Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

In een referaat, waarvan we den kalmen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

In een referaat, waarvan we den kalmen

6 minuten leestijd

In een referaat, waarran we den kalmen toon en de heldere uiteenzetting hoogelijk waardeeren, heeft Ds. Eringa een lans gebroken voor het herstel van de oude kerkelijke toestanden onder onze republiek.

Niet dat hij zich bepalen wil bij het leveren van een kopie. Integendeel, veel wat toen scheef trok, wil hij thans recht zetten.

Maar ia hoofdzaak is zijn stelsel toch dat der repristinatie.

Hij wil dat nu evenals toen, de ü/erheid ces lands met een 'bepaalde kerk in huwelijksverband zal treden; dat de Overheid van die kerk vernemen zal wat haar roeping is; en dat de Overheid niet alleen.die ware kerk beschermen zal, maar ook de afgoderijen en ketterijen zal tegenstreven, weren en uitroeien.

De vraag of dit nu reeds; zóo kan, houdt hem daarbij niet op. Al blijft zijn stem die eens roependen in de woestijn, toch acht hij het zijn plicht voor dit denkbeeld op te komen.

Do stroom is hem tegen; maar tegen dien stroom roeit hij op.

Nu dunkt het ons op zichzelf volkomen natuurlijk, dat zulk een theosie, die eeuwen lang, met min of meerder veerkracht, door schier allen, Roomsch en onroorasch, beleden is, niet van het tooneel v/ijkt, zonder nog een laatste poging te hebben gewaagd, om zich te handhaven.

Geen zwaan sterft, zonder zijn zwanenzang tusschen het kroos en tusschen het riet te hebben uitgezongen.

Ook geven we volkomen toe, dat eraan deze theorie zulk een schijn van waarheid kleeft, dat ze niet mag wegsterven zonder volkomen overwonnen te zijn, d. w. z. zóó weerlegd, dat men ten slotte voelt, hoe met haar wegsterven geen enkel element der waarheid teloor gaat.

En voert men derwijze eenmaal voor haar handhaving een laagste pleidooi, dan kan dit al moeilijk op nobeler wijze geschieden, dan het door Ds. Eringa gedaan is.

Liever nog, hier komem. we rond voor uit, hadden we een staatsman dit pleit zien voeren. Dan kon men over en weer eer spijkers met k.oppen slaan.

Maar nu er waarschijnlijk niet één kundig jurist, laat staan een staatsman, te vinden was, die zoo kennelijk onmogelijke en onhoudbare theorie nog voor zijn rekening dorst te nemen; en Ds. Nierstrasz, die eveneens denkt als D.? . Eringa, zich daarom wel met den sendin^svriend Van Limburg Stirum alscandidaat moest behelpen, nemen we er vrede mede, dat een predikant dit thema opzet.

Wij onzerzijds staan, gelijk men weet, lijnrecht tegen deze theorie over. En dat zoo beslist, dat wij niet zeggen: „Als het kon, dan zouden we het schoon vinden; maar het kan niet; en daarom moet een andere weg ingeslagen; " maar dat wij, op grond van Gods Woord, deze geheele theorie als valsch en onwaar bestrijden, en een weer veldwinnen van deze theorie als een achteruitgang in Christelijke ontwikkeling, een onberekenbare schade voor het vaderland, en een bederf voor de kerk zouden achten.

ilet geldt dus niet een verschil tusschen min of meer; maar een rechtstreeksche tegenstelling.

Een tegenstelling, die echter dan eerst voor goede en geordende behandeling vatbaar zal zijn, zoo Ds. Eringa aan zijn eerste een tweede referaat oi althans een nadere verklaring vastknoopt.

Immers met algemeenheden vordert men hier niet.

Zal men weten wat men aan den geachten schrijver heeft, dan zal hij zoo goed moeten zijn, aan zijn voorstelling een meer concreten vorm te geven. [Anders toch schermt men in het wild en is doeltrefiff; r.de discussie ondenkbaar.

De O verheid moet z. i. (zoo we hem wel verstaan) huwen met een bepaalde kerk.

Met welke.'

Natuurlijk met de ware.

