Generale Synode der Gereformeerde kerken in Nederland te Dordrecht.
Twaalfde Sessie. — Donderdag 14 September.
De behandeling van het concept van huishoudelijke bepalingen wordt heden voortgezet en geeft aanleiding tot de volgende besluiten: De wijzigingen, die tengevolge van de veranderde verhouding tusschen Kerk en Staat, in de Dordtsche Kerkenordening bij haar indiening aan de regeering noodig waren — officieel bekend te maken. In zake «oefenaars" niets nieuws te bepalen, maar de Classis hierin te laten beslissen. Predikanten uit buitenlandsche Gereformeerde Kerken, na overlegging van de noodige stukken, toe te laten op voldoend colloquium' aangaande leer en wetenschap; die uit het Nederlandsch Hervormd Kerkgenootschap op voldoend onderzoek aangaande hun kennis van de gereformeerde leer en Kerkregeering; uit Kerken van min'vaste formatie na bevredigend onderzoek naar hun roeping, wetenschapptlijke ontwikkeling en hun kennis van de Gereformeerde leer en Kerkregeering. — Den Kerkeraden ernstig te ontraden om leeraars die nog geen jair in dienst zijn te beroepen. Bij de approbatie van een beroep door de Classis deze ook rekening te doen houden met de vraag of de roepende Kerk in staat is den beroepen leeraar naar eisch van Gods Woord te onderhouden. Ongestudeerde personen wier »singuiiere gaven" voor den predikdienst aan de Provinciale Synode boven twijfel verheven blijkt; tot een praeparatoir en peremptoir-examen bij de Classis toe te laten, welke examina zich van de gewone zullen onderscheiden door het niet-onderzoeken in de oude talen. De Kerken te verzoeken een of meer collecten per jaar te houden voor hulpbehoevende Kerken, van welke collecten minstens I/4 in de algemeene kas vloeie en het overige strekke voor de hulpbehoevende kerken in de eigen classis. Dat de v-rzorging van cmeriti-predikanten, weduwen en weezen, niet is een zaak van barmhartigheid, 'maar van recht der betrokken personen en plicht der kerken; dat hiertoe het eerst geroepen zijn de plaatselijke Kerk in welke zij het laatst dienden, geholpen door die waarin zij vroeger dienden; dat het ontbrekende zal aangevuld uit de algemeene kas ad hoc, waarvoor minstens twee collecten per jaar zullen gehouden worden. Dat hooger beroep tegen een uitspraak van een kerkelijke vergadering vóór de eerste samenkomst der meerdere vergadering, waarop men zich beroept, moet geschieden met kennisgeving aan den scriba der vergadering, door wier besluit men zich bezwaard acht, en eindelijk, dat de kerk van Amsterdam met de bewaring van het kerkelijk archief zal worden belast.
Nadat Dr. Kuyper nog heeft geprotesteerd tegen het voorkomen in het concept dezer bepalingen van een aanbeveling »tot ernstige lezing en bestudeering" van zijn Tractaat van den Sabbath, wijl hij daarin een gevaarlijk precedent ziet en professor Rutgers namens de vergadering dank heeft gebracht aan den rapporteur Ds. Feringa, voor zijn moeilijken arbeid en noeste vlijt in de bewerking van genoemd concept \an huishoudelijke bepalingen betoond, — worden in behandeling genomen: twee vragen van de Provinciale Synode van Zeeland in zake doopleden, die zich misgaan of ook die nog niet tot het doen van belijdenis zijn gekomen. Een daartoe te benoemen commissie zal een volgende Synode dienen van advies.
Een instructie voor de Deputaten ter onderhandeling met nog niet aangesloten Kerkformaties (Kerken van wijlen Ds. Ledeboer en svrije Kerken") wordt goedgekeurd. Deze instructie luidt aldus:
ART. I.
Aan Deputaten, ten getale van drie, door de Generale Synode aan te wijzen, wordt opgedragen de aansluiting aan het kerkverband te zoeken met kerken of kerkengroepen, die t wel de belijdenis en de Kerkenordening der Gereformeerde kerken aanvaard hebben, doch nog niet met de Gereformeerden in hetzelfde kerkverband vcreenigd zijn.
ART. 2.
Zij onderzoeken, waar dergelijke kerkformaties worden gevonden en trachten deze van de noodzakelijkheid en het gewicht der eenheid van de Gereformeerde Kerken te overtuigen.
