Uit de Pers.
Naar aanleiding van Zola's werk over éz Mirakelen van LourdeSf ontleent de Hervorming aan het oordeel van Prof. Charcot een en ander over de geloofsgenezing.
Ziehier de hoofdgedachte hieruit:
Al aanstonds wordt gezegd, dat prof. Charcot, hierover door de New Review ondervraagd, de mogelijkheid van geloofsgenezing, onder zekere voorwaarden, heeft erkend. Maar het verschijnsel ligt, volgens hem, niet buiten het gebied der weten» schap. Aan wonderdadige ingrijping, in den zin, waarin de Roomsche kerk het mirakel verklaart, kan hierbij niet worden gedacht. Ziet hier zijne verklaring : «deze geneeskracht behoort wel degelijk tot de wetenschap; alleen die feiten kunnen als argumenten worden aangevoerd, die, ernstig en naar waarheid bestudeerd, tot eene wettige gevolgtrekking kunnen worden samengebracht."
Opmerking verdient lüerbij allereerst, dat niet alle ziekten, maar slechts eene bepaalde categorie van krankheden, hier in aanmerking kunnen komen. cHet terrein der geloofsgeneeskracht, " zegt prof. Charcot, «is vrij beperkt. Niet ieder is vatbaar om de zegening van geloofsgeneeskracht op zich en zijne kwaal te doen nederdalen." Bijzondere ziekten en bijzondere individuen worden vereischt, «met name dezulke, die eene eigenaardige stemming van het gemoed of den geest medebrengen, en waarbij vatbaarheid bestaat voor suggestie'*. Zenuwlijders, epileptici, en lijders aan hysterische krankheden mogen hier in de eerste plaats worden genoemd.
«Geloofsgeneeskracht'', zoo heet het verder, «kan zich slechts daar laten gelden, waar de genezing geen anderen invloed verejscht dan de macht, waardoor de ziel het Uchaam kan beheerschen. Geen inwerking, van welken aard ook, is bij machte om die grenzen ie overschrijden, want wij vermogen tiiets tegen de juiticurwetten; nooit heeft wonder, mirakel of faith-healing een afgezet been weder doen aangroeien." Daarentegen zijn er honderden voorbeelden van verlammingen, verzweringen, hysterische contracturen, bij welke deze genezing mogelijk mag worden geacht; krankheden, door den Engelschen geneeskundige Rüssel Reynolds aangeduid als «dependant on idea." «Onwetendheid", zegt prof. Charcot, «in het vatten van den band tusschen geest en lichaam deed van mirakel spreken. Maar de tijd zal komen, dat de zonneklare werkelijkheid der feiten geen tegenspraak meer zal ontmoeten."
Niet buiten rekening mag hierbij al verder worden gelaten, dat het geloof aan zoodanige geloofsgenezingen haast zoo oud is als de wereld zelf, en onder alle godsdienstvormen wordt aangetroffen. Wat de Roomsche kerk ons daarvan nog heden ten dage te aanschouwen geeft wortelt in het verleden, en wijst op analoge verschijnselen in de godsdienstige voorstellingen der Oudheid. Zoo had men te Athene het Asclepeion, met het beeld van Serapis. Maar de priesters van het heiligdom, ofschoon aan de wonderzucht der menigte voedsel gevende, waren toch reeds in hunne mate geneeskundigen; zij vormden een geneeskundig bureau, en gaven certificaten van genezing af. Zoodanige bureaux ontbreken ook op de bedevaartplaatsen van den tegenwoordigen tijd, indien zij althans van eenige beteekenis zijn, niet.
De ex-vctds (in beeld gebrachte voorstellingen van genezingen), in de tempels van vroegeren en lateren tijd, wijzen mede op dezelfde verschijnselen. «Meestal, zegt Charcot, «doen zij denken aan hysterische kwalen, of duiden lijders aan aan convulsiën, verzweringen (oedemen)" enz. Intusschen leerde de wetenschap, dat hier geen orgamsch, maar slechts dynamisch lijden aanwezig was.
