Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Uit de Pers.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de Pers.

8 minuten leestijd

Het woord van inleiding, waarmede de Zuidholl. Kerkbode ditmaal zijn jaargang opent, is én om wat er in staat over onzen geachten mederedacteur Ds. Winckel, én om de wijze waarop het de redactie van de Wekker karakteriseert, ook voor onze lezers te belangrijk om het hun te onthouden.

Over Ds. Winckel, die de oprichter van de Zuidholl. Kerkbode was, en nu naar Zetten trok, laat Ds. Sikkel zich in dezer voege uit:

Elk nieuwjaar is een mijlpaal, ook op den weg van het kerkelijk leven. En daarom ook voor ons blad en zijn redactie.

Bij dit nieuwjaar is dit echter bijzonder het geval.

Onze lezers en lezeressen namen reeds, gelijk wij, met belangstelling kennis van Ds. Winckel's vertrek uit Oudewater naar Zetten, en zij hebben daarmee iets van den mijlpaal gevoeld. Ze wierpen onwillekeurig een blik achterwaarts en een blik voorwaarts, en zij stonden even met ons stil.

Zij richtten hun blik naar Oudcvater. Oudewater, dat met Leiderdorp en Rotterdam in 1886/87 het eerst den strijd in Zuid-Holland aanbond, en dat daardoor blijk gaf, Arminius, die binnen hare wallen geboren werd, in het oog te houden en te weerstaan, ook in het laatst der 19e eeuw^

In dat Oudewater, met die gemeente, en aan hare spits streed Ds. Winckel, haar kundige, trouwe leeraar. En hij bleef bij die kudde al die jaren. Van haar uit ging zijn arbeid in de classe Gouda, Leiden en Den Haag en straks door de Zuidholl. Kerkbode heel de provincie door.

Wat heeft de kerk van Oudewater, wat heeft onze provincie, wat heeft ons blad voor dezen leeraar en zijn arbeid te danken !

Ons blad.

Hij richtte het op. Hij bracht het op gang. Hij gaf er zijn beste krachten voor. Wat genoten we steeds van zijn '^kerkelijke wereld» en zijn «gcloofs belijdenis.x Hebbe hij er bij dezen den hartelijken dank voor van al de lezers van ons weekblad.

En.... hg kon, wat niet elkeen kan, ... hij kon ja»«'«werken. Het was schrijver dezes dan ook steeds een lust, met Ds. W. te mogen samenwerken. Onze lezers, — we weten het, — hebben zich in die samenwerking verheugd. Én ons blad, — het mag wel gezegd, — is er door tot kracht en bloei gekomen. Al bleef het tot heden een leven \njina71cii'ele zorgen, die zorgen, die ons 't meest verdrieten, werden door zoo hartelijke samenwerking verlicht, en droegen bij tot sterking van den band, die ons aan elkander bond.

Toen de vereeniging der kerken tot stand kwam, die ons beider liefde had, hoe hebben we ons verblijd, nu in nog ruimer kring te mogen arbeiden en zoo ook de financieele schuld van ons blad straks te zien wegvallen, zoodat ons blad dan eindelijk gez'estigd was. Toen hebben we ook de teleurslelling samen gedragen. Arbeiden wilden wc aan den welstand en eenheid der gereformeerde kerken op den grondslag der belijdenis zonder eenig nevendoel dan om die kerken te helpen en zoo ook het vaderland ten zegen te zijn; — doch de kring onzer lezers werd niet veel grooter. Zoo weinigen deden er wat voor, om ons blad bij degenen, voor wie wij onbekenden waren, hekend te maken en aan te bevelen.

Toen hielden we samen toch aan het geloof en de hoop en de liefde vast. Zuid-Holland's gereformeerde kerken zullen ons blad eenmaal van harte aannemen en de vrucht van onzen arbeid zal niet achterblijven. Reeds lezen velen in den lande ons blad, waar soms in de provincie of in eigen woonplaats een broeder, ja een ambtsdrager, de kosten en moeite • er niet voor over heeft, om te lezen, wat wij, vaak tusschen velerlei drukte in, of in den - nacht, met veel zorg en liefde schrijven.

We bleven samen. En we hadden altijd goeden moed.

Thans ging Ds. Winckel heen. Oudewater mist hem. Zuid-Holland moet hem ook missen. Al leeft hij hier nog met zijn hart, — zijn hand en hoofd zijn ginds.

We gevoelen het goed. We moesten reeds zoovelen missen!

Trooste de Heere Oudewater. Geve Hij aan die kerk een waardig opvolger van Ds. W. En zegene Hij wat Ds. W^ in ons blad getuigde.

Aan Zetten is Ds. W. gegund. Een schoone, maar gewichtige werkkring! Zegene de Heere onzen broeder daar. En zegene Hij met en in en door hem het Zettensch gymnasium.

Gelukkig heeft Ds. W's liefde roor onze provincie en ons blad kracht genoeg, om, terwijl hij zoo omvangrijke taak te Z. opneemt, toch ook nog voor ons te willen blijven werken, en, indien eenigszins mogelijk, voor ons blad en zijn redactie te blijven, wat wij gewoon waren in hem te bezitten.

Zelfs heeft hij ons eenige meditaties over het boek Ruth toegezegd, waar wc hartelijk om solliciteeren.

Stukken voor de redactie zende men echter voortaan aan Ds. Winckel niet meer; maar alleen aan schrijver deses, gelijk men in den kop van ons blad vermeld vindt.

