Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Uit de Pers.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de Pers.

8 minuten leestijd

In de Gereformeerde Kerkbode van Rotterdam schrijft Ds. Biesterveld:

Veel te weinig nog wordt er gedacht aan de opleiding, die aan de eigentlijke studie voorafgaat. Men meent als men de Theologische School en de Vrije Universiteit helpt in stand houden, dat men al meer dan genoeg heeft gedaan aan zijne roeping in zake de opleiding tot den Dienst des Woords en de vorming van juristen, litteratoren enz. Maar men bedenkt niet, dat even noodig als de studie der Theologie, der Rechten, der Letteren enz. aan de School en de Universiteit moet zijn naar de beginselen der Gereformeerde religie, ook het voorbereidend onderwijs, dat in den regel aan een gymnasium wordt ontvangen, uit diezelfde beginselen leven moet. En 'toch is dat vooral van niet minder belang.

Het is nu hier niet de plaats om breedvoerig uiteen te zetten, dat het verband der wetenschappen een zelfde methode van behandeling eischt van den beginne aan, of hoe de wetenschappen, die aan het gymnasium worden onderwezen, ook staan moeten onder de gehoorzaamheid des Woords — maar wij vestigen alleen den aandacht op het gevaar, dat men den jongeling van 12—-18 jaar toevertrouwt aan het toch beslist van ongeloovig standpunt uit gegeven onderwijs der openbare gymnasia, hoe uitnemend dat onderwijs in technischen zin ook zij. Wat dan ? Onze jongelingen niet wetenschappelijk laten onderwijzen ? In private opleiding heil zoeken ?

Driewerf neen! De nood van onzen tijd eischt mannen, die èn wetenschappelijk ontwikkeld èn vol des Heiligen Geestes den strijd aanbinden kunnen tegen ongeloof en revolutie. Het laatste met name, maar ook het eerste evenzeer.

Daarom ligt op ons de plicht om eigene gymnasia te hebben. Nog slechts twee zijn wij er rijk. Te Amsterdam en te Zetten.

Steunt gij die reeds, en maakt gij alzoo de oprichting van meerdere gymnasia mogelijk ?

Maar nog meer. Wij zijn er daarmee niet. Zoo menig vader komt in zeer groote moeielijkheid. Zijn zoon heeft begeerte tot de studie. Maar de middelen ontbreken. Of, als hij alles narekent, dan kan hij zijn zoon den zesjarigen cursus van het gymnasium zijner woonplaats laten volgen en dan geheel of met eenigen steun van familie en vrienden zijne verdere studiën bekostigen. Maar van meet af een som van pi. m. ƒ 700 uittrekken per jaar voor studie en onderhoud — is hem met den besten wil onmogelijk.

Zoo kwam menig Christen-vader er toe zijn zoon aan de banken van het openbaar gymnasium toe te vertrouwen.

En menig jongeling bezweek voor de verleiding.

Ja, er bleef door Gods genade menigeen staan — maar onze eigene ervaring leerde, met hoeveel strijd

Daarom moeten er beurzen zijn voor on-en minvermogenden. Ook voor hen, die later rechten of letteren willen studeeren. Niet alleen voor hen, die Dienaren des Woords willen worden.

Er zijn reeds vereenigingen, die zulk een werk begonnen. Wel nog alleen voor aanstaande Dienaren des Woords. Maar dit is toch al veel!

Jammer genoeg, dat zij niet meer worden gesteund. Zoo heeft men b. v. «Kerk/tulp". Deze vereeniging heeft ten doel «jongelingen van goeden aanleg, maar van minvermogenden huize, in de opleiding tot den Dienst des Woords bij de Gereformeerde Keiken in Nederland, geldelijk bij te staan gedurende hunne studiën aan een der Gereformeerde gymnasia te Amsterdam of te Zetten." Deze vereeniging lijdt echter aan bloedarmoede. Zij moet kweekelingen loslaten, en kan van zelf geen nieuwe aannemen.

Krachtige steun is noodig!

Dan zijn wij in onze eigen stad eene zoodanige vereeniging rijk onder beschermheerschap (laat mij het zoo noemen) van d.d. Klaarhamer, Van Veelo en Biesterveld.

Ook deze gaat zuchtend haar weg.

Zijt gij reeds lid of contribuant van deze beide of van eene dezer vereenigingen ?

Eene kleine contributie kan ieder toch wel daarvoor missen. En vele kleintjes maken één groote. Men zal wel zeggen: altijd geven, 't Is waar. Maar de Heere wil ons nu eenmaal maar niet rijk hebben aan fondsen, die het geven overbodigmaken. Maar wel rijk aan barmhartigheid.

Zijn wij dat ?

Deze zaak verdient ernstige overweging, mits er goede keus zij. -

In den regel doet een iegelijk beter, zoo hij in zijn stand blijve. We hebben ook kundige onderwijzers, kundige ambtenaren, zelfs kundige ambachtslieden en landbouwers noodig, en niets is ongezonder, dan den eerste den beste, die wat hooger timmert, uit zijn stand te lichten en te laten studeeren.

Dit komt ons voor dan alleen geoorloofd te zijn, zoo een jong man een aanleg vertoont, die niet practisch genoeg van aard is voor zijn eigen vak en stand, en voorts zulk een uitnemendheid bezit, dat zijn studie de moeite en de kosten loonen kan.

Daarom vóór alle dingen zeer streng onderzoek. En wat niet minstens boven het middelmatige is, steune men niet.

