Ingezonden Stukken.
{Buiten verantwoordeli/khetd van de Redactie)
D«n Weled. Hcoggel. Heer Dr. A. KuYPER te Amsterdam.
Hooggeachte Broeder, Redacteur.
In de Heraut gisteren door mij ontvangen, zie ik onder het motto »Schoolquaestie in Amerika, " dat men van hier ook uw oordeel vroeg over »de hier opkomende schoolquaestie". Om Uw advies te geven verlangt U eerst nader inlichting. Dit vind ik zeer verstandig en voorzichtig. Zonder dit zou het toch zeer goed mogelijk zijn, dat in dezen de bal door u werd misgeslagen.
Daar ik van zeer nabij mee in den schoolstrijd betrokken ben, haast ik mij om de door TJ gevraagde inlichtingen te geven. Ik geef ze natuurlijk van uit mijn stand-en gezichtspunt. Ik hoop het echter zoo onpartijdig mogelijk te doen. Wie meenen moge, dat ik dwaal, wijze aan, dat mijn beschouwing valsch is, mijn oordeel op verkeerde gronden rust.
Om over Amsrikaansehe toMtandwi te kunnen oordeelen moet men ze natuurlijk kennen. En nu is het feit, dat men de Amerikaansche ^publieke school" niet kan gelijkstellen met, en dus ook niet beoordeelen naar de «staatsschool" in Nederland. Een der vurigste verdedigers van de publieke school Mr. I. Verwey, heeft het aldus gezegd: sDaar is een hemelsbreed onderscheid tusschen."(Amerik. publieke School en Nedcrlandsche Staatsschool ) »Niet zoozeer nog in het meer of minder Christelijke, dat het onderwijs op die scholen kenmerkt, maar het beginsel waarop het onderwijs rust, is in beide landen geheel verschillend." Dit is geheel naar waarheid gezegd, en in dezen beaam ik het gevoelen van mijn tegenstander volkomen. Onder beginsel verstaat de heer Terv/ey, dat iti Nederland het onderwijs van den Staat, hier van de ouders uitgaat. Dit is het groote onderscheid. Vandaar dat de publieke scholen hier minder uniform zijn dan in Nederlandsche Staatsscholen. De ouders beschikken hier over het onderwijs en van deze hangt het af om het al of niet, heel of half, drie kwart of éen kwart christelijk te maken.
Oorspronkelijk waren de scholen hier dan ook, scholen met den bijbel en met gebed, Christelijk, hier en daar zeker wel Gereformeerd. Zoo kunfien ze nog zijn en zijn ze nog in sommige counties, waar de bevolking uitsluitend of tenminste zeer overwegend gereformeerd is. Waar men nu op deze wijze het christelijk, misschien zelfs het gereformeerd onderwijs kan verkrijgen en behouden, daar zou het dwaasheid zijn om van de oprichting van bijzondere scholen te spreken. De vraag geldt voor ons niet: heet een school »publieke" of > bijzondere" school, maar is het onderwijs waarlijk christelijk ?
Anders staat het in de grootere plaatsen en steden. U weet, Amerika is het land van vereenigingen, genootschappen en kerken oiherkies. Hier in ons klein Jstadje Grand Haven, met maar ruim 5000 inwoners, telt men niet minder dan 12 kerken. Hieronder zijn: > Holl. Serëf., »Hol. Chr. Geref., „Presbyterianen, Congregationalisten, ^Methodisten, »Roomschen. »Unitariers." De publieke school moet voor allen dienst doen, en doet dienst voor allen. Klachten hoor ik van niet céne partij, dan alleen van enkele Gereformeerden. Met alle waardeering van de humaniteit en misschien van het persoonlijk Christendom van het onderwijzend personeel, kan u begrijpen wat er van het Christelijke in het onderwijs op zoodanige scholen kan overblijven.
Op zeer vele plaatsen is dan ook de bijbel ep school gesloten, is er van gebed geen sprake meer, terwijl aan vele scholen onderscheidene Roomsche teachers geplaatst zijnen dienst doen. Men vertelde mij verleden zomer, in Grand-Rapids, dat de Roomschen daar deze taktiek volgden, voor eigen kinderen bijzondere scholen, om dezen aan protestantschen invloed te onttrekken, maar hun dochters laten opleiden tot teachers op de publieke scholen, om aldaar meer of min invloed uit te oefenen op de kinderen der protestanten. Is dat niet practisch ? Niet Rome waardig ?
Op godsdienstig gebied is het verschil hier neg veel menigvuldiger als in Nederland. En wie hier het kunststuk volvoeren konde, om, op een publieke school in een ietwat groote plaats met gemengde bevolking, waarlijk Christelijk ondei.ivijs te geven, zonder ergenis en aanstoot te geven, die zou het in Nederland zonder inspanning en moeite vermogen. Het gehalte van het Christelgk onderwijs wordt hier dan ook niet bepaald door de Sahrift of eenige kerkelijke belijdenis, maar het wordt overal tot dat minimum gebracht als de meest ongeloovige ouders op die plaats het verlangen, of ten minste zonder ergernis en protest voor hun kinderen goedkeuren.
De strgd voor het bijzonder onderwas ligt dan ook niet op het gebied der taal, of in de zucht om Hollanders te blijven in Amerika, maar wel degelijk in het Christelijk beginsel. Wel is het voor het maatschappelijk leven gewenscht, en voor het kerkelijk Jen Gereformeerd beginsel noodzakelijk, dat onze kinderen vooralsnog »Hollandsch" leeren. In de grootere steden kan men hebben, en begint men reeds op meer dan eene plaats in het leven te roepen, twee afdeelingen, een Engelsch en een Hollandsch sprekende afdeeling, van de Gereformeerde kerk. In kleinere plaatsen gaat dat niet. Daar moet vooreerst de godsdianst Hollandsch blijven. Kent en verstaat dan het jongere geslacht het Hollandsch niet, dan gaan ze naar allerlei verschillende Engelsche kerken — helaas de meesten op verre na niet Gereformeerd — en gaan voor de Gereformeerde kerk verloren. Daarom verlangen wij wel, indien immer mogelijk, ook Hollandsch, maar dit kon in huis en in de zomervaeantie aangevuld worden, maar het Christelijke, zoo mogelijk het Gereformeerd Christelijke dat is de hoofdzaak. En dat begeeren wij — zoo het kan — in het Engelsch en Hollandsch beide, in het Engelsch zeker. Zoo begeeren wij en hopen we, dat onze kinderen tot heil van kerk en maatschappij, de vaan van het Gereformeerde Christendom hoog omhoog mogen heffen, als een eenig man onder die vaan zich mogen scharen, en alzoo ten zegen mogen zijn voor dit groote en goede land.
Wel zijn de voorstanders van het bijzonder Christelijk onderwijs nog slechts een klein aantal, nog is dat opkomende Christelijk onderwijs nog slechts een wolkje als eens mans hand, maar wij hopen en bidden het zal zich ontwikkelen en tot bloei komen, onder Gods zegen. Het gaat toch om de eer van Zijnen Naam, om het geestelijk heil onzer kinderen, om den bloei van Gods Koninkrijk, om de handhaving van de belijdenis onzer vaderen. En dan zeggen wij ook op dit gebied Nehemia na: God van den hemel zal het ons wel doen gelukken, en wij zijne knechten zullen ons opmaken en bouwen."
Met heilbede en groete uw br. in Chr.
K. KUIPER.
Grand Haven 16-2. '93.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 12 maart 1893
De Heraut | 4 Pagina's