Buitenland.
Engeland. Een groote gift ingetrokken.
Onze lezers zullen zich herinneren, dat verleden jaar de algemeene vergadering der Vrije Schotsche Kerk, een declaratory act aannam, met het doel om enkele punten der ofificieele geloofsbelijdenis dier Kerk nader te verklaren. Deze verklaring geschiedde met het oog op velen, die in den grond der zaak van de Gereformeerde Kerk waren afgeweken, en wier conscientie men nu wilde geruststellen, door een verwaterde verklaring te geven van enkele artikelen der belijdenis. Trots het protest van een vijftigtal Hooglanders, die opkwamen voor de belijdenis hunner Kerk, werd deze verklaring aangenomen. De gevolgen van deze handeling bleven niet uit. Een zekere William Mackinnon had voor opleiding van studenten en voor de Zending een som van 2.5 millioen guinjes toegezegd, en thans heeft hij deze toezegging ingetrokken, omdat men op verschillende manieren van de Kerkorde en van de leer, die men in r843 op nieuw aangenomen had bij de scheiding der Staatskerk, afgeweken is; hetgeen het meest uitgekomen is in het aannemen van den declaratory ach, die naar het oordeel van Mackinnon, een verkeerden invloed op de Kerk hebben zal.
Het doet ons genoegen, dat Mackinnon inziet, dat de Vrije Schotsche Kerk niet alleen in de leer, maar ook in de kerkregeering van de Gereformeerde lijn is afgegaan. Voorshands schijnt men het gemis van zulk een groot kapitaal nog niet te gevoelen; maar men vergete niet, dat in het afgeloopen jaar de uiterste pogingen zijn in het werk gesteld, om veel geld voor kerkelijke doeleinden te verzamelen, met het oog op het feest van het vijftigjarig bestaan der Vrije Schotsche Kerk.
Bovendien blijft het waar, dat een groene tak, die van een boom wordt afgekapt, niet aanstonds verdord is, al vangt het proces van verstoring reeds aanstonds bij het afkappen aan.
K^OOrd-Amerika. De Roomschen tegenover de schoolquaestie.
N.-Amerika heeft ook zijn schoolquaestie. Telkens blijkt het, ook bij de laatste presidentsverkiezing, dat de vraag: hoe men over de school denkt, een beslissenden invloed uitoefent. Waren de republikeinen wat toeschietelijker geweest voor de Luthersche Duitschers met betrekking tot hunne bijzondere scholen, hoogstwaarschijnlijk zou de democratische candidaat niet gekozen zijn.
Het streven om door bijzondere scholen met de zoo goed als neutrale Staatsschool te concurreeren, wordt krachtiger.
Bedroevend is het evenwel, hoe in deze Rome zich houdt, of liever wtlke houding de aartsbisschop Ireland, door Paus Leo X ge-. steund, aangenomen heeft. Deze aartsbisschop van St. Paul in Minesota heeft zijne parochiescholen te Faribault en Stillwater, met gebouwen en meubilair aan de burgerlijke gemeente overgedragen. En de paus heeft omtrent die» handeling zijn tolerari posse uitgesproken, d. w. z. dat zij geduld worden kan.
Nu ging er eenigen tijd geleden een gerucht, dat de Paus in een schrijven aan den kardinaal Gibbons van Baltimore, en daardoor aan al de bisschoppen der Vereenigde Staten, het door Ireland ingenomen standpunt zou hebben veroordeeld, en dat Ireland zelfs een aanmaning van den paus had ontvangen, om zijn tactiek te laten varen en het bij de overdracht der twee parochiale scholen te laten.
Dit blijkt onwaar te zijn. Wel heeft de paus een schreven aan de Amerikaansche bisschoppen over de school gericht. Maar dit veroordeelt het door Ireland ingenomen standpunt
niet, en h.et wordt ook door den pauselijken gedelegeerde Mgr. Satolli niet aldus uitgelegd. Ireland is zelfs bezig met andere parochiale scholen aan de burgerlijke gemeenten over te dragen. Wellicht geeft hij het sein, dat vele Roomsche parochiën zullen volgen. Op die manier bespaart men veel geld, dat dan voor andere doeleinden kan gebruikt worden. Maar is zulk een handelwijze principieel?
