Buitenland.
Engeland. Een nieuw werk van den hoogleeraar A. B. Brucc,
Van de hand van den hoogleeraar der Vrije Schotsche kerk A. B, Bruce verscheen een werk getiteld: Apologetiek; of hel Christendom verdedigender wijze uiteengezet i) dat zeker weder veel beweging verwekken zal onder dat deel der kerk dat aan de Gereformeerde belijdenis wenscht vast te houden, maar met toejuiching ontvangen is door de z.g. volgers der nieuwe school. De heer Bruce heeft met zijn boek niet hen willen dienen, die uit een dogmatisch oogpunt ongeloovigen te noemen zijn; hij wil niet de ijdele taak op zich nemen om te trachten hen dwaas te doen gevoelen, of dwaas te doen zien. Ook wil hij niet schrijven voor dogmatisch geloovigen, omdat hij betoogt dat hunne rust niet kan verstoord worden omdat zij met behaaglijkheid onder hun vijgeboom en hun wijnstok gezeten zijn. Het hart van den schrijver is met hen, die Christelijke sympathie en anti Christelijke vooroordeelen hebben, wier geloof is onderdrukt of verzwakt door anti-Christelijke vooroordeelen van verschillenden aard. Het is dan zijn streven om menschen, die het in oprechtheid om waarheid te doen is, Christenen te maken met geheel hun geest en hart.
Maar voor welk Christendom meent de Schotsche hoogleeraar het te moeten opnemen? t hij antwoordt: dat van den Christus der drie eerste Evangeliën. Daarin wordt Jezus voorgesteld als een exceptioneel persoon, die de Messias was, ook wanneer hij geen aanspraak maakte om het te zijn, en die in het geloof, dat God is de Vader, en dat alle menschen als zijne kinderen geestelijk zijn, schoon vol van zonde, het koninkrijk Gods stichten. Het aannemen van zulk een Christus sluit het stel ien van zekere vooronderstellingen in; die vooronderstellingen zijn van wijsgeerigen en e hisiorischen aard. De fu«ssofische vooronder-of stelhngen zijn zekere leeringen omtrent God, den mensch en de wereld en hunne onderlinge betrekkingen, te zamen een wereldbe schouwing vormende.
De historische vooronderstellingen zijn de geschiedenis en godsdienst van Israël, als een uitverkoren ras, vervat in de voornaamste oudtestamentische geschriften en de historie en hel werk van Jezus beschreven in de nieuw-teslaraentische boeken. Het werk van den Schotschen hoogleeraar valt daarom in drie deelen uileen; het eerste boek bespreekt de verschillende wereldbeschouwingen, zoowel de Christelijke als de anti-christelijke; het tweede de historische voorbereiding tot het Christendom. Het derde de oorsprongen van 't Christendom. In het eerste boek is het opmerkelijk, hoe de schrijver daarin den lof verkondigt van hen, r die in het Vaderschap Gods gelooven, terwijl zij Christus verwerpen: »ik heb zulk een groot geloof zelfs in Israël niet gevonden" zegt hij.
In het tweede boek, betoogt de schrijver dat het Christendom in het Oude Testament zijn wortel heeft, terwijl de moderne kritiek vrije e denkbeelden omtrent het Oude Testament heeft omgekeerd, niet minder dan de ontwikkelingstheorie onze denkbeelden omtrent de wereld.
Als men over het algemeen de waarheid van de moderne kritiek aanneemt, dan is er een nieuwe taak voor den apologeet geboren. De schrijver neemt dan ook aan, dat het boek Leviticus eerst na de wederkeering uit Babel geschreven is, en meent dat door dit resultaat van de moderne kritiek te aanvaarden, gelijk hij ook alle andere voor zijne rekening neemt, hij des te beter kan staande houden, dat de a oude Testamentische historie en godsdienst een voorbereiding was voor het Christendom.
