Buitenland.
Daitschland. Afschaffing der biechtgelden door de Beiersche Synode. De vergadering van den Duitschen tak d er E vangel i sche Alliantie.
In het Koningrijk Beieren bestond bij de leden van de Evangelische landskerk nog steeds de gewoonte om den predikant, wanneer men ten Avondmaal ging, een »biechtgeld" aan te bieden.
Vele predikanten hadden die biechtgelden noodig als aanvulling voor hunne magere tractementen. Ook wanneer een kranke of stervende, op Luthersche manier en volgens de Luthersche leer omtrent de H. Sacramenten, begeert, dat een Evangeliedienaar aan zijn sponde komen zal om hem het H. Avondmaal uit te reiken, dan is hij daarvoor eene zekere som gelds schuldig Nu beseft een iegelijk, dal deze biechtgelden en belooningen voor „kranke communJonen" een misstand zijn in de kerk des Heeren, en dat ze de rechte dienaren des Woords tegen de borst moeten stuiten, al hebben ze die toeslag bij hunne bezoldiging ook hoog noodig. Op de jongste vergadering van de Algemeene Synode, der Beiersche landskerk werd besloten de biechtgelden enz. af te schaffen en daarvoor in de plaats een algemeene hoofdelijken omslag te stellen. Deze beslissing werd met twee derden der keurstemmen genomen. Toch is het te vreezen, dat alles in den eersten tijd wel bij het oude blijven zal, aangezien door het Synodaal besluit de afschaffing van genoemde ergernissen niet voor de gemeente bindend is verklaard, zoodat het aan deze staat, of zij den ouden toestand willen bestendigen of niet.
Men kan uit dit alles opnieuw zien, hoe de reformatie, die Luther in het leven riep, welke alleen alles afsneed wat niet direct met Gods Woord in strijd was, allerlei misbruiken in de keiken heeft laten bestaan, die na meer dan drie en een halve eeuw nog bezwaarlijk zijn af te schaffen. Calvijns optreden, die het kerkelijk leven van alles zuiverde, wat niet uit Gods Woord volgde, was daarom meer doortastend en meer principieel.
In de iAllgemeine Ev.Luth. Kirchen Zeitung" vonden wij een tamelijk heftig artikel tegen de Evangelische Alliantie. De schrijver houdt de drijvers van dit verbond voor heel wat gevaarlijker dan de mannen die openlijk de belijdenis der kerk aanvallen. Terwijl de openbare bestrijders hunne ware gedaante laten zien, »zoo heft het Alliantie-christendom de banier des kruises in het midden der kerk op en weet door Gebedsvergaderingen en' door den nadruk te leggen op hel kindschap Gods en op de ware gemeenschap in Christus, grooten invloed te verschaffen. Daar het echter alle onderscheid tusschen de verschillende belijdenissen opheft en geringschat, om »het ware christendom aan te kweeken", is het noodwendig een bevorderaar van den afval, die in onze dagen bedenkelijk grooter wordt".
x> Zij, die zich voor de Alliantie laten winnen, ontvangen niet eens datgene wat zij zoeken, de gemeenschap van ware kinderen Gods, maar verliezen voor dit hersenschim hunne liefde voor hunne kerk, de waardeering van hare met bloed bezegelde belijdenis en de gemeenschap met de groote vaderen. In plaats van een gezond, nuchter Evangelisch christendom krijgen zij een gevoelig zwelgen in „de gemeenschap der heiligen."
Wel weet de schrijver dat de Alliantie de beste bedoelingen heeft, en dat hare vrieriden de beschuldiging dat zij de verschillende belijdenisschriften der kerken op zij willen zetten, ver van zich werpen. Doch volgens het oordeel van den schrijver komt dit niet overeen met hetgeen op de vergadering van den Duitschen tak der Ev. Alliantie behandeld is, die den Ssten November j 1. te Berlijn gehouden werd.
