Uit de Pers.
Gaarne wijzen we ditmaal onze lezers op het Verslag van het Zettensche Gymnasium., waaruit we het onderstaande overnemen:
In het najaar besloot het Curatorium opnieuw eene oproeping voor de leiding van het Internaat te doen, en werd, - den 21 en October, daarvoor met ingang van i Jan. d. a. v., benoemd de heer W; F. A. Winckel, predikant bij de^Gereformeerde Kerk te Oudewater, die met den aanvang des jaars zijnen nieuwen werkkring heeft aanvaard. Met dank aan God mocht in tegenwoordigheid van de Curatoren Van Asch van Wijck en Fabius de Regent den gen Januari jl. tot zijn dienstwerk worden ingeleid.
Aanvankelijk heeft het Curatorium alleszins reden zich over de gedane keuze te verheugen. Sterke en bekwame God den heer en mevrouw Winckel tot hunne moeielijke en veelomvattende taak; doe Hij onder en door hunne zorg onze instelling een tijdperk van nieuwen bloei ingaan; en toone zich in Zijne gunste het gereformeerde spoor een veilig pad orn ook de jeugdigen van hart te neigen tot de vreeze Gods en een reinen wandel.
Niet alleen echter voor de huishouding kwam groote verandering. Ook in het onderwijzend personeel had belangrijke wijziging plaats. Ten deele stond dit in verband met het vertrek van Ds. Van Lingen, die ook vele lessen gaf, en met de splitsing tusschen Internaat en School gemaakt. Voorts was van invloed de meer stelselmatige inrichting van het leerplan geheel overeenkomstig een zesjarigen cursus, en de aanwezigheid van drie leerlingen, waarvan twee voor de studiën der geneeskunde zijn bestemd, in de zesde klasse. Eindelijk ook het eervol ontslag, aan den heer G. Boekenoogen op zijn verzoek tegen i September verleend, die gedurende een jaar als tijdelijk leeraar werkzaam was geweest.
Reeds deelden we in het vorig verslag mede, dat als eerste leeraar aan het Gymnasium met ingang van I Sept. 1893 benoemd is de heer W. H. Kramer, doctorandus in de klassieke letteren, die den 6den September door den Voorzitter is geïnstalleerd geworden. Dan is insgelijks voor het onderwijs in de oude talen den izden Aug. herbenoemd de heer J. J. Esser, toen nog candidaat in de letteren, maar sedert dien tijd na welvolbracht examen doctorandus geworden. Juist één jaar te voren was den heer Esser eervol ontslag verleend in verband met het toen gekoesterde, doch later opgegeven, plan om zich aan eene andere levens: » taak te wijden. Ook werd het aantal lessen van den heer Le Gropi uitgebreid, en hem op dien gi-ond eene evenredige verhooging van traktement toegekend. Voor het godsdienstonderwijs en het onderwijs in het Hebreeuwsch kon nog geene definitieve benoeming worden gedaan. Tijdelijk is voor het ondenvijs in het Hebreeuwsch de heer P. Warmenhoven, theol. stud, van de Vrije Universiteit aangesteld, die daarvoor wekelijks overkomt.
Voor het Godsdienstondenvijs heeft tusschen de groote vacantie en de Kerstvacantie [^Ds.^ C. L. F. van Schelven te Wageningen ons 'gewaardeerde hulp geboden, waarvoor hem hierbij openlijk dank zij gebracht. Met het oog op zijne ambtelijke werkzaamheden was het hem echter aangenaam, dat deze taak na de wintervacantie door den Regent werd overgenomen, die haar nu tijdelijk waarneemt.
In het geheel verlieten 18 leerlingen in den loop van 1893 de inrichting. Vier hunner — C. Vermaat, L. van Loon, J. F. Magendans en R. van Reenen — studeeren thans aan de Vrije Universiteit. Van de genoemden had de eerste de zesde klasse, de 3 overigen de vijfde klasse afgeloopen. Voorts gingen de leerlingen N. Duursema uit de 4de en D. Hoek uit de 3de klasse naar de Theologische School te Kampen. Een viertal kweekelingen zet de opleiding tot de Academische studiën voort aan het Gereformeerd Gymnasium te Amsterdam, een door privaatlessen, en een aan het openbaar Gymnasium te Doetinchcm. Eindelijk zegden 6 leerlingen het ondenvijs voorgoed of tijdelijk vaanvel.
Daartegenover verkregen na de groote vacantie toegang tot het Gymnasium 4 kweekelingen van het Instituut van den heer Grüneveld, en van elders 9. Van dit dertiental werden 9 geplaatst in de ie klasse; 3 in de 2e; en i in de 6e. Den len Januai-i 1894 was het geheele aantal leerlingen 53, terwijl in de ic klassse de lessen gedeeltelijk nog door 4 leerlingen worden gevolgd, die voor het overige onderricht genieten op het Gymnasiaal Instituut. Op genoemden datum waren van deze 53 in hot gebouw van het Gymnasium 34 kweekelingen gehuisvest, en 5 leerlingen, nog tot de ie klasse behoorende, in het gebouw van het Instituut, Voorts waren er 14 externen.