Daarna gaat de schrijver er toe over om de worteldenkbeelden van de religie in het Oude Testament beschreven, na te gaan. Men vindt die in de groote Profeten: Amos, Hozéa, Jesaja en Jeremia, die een zeker standpunt voorstaan, waarop ook de Apostel Paulus in de vier eerste brieven zich gesteld heeft. Bij deze Profeten vindt men als gronddenkbeelden dat Jehovah God is over alle menschen, en dat Israël zijn verkoren volk is.
Bruce verdeelt dan de O. T, geschiedenis in drie studiën : het Mozaïsme, het Profetisme en het Judisme. Hij houdt staande dat de tien geboden van Mozaïschen oorsprong zijn en een monument en een instrument mogen heeten voor Mozes werk, Mozes arbeid was ethisch en niet ritueel. Omringd door het rituaUsme van Egypte en de onzedelijkheid der. Semitische volken, komt de'vraag aan de orde, hoe kwam Mozes aan zulk een hoog zedelijke geestopenbaring, als men niet onderstelt, dat hij geïnspireerd werd door den God van alle waarheid en gerechtigheid, die den weg voor betere dingen baant.
Als kenmerk voor het profetische tijdperk noemt Bruce de hartstocht voor de gerechtigheid »voor alle dingen is de profeet geïnspireerd om te getuigen van de werkelijkheid van het Koninkrijk Gods, " De profeet is geen waarzegger. Jesaja's ^opvatting van de groote wereldmonarchie is een gedenkteeken voor zijn genie. Jeremia's schoone gedachten van een herboren Israël, is ook bestemd van een nieuw te verwezenlijken ideaal te bereiken. De modelkoning van een Davidisch type kwam nooit, "
Hij Messiaansch element in ds profeten zoekt hij echter redit te doen wedervaren. Volgens Bruce heeft het profetisme achiereenvolgens_ drie idealen; bij Jesaja is het een staatkundig ideaal, bij Jeremia een ethisch en bij den tweeden Jesaja een godsdienstig"in Jezus Christus zijn deze drie idealen vereenigd-; Hij is de koninklijke man. Hij biengt in ^ het koninkrijk der genade. Hij is de man ' van smarten, die mensch."lijke harten veroverd door lijdende liefde. Is nu deze historische ! verwezelijking van-profetische idealen een • toeval of eene door God aangewezen vervulling? ";
In de Judaïstische periode ziet de schrijver slechts afval, ritueele vormen overschaduwden gerechtigheid. De profeet week voor den Schriftgeleerden en Pharizeër; het is een periode waarin het Leviiisch v/etboek werd samengesteld en de historie den vorm der Kronieken aannam. In dien donkeren ' nacht glinsteren de psalmen als sterren.
Bruce tracht aan te toonen, dat de historie van Israël tot Jeremia bewijst, dat een heilige natie niet kon gevormd worden door den macht van zedelessen en de tien Geboden.
Mozes en de profeten hadden dit gepoogd: maar Jeretnia sprak uit, dat het doel alleen kon bereikt worden door de wet, geschreven in het hart: het Nieuwe Verbond. De tyd scheen rijp voor het verschijnen van dat Nieuwe Verbond; maar in plaats daarvan kwam iels geheel anders, want Esra en anderen kwamen met een boek van Leviticus aandragen. Waarom is dit? omdat moest worden bewezen, dat gelijk de tien Geboden en de profeten een volk niet konden redden, het ook moest openbaar worden dat ook ceremonieën en priesters een volk niet bmnen behouden. De profeet v.'as te kort geschoten, het moest nu getoond worden dat ook de priester niet kon slagen. Overeenkomstig den brief aan de Romeinen baanden de wet, en overeenkomstig den brief aan de Hebreen de ceremoniën den weg voor het tijdperk der Genade, waarin wij tegelijk gerechtvaardigd worden do^or het geloof zonder de werken der wet en vrijheid hebben tot den troon der Genade toe te gaan.
