Al wat niet officieel en formeel is, kan nu reeds geheel anders zijn en is anders. Maar het formeele wacht om anders te worden, op het contract.
Zoo heeft men gevraagd, of een predikant uit de Christelijke Gereformeerde kerk nu reeds beroepbaar was, ook al had hij bedenking om de bekende verklaring af te leggen; en men dacht heuschelijk dat dit nu wel kon.
Maar laat men dan toch nadenken.
Onze Synode te Leeuwarden van 1889 heeft die verklaring vastgesteld. Ze kan dus alleen door een opvolgende Synode worden ingetrokken.
Geen Kerkeraad, geen Classis, geen Deputaat heeft daar macht of recht toe.
Wie ter wereld zou het ook anders kunnen doen, dan een Synode?
Nu deed de Haagsche Synode dit niet, omdat al deze aangelegenheden bij het opmaken van het contract ter sprake komen, en op de formuleering daarvan niet kon en niet mocht vooruitgeloopen.
Vooraf toch moesten de Christ. Gereformeerde Deputaten tweeërlei doen: i". de instemming van de gemeenten hunnerzijds vragen; en 2», het Statuut van 1869 uit de wereld helpen om het te vervangen door de Kerkenordening van Dordrecht.
Eerst daarna kon onzerzijds weer ge handeld worden.
Zoo eischt het de goede orde.
En nu is dit tijdelijk oponthoud wel onaangenaam, en. het hindert ons zelven wel, dat zulke batterijen nog op de grenzen liggen.
Maar dit is het gebrekkige van elk menschelijk werk.
Wij kunnen niet opeens komen waar we zijn moeten.
Om bij den eindpaal aan te komen, moet er eerst ^^« ze/^^ afgeloopen. En dat afloopen van dien weg kan, naar onze schatting, niet voor April of Mei aan een eind zijn.
Spoed maakt men anders wel.
De Chr. Geref. Deputaten verzonden reeds voorlang hun schrijven aan hun kerken.
Die kerken hebben ook niet getreuzeld; want zijn we wel ingelicht, dan hebben ze reeds bijna alle toegestemd.
De zaak marcheert dus uitnemend.
Voor het einde van November zal het Reglement van 1869 misschien reeds tot de geschiedenis beheoren,
1892 haalt het zeker niet.
En dan kan men terstond in overleg treden, om alles zoo te schikken en zoo te regelen, dat er bij het ingaan van den nieuwen toestand geen haken en oogen komen.
Dat kost dan eenigen tijd.
Maar met wat goeden wil beiderzijds, zal met de lente toch het vriendelijk licht van vrede over onze kerken opgaan.
Lang duurt het in elk geval niet meer.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 25 oktober 1891
De Heraut | 4 Pagina's