Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Uit de Pers.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de Pers.

6 minuten leestijd

Ter zake dienende is wat Ds.'.Sikkel ia de Zuidhollandsche Kerkbode schrijft over de zeer onderscheidene houding die de Christenen onder de Synodalen tegenover hun niet meer Synodale broederen aannemen.

Hij schrijft er van: De verdeeldheid der geloovigen is en blijft het treurigste verschijnsel in dezen ernstigen tijd.

Hoe moesten zij één zijn. en in éénen zin en van één gevoelen, in gesloten, gelederen optreiilcen om d eere Gods in kerlj, maatschappij en vaderland te zoeken.

We zijn er van overtuigd, dat er geen enkele gezonde geloovige is, die het hierin niet aanstonds met ons eens is: »Zóó moest het wezen!" »Maar, " zóó voegt ons menige broeder en zuster toe, »wie is de oorzaak van de verdeeldheid? Dat is Prof. Kuyper. Of hij ook niet alleen. Dat zijt gijlieden, afgescheidenen en doleerenden. Waart gij in de fiervormde kerk gebleven, zooals wij dan hadden wij samen kunnen optrekken. Wij waren gesloten gelederen. Maar gij hebt die gelederen verlaten. Gij hebt de éénheid van onze gelederen gebroken. Onze grief tegen u Is juist, dat gij de éénheid der geloovigen hebt verstoord. Wat doet gijlieden met al uw prediken en schrijven, met uw kerken bouwen, met uw ge meenten oprichten, met uw onderlinge vereeniging ook, wat doet gij met dit alles anders dan alle banden mei ons verbreken f Dat doen uwe voorgangers en dat doen hunne volgelingen. Onze leeraars, die met ijver en in de vreeze Gods het evangelie verkondigen, houdt gijlieden voor baaipriesters, godloochenaars, afgodendienaars Vroeger waren zij geliefd en nage loopen. Maar tegenwoordig zijn zij dienstknechten van den duivel in uwe oogen. Gij zoudt zeker vreezen naar de hel te gaan, zoo gij onder hun gehoor kwaamt. En klaagt gij dan nog over de verdeeldheid der geloovigen? Gij hebt Israël beroerd, en het volk des Heeren verdeeld."

Zoo spreken vele broeders en zusters.

Het is allersmartelijkst, dat zij zóó spreken — maar toch hebben we er hen nog lief om, als zij maar spreken. Laten zij toch eens spreken! Eerlijk Ronduit.

De toon, die we hierboven van een enkele lieten hooren is oprecht. Die man meent, wat hij zegt Hij spreekt uit overtuiging. En daar is praten mee. Hij ziet de dingen zóó en hij kan niet anders spreken, zoolang hij niet anders ziet.

Evenmin als wij anders kunnen spreken, dan we doen. Omdat wij uit overtuiging spreken. We zouden huichelaars zijn, zoo wij anders spraken.

Daarom worden we dan ook niet kwaad^ zoo broeders en zusters ons met warmte bestrijden.

Maar onze ziel heeft een geiroel, alsof haar de «trotsche voet vertrapt" wanneer men niet tegen ons spreekt. Wanneer die broeders en zusters onverschillig zijn tegenover ons; ons een vriendelijk knikje geven, tnaar aan onze tegenwoordigheid in hunne gelederen niets geen behoefte hebben, — niets geen begeerte naar eenheid der geloovigen in den kamp des levens, in den kamp van onzen tijd.

Grijpt iemand ons op den weg bij den mouw en spreekt: yiwaarom verstoort gij de kerk i' Geef rekensch •want de kerk is onze moeder; die zult gij liefhebbe en niet dooden; zoo Gij God vreest, laat af van uw schuldig f ogen /' Dan zien wij den gloed op zijn aangezicht met vreugde En zouden bijna den kneep in onzen arm verrukkelijk vinden. Die man heejt de kerk lief. Dat is een recht kind van zijne moeder. Hij kan van ons niets velen maar anders vielen we hem op straat om den hals of drukten hem als^een broeder de handen.

Wist hij het eens, dat door genade een zelfde ijver in onze ziele vonkt Zijn roode gezicht en harde vingers zijn ons duizendmaal liever dan een zoetvriendelijk knikje en een fluweelen hand, maar zonder een hart voor de zaak van Godes kerk.

Juist otndat het ons ook om de eenheid der kerk te doen is, om de eenheid der geloovigen in den strijd van onzen tijd; niet om een hoekje en een kringetje, maar om de zaak van land en volk om de erve der vaderen; - daarom smeeken wij die broeders en zusters, dat zij ons zeggen, wat er op hun hart ligt; dat zij ons standpunt zullen bestrijden en den beteienweg zullen bepleiten. Wij vragen discussie.

Bespreking der dingen. Der grieven. Zoeken naar de plek, waarop wij onze eenheid kunnen terug vinden.

Broeders, die wat hebben, laten elkaar niet loopen, va maar zeggen elkaar de waarheid.^^Wiea elka& r^overbetuigen.

Wij hopen dan ook niet te zwijgen.

Wie nog een vonk in zijn hart heeft, waardoor hij warm tegen ons kan worden, en warm voor de zaak van kerk en vaderland, — die houde zich overtuigd, dat wij hooren willen, en antwoorden, zoo er van de zijde der zijnen maar een begin van bespreking gtvaaakt werd over dit hoogste belang van land en volk. Z a o 't g te

Maar _ we vragen dan ook van dezulken, dat ze niet alleen in eigen kring tegen die onverantwoordelijke lauwheid opkomen, en eindelijk eens één hunner mannen tot den arbeid der verdediging van kerkelijk standpunt om hunnent en onzentwil bewegen; — we verzoeken óók dringend, dat men ons wederkeerig hoore en antwoordt, gelijk wij ons bereid verklaren Mocht er bepaald ook te 's Gravenhage in dezen verandering komen Om' Christus wille.

Van «baaipriesters" en al zulke namen weten wij niet. Wij zullen daar een volgend maal op antwoorden. Slechts heden de verklaring, dat wij met vijanden van God en Christus geen discussie over de zaak der kerk zouden vragen.

£> ie zullen over Christus kerk, zoo goed als in Christus kerk leeren zwijgen. Die hebben met haar niets te malïen. Die kunnen ove. haar niet spreken.

Maar omdat wij broeders in Christus, dienstknecht Gods erkennen onder onze tegenstanders, vragen wij aan hen ais broeders, als geroepen dienaars: besprekin van de zaak der kerk.

Hierin ligt veel waars.

Toch rijst er bij ons wel eenige bedenking, of een soort dispuut of twistgesprek nu reeds kan.

Het is zoo, onze vaderen hebben in ^de i6e en in de 17e eeuw er zich telkens toe geleend ; maar wanneer is er vrucht van gezien ?

Of om juister te spreken, ze droegen zeer zeker de vrucht, dat ze de tegenstellingen juister hielpen formuleeren en het publiek meer in de zaak deden meeleven, maar de beoogde vrucht, om gedeelde broederen te hereenigen, droegen ze niet.

Hierin echter heeft Ds. Sikkel gelijk, ? dat de positie van vele broederen onder de Synodale organisatie geheel onhoudbaar is geworden, en dat deze broederen het aan zichzelven verplicht waren, ora althans eens rekenschap te geven van hun tegenwoordig bestaan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 24 januari 1892

De Heraut | 4 Pagina's

Uit de Pers.

Bekijk de hele uitgave van zondag 24 januari 1892

De Heraut | 4 Pagina's