In het derde boek worden de historische vooronderstellingen van het Christendom verdedigd en derwijze vastgesteld, en volgens den schrijver zijn deze vervat in de Evangeliën, in enkele brieven en in een deel van Handelingen der Apostelen. De jammerlijke stelling wordt daarin verdedigd, dat de quaestie van den Nieuw Testamentische canon, hoe belangrijk ook het geloof niet raakt. Het geloof kan bestaan, zelfs bloeien, als men de 3 synoptische Evangeliën en de 4 brieven van Paulus die algemeen van Paulus gehouden worden, aanneemt.
Hoever Bruce op den weg der ontkenning voortgeschreden is, blijkt uit het feit, dat hij de geboorte van Christus uit de moedermaagd ontkent, al houdt hij dan ook de opstanding van Christus uit den dood nog vast.
Natuurlijk past het niet in het systeem van Bruce om de echtheid van het Johannes-Evangelie aan te nemen.
Wij onthouden ons natuurlijk van critiek op datgene wat wij hierboven mededeelden; het was er ons slechts om te doen, om te laten zien, hoever «en ook in de Schotsche kerk van de belijdenis der Gereformeerde kerk is afgeweken.
Is het niet treurig, dat mannen als Bruce de opleiding van aanstaande dienaren des Woords is toevertrouu'd en dal hij zijn professoraat nog wel uitoefent, daartoe door de kerk zelve geroepen. Ons dunkt een scheuring in de vrije Schotsche kerken kan niet uitblijven. De Heere make het overblijfsel naar de verkiezing der genade getrouw om niet te zien op voordeelen uit algemeene fondsen, maar enkel op de roeping om geen gemeenschap te hebben met de werken der duisternis, In de Schotsche hooglanden is nog altijd, Gode zij dank een volk, dat de Gereformeerde belijdenis liefheeft.
Spanje. Strijd tegen de opening van eene Episcopale kerk in Madrid,
Er is in Madrid heel wat te doen geweest over het openen van een Anglicaansch bedehuis, dat aan den gevel doet zien, dat het een kerkgebouw is. Ofschoon de stichters en de bouwmeester zich strikt gehouden hadden aan de wettelijke voorschriften, wilde de pauselijke nuntius en de bisschop van Madrid al het jnogtlijke aanwenden om het in gebruik nemen van het bedehuis te verhinderen. Zij wezen de regeering op de bepaling van de grondwet, waarin wel gezegd wordt dat niemand in Spanje lastig gevallen zal worden om zijne religie, maar ook de Roomsche godsdienst als die van den Staat wordt aangeduid en allen die daarvan afwijken slechts zullen worden geduld. Het bouwen van eene kerk met een gevel die doet zien dat het een kerk is, maakt het mogelijk dat nieuwsgierigen en onvoorzichtigen worden gelokt, en dit mocht volgens de Ultramontaansche heeren niet worden toegestaan. Tot eere van den minister-president Sagostaenvan den minister van eeredienst Monte Rios moet gezegd, dat zij zich niet door den bisschop en den nuntius lieten bepraten, zoodat hci ministerie aan den Episcopaten in Madrid niet wilde verhinderen hunnen eeredienst uit le oefenen.
