Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Uit de Pers.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de Pers.

8 minuten leestijd

In de ZuidhoUaniische Kerkbode zet Ds. Sikkel zijn antwoord aan de jonge moeders voort, met opzicht tot den Doop.

Ook dit stuk willen we onzen lezers niet onthouden.

Gelijk wij reeds zeiden, stellen wc er ten hoogste prijs op, dat onze vrouwen en moeders den heiligen doop leeren verstaan als sacrament.

Zij moeten leeren inzien, dat de doop met hare bevalling, en met de geboorte als zoodanig niets te maken heeft.

Had de Heere ons geen verbond der genade geopenbaard, of ons zaad daarin niet begrepen, zoo zou de heilige doop enkel mogen bediend worden op lateren leeftijd aan dezulken, die tot bekeering en belijdenis des geloofs gekomen waren, en daarmee • toonden in Christus te zijn; en elk zou dan verstaan, dat de doop met de geboorte niets te maken had.

Nu heeft de Heere ons echter geopenbaard, dat met de geloovigen ook hun zaad in Christus gerekend wordt, en deel heeft aan zijne weldaden; en het teeken en zegel van de afwassching der zonden en de vernieuwing des Heiligen Gcestes, dat aan de gemeente van Christus in den heiligen doop gegeven is, moet op dien grond ook aan het zaad der geloovigen worden bediend.

De Heilige Schrift rekent echter de kinderen niet het zaad der vrouw, maar het zaad des mans.

De beschouwing van onze eeuw schijnt een andere te zijn. Trouwens ook nu nog dragen voor de burgerlijke wet de kinderen den naam van den vader, niet van de moeder. Maar in elk geval gaat de voorstelling van de Heilige Schrift hierin veel strenger door dan ons geslacht zich dat voorstelt.

Er is slechts één enkel zaad der vrouw, namelijk Christus. Maar anders ontvangt de man de belofte van zaad. Adatn gewon, en .SV//; gewon, en Etnos gewon en Noach, en Abraham, en Izak, en Jacob gewonnen. Zoo spoedig het kind geboren is, treedt het als een zaad van den man op. En als zoodanig wordt het ook in het verbond der genade geteld en beschreven.

Het gebod der besnijdenis wordt dan ook aan den 7nan voor zijn zaad gegeven, al gaat het ook door, daar, waar geen man is. En vanzelf gaat ook voor den doop, die in de plaats der besnijdenis gekomen is, dit gebod op den man door.

Ook het gebod der opvoeding in de vreeze des Heeren wordt door de Heilige Schrift niet op de vrouw, maar op den man gelegd. «Ikhsh Abraham gekend, opdat hij zijne kinderen en zijn huis na hem zou bevelen, en zij den weg des Heeren zouden houden, om te doen gerechtigheid en gericht, opdat de Heere over Abraham brenge, hetgeen Hij over hem gesproken heeft" Gen. 18 : ig.

Wanneer Mozes zich hierin blijkbaar achter Zippora verschool en in verzuim bleef, kwam de Heere hem tegen, om hem en niet om Zippora te dooden, en Zippora erkent met haar verwijtende .aanspraak «bloedbruidegom!" dat de Heere de besnijdenis van het kind van de hand van Mozes eischte. Ex. 4 : 24—26.

Ware het sacrament nog bloedig; gelijk onder het oude verbond, dan zou menige moeder nog de verantwoordelijkheid niet minder van zich af en op den man schuiven, om dezelfde reden, waarom zij thans, nu de doop in de plaats kw.im, het kind als Imar kind wil aanbieden, terwijl de man er bij' staat. De vroegere Zippora stond tegen de besnijdenis op, omdat het «haar" kind was; en de tegenwoordige Zippora eischt voor zich de aanbieding tot den doop, omdat het «haar" kind is.

Ook onder het nieuwe verbond legt de Heere het gebod der opvoeding op de ï'ffiiirj.-«Gij, vaders, voedt uwe kinderen op in de leering en vermaning des Heeren" Ef 6 : 4.

De Heere wil dus, dat de vaders het sacrament voor hun zaad ontvangen, gelijk het hun zaad is, en zij er de belofte voor ontvingen. En Hij \«il ook, dat de vaders de belofte voor de Christelijke opvoeding daarbij afleggen.

Het lag dan ook geheel op de lijn der zuivere waarheid, wanneer de gereformeerde kerken in de i6e eeuw er op aandrongen, dat de vaders allereerst zouden tegenwoordig zijn, bij den heiligen doop: en wanneer zij evenzoo bij het afnemen der belofte in het doopsformulier zich tot de vaders richtten.

Dit is in het geheel geen roomsche zuurdeesem.

