Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Koloniën.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Koloniën.

12 minuten leestijd

( Vervolg.)

De Christelijke liefdadigheid heeft zich dus gelijk wij zagen, tot den Indischen militair gewend en daardoor eene arbeid ter hand genomen, die door Gods genade reeds velen tot steun en zegen mocht zijn. Echter schaamrood wordt ons aangezicht, waar wij ziende op hetgeen in deze richting geschiedt, denken aan het zeer vele dat op dit terrein tot nu < oe nagelaten werd.

Nederlandsche christenen, ons Koloniale leger bevat niet al de zonen van ons volk, die hier onder de Tropen als militair het vaderland dienen, en die elk oogenblik bereid worden gevonden om voor dat vaderland en voor onze geëerbiedigde Koningin het leven te laten.

Ook onze Zeemacht is in de Indische wateren vertegenwoordigd en ruim 2500 Europeesche militairen der Marine dienen hier op de verschillende oorlogsschepen.

Deze militairen der Zeemacht hebben ook toegang tot de Militaire Tehuizen en hier te Batavia zag ik er meer dan eens door matrozen gebruik van maken. Is echter deze inrichting voor den militair der Landmacht in alle opzichten voldoende; biedt zij hem, wat zij belooft: een tehuis buiten de kazerne, waar hij zich op zijn gemak gevoelt en onttrokken is aan de giftatmosfeer, die nagenoeg alle ontspanningsplaatsen vervult, zoo is echter voor onze zeelieden het Militair Tehuis onvoldoende. Zij toch hebben niet alleen, wanneer him vergunning tot uitgaan wordt gegeven (passagieren) te overwegen waar zij den dag zullen doorbrengen, maar ook de vraag te beantwoorden: »waar zullen wij nachtlogies vinden." Schijnbaar is het de natuurlijkste zaak der wereld dat men 's avonds naar zijn gewoon verblijf terugkeert, en toch, wie zóó oordeelt ten opzichte van den passagierenden zeeman, die vergist zich. Voor hem is dit niet natuurlijk; en bij eenig nadenken verwondert ons dit niet al te zeer. Soms weken achtereen moet hij verblijf houden in den uit den aard der zaak, beperkte ruimte, die het schip hem biedt; al dien tijd voelt hij zich eigenlijk nooit geheel vrij, leeft hij steeds min o meer onder toezicht en hij vindt daar in zijne naaste omgeving niets, dat hem aan zijn eigen »tehuis" herinnert; het is alles zoo geheel anders, zoo vreemd. En wordt nu de band, die hem aan boord overgeeft voor een korten tijd losgelaten, .wordt hem vergund zich van het schip te verwijderen en zich aan den wal te bewegen onder allerlei personen, , die hij in zijn gewoon bestaan niet ontmoet: — heeft hij nu gelegenheid oogen en ooren en smaak te goed te doen aan het vele vreemde, dat hem hier wordt aangeboden, — waarlijk, dan is het niet te verwonderen, dat slechts bij uitzondering een matroos of marinier op zijn schip terugkeert vóór zijn verloftijd voorbij is. Bovendien — en' dit geldt nu wel alleen voor Batavia, doch op andere zeeplaatsen bestaan soortgelijke toestanden — de ligplaats der schepen (Tandjong-Priok) is i8 minuten sporens van Batavia, en de stad Batavia weder ca. 10 minuten van Weltevreden, het eigenlijke centrum der hoofdstad. Voor den terugkeer naar zijn schip is hij dus aan den treinenloop gebonden en daar, althans van Weltevreden uit, geen nachttreinen rijden, zou hij al zeer vroeg ('s namiddags ca. 6 uur) moeten vertrekken om den nacht op het schip door te brengen. Houdt men rekening met de tropische warmte, met die beweging, die gedurende de middaguren meer tot een last dan tot een lust doet zijn, weet men dan dat ook in den vooravond (tusschen 6 uur en half , 9 uu 's avonds) de meeste ontspanning wordt genoten, dan is het duidelijk dat een zeeman niet zoo spoedig opbreekt.

Wat dus schijnbaar natuurlijk was, is het bij nader beschouwing niet, en een feit is het dat een zeeman als hij daartoe de gelegenheid heeft, den nacht aan den wal doorbrengt.