En nu dan, we nemen den staf weer op. 't Kan wel heelemaal het oude niet zijn, want Zetten is Zuid-Holland niet, maar we hopen dan toch nog veelszins samen te blijven.

Samen ook met u, mijn lezer, en met steeds meerderen, om wier opbouwing het ons te doen is.

En ons vasthoudende, , als ziende den Onzienlijke. De Heere zij onze Banier. Onze hulpe in zijnen Naam.

Voor mededeelingen en corrc'spendentie blijven wij ons bij onze vele lezers en lezeressen, die ons zeer waard zijn in den Heere, hartelijk aanbevelen.

Bij dit hartelijk, waardeerend woord sluiten ook wij ons aan, en zeer hopen we, dat in Zettens gymnasium zoo schoone kracht niet . geheel onder zal gaan.

Over de Wekker schrijft de Zuidholl. Kerkbode in ditzelfde woord van inleiding in dezer voege:

Eén woord nog hierbij.

Men vraagt ons, om stukken te geven tegen de Wekker.

Daar kunnen we niet aan voldoen.

Elk weet, dat we een eerlijke bespreking met dit blad begeerd en gezocht hebben. Doch de uitkomst is bekend. En de wijze, waarop sinds in dat blad geschreven wordt, is zoo oneerlijk, zoo vleeschelijk, zoo beneden alle pijl, d.at er geen naam voor is. We kunnen er niets aan doen, dan het aan den Heere overgeven, hoewel alle eerlijkheidsgevoel in ons tegen zulk bedrijf in opstand komt. Ook weten we, dat vele zielen in allerlei leugenstrik, in allerlei strik van den laagsten kerkelijken hartstocht en van • het meest doode farizeeschc separatisme door het weefsel van dit blad gevangen worden.

Tegen oneerlijkheid kunnen we echter niet.

Het oordeel komt! — en we begeeren niet op den weg van de Wekker gevonden te worden, al draagt ons hart leed om onzen naaste, die zondigt.

Als Christenen willen we strijden. Als joden niet. •Wie daardoor ge^sjonnen wordt, die moge zijn eigen conscientie onderzoeken!

Verlangt iemand echter licht over eenig punt, — mits niet over de Wekker, •— dan willen we, zoo men ons slechts bericht, gaarne met God en met eere open en rond over alles ons uitspreken.

Onze conscientie is in dezen vrij.

Wij wijzen met de stukken, die onze kerken én onze oude gereformeerde godgeleerden in het licht gaven, aan, dat de kinderdoop op de belijdenis van de genade in de^n wortel overeenkomstig Gods verbond berust en dat deze leer geen nieuwe ketterij is (gelijk de Wekker zonder blozen blijft zeggen, zonder ook maar even op de stukken, die wij drukken, en die wekelijks aan de redactie van de Wekker toegezonden worden eenig acht te slaan I) maar dat dit het zuivere oude gevoelen is der gereformeerde kerken, terwijl de Wekker op het pad der oude dooperschen daartegenover ligt.

Voorts hebbeu we vroeger eveneens met de historische stukken bewezen, op welken grond wij met onze vaderen aan den naam «gereformeerde kerken" boven dien van «Christelijke gereformeerde kerk" de voorkeur geven; gronden, die alle recht doen wedervaren aan het loslaten van dien naam, hoe geliefd ook, om tot eenheid te komen. Welk kind van God heeft niet wel eerst na het gebed een besluit genomen, waarop hij later bij beter inzicht wederom onder oprecht gebed terugkwam ?

Voorts • getuigen wij tegen de mannen van de Wekker, dat zij het Arminiaansche collegiale kerkrecht weer invoeren tegen het licht der gereformeerde beginselen in, en zoo op een pauselijke kerk uitloopen.

Dat zij zich in strijd met de belijdenis van de gereformeerde kerken afscheiden.

Dat zij in dien weg het werk der vaderen van 1834 te schande maken, een magerheid over de zielen brengen en zich bezondigen tegenover Gods kinderen en zijn verbond.

We willen van dit alles rekenschap geven, mits men voor Gods Woord bukken wil en van alle oneerlijk verdachtmaken en spreken tegen het licht in, wil aflaten.

Brenge de Heere deze mannen nog eens in deii weg, die naar Gods getuigenis is.

Ons beware Hij, d, at wij geen dienaars van menschen worden, maar door genade Hem zonder berekening volgen mogen.

Wie pns daarom verlaat, of veracht, die moge dit voor God verantwoorden.

Zegt tot de kinderen Israels, dat zij voorttrekken.» Voorttrekken tot vereeniging der kerken.

Zoo God voor ons is, wie zal tegen ons zijn?

Dit is niet te sterk geoordeeld.

Met onuitputtelijk geduld, met een Christelijke kalmte die bewondering wekte, en met een bondigheid van logische bewijskracht, die alle critiek tartte, heeft Ds. Sikkel het beproefd de redactie van de Wekker te overtuigen, dat ze tegen waar­ - heid en recht in ging.

Nu de Wekker hiertegenover niets dan continuatie van eigen zin en wil heeft gezet, ware verdere strijd tegen dit blad wat het volk noemt «boter aan den galg."

i) Het adres' is: Afdeeling Batavia van den Nederlandschen Militairen Bond te Batavia.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 14 januari 1894

De Heraut | 4 Pagina's

Uit de Pers.

Bekijk de hele uitgave van zondag 14 januari 1894

De Heraut | 4 Pagina's