Onderging alzoo het Gymnasium in het afgeloopen jaar meer dan écne ingrijpende verandering, daartegenover bleef het Instituut onder leiding van den heer Grüneveld in hoofdzaak geheel op denzelfden voet. Een tweetal leerlingen vertrok in 1893 naar elders; 4 gingen over naar het Gymnasium, doch bleven in het Instituut woonachtig; daartegenover werden 7 nieuwe discipelen opgenomen. Den len Januari 1894 was het cijfer der leerlingen 11, waarvan 8 als intern op het Instituut. Voorts waren daar nog 5 leerlingen uit de eerste klasse van het Gymnasium gehuisvest.
De bezwaren, aan het geringe getal leerlingen verbonden, en waarop het .vorige jaar door ons gewezen werd, bestaan alzoo ook thans nog. En natuurlijk drukt deze toestand ook de financiën. Intusschen danken wij den heer Grüneveld en zijne echtgenoote voor de 'zorg in onderwijs en verpleging ook dit jaar aan de kweekelingen geschonken.
Zooals ook reeds in ons vorig verslag werd bericht, heeft zich met het Penningmeesterschap der Vereeniging de heer Jhr. Mr. H. M. J. van Asch van Wijck belast, dat te voren door den heer Van Lingen werd waargenomen. Deze taak brengt uitteraard veelvuldige beslommeringen mede. Gelijk uit achterstaand overzicht blijkt, is de geldelijke toestand door 's Heeren goedheid niet ongunstig te achten. Intusschen blijft vermeerdering zoo van het getal leerlingen als • van het aantal leden en begunstigers zeer gewenscht. Aan giften en contributiën werd in het afgeloopen jaar slechts f 668 ontvangen. Zoude het wel zoo moeielijk zijn dit bedrag te doen stijgen ? Onze leden en begunstigers kunnen in den hierbij gevoegden staat zien wie in de plaats hunner inwoning ons steunen. En zoo ook wie het niet doen. Eilieve, helpe men ons om uit de laatste groep er eenigen of velen in de eerste te doen overgaan, Gaarne zal de Penningmeester daarvan te zijnent (Utrecht, Kromme nieuwe gracht 1) bericht ontvangen. Zal het Gymnasium, zoo - wat de school als het Internaat betreft, aan rechtmatige eischen beantwoorden, dan zal vermeerdering van uitgaven in de toekomst moeielijk kunnen uitblijven, ook al belast het Curatorium zich niet met de taak om in bepaalde gevallen nog voor een deel yan het kost-en leergeld der kweekelingen te zorgen. Het Curatorium verheugt er zich in, dat de financieele toestand toelaat een betrekkelijk laag bedrag te eischen (/" 500 voor het Gymnasium en f 400 voor het Instituut). Maar. het kan moeielijk er toe overgaan telkens leerlingen aan te nemen tegen verminderd schoolgeld. Het lijkt soms hard dergelijke aanvragen te moeten afwijzen. En ook zouden opvervlakkig financieele overwegingen wel eens doen neigen tot het inwilligen van zulk een verzoek. Wat echter aan den een wordt toegestaan, kan aan den ander moeielijk geweigerd worden. En ten slotte moet toch het voor sommigen ontbrekende bedrag worden gevonden. Het Curat: orium is van oordeel, dat die last niet op zijne schouders mag worden gelegd, en dit veeleer ligt op anderer weg, op dien van particulieren ; van een vereeniging als Kerkhulp; of van de Kerken zelven.
De schuld van de Hypotheekbank te Amsterdam moest op het einde des jaars worden afgelost. Aanvankelijk groot /" 17, 300, was zij nu tot/" 16, 300 verminderd. Om dit bedrag te vinden, is bij de Utrechtsche Hypotheekbank eene hypotheek genomen groot /• 11, 000, rentende 4I/3 pet., gedurende 10 jaar, met verplichte aflossing van ƒ 200 per jaar, terwijl de verder benoodigde som bij de Utrechtsche Credietbank is opgenomen. Ten slotte vermelden we omtrent het financieel beheer nog, dat, gelijk daarop in de laatstgehouden ledenvergadering aangedrongen werd, eene zooveel mogelijk volledige scheiding is gemaakt tusschen de administratie van het Gymnasium en die van het Instituut, zoodat beider' geldelijk resultaat thans beter dan vroeger afzonderlijk is na te gaan.
De geheele ontvangst bedroeg / 51.148, de geheele uitgaaf ƒ49.262. Het batig saldo was alzoo ƒ 1886.
Deze mededeelingen zijn verblijdend.
Winne het Zettensche Gymnasium steeds in innerlijke kracht, ga er bezieling van uit onder onze jongelingschap, en zij het van den Heere gezegend.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 juli 1894
De Heraut | 4 Pagina's