Nu, aan de gelegenheden daartoe ontbreekt het hier te Batavia al evenmin als in eenige andere zeeplaats. Reeds vóór zich de vraag heeft voorgedaan: »waar zal ik den nacht doorbrengen" heeft zich de Booze gehaast daarop een antwoord aan de hand te doen, dat den ongelukkige, die naar Satans begeeren handelt, zeker van ? onde tot zonde en van kwaad tot erger zal voeren.

Passende gelegenheden voor zeelieden om den nacht door te brengen, gelegenheden, die financieel voor hen bereikbaar zijn en waar drankmisbruik en ontucht uitgesloten zijn, ontbreken, althans hier te Batavia, en ik vrees ook in andere Indische zeeplaatsen.

Vaders en moeders, die dit leest, die de macht en de kracht van verleiding en zonde kent, klopt uw hart niet angstig als gij u voorstelt dat mv zoon zulk een passagierend zeeman is, wien op zijne vraag naar nachtverblijf geen ander antwoord wordt gegeven, dan eene heenwijzing naar een huis, waar gij, die het goed met hem meent, hem niet zonder ijzing kunt zien binnentreden.^

Is het niet de plicht der Christelijke liefde om in dezen schreeuwenden nood te voorzien, om hem die een dak zoekt er een te bieden, dat niet slechts voor de koude des nachts, maar ook voor de ziel-en lichaambedervende invloeden van de zonde beschermt? O, ik weet, gij die in ons vaderland de zeemanshuizen oprichtte, gevoelt dat hier in Indië, waar de zonde nog meer schaamteloos optreedt, nog meer behoefte aan dergelijke inrichtingen bestaat.

De behoefte om een Christelijk logement wordt — dit mag dan ook veilig werden aangenomen — door alle christenen, die plaatselijk bekend zijn, volkomen ingezien. En reeds deze behoefte alleen, is op zich zelve meer dan voldoende om het bestaan van eene dergelijke inrichting een dringenden eisch der Christelijke liefde te noemen. Er is echter meer.

Wanneer de Christelijke liefdadigheid de stichting van een doorgangshuis i) ter hand neemt, dan moet dit den zeeman niet alleen een pied k terre aanbieden, doch een goed pied k terre, namelijk een logies dat, hoewel eenvoudig, aan alle billijke verwachtingen voldoet. Waar nu de slaapgelegenheden, die door anderen worden aangeboden, alle op winstbejag steunen, zal het voor een dergelijk Christelijk doorgangshuis niet moeielijk vallen om met die andere inrichtingen in concurrentie te treden, en met grond laat zich dus verwachten, dat niet alleen zij, die de zonde willen ontvlieden daar een toevlucht zullen zoeken, doch ook anderen dat logement zullen bezoeken, die prijs stellen op een goed en goedkoop logies en die dan het s Christelijke" er desnoods bij willen nemen. En het bezoek van deze personen aan het Christelijk doorgangshuis zou een middel vormen tot het bereiken van hen, die aan boord van hunne schepen zoo zéér moeielijk onder het geklank des Evangelies worden gebracht. Zaait het zaad op de wateren — dat bevel geldt ook hier, en ongezocht zou het doorgangshuis, daartoe eene gelegenheid biedende, een deur voor nieuwe evangelisatiearbeid openen.

Werd in het voorgaande uitsluitend gesproken over de schepelingen onzer Oorlogsmarine, woordelijk kan het ook worden toegepast op d zeelieden der koopvaardijschepen en der particuliere stoombooten, die Batavia bezoeken. De militaire schepelingen werden echter in de eerste plaats genoemd, zoowel omdat deze het veelvuldigst verlof tot passagieren krijgen, als ook, omdat dit allen Nederlanders zijn en daardoor dus in het licht treedt, hoe het voorzien in de bovengeschetste behoefte niet alleen een algemeen Christelijke, doch ook een nationale plicht is.

Het voornaamste bezoek van een doorgangshuis moet dus worden verwacht van schepelingen, wat echter niet wegneemt, dat het ook menigmaal kan worden gebruikt door militairen der Landmacht, die hier met verlof zijn, of door zuUke militairen, aan wie, gelijk somtijds geschiedt, nachtpermissie wordt verleend. De instemming, die het _ denkbeeld om te Batavia een doorgangshuis op te richten, bij vele mindere militairen vindt, sterkt mij in de overtuiging, dat ook in dit opzicht eene behoefte wordt gevoeld, die recht op bevrediging heeft.