Integendeel. Op de Roomsche lijn ligt juist de verheffing en vereering van de vronw ten koste van den man, gelijk de middeleeuwen dat genoegzaam getoond hebben. Indien Rome toch den doop niet uitstelde tot de moeder tegenwoordig kon zijn, dan kwam dit uit hoogschatting van het sacrament voort, al was die hoogschatting supcrstitieus. Maar overigens is «de moedei-met haar kindje" Rome's ideaal ten koste van God den Vader. Niet de generatie des Zoons door den Vader, maar zijne geboorte uit de moeder Gods" is voor Rome het mysterie harer dweeperij en afgoderij. Dweeperij en afgoderij, die zich herhalen, waar in het kind bij den doop de geboorte uit de moeder boven de schepping door den Heere en boven de geboorte uit de belofte, dat is boven de geboorte uit Christus, boven de geboorte uit God, wordt verheven.

Neen, juist onder Rome kwam de vader bij den doop heelemaal niet uit, en de achterstelling van den vader in onze eeuw door het nakroost onzer gereformeerde vaderen is een zwenking naar Rome te noemen. Onder Rome kwam de tante of peet, naar wie het kind genoemd werd, het tot den doop aanbieden, of de baker deed h? t af, en daartegen stelden de gereformeerden den ejsch, dat de vader komen zou.

Laten wij dus naar dit zuivere standpunt allereerst teruggaan; laten onze vrouwen en moeders het allereerst weer gaan gevoelen, dat bij den heiligen doop de vaders op den voorgrond moeten treden.

En laten zij het opkomend geslacht, haar zoons en dochtej's, daarvan weer onderwijzen, gelijk het doopsformulier hiervoor niet slechts de vaders, maar de ouders noemt. Het moet voor onze moeders weer een weelde worden, dat bij den heiligen doop het kind in de armen van zijn vader ligt. Dan zien zij de plaats, die het verbond aan dat pasgeboren kind wijst; en in die plaats komt de belofte te meer uit, waar\'an in den heiligen doop het teeken en zegel geschonken wordt.

En dan is de vraag, of de moeder daarbij tegenwoordig moet zijn, een geheel ondergeschikte vraag.

Wij zouden niet durven raden, dat de vader het kind aanstonds laat doopen, wanneer dit voor de moeder een offer is, dat zij niet brengen kan. Licht wordt hierdoor veel goeds geroofd of gestoord, en wordt het sacrament gevierd in verwijdering en nijd als bij Mozes en Zippora.

Het licht is ook nog zoo weinig diep doorgedrongen in onze gereformeerde kerken. Laat eik vader hierin dus biddend en overredend te werk gaan.

Maar elke vrouw en moeder, die het sacrament gaat verstaan, zal moeten toegeven, dat het teeken en zegel van het genadeverbond aan onze kinderen van /mnne geboorte af toekomt, en dat niemand onzer dus vrijheid heeft dat tecken en zegel aan ons kind te onthouden, wanneer de dag des Heeren ons naar de verklaring van den catechismus (Zond. 38) tot het gebruik ekr sacramenten roept.

Dan wordt uitstel willekeur.

Waarlijk, het zal niet schaden als het kind den eersten rustdag na de geboorte door den vader tot den heiligen doop gebracht wordt.

Daar kan een uitnemende zegen, zoowel voor de geloovige moeder als voor den geloovigen vader uit voortvloeien.

Voor de moeder. Juist toch doordat haar kind van haar weg^< i.aX om den heiligen doop te ontvangen, wordt zij bepaald bij die genade, dat de Heere dit kind, dat Hij uit haar wou doen geboren worden niet in haar, maar in Christus rekenen wil.

Haar oog wordt van haar zelven afgetrokken, en zij ontvangt straks dat kind als des Heeren kind terug. En dat is voor de moeder, die zoo aan het kind hangt, noodig. Zij moet het in dat Heere verliezen.

Voor den vader. Want als hij bij den doopvont alleen staat met zijn kindje, wordt hij er meer dan ooit bij bepaald, dat het zijn kind is, en al de verant\voordelijkheid voor de opvoeding van dit kind moet van dien stond af tot ziJ7i conscientie spreken, terwijl de Heere hem laat zien, dat hij van dit kind als van des Heere? : erfdeel eenmaal rekenschap zal hebben te geven, en dat/ry daarom van zijnentwege het zegel Gods aan zijn kind zal hebben te verklaren. De vader zal er meer een christelijk huisvader door worden.

En het kind zal er wel bij varen, indien vader niet minder dan moeder, niet slechts zijne geboorte, maar ook zijn doop als het sacrament van het genadeverbond hebben doorleefd.

Ook aan dit geding ziet men weer, hoe gevaarlijk het is, indien men aan het gevoel in zake de religie een beslissing vraagt.

Alle gevoelsreligie is eigendunkelijk, is eigenwillig.^ is eigenmachtig.

Ware godsvrucht gehoorzaamt niet aan het gevoel., maar God den Heere.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 15 april 1894

De Heraut | 4 Pagina's

Uit de Pers.

Bekijk de hele uitgave van zondag 15 april 1894

De Heraut | 4 Pagina's