ART. 3.
Zijn Deputaten met zulke kerken of kerkengroepen in onderhandelingen getreden, die hoop op goeden uitslag opleveren, dan geven zij
hiervan kennis aan de Classe, en handelen voorts in overleg met haar.
ART. 4.
Voor de Bedienaren des Woords in die kerken wordt gehandeld overeenkomstig het Synodaal besluit in de huishoudelijke bepalingen. Andere bepalingen {dan voor elk geval op zichzelve) kunnen door de particuliere Synoden op voordracht van Deputaten worden vastgesteld. De ouderlingen en diakenen worden als zoodanig erkend, behoudens de vrijheid, bij eventueels ineensmelting, met een reeds bestaande kerkformatie, om voor het vervolg nadere bepalingen te maken.
ART. 5.
Achten Deputaten dit wenschelijk^^^ji^ijiiebben zij de bevoegdheid de vertegenwoordigers van zulke groepen in den lande, in eene vergadering samen te roepen, om, zoo mogelijk, tot meer algemeene onderhandelingen te komen.
ART. 6.
Deputaten geven van hunne verrichtingen verslag aan de eerstvolgende Generale Synode.
Op advies van Prof. Lindeboom wordt besloten Deputaten te benoemen tot hereeniging met de «Christelijke Gereformeerden." Dr. Kuyper zal hiervoor een instructie ontwerpen. Nog dient hier melding gemaakt van een incident op het einde dezer zitting.
Toen toch in de 3e zitting op Donderdag 31 Augustus de buitenlandschc afgevaardigden aan het woord waren om de groeten hunner kerken over te brengen, had Ds. J. H. Vos van de Holland Christian Reformed Church tegen de Reformed Church in America, wier Deputaten Dr. Steffens en Ds. R. H. Joldersma mede tegenwoordig waren, de beschuldiging geuit: »dat Arminius zich bij hen kan tehuis gevoelen", en in de volgende zittingen was in den loop der discussies door een enkel spreker hierop gezinspeeld. Ook in deze zitting gebeurde dit, en toen nam Dr. A. Kuyper het woord om, waar hij op deze zwaarste van alle beschuldigingen die tegen een Gereformeerde Kerk kan worden ingebracht wees, te verklaren, da.t noch hij, noch zijn medeleden zulk een beschuldiging ooit zonder bewijs als waarheid zouden aannemen. Dat zeker de waarheid boven alles gaat en dat, mocht eenige kerk, met welke wij in correspondentie staan, blijken het Arminianisme ongestraft te dulden, met haar geen verdere correspondentie door onze kerken zou kunnen worden gehouden. Juist daarom mocht zoo zware beschuldiging hier niet losweg uitgesproken, en hij noemde het dan ook op zijn zachtst incorrect dat, waar twee door ons als Gereformeerd erkende Kerken hier tegenwoordig waren in haar delegaten, de ééne de andere op zulk een wijs kwam aanklagen, zonder zweem zelfs van bewijs. Juist nu waar de beide delegaten der Reformed Church kieschheidshalve ons het onverkwikkelijk schouwspel bespaard hadden van een strijd in een Synodale vergadering, waar zij als gasten vertoefden, acht hij het tegenover zulk een incorrectheid, als werd begaan, eisch van beleefdheid en Christelijke liefde, in de ofificieele acta de bedoelde beschuldiging van Ds. Vos niet op te nemen. Dit werd met acclamatie besloten. m
Hierop verkreeg nog Rev. Joldersma van de Reformed Church in America het woord om te verklaren, dat hij persoonlijk van de bedoelde woorden, hoe pijnlijk zij ook troffen, geen notitie heeft genomen. Uit zgn zivijgen, door Dr. Kuyper zoo juist geïnterpreteerd, moest echter niemand opmaken, dat hij ook maar eenigzins de gegrondheid der beschuldiging erkende. Hij verstond toch zija taak di'is, dat hij gekomen was om de groeten zijner Kerk over te brengen, en van haar arbeid te verhalen, niet om ongemotiveerde beschuldigingen hier te weerleggen, noch van andere Kerken melding te maken; beschuldigingen die hij overigens liever met »silent contempt" voorbij ging. Düs zijn zwijgen verklarend, dankt hij Dr. Kuyper voor zijn opmerking en de Synode voor haar besluit.
