Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Toen we de vorige week ons ten tolk

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Toen we de vorige week ons ten tolk

5 minuten leestijd

Amsterdam, 22 Jan. 1892

maakten van de ongerustheid, die in sommige kringen over den loop der onderhandelingen voor de Vereeniging merkbaar werd, spraken wc als ons gevoelen uit, dat, ook al mocht er een kink in den kabel zijn gekomen, dit toch het schoone werk der kerkelijke ineensmelting niet zou verstoren.

Reeds thans echter mag er bijgevoegd, dat de kink in den kabel niet kwam, en dat het Reglement van 1869 reeds nu voorgoed en voor altoos uit de wereld is.

Met een ijver èn spoed, die boven onzen lof zijn, hebben de Christ. Gereformeerde Deputaten^, hun kerken geconsulteerd. Met een kloekheid en entrain die weldadig aandeden, hebben deze kerken haar instemming met de Reglementswijziging betuigd.

Kort daarop is het olficieele stuk, waarin van de Reglementswijziging kennis werd gegeven aan H.| M.^de; Koningin-Regentes afgezonden. En met een vlugheid, die in onze regeeringskringen niet gewoon is, heeft de Regeering, blijkens eene mededeeling in de Bazuin, bericht van de ontvangst van dit stuk gezonden, zonder eenige reserve.

Deze zaak heeft dus thans haar volledig beslag gekregen.

Het Reglement van 1869 bestaat niet meer en de Synodale commissie, die er uit voortvloeide, is in het niet weggezonken.

En feitelijk leven thans dus ook deze 380 kerken eeniglijk en uitsluitend onder üe heerschappij van de Belijdenis en van de Gereformeerde kerkenordening, gelijk die laatstelijk in 1619 herzien en vastgesteld is.

Beide groepen van kerken, die van de act-e van 1834 en van de actie van 1886, staan dus nu op één zelfde kerkrechtelijke basis.

Want wel spreekt het vanzelf, dat ook de Christelijke Gereformeerde kerken hebben moeten aangeven, welke bepalingen voor de inmenging van de overheid in kerkelijke aangelegenheden, door het niet meer confessioneel^karakter van onze overheid vervallen waren, en had het kunnen zijn, dat dit nog eenig verschil met de redactie der Nederduitsche Gereformeerde kerken opleverde; maar zijn onze inlich"tingen juist, dan is ook deze moeielijkheid voorkomen, en zijn de redactiën, die door beide groepen van kerken ter kennisse van de Regeering zijn gebracht, volkomen eensluidend.

Met deze goede uitkomst wenschen we de Christelijke Gereformeerde kerken en ons zelven geluk.

Dit zou ons minder gul van het harte zijn gegaan, indien deze kerken het Reglement van 1869 als zoenoffer op het altaar der vereeniging hadden gebracht.

Dan toch zou er in zulk een oüfer altoos iets pijnlijks hebben gelegen, en steeds weer twijfel gerezen zijn over de kerkreehtelijke overtuiging, die in deze kerken den toon aangaf.

Nu echter is dit niet het geval.

Immers de Synode van Leeuwarden, harerzijds in 1891 gehouden, besloot uitdrukkelijk, dat deze wijziging van het Reglement moest doorgezet, ook afgezien van de plannen tot hereeniging.

En juist dit besluit, in dezen vorm, heeft op zoo ongemeene wijze er toe bijgedragen, om het eenigszins geschokte vertrouwen, voorgoed en op hartelijke wijze te herstellen.

Nu fcoch sprak uit dat besluit niet een bereidwilligheid, om desnoods te schipperen en tot een accoord te komen, maar de ernstige wil, om, met of zonder vereeniging, in elk geval alles te verwijderen, wat niet strookte met den Gereformeerden typus.

Voorzoover er dan ook publicisten zijn geweest, die het een tijdlang voor dat Reglement opnamen, en allicht nog van meening zijn, dat het beter was dan het leek, mag dit door niemand toegeschreven aan toeleg, om van den Gereformeerden typus at te dolen.

Die toeleg bestond bij niemand. Eer bestond bij een ieder het tegendeel van dezen toeleg.

De zaak was alleen maar, dat men zich feitelijk nooit aan het Reglement had gestoord ; dat men in de practijk alleen naar da Dordsche kerkenordening vroeg; en dat men, wijl er toch niemand was die aan deze kerken de klem van dit Reglement gevoelen deed, ongemerkt theorie en practijk zóó verwarde, dat de beste ten slotte in het Reglement niet wel iets anders lezen kon, dan wat men deed in zijn gemeenlijk goede practijk.

Voor wie in deze kerken leefde was het uit dien hoofde uiterst moeilijk te zien, dat er Iets haperde.

Als de gevel van uw huis scheef gaat trekken, ziet de voorbijganger dit bijna altoos eer dan gij, die er in zit; en men weet een gevel kan lang scheef trekken, eer er verzakking of gevaar komt.

Het gevaar, dat in dit Reglement school, had nog nimmer zich vertoond; waarschijnlijk zou het zich nog in lang niet vertoond hebben; maar als het ooit in later tijd was uitgebroken, zou het fataal voor heel de toekomst dezer kerken zijn geweest.

Doch thans ss, Gode zij dank, dit bezwaar voor altoos uit den weg geruimd, en zijn deze kerken niets anders dan Gerelormeerde kerken zonder meer. Zonder iets er bij. Gereformeerde kerken, die én in belijdenis én in kerkenordening zuiver staan.

Al wat nu nog voor de Synode dezer kerken, die eerlang op dezen nieuwen grondslag saam zal komen, overblijft, is zekere i)epalingen met de Synode der Ned. Geref. kerken vast te stellen voor den i overgang, en haar naam in overeenstemming te brengen met de Kerkenordening.

Daarna kan dan zeer spoedig de Synode der „vereenigde Gereformeerde kerken" dagen, en de ineensmelting tot een voldongen feit worden gemaakt.

Moge het gedurig gebed der broeders en zus.ers in beide kerkengroepen, en ook van deze kerken zïlven in den Dienst der gebeden, deze verdere onderhandelingen verzeilen.

Zij er beiderzijds die voorkomende kieichheid, die liever zelf uit den weg gaat, dan te willen dat een ander voor u opsta.

Waar beginselen in het spel zijn, past onverbiddelijke trouw, en mag die trouw nooit als stijfhoofdigheid gebrandmerkt.

Maar ook, waar de moeilijkheid alleen loopt over ondergeschikte regelingen, is inschikkelijkheid e^n der schoone Christelijke deugden, die we van harte hopen, dat beiderzijds om het zeerst in practijk mogen worden gebracht.

Onze kracht ligt thans in wederzijdscb broederlijk vertrouwen! Ook in wat Gispen noemde Christelijke bescheidenheid.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 24 januari 1892

De Heraut | 4 Pagina's

Toen we de vorige week ons ten tolk

Bekijk de hele uitgave van zondag 24 januari 1892

De Heraut | 4 Pagina's