Eindelijk kan en zal het voorkomen, dat het doorgangshuis tot logies dient voor burger jongelieden, zooals er hier enkelen zijn, die zonder famiUe zijn en de middelen missen om zich in een der groote hotels of commensalen-huizen een tehuis te verschaffen; terwijl zij, als discipelen van onzen Heere, ongezind zijn om volgens Indische wijze met behulp van eene inlandsche vrouw een eigen huisgezin op te zetten, en dientengevolge vaak zeer veel moeite hebben om behoorlijk onder dak te komen.

Mij dunkt, • de noodzaak om een Christelijk doorgangshuis op te richten, kan na al he bovenstaande wel als voldoende vaststaand worden beschouwd. Het nut van zulk eene inrichting kan onder Gods zegen veel en velerlei zijn.

Dat die behoefte wordt erkend, bleek toen kort geleden een beroep gedaan werd op de mild­ f dadigheid van sommige Christenen tot dit doel; er werd toen een niet onbelangrijk bedrag per maand toegezegd. Deze bemoediging spoorde aan om eene vereeniging op te richten, die zich het tot stand komen van Christelijke doorgangshuizen in Nederlandsch-Indië — in de eerste plaats te Batavia — ten doel stelt. Met het verrichten van het noodige om tot deze oprichting te geraken werd eene commissie belast, bestaande uit den kapitein ter zée Moreau, den hoofdcommies bij het Departement van Financiën Le Clerq de Courccelles en den ondergeteekende. Deze commissie zal nu hare beste krachten inspannen om aan hare opdracht gevolg te geven.

' Over de moeielijkheden, die hier voor eene dergelijke stichting moeten worden overwonnen, mag niet te licht worden gedacht.

De twee hoofd-factoren, die het al dan niet slagen —menschelijkerwijze gesproken — beheerschen, zijn: geschikt personeel en voldoende geldmiddelen.

De moeielijkheid om geschikt personeel te vinden, namelijk een geschikt persoon, die de huiselijke zorg op zich neemt, en die tevens voor den beslist Christelijken geest waakt, doet zich hier in Indië nog veel sterker gevoelen, dan in Nederland, waar het dikwijls slechts de quaestie is, om uit verscheidene geschikte personen de meest geschikte te kiezen, terwijl hier in Indië voor dergelijke zaken candidaten vaak geheel ontbreken.

r Voor het Christelijk doorgangshuis is deze vraag zoo goed als opgelost en op eene wijze, die ons veel dankensstof geeft, daar een beheerder zich aanbiedt, die uit Christelijke liefde die taak wil aanvaarden en die geen bezoldiging, doch slechts vrije inwoning bedingt.

In de vergadering, waarin de bovenbedoelde vereeniging tot het stichten van doorgangshuizen zich constitueerde, deelde Dr. Scheurer, de voor Midden-Java bestemde zendeling-arts, het een en ander mede uit zijnen arbeid in Londen, ten behoeve van de daar bestaande Sailor's homes en Sailor's rest-inrichtingen, waarvan het beoogde doorgangshuis gedeeltelijk een zeer bescheiden navolging zal zijn. In die mededeelingen hoorden wij ook van sbuttonholders", letterlijk »knoopenvasthouders, " mannen, die het I dwingt ze om in te gaan, " toepassen op zeelieden, dikwijls op het oogenblik, dat ze op het punt stonden zich tot donkere paden te keeren of zelfs reeds de eerste schreden op die paden hadden gezet. Nu, een soort »buttenholders" behoeven wij ook ; waar Satan openlijk en onbeschroomd optreedt, daar moeten ook zij, die hem zijn prooi willen betwisten, zich buiten hun huis begeven. De Heere heeft ook in deze behoefte voorzien en reeds vóór wij vroegen, bood zich de vervulling aan in de leden van eene Christelijke militaire jongelingsvereeniging: sVreest God, eert den Koning", die bereid werden gevonden om uit te gaan, teneinde de aandacht der zeelieden op het doorgangshuis te vestigen en te trachten hen dair heen en uit de klauwen van Satan te lokken. Wij kunnen onzen God zoo van harte danken voor de liefderijke wijze, waarop Hij tot nu toe zoovele bezwaren wegruirhde; niet het minst ook daarvoor, dat hij het zoovelen Christen-militairen in het hart gaf om op bedoelde wijze te willen arbeiden tot heil van hunne mede-militairen.

