In de laatste dagen ontvingen sommigen
den indruk, dat de moeilijke arbeid van de Deputiten der Christelijke Gerefoi meerde kerk in zake de vereeniging niet meer zoo vlot van stapel loopt, als men eerst gehoopt, en aanvankelijk gezien had.
Hier schijnt dan ook metterdaad iets van aan.
Want wei verliepen sinds medio September, toen de voorloopige Synode te 'sGravenhage uiteenging, nog slechts vier kleine maanden; waarvan nog een veertien dagen moeten afgetrokken voor de expeditie der stukken, zoodat feitelijk slechts drie maanden overblijven. Maar, en dit baarde zekere onrust, men weetuir allerlei mededeeling, dat de raadpleging van de Christelijke Gereformeerde kerken reeds voorlang ten einde liep en tot bet gewenschte resultaat leidde.
Naar van meer dan één kant verluidde, was reeds véór November uit was, de toestemming van zoogoed als alle Christelijke Gereformeerden kerkeraden verkregen; en was aiïoo het eenige wat tea deze nog te doen overbleef, de opzending aan de Regeering van het stuk, waarin de reglementswijziging werd medegedeeld.
En zoo goed nu als men zou begrepen hebben, dat de consultatie der keikeraden maanden had geëischt, zoo slecht kan men zich voorstellen, wtlke moeite het nu toch in heeft, om zulk een missive aan de Regeering op te stellen, en na onderteekening te expedieeren.
Nu overdrijft men hierbij licht, doordien men niet geheel op de hoogte is.
Men vergeet vooreerst, dat de Deputaten niet bij elkaar in eenzelfde stad wonen; en dat alzoo het bijeenkomen niet maar zoo dagelijks kan plaats hebben.
Elke vergadering dient eenige dagen vooraf saamgeroepen, en zeer licht kan het gebeuren, dat na de oproeping de onmogelijkheid van saamkomen blijkt, doordien meerdere leden verhinderd zijn.
Ook deze Depuiaten zijn mannen van actüe, die de handen reeds overvol hebben, en niet dan met moeite den tijd kunnen uitbreken, om naar Kampen op en neer te reizen.
Dan in de tv/eede plaats stelt men zich de redactie van zulk een missive aan de Regeering als een veel te eenvoudige zaak voor.
In zulk een missive toch komt het in letterlijken zin op elk woord aan. Elke uitdrukking moet gewikt en gewogen. Er dient wel overlegd wat men uitspreken en wat men weglaten zal. En het kan zeer I goed zijn, dat een concept voor zulk een stuk drie-en viermaal wordt overgewerkt, alvorens het definitief wordt gearresteerd.
Gewone briefschrijvers, die nooit geroepen werden, om stukken van gewicht te schrijven, kunnen zich geen denkbeeld vormen van den arbeid en de moeite die vaak aan een halven regel in zulk een stuk moet besteed worden.
Op zichzelf zou het ons dus In het minst niet behoeven te verwonderen, indien de maand, die na de consultatie der kerken verliep, aan de in orde brenging van dit stuk was heengegaan.
Dat zekere ongerustheid ook bij beter ingelichten opkwam, ligt dan ook aan iets anders.
Vooreerst hieraan, dat men gezien had, hoe snel deze Deputaten het eerste deel van hun taak hadden afgewerkt, en er daardoor op gerekend had, dat het tweede deel nóg sneller zou vlotten.
En Xevk andere (waarom het verzwegen.? ) aan het debat door Prof. Noordtzij in de Tweede Kamer over de verhouding van kerk en staat uitfrelokt.
Bij dat debat toch had de Minister van Justitie zich enkele uitlatingen over de strekking van de wetten van 1853 en 1855 veroorloofd, die duchten deden, dat er wel eens ongezocht moeielijkheden rijzen konden.
En in zooverre is deze ongerustheid niet zoo moeilijk te verklaren. Het liet zich toch denken, dat het verloop der zaak een eenigszins andere wending had genomen, dan de Deputaten zich aanvankelijk hadden voorgesteld, en dat dit voor het oogenblik hun actie stuitte.
Immers men kon onderstellen, dat hun stuk aan de Regeering reeds lang was opgezonden; en dat alzoo met de verdere onderhandelingen onverwijld een aanvang zou gemaakt zijn, indien er niet ergens ia den kabel een kink was gekomen.
Dit zeggen we nu niet, omdat we van iets dergelijks kennis of mededeeling ontvingen.