Nadat ten laatste in deze zitting Ds. Gispen nog herbenoemd was tot redacteur van he Kerkblad, vergaderde de Synode des avonds in comité-generaal.
Dertiende Sessie. — Vrijdag 15 September.
Ds. De Haas brengt rapport uit namens de commissie tot het nazien van de rekening der Zendingdeputaten. In 1893 bedroegen de ontvangsten ƒ 24, 105.58 en de uitgaven ƒ 22, 088.67. Op advies der commissie wordt de rekening goedgekeurd en aan Deputaten decharge verleend.
Ds. Nederhoed rapporteert aangaande de kas voor de uitbreiding der Theologische School. Sedert de Synode te Leeuwarden bedroegen de inkomsten der school f 62, 848.65, de uitgaven ƒ 59, 371-161/2-Ook deze rekemng wordt goedgekeurd.
Inzake de Godsdienstonderwijzers neemt de Synode het volgende besluit: De Synode, overwegende dat de Catechiseermeesters, die ten gevolge der actie van i88ó geheel of bijna geheel hun inkomen verloren hebben en die niet van elders in hun onderhoud voorzien kunnen, door de kerken zooveel mogelijk moeten geholpen worden,
besluit, de kas voor hulpbehoevende Kerken hiervoor aan te wijzen, voor zooveel deze kas ook tot zulke hulp zal in staat zgn, en met dien verstande, dat niet meer dan ƒ iooo per jaar van hare inkomsten hier voor worde aangewezen, en Deputaten hiertoe te benoemen tot de eerstvolgende Generale Synode, met mandaat:
a. aanvragen voor zulke hulp in ontvangst te nemen en te beoordeelen ; b. zich met de Deputaten der kas voor hulpbehoevende Kerken in betrekking te stellen, tot regeling van den steun uit die kas, en deze bijdrage, evenals ook andere eventueele giften te ontvangen en te administreeren; en zooveel mogelijk te zorgen, dat de arbeid van bovenbedoelde catechiseermeesters aan de Kerken ten goede komen.
Volgens het gisteren genomen besluit om hereeniging te vinden met de «Christelijke Gereformeerden", worden Prof. De Cock, Ds. Littooy en de ouderling Vetten, benoemd als Deputaten der Gereformeerde Kerken, met niandaat, »om pogingen aan te wenden, ten einde die broeders en zusters, die ter oorzake van bezwaren, die bij hen tegen de in 1892 tot stand gekomen vereeniging gerezen zijn, zich aan onze kerkelijke saamleving onttrokken hebben, tot ons terug te voeren en verdere uittreding te voorkomen."
Besloten wordt, dat een volgende Synode te Middelburg zal saamkomen.
Tot Deputaten om een volgende Synode te dienen met een concept-regeling voor de opleiding van de Dienaren des Woords in de Gereformeerde Kerken worden gekozen Prof. Lindeboom, Ds. Bos, Ds. Littooy, Ds. VanAndel,
Dr. Franssen, Ds. Hessels en Ds. Fernhout, bij welke verkiezing Prof. Bavinck bedankte en andere heeren verzochten niet verder in aanmerking te komen.
Het overige van deze morgenzitting wordt gebruikt voor de verkiezing van de verschillende andere Deputaten.
Voor correspondentie met de Buitenlandschc Kerken: Prof. Lindeboom, de Ouderling Schippers, Ds. B. van Schelven.
Voor correspondentie met de Hooge O verheid: Prof. Jhr. Mr. De Savornin Lohman, Prof. Noordtzy, Zending-director Donner.
Voor het diakonaal rapport: Prof. Lindeboom, Ds. Hoekstra, Ds. Sikkel. Voor het verband tusschen Faculteit en School: Ds. Klaarhamer, Dr. Wagenaar, Ds. Van Andel.
Voor de Zending onder de Joden : Ds. Kropfeld. Ds. Van Andel, Ds. Meerburg, Ds. Notten en de Ouderfing De Geus.
Voor den biddag; De Classis van 's Hage. Voor de hereeniging met de «Christelijke Gereformeerden: Ds. Littooy, Prof. De Cock, de Ouderling Vetten.
Voor het rapport in zake doopleden: Prof. Dr. Eutgers en Prof. Dr. Bavinck.
Als secundus en tertius van den redacteur van het Kerkblad: Prof. Dr. Kuyper en Prof. Lindeboom.
