Zending.
IV.
TOENADERING.
We hebben gezien, dat de Chinees den vreemdeling wantrouwt, hem liefst verre ziet. We zeiden ook dat wie meer dan oppervlakkig ziet hiervan de redenen kan begrijpen. Wij Westerlingen laten ons ontzaglijk veel voorstaan op onze beschaving, onze macht, onzen invloed. Maar vergeten we niet, dat de Chinees, van zijn standpunt redeneerend, licht tot de slotsom komt dat hij nog vrij wat meer reden tot roemen heeft.
Vooreerst heeft Chma een lange, roemrijke geschiedenis achter zich liggen, veel ouder dan die van eenigen staat van Europa. De letterkunde van dit merkwaardig volk omvat de voortbrengselen van een vierduizend jaar, terwijl die van Europa's volken er nog geen duizend, soms veel minder, tellen Zelfs de letterkundige voortbrengselen der Ouden zijn bij die der Chineezen betrekkelijk jong. China kan bogen op een lange, zeer lange reeks yan wijzen, staatslieden, helden, geleerden en wijsgeeren, die hun land tot eer strekten; het heelt eeuwenoude instellingen die hun practische vruchten droegen in een geregeld bewind en maatschappelijke orde.
Geen wonder, dat zulk een volk slechts met groote aarzeling er toe komt zich te laten betieerschen door invloed van vreemden; van volken wier gewaande meerderheid slechts een opkomen is sinds gisteren. Daarbij komt dan, als gezegd, dat het gedrag dier volken herhaaldelijk in China blijken gaf van volkomenlijk in te druischen tegen de hooge zedelijke eischen, die de »heilige boeken der Christenen" steeds heeten te stellen. Als de Chinees het Christendom wantrouwt, vergete men nooit wat hij soms van Christenen te zien kreeg.
En toch bewijzen de feiten dat het reusachtige rijk zich meer en meer begint te voegen naar wat uit den vreemde kwam, en een betere dag aanbreekt. Het gaat niet zoo snel als in Japan: het gaat zelfs langzaam, maar dit is waarschijnlijk de veiligste wegt Sneller vooruitgang zou hoogstwaarschijnlijk het gevaar van maatschappelijke en burgelijke stoornissen en verwarring met zich brengen. Het volk moet geleidelijk tot de verandering worden voorbereid — 't zijn er trouwens 400 millioen — eer die veilig kan plaats vinden.
Doch laten we kortelijk de feiten zelf spreken. We hebben gezi.n dat er drieërlei invloed op China werkt: die van de staatkunde, van den handel en der Zending.
Te Peking, de hoofdstad, vindt men thans reeds de gezanten, consuls en agenten van alle beschaafde mogendheden, o. a ook van ons land. Zij hebben, voor zoover zij in de verdragen zijn begrepen, hun vertegenwoordigers in de aangewezen havens. Evenzoo heeft China zijn gezanten en consuls in Europa en Amerika. Niet lang geleden stond de keizer een ontvangst toe aan de vreemde gezanten te Peking. Een tweede zou gevolgd zijn, doch is wegens de bekende moeilijkheden, naar het schijnt, vooreerst uitgesteld. De verschillende verdragmogendheden, in plaats van beschouwd te worden als schatplichtige rijken, worden door de Chineezen — hoe trotsch deze overigens zijn en blijven — als onafhankelijke souvereine staten erkend als gelijken en met eerbied behandeld, al schijnen ook lastige vragen van etiquette enz. nog voor te komen. Bekende werken over het Internationaal recht zijn door Dr. Martin en anderen in het Chineesch overgezet. De leidende Chineesche hooge ambtenaren hebben die werken gelezen en dat zij 't met vrucht deden blijkt best uit de vaardigheid waarmee zij zich op de beginselen van dat internationale recht beroepen. Dat komt b. V. uit in de behandeling van het vraagstuk der binnenkomst van Chineezen in de Vereenigde Staten, waar men daarop beperkende bepalingen gemaakt heeft. China weet zich te verantwoorden.
. Even sterk toont zich de invloed van den handel met den vreemde; hij heeft zich ontzaglijk ontwikkeld. Voor vele millioenen aan goederen wordt elk jaar aangebracht uit alle landen der wereld, 't meeste natuurlijk uit Europa en Amerika.
De Chinees is als schrander handelaar wel bekend. »He knows a good thing when he sees it": hij weet wel te onderscheiden wat goed is zegt de Engelschman. Men kan er bijvoegen dat de Chinees zoo goed als iemand ter wereld de waarde van een dollar kent en wanneer hij ziet den overvloed, de degelijkheid en de goedkoopheid der waren die hem uit vreemde landen worden gebracht, dan koopt hij gaarne en bij groote hoeveelheden. Volksveroordeelen, zelfverheffing, argwaan, wantrouwen, alles bezwijkt geheel en volkomenlijk voor de macht der begeerte naar tijdelijk gewin.
, Op het oogenblik is de toestand reeds zoo, dat het nieuwe het oude verdringt. Wat de weefgetouwen van Manchester en Massachusetts leveren, neemt de plaats in van de geweven en duurdere stof, die de inboorling met de hand vervaardigt. De fakkels en kaarsen uit planten bereid en met talk bestreken, maken plaats voor de verlichtingswijze die het westen kent. De Amerikaansche klokken en uurwerken verdringen de oude inlandsche zonnewijzers of den uit wierook gemaakten ^tijdstok" > of kaars. Meel, specerijen en allerlei artikelen komen in groote menigte om in de behoefte te voorzien, voor zoover 't land zulks niet zelf kaUi
Hoe hoogen prijs China zelf op dit alles stelt, blijkt hieruit, dat, wat niet algemeen bekend is, de keizerlijke regeering een vloot van twintig stoomschepen voor haar rekening onderhoudt, ten einde althans een deel van den vervoerhandel tè verrichten langs de zeer uitgestrekte kustlijn, trouwens een lijn van vijftienhonderd mijlen. Die booten staan onder het bevel van vreemde officieren. Doch hierbij blijft het niet. Het meest conservatieve rijk der wereld, krijgt ook, hoe lang moge geduurd hebbe, en hoeveel tegenstand het ook nu nog vinde, zijn spoorwegen.
Reeds is een korte lijn, van 80 mijlen lengte in Noord China aangelegd, die Tientsim met de kolenmijnen van Taiping verbindt. Dat het hierbij niet blijven zal is zeker. Onlangs toch werden reeds stappen gedaan om de lijn te verlengen tot de Noord-Oostelijke grens des rijks te Shanhaikwan. Ja, twee jaar geleden vaardigde de keizer zelfs een besluit uit, waarin werd gezegd dat de spoorwegen noodzakelijk zijn om de kracht en de hulpbronnen des rijks te ontwikkelen. Tegelijk beval hij den aanleg van een spoorweg die Peking recht door het midden des lands verbinden zou met Hankow aan de Yangtsc Kiang.
Zulk een besluit nu is in China een teeken des tijds. Het oude moet voor het nieuwe wijken.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 8 mei 1892
De Heraut | 4 Pagina's