Voorbeelden, als waarop de Roomsche kerk wijst, en hetgeen wordt medegedeeld omtrent Franciscus van Assisi of de heilige Theresa, vallen binnen hetzellde kader. «Ongetwijfeld", oordeelt Charcot, «waren, beiden uit een geneeskundig oogpunt, onderhevig aan hysterie." Op de bedenking, dat hij zoo altijd weer op hetzelfde terugkomt, antwoordt hij met Molière, zulks wel te moeten, omdat het •— «altoos hetzelfde is."
Nog moet hierbij, als laatste factor, niet worden voorbijgezien de inwerking van allerlei van buiten af bijkomende invloeden bij overprikkelde zeriiiwlijders. Men denke aan de voorgeschreven voorbereidende plechtigheden, gedurende welke het vertrouwen op de geloovigen meer en meer wordt opgewekt door auto-suggestie, door invloed der omgeving, aan welker medesleepende kracht de lijders zich onbewust overgeven, enz. Eene levendige schildering geeft hiervan Charcot, vooral met het oog op de meest bezochte en beroemd geworden bedevaartplaatsen ook van dezen tijd: «gewoonlijk", zegt hij, «doen zich ontelbare moeielijkheden voor, maar juist de tegenstand dient, om het geloof in de mogelijkheid ecncr wonderdadige genezing te verhoogen. Dan wordt de pelgrimstocht een zich voortdurend opdringend idee. De armen gaan bedelend, de rijken aalmoezen uitreikend, om de God^ heid gunstig voor hunne genezing te stemmen, en deze zielstoestand begint hei individu geheel te overheerschen. De zieken bereiken de heilige plaats, met vermoeid lichaam, met den geest bij uitstek vatbaar voor suggestie, en omdat de geest van den. lijder overheerscht wordt door de vaste overtuiging, dat de genezmg op handen is, volgt zij werkelijk. Nog een laatste krachtsinspanning, eene afwassching in de «pïstine", een vurig gebed, uitgelokt door het medesleepende der omgeving, en de genezing is tot stand gekomen."
't Zal wel niet noodig zijn, hieraan veel toe te voegen. Uit alles blijkt, dat zekere praedispositie bij den lijder eene eerste voorwaarde is tot de bedoelde genezingen. Niet de objectieve, van buiteri af inwerkende wonderkracht, maar de subjectieve gesteldheid der lijders, in overspannen toestand, aan zekere bepaalde krankheden roept de besproken verschijnselen te voorschijn. «Wel is het nog niet gelukt, " aldus besluit Charcot, «hiervan alles te weten, maar, tenvijl wij zoeken in afwachting, staat toch dit eene vast, dat de wetenschappelijke ontdekkingen en toenemende kennis der physiologische wetten steeds nmwer grens trekkat rondom de macht, toegeschreven aan geloofsgeneeskracht^.'*
Als vanzelf dringt zich hierbij de gedachte op aan min of meer analoge verschijriseleBj ook op
protestantsch gebied. Bekend is de werkzaamheid van den Wurtembergschen predikant Joh. Christoph BUimhardt (gest. 1880), die eenige jaren geleden aan het herstelhngsoord Boll, bij Göppingen, tal van lijders tot zich trok en door oplegging der handen, gebed en geesteiyke toespraak zijn geloofsgenezingen verrichtte. Het vroom geloof zag hierin een wederopleven van de «gave der gezondmaking" uit den apostolischen tijd. Wel was daarbij de geneeskundige behandeling niet uitgesloten, niaar zekere mystieke invloeden werkten ongetwijfeld mede tot de verkregen uitkomsten.
We laten dit oordeel van Prof. Charcot voor wat het is.
Ons is het genoeg, zoo slechts zoodanige actie op de ziel van den kranke, en door zijn ziel op zijn lichaam als mogelijk worde gesteld, dat niet door de werking van stof op stof, _ maar langs psyschischen weg op physisch terrein een resultaat worde verkregen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 3 juni 1894
De Heraut | 4 Pagina's