Welicht werkte tot dit besluit mede, dat de gebouwde Anglicaansche kerk, het eigendom van een Engelsch onderdaan is, en dat de Engelsche gezant er ook krachtig bij het Spaansche ministerie op aandrong om aan de Episcopalen vrijheid van eeredienst in het verrezen gebouw le geven. Tot het laatste oogenblik trachtte de Roomsche geestelijkheid het in gebruik nemen van het Episcopale kerkgebouw te verhinderen. Den dag voor Kerstmis verzochten 60 dames van den hoogsten adel een audiëntie bij de Koningin, en bij Sagosta, welke haar te kennen gaf dat het vorige klerikale ministerie toestemming gegeven had tot het bouwen eener Anglicaansche kerk met schoollokaal en pastorie, terwijl ook het stadsbestuur het bouwplan had goedgekeurd. Den 25sten December werd echter niettegenstaande, alle aangewende pogingen de eerste dienst in het Episcopale kerkgebouw gehouden, Militairen waren in de omliggende straten geposteerd, om rustverstoring te voorkomen. Dit nam niet weg dat eenige honderd Roomschen trachtten voor het gebouw eene vijandelijke demonstratie te houden, doch dit werd hün door meer liberaal gezinden belet. Na de opening richtten de gezamentlijke bisschoppen van Spanje een adres aan de Koningin-Regentes, waarin zij verzochten het uitoefenen van den Protestantschen ee eredienst in het Episcopale kerkgebouw te verbieden, omdat deze een schimp voor de Roomsche kerk is. Het gelukte wel niet om de Regentes te bewegen het houden van godsdienstoefeningen in het gehate gebouw te verbieden, maar wel wist men te verkrijgen dat het gemeentebestuur besloot het houden van Episcopale godsdienstoefeningen niet meer toe te laten, totdat de ambtenaren die het toezicht hebben op de gebouwen der stad, zouden verklaard hebben dat het nieuwe kerkgebouw aan de eischen der veiligheid beantwoordde. Daarom konden isten Januari geen, godsdienstoefening gehouden worden. De Anglicaansche gemeente deed daarop een [beroep op Sagosta. Met welken uitslag, is niet bekend.
Nu zou men meenen dat het Anghcaansche kerkgebouw te Madrid door groote pracht uitmunt, zoodat daardoor de Ultramontaansche gevoeligheid zou zijn opgewekt. Doch niet aldus, üe Episcopalen te Madrid hebben geen trotsch kerkgebouw, maar een eenvoudig bedehuis gesticht. Het gebouw i? bovendien gelegen in eene afgelegene nauwe straat. De gevel is even breed als die van de twee huizen met vier vensters waar het tusschen s||, at. Boven de deur is een rozette aangebracht, dat door een kruis bedekt wordt. Tn den gevel vindt men nog de woorden gebeiteld: Christus redcmptof aeternus, (Christus, de eeuwige verlosseï) Er is aan het gebouw geen toren en zelfs geen klok. Schoon in Protestant che landen als Engeland, Duitschland en ons land de Roomschgezinden de meest trotsche kerkgebouwen zonder dat iemand dat tracht-te beletien doen verrijzen, is dit nederig bedehuis der Spaansechen Ultramontanen een doorn in het oog. Men noemt dit in de fanatiek Roomsche kringen van Spanje: »eene beschimping, een bedreiging en een schandvlek voor den Roomschen godsdienst".
Men maeene niet dat het nieuwe kerkgebouw der Episcopalen in Madrid met het goedvinden van alle Anglicanen in Engeland zal verrezen zijn. Toen er eenige jaren geleden sprake van was, dat een Öpaansch episcopaalsch predikant tot bisschop zou worden gewijd, kwamen eenige hoog-kerkeiijke Episcopaalsche geestelijken daartegen op, omdat men door de voorgenomen wijding tegen de Roomsche Hiërarchie inging!
Den 3den Januari werd eene deputatie van vijf Spaansche predikanten by den minister Sagasta toegelaten Men overhandigde den' premier een adres, waarin verzocht werd, dat de officieele toestemming tot het gebruiken der nieuw gebouwde kerk zou worden gegeven. De minister antwoordde, dat er strikt naar de wet zal gehandeld worden. Als de bevoegde macht gemeld heeft, dat de kerk in den door de constitutie voorgeschreven toestand is en wanneer alle uiterlijke kentcekenen, die beschouwd kunnen worden als eene aanduiding van een eeredienst, strijdig met de staatsgodsdienst verwijderd zijo, zal alle hinderpaal wegvallen.
Intusschen wordt op die wijze wel de aandacht op de Episcopaalsche gemeente gevestigd. Dit zal haar zeker niet onwelkom zijn.
WlNCKEL.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 15 januari 1893
De Heraut | 4 Pagina's