Buitenland.
Franlidjk. De officieuse te la Roebelle. Synode
Het is onzen lezers bekend, dat de Gereformeerden in Frankri_[k zich sedert een tiental jaren vereenigd hebben in eene officieuse synodale organisatie, daar het houden van eene officieele synode hen door de overheid geweigerd bleef. De synode van die kerken en z. g. evangehsche minderheden had dit jaar te ia Roebelle plaats, eene stad zoozeer bekend in de geschiedenis van het Fransche Protestantisme, eene stad die langen tijd het bolwerk was der Hugenooten.
De Protestantscbe bevolking, die in 1806 515.556 zielen was, is thans 650.000 zielen. In de laatste drie jaren stierven 17.244 Gerefor.meerden en werden er 14.893 kinderen gedoopt. Men ging dus 2351 zielen achteruit, üe heer Bersier zeide eens, »dat men elk jaar de bevolking van eene kerk verloor." De verzuchting, dat, wanneer het zoo doorgaat, onderscheidene kerken na 25 jaren slechts onbeduidende aanhangsels van eene naburige kerk zullen zijn, is daarom niet van grond ontbloot, üe oorzaak van de achteruitgang zoekt men in de vele gemengde huwelijken. Eu de gemengde huwelijken hebben hun oorzaak in de lauwheid van vele Gereformeerden, tegen welke krankheid de verwaterde leer van bijna alle predikanten natuurlijk geen correctief is.
Tot onze bevreemding werd er op de Synode niet een enkel woord gesproken over de nieuwe school. Wel is er zeer warm gedebatteerd over de Liturgie der Synodale kerken.
In plaats van zich te houden aan de oude Liturgie der Gereformeerde kerken in Frankrijk in deze, zoo dit gebiedend noodzakelijk was, in overeenstemming met de belijdenis der Gereformeerde kerken te wijzigen, in den wettigen weg, had de voorgaande Synode te Vigan zoodanige ingrijpende veranderingen in de gebruikelijke Liturgie aangebracht, dat er velen door ontrust werden. Een verzoekschrift van 127 predikanten kwam bij de Synode in, om toch zeer voorzichtig te zijn in het stuk , van de Liturgie. Het ontwerp van de commissie inzake de Liturgie was te laat in druk verschenen en in te weinig exemplaren verspreid. Daarbij was volgens het oordeel van de 127. onderteekenaars van het verzoek schrift, de Liturgie die door de Synode van Vigan was aangenomen, niet in den geest der kerken gevallen; de veranderingen in de schoone belijdenis van zonden waren betreurd; bovendien was men er weinig door gesticht, daar het verplaatsen van de voorlezing van de 12 artikelen van het algemeen ongetwijfeld Christelijk geloof, naar het midden van de Godsdienstoefeningen in plaats van in den aanvang; dit was oorzaak dat velen de nieuwe Liturgie niet konden gebruiken.
Na vele discussiea nam de Synode eindelijk de volgende motie aan: De Synode bepaalt de Liturgische orde vast te houden, die te Vigan is aangenomen, met toevoeging van eenige bijbelplaatsen na de belijdenis van zonde, om daarmede de vergiffenis aan boetvaardige zondaars te kennen te geven.
Du'tSChland. Het geval van den proponent Von Wachter. In Wurtemberg heeft het consistorium van de landskerk moeten optreden tegen den sociaaldemocratischen proponent Von Wachter. Als proponent had v. W. eenigen tijd sverlof' genomen, en verklaard dat hij zich alleen dan
beroepbaar stelde, wanneer de onderteekeningsformule zou gewijzigd zijn, gelijk de candidaat Schrempf dit verleden jaar had gewenscht.
Daarin wilde het kerkbestuur niet treden.; '• '^V. was dus niet meer beroepbaar. Totdezti regel zou het consistorium wellicht niet gekomen zijn, indien Von Wachter zich niet door sociaal-democraten had laten vinden om hun candidaat voor den Rijksdag te zijn. Bij zijne voordrachten, om zich als candidaat te presenteeren, die hij op onderscheidene plaatsen hield, verklaarde hij telkens, dat hij krachtens zijn radicaal als proponent elk oogenblik predikant kon worden, al had hij zich ook als lid der sociaal-democratische partij laten inschrijven.
Deze verklaring schijnt den doorslag gegeven te hebben tot het schrappen van den naam van Von Wachter op de lijst van proponenten van de Wurtembergsche landskerk.
Nu is er een Luthersch predikant in den persoon van Eduard Schall opgestaan, die beweert een goed Lutheraan te zijn, en toch betoogt dat men zeer wel Luthersch en Sociaaldemocraat te gelijk zijn kan. Hij wil iemands staatkundig en maatschappelijk standpunt geheel afscheiden van de kerkelijke positie die men inneemt. Pastor Schall is van oordeel, dat een predikant zijn politiek en sociaal standpunt daar moet innemen, waar hij dat naar plicht en geweten meent te moeten doen, en dat dit door geen enkele kerkenordening verboden wordt. De Staat erkent de sociaal-democratische partij als eene pattij, een kerkbestuur moet niet boven den Staat uit willen gaan. Op deze wijze gaat de heer Schall voort. Wellicht is zijn betoog te verklaren uit zijn vijfjarig verblijf in Amerika. Maar wanneer men hem de vraag voorlegde: of dan het aanhangen van de sociaal-democratie niet voortvloeit uit het belijden van een beginsel en of dat beleden beginsel ook in overeenstemming te brengen is met de Luthersche leer, dan meenen wij dat pastor Schall hierop moeilijk een bevredigend antwoord zou kunnen geven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 12 november 1893
De Heraut | 4 Pagina's