Buitenland.
Engeland. Offervaardigheid in Schotland.
Omtrent de in het laatst der vorige maand gehouden General Assembly der Vrije Schotsche kerk vernemen wij het volgende.
De predikant Douglas is benoemd tot Moderator van de samenkomst die te Edinburgh gehouden werd, Hij verving Ds. Walter Smith. De inkomsten der kerk bedroegen meer dan 8 millioen gulden, een vermeerdering van bijna twee en een halve ton gouds, sedert verleden jaar. Van die 8 millioen werd meer dan twee miUioen besteed voor het z. g. sSustentation-Fund, " een generaal fonds, waaraan bijna alle gemeenteleden bijdragen, en waaruit de predikanten bezoldigd worden. Eene som van bijna ƒ1.200.000 werd voor de zending uitgegeven. Door de gemeenteleden werd ongeveer 6 milUoen gulden bijgedragen, voorwaar een aanzienlijk bedrag. Toch waren de vrijwillige bijdragen der gemeenteleden ongeveer ƒ 80, 000 beneden die van het vorige jaar gebleven. Dat nochtans het totaal der ontvangsten dit jaar hooger was dan dat van het jaar 1893, is te danken aan de omstandigheid, dat aan legaten en schenkingen ƒ 312.000 meer dan het vorige jaar ontvangen werd. Men heeft uitgerekend, dat in SchoÜand elk lid der Vrije kerk jaarlijks ƒ 29 offert voor kerkelijke doeleinden, eene som die zeer hoog is, wanneer men in aanmerking neemt, dat uit elk huis, aangenomen, dat de gezinnen door elkander uit vijf personen bestaat, elk' jaar ƒ 145 komen moet om' de kerk te onderhouden, en men niet over het hoofd ziet, dat zoovelen, in plaats van te kunnen offeren, van die liefdegaven moeten onderhouden worden of nauwelijks in staat zijn om hun eigen brood te verdienen. In de geünieerde _ Presbyteriaansche kerk dragen de leden weinig minder bij, namelijk/26 ongeveer per hoofd, wanneer men weet, dat in de Staatskerk elk lid nog meer dan ƒ 10 bijdraagt voor kerkelijke doeleinden, dan is daaruit te leeren: ie. dat het vrijwilligheidsstelsel ook Schotland heerlijke resultaten oplevert, en 2e. dat de kerk die de steun van den staat afwijst om zelve in hare behoeften te voorzien, niet beschaamd uitkomt; dat daar, waar men zich niet behoeft in te spannen om het noodige te verzamelen om kerk en armen te onderhouden, de kunst om te geven verleerd of nooit geleerd wordt.
Toch is ook het voorbeeld der Schotsche Staatskerk voor ons Nederlanders zeer beschamend. Wanneer men in de Gereformeerde kerken, voor kerk, school en armen / 7 per hoofd betaalt, dan wordt dit reeds voor enorm hoog gehouden. De leden der Staatskerk in SchoÜand geven voor genoemde doeleinden de helft meer, en die van de Vrije kerken ruim vier maal meer! Nu werpe men ons niet tegen, dat in Engeland het geld minder waarde heeft, dan bij ons. Dit m_oge in Oud-Engeland het geval zijn, vooral in de stad Londen, doch in SchoÜand is het niet zoo. Ook werpe men niet tegen, dat er over het algemeen meer gegoeden bij de Vrije kerken in Schotland gevonden worden, dan in Nederland. Dit is wel waar, doch daartegenover staat, dat in de Schotsche hooglanden de gemeenteleden over het algemeen zóó arm zijn, dat zij door de kerken uit de lage landen en steden moeten geholpen worden om hunne kerkelijke huishouding te betalen. Wij weten althans, dat het tractement der predikanten, dat nooit minder dan ƒ1800 'sjaars bedraagt, uit het sSustentation-Fund" wordt" voldaan, hetwelk, zooals reeds gezegd is, een generaal fonds en rekenpKchtig aan de algemeene vergadering is. Dit fonds zal op den duur blijkeii. en is reeds gebleken, noodlottig voor de kerken te zijn. Er zijn kerken in de hooglanden, die aan de Gereformeerde belijdenis getrouw wenschen te blijven, maar die, doordat zij uit de generale fondsen leven, zich niet openbaren, gelijk men anders kon verwachten. Het zilveren koord is ook hier eene belemmering voör de vrijheid der kerken, die zich aan de oude en beproefde waarheid wenschen te houdgn.
De sdown grade", d. i. de richtmg der geiten naar het modernisme, is oök in de Vrije Schotsche kerk duidelijk waar te nemen. Wij schrij-' ven het dan ook daaraan toe, dat de gewone inkomsten van die kerk vrij wat verminderd zijn. Het kan ook niet anders. Daar, waar het ongeloof van den kansel verkondigd wordt jaagt men de gemeente weg, en houdt men de onverschilligen over. Dit geschiedt niet op eenmaal, maar van lieverlede.
Het feit, dat in SchoÜand nog zulke enorme sommen door de kerken verzameld worden terwijl_ zij van hej: fundament, dat eenmaal gelegd is, afglijden, is nog te meer beschamend voor de Gereformeerde kerken in Nederland welke door Gods genade tot vernieuwde belijdenis der ware religie gebracht werden. Hier in Nederiand is er weder een honger naar het zuivere \Voord Gods ontstaan en worden de geesten, - die daarvan afwijken, openbaar, hoezeer betaamt het ons daarom, daarvoor den Heere dank te brengen. '
Onlangs werd door Mr. Price Hugues m een voorlezing opgemerkt, dat er een groot onderscheid bestaat tusschen de historie van Engeland en die van Frankrijk.
Toen in 1789, zoo sprak hij, de Fransche revolutie uitbrak, bedroeg het inkomen van Frankrijk 24 millioen pond, terwijl dat van Engeland 1-5 millioen pond was. Daarbij was Frankrijk grooter van omvang en geographisch beter gelegen dan Engeland; ook was haar bodem meer vruchtbaar. De bevolking van Frankrijk was in die dagen 26 millioen zielen tegen 9 millioen in Engeland. Voorts was' Frankrijk een groote militaire macht, gaf den toon in de wereld aan, ja stond aan het hoofd van lie beschaafde natiën, terwijl de Fransche taal overal die der diplomatie was. In den tegenwoordigen tijd zijn er slechts 40 milHoen Franschen, terwijl er meer dan 100.000.000 Engelschen gevonden worden. Honderd jaren geleden waren er driemaal zooveel Franschen als Engelschen; thans is die verhouding juist omgekeerd. In Engeland worden jaariijks 13 per duizend menschen meer geboren dan er sterven ; in Frankrijk is het cijfer van gestorvenen en geborenen gelijk, in den regel minder. Bij de laatste volkstelling zou het gebleken zijn dat het bevolkingscijfer verminderd was, doch doordat eene menigte Engelsche en Duitschers zich in Frankrijk hebben gevestigd, bleef het cijfer nog op dezelfde hoogte. Frankrijk werd overvleugeld in plaatsen, waar het zich het eerst had gevestigd, in Indië, Canada en de Vereenigde Staten. Deze behooren nu aan ons en aan
onze kinderen. Waarom, vroeg Mr. Hugues, werd Frankrijk in zijn strijd met zijn mindere geslagen ? Twee redenen zijn hiervoor te vinden : Omdat het de moord St. Bartholomeus-nacht teval en het Edict van Nantes herriep.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 24 juni 1894
De Heraut | 4 Pagina's