Noch van het feit der expeditie van het stuk aan de Regeering, noch van eenige gerezen moeielijkheid, is ons, op het oogenblik dat we dit schrijven, ook maar de minste mededeeling geda.an.
Maar zal in het voorjaar de zaak der vereeniging en ineensmelting haar beslag erlangen, dan spreekt het vanzelf, dat veel langer uitstel niet wel mogelijk is.
Er moet nog zooveel geregeld worden.
Zoo tal van kleine moeilijkheden blijven nog te vereffenen. Zoo menig practisch bezwaar is nog uit den weg te ruimen. En het gaat niet aan.de wederzijdsche Synoden saam te roepen, alvorens die omvangrijke arbeid genoegzaam voorbereid is.
Komt er dus niet zeer spoedig schot in de zaak, dan zou het denkbeeld, om reeds in het voorjaar de zaak haar beslag te laten krijgen, ongetwijfeld moeten opgegeven worden. En juist dit zou een niet geringe teleurstelling zijn.
Toch late men zich ook hierdoor niet ontmoedigen.
Bijaldien de geest over en weer minder hartelijk en willig was gebleken, dan ja, , zou elke moeilijkheid, die oprees, het grootsche schoone werk in gevaar kunnen brengen. Dan toch zou een ieder weer aan zijn eigen eind van het koord gaan trekken, en kon, eer men het vermoedde, heel het verkregen resultaat weer in perikel komen.
Doch hiervan viel niets te bespeuren Natuurlijk zijn er aan beide zijden nog wel enkele broedeien, die in heel de zaak een zwaar hoofd hebben, en zich niet zoo spoedig in een nieuwen staat van zaken schikken kunnen; maar dit kan niet anders; dit moest zoo zijn. Ware het anders geweest, men zou veler oprechtheid verdacht hebben. En wel verre van ons over de critiek, die hier en daar nog vernomen wordt, te verwonderen, staat men veeleer, en in veel hooger mate verbaasd over de warme sympathie, waarmee de vereeniging beiderzijds, heel het land door, begroet is.
Men is den Rubicon overgetrokken. Men gevoelt zich reeds één. Het besluit, om voortaan saam te leven, is in de harten reeds opgemaakt. En juist dit brengt te weeg, dat, welke moeilijkheid zich ook voordeed, men noch van den éénen noch van den anderen kant deze moeilijkheidzou aangrijpen, om weer van elkaar af te raken, maar dat men saam, van beide zijden, als broeders van ernstigea zin, en als mannen van practischen blik, de, handen ineen zou slaan, om al zulk struikelblok uit den weg te ruimen.
Men weet nu eenmaal, dat er op staatsrechtelijk gebied toch geen zekerheid voor de rechtspositie van ons kerkelijk leven te verkrijgen is onder de thans vigeerende wetgeving! Veel zal altoos aan latere interpretatie moeten" worden overgelaten.
Hoogstwaarschijnlijk denkt een volgend Minister van Justitie weer in menig opzicht anders dan de tegenwoordige titularis. En als het er ooit op aankwam in rechten eenig recht te pretendeeren, zoudtge nog niets hoegenaanid aan deze opinie van de opvolgende Ministers van Justitie hebben, en zou toch de finale beslissing afhangen van het oordeel van den Hoogen Raad.
Dit moogt ge nu met ons betreuren, en er daarom den heer Noordtzij dankbaar voor zijn, dat hij op deze leemte wees, en er op aandrong, dat de regeling van het recht voor onze kerken vaster vormen mocht aannemen; maar voor het oogenblik baat u dit niet.
Ge moet thans optreden en handelen onder de vigeur van het thans bestaande recht; en waar dat recht niet alleen uiterst onvolledig in zijn regeling, maar ook in zijn omschrijving zoo onvast is, dat met gelijk succes twee tegenovergestelde interpretatiën, met de v.'et voor u, kunnen verdedigd worden, rest u niet anders, dan naar uw overtuiging en naar uw beste weten te handelen; en voorts de zaak en de toekomst uwer kerken over te geven aan Hem, door wiens genade en voor wiens eere ze bestaan.
Slechts deze eisch kan ons gesteld worden, dat we met het oog op een volgend geslacht, de zaak zoo regelen, dat, welke moeilijkheid zich ook later opdoe, nimmer de klacht over ons kunne vallen, dat we de beginselen van Gereformeerd kerkrecht, gelijk die uit onze Belijdenis voortvloeien en ia onze Kerkenordening gedocumenteerd zijn, verloochend hebben.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 17 januari 1892
De Heraut | 4 Pagina's