Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Uit de Pers.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de Pers.

6 minuten leestijd

In de Zuidliollandsche Kerkbode betuigt Ds. Sikkel nu reeds, gelijk we vermoed hadden, zijn ingenomendheid met de mededeeling van den heer kapitein Idenburg.

Indertijd deelden we mee, wat in de synode vau Dordrecht het vorige jaar vernomen werd over de verhouding van blanken en gekleurden in de gemeente van onzen Heere Jezus Christus te Batavia,

Door vriendelijke bemiddeling van de Heraut werd dit stukje uit ons blad ook door meerderen te Batavia gelezen.

Kn bij den redacteur van de Heraut kwam thans uit Batavia door de hand van den Weledelgestrengen Heer A. W. F. Idenburg, kapitein der genie van het Nederl. Ind. leger, de mededeeling in, dat deze berichten niet strooken met de werkelijkheid.

Wij haasten ons, ook onze lezers in kennis te stellen met dit heugelijk bericht.

Het is niet aan ons, deze tweeërlei berichten tot één te brengen, hoezeer wij ons hartelijk verblijden over de aandacht, die de broederen te Batavia aan de onder ons verbreide voorstelling gegeven hebben, en niets liever wenschen, dan dat heel die voorstelling op dit punt een verkeerde is.

De vragen, door de Heraut gesteld, kunnen in dezen tot nadere informatie dienen. Zij komen op het volgende neer: «Indien de scheiding niet in de christelijke gemeenschap naar Gods Woord, maar slechts in de taal bestaat, hebben de Hollanders en de Javanen of Maleiers dan ieder een eigen kerkeraad? Staan deze kerkeraden met elkaar op voet van gelijkheid in verband? bezoekt men, bij kennis der taal, ook elkafidcrs dienst? bestaat de onderscheiding van dienst op wederzijds verlangen en bij wederkeerig overleg ? worden in elke gemeenschap krachtens eigen institutie en in eigen taal de sacramenten bediend? , is er ook gemeenschappelijke sacranicntsbediening? enz.

Waar taal scheidt, daar kan geen ineensmelting, maar slechts correspondentie bestaan, en die correspondentie openbaart dan de éénheid, de wederzijdsche erkenning van elkaer, op voet van gelijkheid, als de ééne gemeente van Christus, waarin niet is Jood, Griek, Barbaar of Scyth, overheerschte of vrije, maar Christus is alles en in allen.

Dan komen ook de gekleurde Christenen in de zaak der zending in Indië in volkomen gelijke conditie als de blanken. De zending geen zaak der «Hollanders" maar der «Christenen", der gemeente van Christus, gelijk Hij die vergaderde.

Blijke ook op dit punt de klank, die in Dordt werd gehoord, een andere te zijn, dan die welke in de harten onzer blanke en zwarte broeders en zusters te Batavia ontwaakte.

De zending volgt niet den scepter der natuur, maar dien A& cgenade, welke heerscht tot het eeuwige leven door Jezus Christus onzen Heere, en die ons alleen door het onfeilbare Woord Gods den weg wijst.

Alleen liefde voor de openbaring der gemeente onzes Heeren in Indië, waar ons hart warm voor klopt, noopt ons, ook onze lezers hiermee bezig te houden.

Intusschen zullen we ook aan den hooggeachten heer Idenburg te Batavia dit nummer van ons blad toezenden, daar in Batavia slechts enkelen ons blad kennen.

Ook uit ons laatste ingezonden stuk blijkt wel, dat de berichten op de Synode niet door juistheid uitmuntten.

Of alles thans in orde is, durven we niet zeggen, maar in elk geval blijkt toch nu reeds, dat veel in den haak is, dat men uit den haak voorstelde.

In de Utrechtsche Kerkbode wijst Ds. Fernhout op het gebrek aan wel onderlegde ouderlingen, als droef gevolg van de vroegere verlaging van het ambt onder de Synodale organisatie.

