Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Buitenland.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Buitenland.

8 minuten leestijd

Frankrijk. De strijd op Theologisch gebied ontbrand.

Tot onze niet geringe blijdschap mochten wij uit een artikel in de Eglise Libre bemerken dat de strijd welke tusschen de hoogleeraren Astié van Lausanne en Godet van Neuchatel gevoerd wordt, een schok heeft gegeven die zich over Zwitserlands grenzen tot in Frankrijk doet gevoeleut De redactie van genoemd orgaan doet moeite om te betoogen dat men wijs zal doen, door over de theologische verschillen in de Christelijke pers en op den kansel te zwijgen. De theologie, zoo redeneert men, is de wetenschap der goddelijke zaken. De godsdienst bestaat èn in de kennis èn in de ervaring der goddelijke dingen. Maar de wetenschap kan slechts het deel zijn van een klein getal personen. De wel niet wetenschappelijke, maar toch voldoende kennis en de ervaring kunnen het gemeen goed worden van allen. Niet ieder kan scheikundige zijn, en weten uit welke bestanddeelen de spijzen bestaan waarmede hij zich voedt, maar ieder kan de spijzen kennen en door ervaring er achter komen of zij gezond en voedzaam zijn.

Dit moet natuurlijk toegegeven. Doch de scheikunde mag toch nooit in dienst genomen worden om menschen te vergiftigen. En zoo mag ook de theologische wetenschap nooit in dienst treden van het ongeloof en aldus als werktuig gebruikt worden van den geest die steeds ontkent, satan. Wanneer dit geschiedt dan is het de roeping der wachters op Zions muren om de gemeente te waarschuwen, opdat men geen geestelijk vergif zich late toedienen maar het gezonde brood van het Woord Gods zoeken. Zeker is het dwaasheid om op den kansel de gemeente te vermoeien met taalkundige quaestiën of haar bezig te houden met ingewikkelde uitlegkundige vraagstukken, maar in de prediking behoort toch de herder en leeraar de vrucht neder te leggen van zijne studiën, al laat hij de gemeente zijne onderzoekingen op het veld der Godgeleerde wetenschap niet volgen.

In der daad is het gevoelen van de redactie der Egliae Libre gelijk aan dat der Groninger en van sommige moderne leeraren ten onzent, n.l. dat de gemeente als onmondige kinderen moet beschouwd worden, die eenvoudig te eten hebben wat men hen voorzet, of op zijn best honger mag lijden. Zij, die gestudeerd hebben weten het, de groote hoop weet niets. Maar de kerk heeft toch eene belijdenis, gegrond op Gods onfeilbaar woord, en zij heeft het recht, ja de dure plicht, om elke theologie als valsch te verwerpen, die zich vermeet de verborgenheden des geloofs aan te randen.

En waaruit meenen wij nu te moeten opmaken, dat in Frankrijk de schok door het kruisen der wetenschappelijke zwaarden van de twee bovengenoemde hoogleeraren gegeven, natrilt?

Wij lazen in de Eglise Libre, dat sommige gemeenteleden aan hu.ine herders en leeraars de angstige vraag gingen doen, »of zij ook tot de nieuwe school behoorden? " De heer H. Draussin schrijft: Is het waar, dat wij tegenwoordig het begin zien van eene theologische beweging, gelijk aan die, welke een veertigtal jaren geleden aanschouwd werd, en dat een ernstige scheuring in de Evangelische school is ontstaan, die de kerken in haar leer en in haar leveh bedreigt? De alarmklok wordt geluid; sommigen schijnen zich tot taak gesteld te hebben om wantrouwen te zaaien en zijn daarin maar al te zeer geslaagd, bewerende dat er eene »nieuwe school" bestaat, en voorspellende, dat zij, die daartoe behooren, hetzelfde lot zullen ondergaan, dat het deel was van een beroemd scepticus, die van de orthodoxie van het reveil, kwam tot het meest troostelooze rationalisme, ja zelfs tot ontkenning der conscientie. «Behoort gij tot de nieuwe school? ' vragen edele zielen aan geliefde leeraren en geëerde hoogleeraren. Velen van hen, tot welke deze vraag gericht worden, weten er niet op te antwoorden; de voorzichtigsten snijden deze vraag af of doen de wedervraag: »Wat is toch die nieuwe school? " De heer Draussin meent de ongerusten gerust te kunnen stellen. Hij zegt, dat hij den strijd die er gevoerd is over het gezag in zake van het geloof en over den persoon van den Christus heeft nagegaan, en dat hij alleen tot bet resultaat is gekomen, dat uit den tegenwoordigen strijd in den boezem der Evangelischen niet een nieuw geloof zal opkomen, maar een nieuwe opvatting van de eeuwige waarheid en eene verjonging van de methode die men volgde tot verdediging van het Christendom.