De schrijver wijst om dit aan te toonen op de voordracht door Prof. baron v. d. Goliz in genoemde vergadering gehouden. Deze spreker beweerde dat de Alliantie beslist staat op den positieven grondslag, van de christelijke heilsleer, maar wij achten het moeilijk eene bevredigende formule voor de belijdenis te vinden. »De reformatie heeft de oude formuleering van de eerste vijf ecuwen eenvoudig overgenomen. Maar dit is tegenwoordig voor den zelfstandig denkende niet meer genoeg." De belijdenisschriften volgens eene aan de middeneeuwen ontleende spreekwijze-Met betrekking tot de 12 artikelen, gaf hij toe dat die „als een kleinood in onze godsdienstoefeningen vast te houden zijn. Maar om een grens te trekken tusschen hetgeen christelijk en niet christelijk is, zijn zij niet voldoende. Die 12 artikelen geven deels te veel, deels te weinig-Zij plaatsen hetgeen wezenlijk en niet wezenlijk is, zonder onderscheid te maken, naast elkander. Nieuwe pogingen om een geloofsbelijdenis te formulceren, werden niet door de kerk met instemming begroet, (fonden nicht den consensus ecclesiae) De historische ontwikkeling had bewezen dat formulen de band en de grenzen voor de gemeenschap der heiligen niet konden zijn. De Alliantie zocht daarom niet naar eene belijdenis, maar is ecnc poging om het wezenlijke van de christelijke heilswaarheden saam te vatten.
. Professor Sommatysch beweerde dat de| gemeenschap niet zoozeer bestaat in een gemeenschappelijks geformuleerde belijdenis, als wel in wederzijdsche belooning van liefde, ', terwijl pastor Paul betoogde, dat de bewustheid door Jezus' bloed gereinigd te zijn, de rechte gemeenschap, de rechte alliantie werkt.
Den tweeden dag waarop men samenkwam, scheen telkens de harmonie tusschen de 150 vergaderden verbroken. Pastor Paul klaagde over de geloofs-en belydenisdwang, die door de nieuwe agenda in het formulier voor den doop aan de menschen opgelegd werd; het ging toch niet aan, het geloof aan de wedergeboorte door den doop verplichtend te maken, daar toch vele geestelijken der landskerk dit niet meer aannamen. Pastor Baumann moest hem tegemoet voeren, dat dergelijke bezwaren in een Generale Synode of in eene kerkelijke vergadering thuis hoorden, maar in een veïgadering der Ev. AlUantie kon men ze niet brengen. Zoo ging het telkens, wanneer men in de discussie het kerkelijk leven aanroerde — of als men kwam op het terrein der beginselen, dan bleek de vergadering een tweedrachtig gezelschap te zijn.
Het komt ons voor, dat men te Berlijn sprak, gelgk er in Ritschliaansche kringen reeds lang gesproken is, of liever gelijk het kerkelijk liberalisme zich steeds heeft laten hoeren.
— Aanstaande dienaren des Woords op het Ritschliaansche doolpad. Een nieuw tijdschrift geschreven door Schrempf.
Het is geen geheim dat in Duitschland verreweg het grootste deel van de studenten in de Godgeleerdheid op de hand is van Prof. Harnack, die den strijd tegen de apostolische geloofsbelijdenis aanbond. Het is daarom niet te verwonderen dat het orgaan van de Theologische vereenigingen aan de verschillende universiteiten, zich in den geest van de Ritschli
aansche school uitlaat. In een opstel van zekeren student Aper van Weimar werd onlangs betoogd, dat een liberaal predikant beter de godsdienstige behoeften van de gemeente bevredigen kon, dan een rechtzinnig leeraar. Daarbij beweerde dezelfde dat men onderscheiden moest tusschen hetgeen de prediker op den kansel verkondigt en hetgeen dezelfde prediker voor zichzelven voor waarheid aanneemt. Dit is volgens Aper geen huichelarij, want de prediker handelt dan naar het woord van den Heere Jezus die sprak: > Ik heb u nog veel te zeggen, maar gij kunt dit thans niet dragen." Volgens dit woord zou men echter wel iets van de waarheid mogen verzwijgen, dat de gemeente nog niet zou kunnen verstaan, evenals men een pasgeboren kind vleesch onthoudt en melk geeft, maar zonderling of lievtr zondig is het wanneer m«n uit die woorden gaat afleiden, dat men van den kansel iets zou mogen verkondigen, om de gemeente te vriend te houden, waaraan men zelf niet gelooft. Men ziet hieruit dat de nieuwe school niet alleen op leerstellig gebied verwoestingen heeft aangericht, maar dat zijne aanhangers óók op moreel terrein de beginselen van waarheid en oprechtheid laten varen.