Eindelijk worden in deze zitting nog benoemd 10 Deputaten om met curatoren en docenten voorziening te maken bij een eventueele vacature aan de Kamper School:
Voor Groningen: Ds. Nederhoed, secundus Ds. Scholten.
» Friesland: Ds. Ploos v. Amstel, secundus Ds. Hesterhuis.
» Drente: Ds. Donner, secundus Ds. Noordewier.
» Overijsel: Ds. Hessels, secundus. Ds. Elsinga.
Gelderland: Dr. Franssen, secundus Dr. Wagenaar.
»Utrecht: Dr. Kuyper, secundus Ds. Altink.
N.-Holland : Ds. Van Schelven, secundus Ds. v. d. Sluys.
Z.-Holland : Ds. Biesterveld, secundus Ds. Sikkel.
Zeeland: Ds. Bouman, secundus de Ouderling De Jonge.
N.-Brabant: Ds. Feringa, secundus Ds. Mulder.
Gedurende de pauze brengen de leden der Synode op uitnoodiging van den heer Stads-Archivaris van Dordrecht, Mr. J. C. O ver voorde, gericht_ aan Dr. Kuyper, een bezoek aan het Stadhuis, waar zij, op de archiefkamer, in de gelegenheid worden gesteld vele afbeeldingen, portretten en penningen, betrekking hebbende op de in 1618 en i6r9 gehouden Synode te Dordrecht, te bezichtigen.
Het Dordsche archief, in dit opzicht niet overrijk, biedt vooral veel waaruit de anti-Calvinistische geest spreekt. Na de pauze vergadert de Synode in comitégeneraal.
Laatste Sessie. — Vrijdag 15 September.
Des Avonds.
Na voorafgaand comité-generaal wordt de publieke zitting om 9 uur geopend. Een talrijke schare van belangstellenden vult het kerkgebouw en nadat uit Psalm 116 het: «74: zal met vreugd in 't huis des Heeren gaan" is gezongen, zet de Synode hare werkzaamheden voort.
Allereerst worden eenige zaken van tucht en geschillen afgedaan. Vervolgens wordt besloten een schrijven van dankzegging en betuiging van "belangstelling te richten tot het anti-Prostitutie-congres dat den 22en September te 's Hage staat gehouden te worden, in antwoord op een ontvangen invitatie. Als Deputaten inzake de Catecliiseermeesters (zie morgenzitting Vrijdag 15 September) worden benoemd Dr. Rutgers, Ds. Van Veelo en de ouderling Grosheide. De afvaardiging naar de Synoden der Buitenlandschc Kerken wordt opgedragen t aan de Deputaten voor de Correspondentie met die Kerken.
Dan worden een aantal besluiten, in comitégeneraal genomen, goedgekeurd o. a.:1. De Generale Synode van de Gereformeerde Kerken in Nederland, zitting houdende te Dordrecht op Vrijdag den i5en September 1893, verklaart met de eenparige adviezen der adviseerende en de eenparige stemmen der stemhebbende afgevaardigden, dat noch de plaatselijke Gereformeerde Kerken, noch de gezamenlijke Gereformeerde Kerken aanvrage kunnen of mogen doen, om volgens de wet van 25 April 1855 {Stsbl. No. 32) als Vereeniging erkend te worden, naardien zij door zoodanig eene aanvrage in strijd zouden handelen met Gods Woord en diensvolgens met hare aangenomen Belijdenis en Kerkenordening. 2. De Generale Synode van de Gereformeerde Kerken in Nederland, zitting houdende te Dordrecht, verklaart, dat de kerkeraden geen machtiging van meerdere vergaderingen noodig hebben tot het verrichten van burgerlijke .handelingen, zooals het aangaan van geldleeniugen, hypothecaire verbintenissen, afschriiving van kapitalen op de Grootboeken der Nationale Schuld, enz , maar daartoe, als vertegenwoordigende de plaatselijke kerk, de volle bevoegdheid hebben.
t 3. De Synode spreekt de wenschelijkheid uit, dat de, Christelijke scholen zich laten erkennen als Vereeniging volgens de wet van 1855, op grond van de overweging, dat de scholen moeten uitgaan van de ouders.
Eindelijk de sluiting.