Om dit te betoogen wijst de schrijver op de openingsrede van den hoogleeraar Astié, professor aan de Hoogeschool van de Vrije kerk te Lausanne, eene rede die niet kon worden uitgesproken, omdat de Synode van de Waadtlandsche Vrije kerk het verbood, waaruit ten duidelijkste blijkt dat men in den boezem dier kerk begint in te zien, dat leeringen als die door den heer Astié verkondigd werden, niet anders kunnen doen dan de kerk afbreken.

In die uitgegevene rede betoogt de heer Astié dat de leerwijze van Alexandre Vinet, die door hem gevolgd wordt, en die van Edmond Scherer, den scepticus, die van orthodox rationalist werd, verschillen in uitgangspunt, methode, doel en geest. En om dit aantetooncn wijst hij er op, dat de hoogleeraar Astié hec volgende in zijn rede heeft laten drukken: Jezus weigert wonderen te doen, en noemt hen die ze begeeren, een verkeerd en ongeloovig geslacht. In de gelijkenis van Lazarus zegt de Heere, dat de menschen zich niet zouden laten gezeggen, ook al kwam iemand uit den doode weder; zij hebben Mözes en de profeten, dat ze die hooren. Er is slechts één afdoend wonder, hetwelk Nicodemus, een leeraar in Israël, voor onmogelijk verklaarde: het wonder der wedergeboorte, dat het begin is van een nieuw leven, waaraan men het dankt dat men voor altijd één plant wordt met Christus. Mocht gij allen het kennen, dat wonder, heeren studenten; ik ben van hetzelfde oordeel als de oude piëtisten: > Z«nder haar te hebben ervaren, kan men niet tot eene ware Christelijke godgeleerdheid komen."

Dergelijke taal hebben ten onzent ook de Ethischen doen hooren; doch dat zij bij al hunne woorden toch het uitgangspunt hunner Theologie niet in God zoeken, maar in den mensch woidt met den dag meer openbaar. AI heeft ook Dr. Gunning het in zijn[werk »Hel Protestantsche Nederland" blz. 51 gezegd: »De tegenstelling ()/«; y God, öf uit den mensch is strengelijk af te keuren, zij ligt buiten de Christelijke sfeer, want Jezus Christus is God èn Mensch, de Zoon van God kan Zoon des menschen worden zonder op te houden Gods Zoon te zijn. Wij kennen nóch God nóch den mensch anders dan in en door Jezus Christus. Van daar dat het dogma, de beschrijving van het geloofsleven der gemeente, een anthropologischen (raenschelijken) grondslag heeft, maar van daar ook dat voor alle dogmatiek, ja voor de geheele theologie, de persoon van Christus, in wien de ware mensch is verschenen en de ware menschheid getoond is, het onwrikbaar middelpunt vormt". Wij storen ons er niet aan. De tegenstelling blijft: öf uit God, öf uit den mensch, en al wat de Ethischen in en buiten ons vaderland ook daaromtrent beweren bewijst slechts dat zij op weg zijn naar het Pantheïsme, d. i. dat stelsel waardoor de tegenstelling tusschen goddelgk en menschclijk wordt opgeheven.

De schoonklinkende woorden van den heer Astié zullen naar wij hopen velen die argwaan gekregen hebben, niet op het dwaalspoor brengen. Immers deze hoogleeraar heeft de praeexistentie fhet voorbestaan) van den Christus geloochend, en is dus gebleken Sociniaansche gevoelens te hebben. Wat beteekenis kan men er dan aan hechten als hij beweert dat men door het nieuwe leven één plant wordt met Christus? Zeker is het dat men door het nieuwe leven niet vereenigd wordt met den Christus van den heer Astié en van allen die voor en met hem den Christus der Schriften loochenen.

Zeer moet het ons verblijden dat in Zwitserland en Frankrijk eene reactie ontstaan is, tegen het drijven de ethische school. Maar is het aan de andere zijde niet bedroevend, dat deze strijd eerst ontstaat, althans met kraCht begint te ontbranden nu de hoogleeraar Astié blijkt naar het moderne kamp te zijn overgeloopen, al is hij voor 's hands nog zeer gematigd ? - Reeds een tiental jaren geleden bewoog zich genoemd hoogleeraar op die lijn, maar geen verzet openbaarde zich al liet ook een enkele stem van protest zich hooren.

Ook vreezen wij zeer dat de strijd tegen de heer Astié en zijn medestanders, voorloopig weinig doel zal ti effen. Men is wakker geschrikt door de ontkenningen van de nieuwe school maar meer is er nog niet te bespeuren. Van eene vaste methode, om het kwaad te keer te gaan, van een wederkeeren tot de wegen der vaderen, van een organisatie om het ingeslopen verderf te keer te gaan, is helaas! nog niets te bespeuren.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 24 januari 1892

De Heraut | 4 Pagina's

Buitenland.

Bekijk de hele uitgave van zondag 24 januari 1892

De Heraut | 4 Pagina's