Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Voor Kinderen.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Voor Kinderen.

5 minuten leestijd

DE TWEE BROEDERS.

II.

Doch wat de oude graaf gehoopt had, geschiedde niet. Zijne zoons bleven den verkeerden weg bewandelen en hun vader kon er wel veel van zeggen, maar hen wijzen op den ecnigen goeden weg kon hij niet, omdat hij dien zelf niet wist. «Waarmede zal de jongeling zijn pad zuiver houden? " zegt de Schrift: »als hij dat houdt naar uw Woord." Doch van dat Woord was graaf van Dalheim zelf geen vriend. Daarom wees hij er ook zijn zoons niet op.

Doch toen zij het eindelijk te erg maakten, overal schuld hadden en iedereen er schande van sprak, besloot de vader door te tasten. Hij ontzegde aan Karel en Frederik, die nu mannen waren geworden, zijn huis en vertelde hun tevens kort en goed dat hij, ook wijl zij nu op eigen beenen konden staan, geen hunner schulden meer betalen zou. Zoo deed hij dan ook en zend al de schuldeischers voortaan weg.

»'tls alles uw schuld', , sprak Frederik tot Karel, toen zij den volgenden dag, nadat vader met hen gesproken had, toornig en zonder afscheid te nemen het kasteel verlieten; »gij zijt de oudste en had moeten zorgen, dat het niet zoover kwatn."

»Alsof u dat leventje niet leek'', sprak Karel, „wij hebben allebei evenveel schuld als men 't zoo wil noemen. Maar wat hebben wij eigenlijk gedaan? Vaders geld en goed krijgen we mettertijd toch. Is het dan zonde dat wij er nu al wat van gebruiken? Wij zijn rijk genoeg om zoo weinig te doen als wij maar verkiezen."

2> 0p het oogenbhk althans niet", hernam Frederik nijdig, »en er kan nog heel wat tijd verloopen eer vader sterft en wij alles erven. Daar had gij |om moeten denken, gij die er altijd zoo op pocht dat gij de oudste zijt." sHoe korter het duurt hoe beter", zei Karel, »en wat dat pochen betreft, gij zegt altijd dat ge knapper zijt dan ik. Dat hadt ge dan nu eens moeten toonen."

Ge ziet wel vrienden, dat de broeders, ook door de harde les die zij pas ontvangen hadden, nog niet veel geleerd hadden, en zelfs zoo goddeloos waren, naar huns vaders dood te verlangen, om maar zijn geld te krijgen. In plaats van in te zien hoe groot kwaad zij deden, verhardden ze hun hart en raakten daarbij in hevigen twist met elkander, wijl de een de schuld op den ander wierp. Ten slotte kregen zij ztilke hooge woorden, dat het haast tot vechten kwam, en 't eind van de zaak was, dat elk zijns weegs ging, zonder zich om den ander te bekommeren.

Een lijd verliep en de oude graaf hoorde niets meer van zijn zonen, zoomin als zij van hem. Het was nu op het kasteel zeer stil en eenzaam geworden. Daarom besloot de oude graaf het te verlaten en althans voor een tijd een huis in de stad te betrekken. Daar was het gezelliger en kon hij meer omgang met menschen hebben.

Hij huurde een huis en ging naar de stad om 't een en ander te bestellen, dat hg in de nieuwe woning zou noodig hebben. Zoo trad hij ook een winkel binnen, waar uurwerken werden verkocht, om daar een klok te bestellen. Terwijl hij even wachtte, viel zijn oog op een papier, dat op de toonbank lag. Met verrassing las hij op het blad zijn eigen naam.

»Kent gij mij? " vroeg hij den winkelier, toen deze verscheen.

»Neen mijnheer", was het antwoord, »ik weet niet u ooit gezien te hebben."

»En toch staat mijn naam hier op dit papier", zei de graaf.

De man las het papier en sprak:

»0, dat is de rekening van een jonkheer, die hier een horloge heeft gekocht en een heel duur ook. Hij is zeker van uw familie."

De oude heer gaf daar geen antwoord op en vroeg alleen.

»Is het al betaald." »Neen" antwoordde de ander.

De graaf deed nu zijn bestelling en ging toen heen, terwijl hij in zich zelf sprak: Ik moet daar meer van weten. Gaan mijn zoons nu nog voort schulden te maken ? Ieder weet toch dat ik 't niet betaal, en zij hebben immers niets."

(Wordt vervolgd.)

EEN OUD LIED.

Ziet hoe de zoete westenwind, Als allereerst de Mei begint. Bekleedt onze aarde met veel bloemen, Doch als de wind uit 'moorden raast Verliezen zij haar schoonheid haast, En kunnen op geen glans meer roemen.

De zoete reuk is haast vergaan. Men ziet geen goud meer op de blaan, Geen bij en komt meer honig zuigen. De steel, die neergedrukt nu leit, Doet haar verlepte heerlijkheid En keurig hoofd ter aard nu buigen.

Zoo gaat het met de menschen ook, Al wat men ziet, en is maar rook Een ijdelheid der ijdelheden. Die nu gelukkig meent te z^n, Zal reeds den naasten zonneschijn Zijn hart met droefheid zien bestreden.

Vergeefs betrouwen wij op 't goud, Vergeefs te worden grijs en oud. Vergeefs op gunst van grootc heeren. Vergeefs betrouwen wij den t^d, Die onze brooze jaren slijt 't Kan alles, al te hcht, verkeeren.

Gelijk men alle dagen ziet Nu hier, dan daar het wankel riet Voor allerhande winden drijven. Zoo zijn des werelds zaken al. Het hoogst is dikwijls 't naast den val. 't Kan al in d'eigen stand niet blgven.

AAN VRAGERS.

Op de vraag van W. Z. G. of een minuut nog iets anders beteekent dan het 60c deel van een uur, kunnen we antwoorden dat dit woord nog vele andere gedeelten aanduidt, bv. het 60e van een graad; en in de bouwkunst enz. nog iets anders. Ookj^s een minuut een ontwerp of klad van een stuk, dat voor de wet geldt; zulk een minuut moet natuurlijk worden overgeschreven in het net.

CORRESPONDENTIE.

E. J. H. te Z. Er bestaat een boek over de Gilden door den heer T. Ter Gouw. Het is, meeneb we, thans alleen verkrijgbaar b^ den uitgever D. Bolle te Rotterdam.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 26 november 1893

De Heraut | 4 Pagina's

Voor Kinderen.

Bekijk de hele uitgave van zondag 26 november 1893

De Heraut | 4 Pagina's