Een ander schrijver in het studentenblad, zekere Liëtz uit Jena, zegt dat hij tegen de bewijsgronden van Schrempf niets steckhoudends kan stellen, hij hoopt dat de door hem begonnen »goede" zaak eindigen mag »ten beste van de waarheid, en ten beste van den godsdienst, die geen menschenvrees kent."
Onze lezers zullen zich zeker wel herinneren dat de heer Schrempf om zijne bezwaren tegen de apostolische geloofsbelijdenis niet kon toegelaten worden tot candidaat tot den H. Dienst in Würtemberg. Sedert i". October geeft deze Schrempf een veertiendaag? < h tijdschrift uit, waarvan het proefnummer de volgende uitlating bevat: sDe schrijver, die Kantiaansche twijfelzucht tegenover alle bijzondere openbaring, met de oprechtheid van een Kieikegaard ver eenigt, verstaat onder de waaiiicid, die hij dienen wil, slechts het subjectieve streven naar geheele oprechtheid in denken, spreken en handelen, en daar hij, door den geest en de resultaten van de moderne wereldbeschouwing aangegrepen, tegenover onze zedelijke en godsdienstige ordeningen en ons geloof aan de heilsdaden, als twijfelaar staat, meent hij het aan de innerlijke waarachtigheid schuldig te zgn, zich tegenover de oude ordeningen, onafhankelijk en zelfstandig te plaatsen. Tot zulk een oprechtheid, namelijk tot den moed om voor de moderne wereldbeschouwing op te komen, zou hij door bespreking van afwijkende beschouwingen en van zedelijke en godsdienstige vraagstukken van dezen tijd ook anderen willen brengen. Hij hoopt dat »de ware mensch" zich met den tijd ook „ware verhoudingen" scheppen zal. Hij wil ook, omdat in alle tijden dezelfde vraagstukken aan de orde geweest zijn, de personen van Chiistus, Augustinus en Ritschl bespreken. Omtrent den Chiistus zegt hij: »Jezus was de waarheid zelf, ja God"; maar verder beweert hij: »laten wij als menschen voor den God Christus niet eene vereering voorwenden, die wij als menschen niet kunnen hebben, danken wij God, dat wij van Jezus »de waarheid", niet te veeJ zekers weten, dat de overlevering geen vastigheid biedt, dat de uitlegging zijner woorden vaak onzeker is, dat men zelfs aannemen mag, dat hij ook door den schijn bedrogen werd; dan kunnen wij hopen, dat wij stervend van lieverlede tot de waarheid naderen mogen."
Wg houden het er voor dat deze Schrempf spoedig zijn kruid zal verschoten hebben. Was zgn tijdschrift het eerste dat het Ritschliaansche standpunt vertegenwoordigt, het zou wellicht een zekeren opgang maken, doch men heeft reeds de »Christliche Welt" dat eigenlijk hetzelfde standpunt inneemt. Toch is het betreurenswaardig dat aanstaande dienaren des Woords openlijk sympathie betoonen voor een man als Schrempf. Jammer is het dat de candidaten tot de H. Dienst, niet als Schrempf doen en zich, vóór dat zij in dienst treden, zich zóó onomwonden uitspreken, dat het kerkbestuur ze voor niet beroepbaar verklaren kan. De sChristliche Welt" betreurt het wel dat jeugdige menschen, die zich voor het predikambt voorbereiden, zich zoo uitlaten, maar dit orgaan voegt er aan toe, dat deze jeugdige buitensporigheden gevaarlijker zijn voor de schrgvers als voor de lezers. Overigens is de »Christliche Welt" van oordeel dat, wanneer er maar »recht ernst" gevonden wordt, zeer liberale theologische overtuigingen tot zegen kunnen zijn. De schrijvers schijnen niet te begrijpen, dat als men rechte ernst bezit, men geen ambt zal aanvaarden, waarin men niet geroepen wordt om het geloof der kerk te bestrijden, maar om het te verkondigen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 10 december 1893
De Heraut | 4 Pagina's