Nadat uit Ps. 89 het »Gij toch, Gij zijt hun roem., de kracht van hunne kraclit; is gezongen, neemt de praeses Van Andel het woord en zegt het volgende:
«Het oogenblik van scheiding is daar. Zullen wij elkander wederzien ? Wederzien over drie jaren ? God weet het. Toch mogen wij heden niet van elkander gaan zonder, overeenkomstig ODze kerkenordening te hebben betuigd, dat wij tegen niemand iets in ons hart koesteren dan toegenegenheid. Wat mij betreft, ik doe dat door op te staan van mijn zitplaats en verzoek u als blijk van zulk een gezindheid tegenover uw medeleden, mij hierin te volgen."
Nadat dtis is geschied gaat de praeses voort: «Een woord dus van afscheid, kort om den tijd die dringt. Allereerst van dank aan God. Bij onze discussies waren wij het wel niet altijd eens, maar wij waren en bleven altijd eén» Dat zal hier op aarde wel zoo blijven, en eens zullen wij het eerst zijn bij den troon van het Lam. Doch één zijn wij reeds hier, in Gods raad van eeuwigheid, door persoonlijke wedergeboorte, door kerkelijke openbaring. Hoe zou de wereld vreugde hebben bedreven, indien die laatste eenheid hier ware verbroken. Wat een juichtoon zou er zijn opgegaan in het land
van den Filistijn. De Heere heeft dit verhoed. Hem daarvoor den dank. En al zijn wg het dan ook nu nog niet in alles eens, wij worden het al meer en meer naar mate de liefde in onze harten en in onze Kerken rijker gebracht wordt door den Heiligen Geest."
«Dan mijn dank aan heeren adviseurs. Bij onze discussies stonden katheder en kerk niet tegenover elkander, daar was samenwerking, daar was inschikkelijkheid, daar was een dienen met glasheldere adviezen."
Vervolgens brengt spreker dank aan de rapporteurs voor hun zaakrijke Jrapporten; aan assessor en scriba, aan de verslaggevers der pers, aan de commissie voor de huishoudelijke zaken, aan gastheeren en gastvrouwen.
Op zijn beurt ontvangt de praeses bij monde van den assessor Ds. B. v. Schelven, den dank der vergadering. «Ik wil hierbij opklimmen van het lagere tot het hoogere; van mijn persoonlijke gezindheid tot die der vergadering. De ernst waarmee gij uw taak hebt vervuld heeft mij de mijne zeer licht gemaakt. Misschien had deze Synode grooter dingen kunnen doen, dan zij gedaan heeft. Doch, laat ons dankbaar zijn. Ook voor uw persoonlijke herinnering zullen de dagen hier in Dordrecht doorgebracht gezegend zijn. Met kommer en vrees toch zijt ook gij hier gekomen, en de Heere heeft dit alles beschaamd. Wat wij bij dit alles vooral hebben ondervonden, was de innerlijke werking van den Koning der Kerk in de harten der Zijnen. Hij doe de zichtbare eenheid der Zijnen al meer voor de wereld uitschifteren.
Verder neemt Prof. Lindeboom nog het woord, om namens adviseiu: s en professoren den wensch uit te spreken, dat ook deze onze arbeid moge strekken tot bevestiging van de eenheid der Kerken en dat, waar Ds. Van Andel door zijn vertrek uit Friesland, in een andere verhouding zal komen te staan tot de school — hij harer, zij het ook dan niet meer als Curator, zal blijven gedenken.
Eindelijk spreekt Rev. R. H. Joldersma van de Ref. Church in Amerika:
«Na een bezoek in een familie is men, bij niet al te sympathieke kennismaking, gewoon met een beleefde buiging te vertrekken. Bij een kennismaking als hier, vertrek ik niet met een koel beleefde buiging, maar met een innig, hartelijk woord van dank voor al wat ik bij en door u heb mogen genieten. Ik kwam als vreemdeling, ik ga als één der uwen. Dank voor uw broederlijk onthaal. Ik ga heen rijker aan kennis, rijker aan liefde. Ik ga heen met mijn beste wenschen voor u." Na het zingen van: 't Rechtvaardig volk zal welig groeien^
Daar twist en wrok en het: verdwijnt,
Zijn naam moet eeuwig eer ontvangen, uit Psalm 72,
wordt de Generale Synode der Gerefomeerde Kerken in Nederland, om 11 uur des avonds, gesloten met gebed.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 24 september 1893
De Heraut | 4 Pagina's