Ons dunkt dat het te Baltimore in 1884 gehouden concilie van aartsbisschoppen en bisschoppen der Vereenigde Staten de lijnen zuiver heeft getrokken, doch dat Ireland gemeend heeft daarvan te moeten afwijken en dat de gedienstigheid der practijk Leo er toe bracht om hem niet af te vallen. Te Baltimore werd uitgesproken, dat de Roomsche ouders hunne kinderen op eiken leeftijd moesten beschermen tegen de gevaren van een louter wereldlijk onderwijs, door hen naar Roomsche scholen te zenden. Nu is het wel waar, dat op alle overheidscholen van Noord-Amerika eiken dag een hoofdstuk uit den Bijbel moet gelezen worden, en dat daarom van de openbare school niet gezegd kan worden, dat zij slouter wereldlijk, " d. w. z. ongodsdienstig is. Doch de Protestanten die wat dieper zien, zullen van dat hoofdstuk lezen zeggen: het was beter dat men Gods Woord als een zout door alle spijzen die de kinderen voorgezet worden mengde, dan om een hoofdstuk te lezen en dan voorts het on derwijs zóó te doen geven, dat een iegelijk er gebruik van maken kan. De Roomsche is met dat lezen van een kapittel uit den Bijbel al evenmin ingenomen.
Maar dat het bezwaarlijk gaan zou, om het besluit van het concilie van Baltimore uit te voeren, is licht te begrijpen. Want de Roomschen zijn over geheel N.-Amerika verspreid en vormen niet eens een vijfde deel der bevolking. Daarbij spreken niet alle Roomschen dezelfde taal en voor menig ouder is het aantrekkelijk zijne kinderen naar een bijzondere school te zenden, omdat daar onderwijs gegeven wordt in de taal die de ouders der schoolgaande kinderen oorspronkelijk spraken. Om nu overal bijzondere scholen voor de Roomsche kinderen te stichten, ging niet aan, de [geldmiddelen ontbraken. Daarom verklaarde in Mei 1892 de paus dat de praktijk van bisschop Ireland niet tegen maar buiten de besluiten van het concilie te Baltimore was.
De pauselijke gedelegeerde Satolli verkondigde in de herfst van het afgeloopen jaarop een concilie te New-York, dat de Roomsche scholen te prijzen zijn. Maar er was ook niets tegen, dat zoowel lager en meergevorderd onderwijs ontvangen werd in openbare scholen, die van den Staat uitgaan, wiens plicht het is alles te doen waardoor zijne burgers gevormd worden tot zedelijkheid en deugd. Men moest daarom van Roomsche zijde de openbanpscholen niet veroordeelen; veeleer behoorclen het burgerlijk en kerkelijk gezag de handen in elkander te slaan, opdat er openbare scholen zullen zijn in iedere Staat, naar de behoefte van het volk, voor de beoefening van nuttige letterkundige en natuurwetenschappen. De Roomsche kerk wil niets wat vijandig is aan den godsdienst, zoo betoogde Satolli. Doch wat vijandig mocht zijn aan de godsdienst kon verwijderd worden en de kerk kon gelegenheid bekomen om er den catechismus te komen onderwijzen.
De Paus, er ver van daan om deze uitlatingen van zijn dienaar af te keuren, hechtte daaraan zijn zegel, door te verklaren: «Katholieke scholen moeten ijverig worden in de hand gewerkt; maar het moet aan het gesveten en het oordeel van lederen bisschop in zijn diocese worden overgelaten te beslissen, naar gelang der omstandigheden, of het al dan niet mag worden veroorloofd de openbare scholen te bezoeken.
Dat zulk een standpunt niet bevorderlijk is om overal vrije scholen tegenover de overheidscholen te doen verrijzen, spreekt van zelf. De schoolwet van Kappeijne ten onzent zou bij de Roomsche toongevers in N.-Amerika wel voor geen ideaal, maar toch voor zeer Iwuikbaar gehouden worden, in geval zij haar kenden. In Nederland zijn zoowel Roomschen als Gereformeerden gelukkig er van overtuigd, dat zulk eene wet, indien men in de daarin gespannen strik valt, door op de neutrale openbare scholen vanwege de kerk godsdienstonderwijs te geven, de doodsteek is voor het vrije onderwijs.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 24 september 1893
De Heraut | 4 Pagina's