Vrage: Moet de Overheid, alvorens tot dit huwelijk over te gaan, dan niet beoordeelen, welke kerk de ware is.'

En zoo ja, hoe kan de Overheid dit? Wel te verstaan, niet de O verheidspersonen. Dit toch is onze theorie, niet die van Ds. Eringa; maar de Overheid qui talis. D. i. in ons land de Koningin-Regentes op voordracht van de heeren-Ministers, en onder medewerking van de beide Kamers der Staten-Generaal.

Hoe ter wereld nu wil^Ds. Eringa door deze aldus georganiseerde en werkende Overheidsmacht lalen uitmaken, wat de zvare kerk ist

Eti toch, wanneer de Overheid ais Dienaresse Gods huwen moe*: met de kerk, mag ze uiteraard alleen met de ware kerk huwen. Te huwen met een andere kerk, zou op zichzelf zonde zijn, en rechtstreeks tot vervolging van de ware leiden.

Of antv/osrdt D.-s. Eringa door ons te verwijzen naar blz. 50 van zijn referaat.'

Dair staat: > De Staat heeft'naar het oordeel der kerk te vragen, der kerk met welke hij vanouds in contact stond''.

Doch dan raken we nog verder van huis.

Dan toch geeit Ds. Eringa aan Filipsen Alva gelijk, en veracht het bloed der martelaren.

Filips en Alva toch deden letterlijk wat hij zegt: Zij vroegen naar het oordeel der kerk, met welke 'êe Overheid vanouds in contact stond.

Hier loopt zijn redeneering dus dood.

Want juist tegenover deze valsche stelling plaatsten onze vaderen de theorie, dat de Overheid breken moest met de ware kerk. Krachtens dat oordeel keurde de Overheid hier te lande toen de Roomsche kerk af en verklaarde zich voor de Gereformeerde.

Dat was althans een stelsel. Wat Ds. Eringa ons biedt niet.

Immers gaat door wat hij zegt, daa had de Overheid onder onze stadhouders de Roomsche kerk moeten blijven huldigen, omdat ze met deze vanouds in contact stond; en moet ook thans nog de Overheid met de Roomsche kerk huwen, omdat ze met deze kerk vanouds, minstens zes eeuwen lang, in contact stond, en later drie eeuwen abusievelijk andere paden insloeg.

Blijkbaar daarentegen bedoelt Ds. Eringa dat de Overlipi-l, in contact moet komen met de Gerefc-rV^Sèrde kerken, met wie ze vanouds, d. i. drie van de tien eeuwen in contact was.

Het zij zoo.

Maar nu van tweeën één. Dan moet óf de Overheid evenals in de 162 eeuw zelfstandig vooraf beoordeelen, wat thans de ware Gereformeerde kerk is; óf wel ze moet alleen naar het historisch lichiam vragen, dat institutaire continuïteit bezit, en dat is alleen de Roomsche kerk.

Of ook, stel de Koningin-Regentes besloot op advies der Ministers een ontwerp van wet bij de Staten-Generaal in te dienen, om zich tot de Haagschè Synode te wenden met de vraag, bedoeld in Ds, Etinga's verklaring; „De Staat heeft naar het oordeel der kerk te vragen" eilieve wat ter wereld zou de Haagsche Synode daarop dan kunnen antwoorder.'

Verbeeld u. Ds. Perk, de man, die de Godheid van den Christus loochent en de autoriteit van Gods Woord verwerpt, op audiëntie bij de Koningin-Regente^-, om haar het oordeel der kerk aan te zeggen.

We weten niet of het aan ons ligt, maar ons wordt alles geel en groen voor de oogen, zoodra we de lijn van Ds. Eringa ook maar even pogen af te loopen.

Toch kan hij het zoo verward niet bedoeld hebben.

Hij zal zichzelven een lijn hebben getrokken, die valt af te loopen. Maar in elk geval, in zijn referaat liggen de stippen voor die lijn nog niet.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 13 december 1891

De Heraut | 4 Pagina's

In een referaat, waarvan we den kalmen

Bekijk de hele uitgave van zondag 13 december 1891

De Heraut | 4 Pagina's