De tweede moeielijkheid, n.l. die tot het verkrijgen der vereischte geldmiddelen, zal in Nederland nog beter dan die betreffende het personeel worden begrepen, want deze moeielijkheid is aan tijd noch plaats gebonden, zij is internationaal, al wordt zij op de eene plaats meer gevoeld dan op de andere.

Het streven moet zijn : een eigen gebouw te bezitten. Dit kan geheel volgens de behoeften worden ingericht en is op den duur het goedkoopst. Maar de oprichting van een dergelijk gebouw kost veel geld en het bijeenbrengen van het daartoe benoodigde kapitaal is eene zaak van jaren. Daar de behoefte dringend is, niag zoó lang niet worden gewacht en moet dus worden begonnen met het huren va'^ een geschikt huis.

Stelt men als beginsel dat — althans in den beginne — een logé niet meer moet betalen, dan hij aan voeding en licht kost (en het is noodig van dit beginsel uit te gaan, omdat men het doorgangshuis ook dienstbaar wil maken aan de bearbeiding van hen, die het niet om des Christelijken beginsels wille bezoeken, doch door andere redenen worden aangetrokken), dan is het duidelijk dat maandelijks een vrij aanzienlijk bedrag noodig is voor huishuur, bediening en andere algemeene uitgaven.' Dit bedrag geheel van de Christenen in Indië te ontvangen, is niet mogelijk. In verband met het vele, dat reeds gegeven wordt voor andere doeleinden, overtreft dit de financieele draagkracht van het betrekkelijk gering aantal Christenen hier.

Daarom is hulp van elders noodig. En ofschoon ik weet dat ook in Nederland veel gevraagd wordt voor Christelijke liefdadigheid — waag ik het toch een beroep op uwen steun te doen voor een Christelijk doorgangshuis te Batavia, omdat ik overtuigd ben, dat daardoor in een scheeuwende behoefte zal worden voorzien en oók, omdat die arbeid hoofdzakelijk aan zonen e van ons volk zal ten goede komen.

Christenen, die belangstelling gevoelt voor hen, die hier in den vreemde er dubbel behoefte aan hebben om te ondervinden dat met liefde aan hen wordt. gedacht, steunt ons met uw geld, doch niet minder door uwe gebeden. De vreemdeling heeft eene bijzondere belofte Gods (Ps. 146:90) en reeds in Israël werd de vreemde in het gebed herdacht (i Koningen 8 : 41.)

De commissie, waarvan ik hier boven sprak, zal waarschijnlijk trachten in Nederland eene sub-commissie te vormen, die hare belangen behartigt. Doch hiermede is tijd gemoeid; en om met de zaak voorgang te kunnen maken, heb ik reeds nu het vorenstaande medegedeeld.

De heer P. J. Idenburg te Utrecht (Hamburgerstraat), die zelf jaren lang als officier van gezondheid bij de Marine diende, zal gaarne uwe gaven in ontvangst nemen. Zoowel giften in eens tot het vormen van kapitaal om tot den bouw van een eigen huis te kunnen geraken, als periodieke contributies, om te voorzien in de regelmatig terugkeerende uitgaven, zullen met dank worden aangenomen.

Geve Hij, wiens het zilver en het goud is, het velen in het hart om eene gift voor het Christelijk doorgangshuis te Batavia af te zonderen, opdat Zijn naam ook hierdoor verheerlijkt worde.

A. W. F. IDENBUEG,

Batavia^ 5 Dec. '93. Kapt. der genie N. I. L.

1) In Nederland wordt onder «doorgaanshuis" iets geheel anders bedoeld, dan wij voor Batavia op het oog hebben.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 21 januari 1894

De Heraut | 4 Pagina's

Koloniën.

Bekijk de hele uitgave van zondag 21 januari 1894

De Heraut | 4 Pagina's