Hij zegt er o. a. van:

Niet lang behoeft men in een Kerkeraad gezeten, en niet dikwerf een Classicale vergadering of Synode bijgewoond te hebben, om te merken hoe het in ieder opzicht ontbreekt aan helderheid van inzicht, aan vasten gang en vroed beleid. Er is in moeielijke gevallen steeds weifeling en aarzeling en daarna dikwijls een onvoorzichtig en onverstandig doortasten, dat het vertrouwen schokt en aan de besluiten en handelingen der kerkelijke vergaderingen dèn klem rooft dien ze moesten hebben.

En zoo lang dit zoo blijft, zullen onze Kerken steeds in gevaar zijn van moeite en verwarring; zoolang kan er geen kracht zijn in haar optreden, geen gang en vastheid in haar arbeid.

Er is dan ook klacht op klachte.

Doch is er nu bij dit klagen ook genoegzaam besef van den ernst onzer toestanden? Klaagt en jammert men niet uit onvoldaanheid en om in hoogheid des harten zijn ontevredenheid lucht te geven, maar klaagt men uit smart der ziele over de ontblooting van Gods Kerk, over de breuke Sions, om des Heeren en om zijns volks wille?

We oordeelen niemand, maar we vreezen.

Morren en mokken en verwijten is er te over, maar droefheid en teedere bekommering — ze komen zoo zelden aan het woord. En toch — zoo er hope op herstel zal dagen, moet het daartoe komen. Zóó eerst zal 't bittere verwijt tegen menschen verstommen en plaats maken voor gebed en smeeking tot den Heere. Want met Hem hebben we te doen. Met zuchten en morren tegen elkander verkrijgen we geen gaven voor 't ambt en geen enkelen toegerusten ambstdrager. Die gaven schenkt Christus, de Koning, en Hij alleen. Die ambtsdragers kftn Hij slechts verwekken. Hij heeft gegeven sommigen tot Herders en Leeraars, sommin-en ook tot regeerders zijner Kerk. En Hij moet ze steeds opnieuw geven zal de Kerk ze hebben. Alle gave voor 't ambt ligt in zijn schat, en Hij deelt daarvan uit door den H. Geest gelijkerwijs Hij wil. 't Baat niet of we jonge mannen africhten op den Kerkedienst, , t helpt niet of we de uitnemendsten ouderiing maken, zoo Christys, de Koning, ze niet zet in 't ambt en voor dat ambt metg.aven siert. Maar ook: zooals Hij zijn schat over ons opent, zullen we mannen hebben vol des Heiligen Geestes en der kracht om met rijke vrucht zijne Kerk te dienen.

O, dat dit toch verstaan en beseft wierd. Wat nu 'in wrevel vaak doet morren, zou dan op de knieën brengen voor Gods aangezicht. Wat nu niet bekommert, zou dan verontrusten, 't Zou met schrik bekend worden dat de Heere een twist met ons heeft; dat we in de onthouding van door Hem toegeruste ambtsdragers de kastijding zijner roede dragen, de rechtvaardige bezoeking van de roekeloosheid waarmee we lange, lange jaren zijne gaven versmaad en, waar Hij ze in ontferming nochtans schonk, moedwillig verdorven hebben. Het zou bekend worden dat het een-gemeenschappelijke schuld is, die in 't gemis van recht bekwame ambtsdragers aan ons bezocht wordt; dat om onze afwijkingen van den Heere de kroon ons van 't hoofd genomen en de Kerke Gods met schaamte en schande overdekt wierd. Dan zou er een roepen en schreien tot den Heere zijn, in verootmoediging voor zijn aangezicht, dat Hij toch zijne-Kerk weer genadiglijk in getrouwe en kloeke ambtsdragers de teekenen zijner gunste mocht doen zien. En Hjj zou hooren naar ons geroep en zijnen Naam weer heerlijk maken in zijne knechten.

Hoeveel waars ligt hier niet in.

Rijpe, geestelijk rijke ouderlingen vindt mea alléén in een rijpe, rijk in het geloof bloeiende gemeente.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 4 februari 1894

De Heraut | 4 Pagina's

Uit de Pers.

Bekijk de hele uitgave van zondag 4 februari 1894

De Heraut | 4 Pagina's