Onder de toespraken bij de lijkbaar van wijlen Prof. De Cock gehouden nemen we uit de Bazuin die van den President-Curator en van den Rector Dr. Bavinck over.

De President-Curator sprak:

Veel had de Heere zijne kerk in dezen geliefden broeder, in wien de naam van den vader der Scheiding voortleefde, geschonken. Vooral werd dit openbaar sinds hij door de Synode van 1854 met Ds. Brummelkamp, de Haan en van Velzen tot leeraar aan de Theol. School te Kampen was benoemd. Hij toch had de gave om aangenaam en bevattelijk te doceeren, daar hij juist onderscheidde en op glasheldere wijze zijne gedachten mededeelde. Niet het minst werd dit openbaar bij de behandeling der Gereformeerde dogmatiek, die in de eerste helft dezer eeuw weinig beminnaars had en bijna op ieder punt werd bestreden. Daarbij had onze ontslapen Hoogleeraar een afkeer van eenzijdigheid en erkende hij alleen het woord van God als kenbron en toeststeen der waarheid. Ook wist hij in het doceeren der Symboliek en voor het Kerkrecht het goed recht der Gereformeerde beginselen duidelijk aan te tooncn. Vandaar dat hij velen en vooral voor hen die in den tijd zijner kracht zijne colleges volgden, ten rijken zegen werd.

Gaarne hadden wij daarom onzen de Cock nog eenige jaren, al was het met verminderde kracht, voor onze Theol. Schoo behouden. Maar in den raad des Heeren was het anders bepaald. Sloegen velen hem sinds onze laatste Synode met bezorgdheid gade, spoediger dan wij hadden verwacht, nam de God des levens en des doods hem uit ons midden weg.

Thans zwijgt zijn mond en met weemoed staren wij op zijn graf. Toch niet als degenen, die geene hoop hebben. Trad bij onzen ontslapen broeder het verstand meestal op den voorgrond, wij hebben hem ook meermalen met gevoel des harten hooren spreken over de grootheid der genade Gods in Christus. Ja, zoodanig was hij daarvan, volgens zijne mededeeling, eens onder eene Avondmaalsbediening vervuld, dat hij vergat brood en beker rond te deelen.

Zalig daarom deze doode, die in den Heere gestorven is. Wordt zijn lichaam gezaaid in verderfelijkheid, het zal eens opgewekt worden in onverderfelijkheid door Hem, Die de Overwinnaar is van dood en graf.

.Aan Hem bevelen wij onze Theologische School met hare Hoogleeraren en Studenten. Moet zij nu zonder de eerste mannen, die de Heere haar schonk, hare reize voortzetten, daar ook Prof. Van Velzen sinds eenige jaren ruste moest nemen, de Opperste wijsheid blijft en Hij zal zijne gemeente in het strijdperk van dit leven niet verlaten."

En voorts meldt de Bazuin:

Ten sterfhuize teruggekeerd, nam de Rector, Prof. Dr. Bavinck, allereerst het woord. Daar ookZEerw. nog maar enkele dagen geleden ongesteld was geweest, had ook hij niet bij de groeve het woord kunnen voeren.

ZEerw. wees vooral op de eigenaardige plaats, welke Docent de Cock van begin aan onder het personeel der leeraren naast de drie oudsten. Prof. de Haan, V^n Velzen en Brummelkamp had ingenomen; terwijl hij, hoewel de jongere in jaren, onder deze uitleiders der gemeenten als 't ware den arbeid voor zijn, toen reeds sinds lange jaren opgenomen, vader Hendrik de Cock, kon voortzetten. Hij wees vooral op de eigenaardige gaven en talenten van den overledene en met name op zijne helderheid van denken, en daardoor ook van voorstellen, hetzij als leeraar of als docent. Alsmede op het ordenend vermogen van zijn geest, om in eenvoudigheid zonder veel omhaal de dingen op te nemen en voor te leggen, zooals ze zijn. Naast de genoemde oudere Leeraren en ter aanvulling van hunne eigenaardige gaven door den Heere geschonken, vervulde de Cock aldus onder Gods bestuur een gewichtige taak, en gaf de Heere School en Kerk in hem met de drie genoemden een gepast geheel, tot bevordering van hare jongelingen-en mannen tot den Dienst des Woords. De betrekkelijk stille en weinig merkbare invloed daarvan, in die eerste tijden der School, deed zich jaren lang waarnemen en in de gevolgen niet weinig vrucht daarvan zien. Door zijn onderwijs en zijn omgang met studenten en zijne eenvoudige opvatting en voorstelling der leer, die naar de godzaligheid is, volgens Gods Woord en de Belijdenis, wist hij eene liefde tot en vasthouden aan de waarheid te wekken, die de Herders en Leeraars vormde, welke onder Gods zegen de uitgeleide gemeenten vermeerderden en versterkten. Daarom moet door ons, bij al het treffende van dit verlies, niet voorbijgezien worden, wat de Heere in de Cock ons zoovele jaren schonk ; en wij hebben deze goedertierenheden des Heeren in de geschiedenis van ons Kerkelijk en School-leven immer dankbaar te erkennen.

Men gevoelt aan zulke woorden, wat uitnemende plaats De Cock eenmaal aan de Theologische School heeft ingenomen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 21 januari 1894

De Heraut | 4 Pagina's

Uit de Pers.

Bekijk de hele uitgave van zondag 21 januari 1894

De Heraut | 4 Pagina's