Buitenland.
Frankrijk. De Synode van Normandië. In de Synode van Normandië, eene particuliere synode, die deel uitmaakt van de officieuse Synodale organisatie, is een ontwerpliturgie voor het opnemen van nieuwe leden voorgesteld. Er werd een voorstel gedaan door den predikant Paul Monod om het toelaten van nieuwe leden tot de kerk af te scheiden van het toelaten tot het Heilig Avondmaal. Men had kerkdijken zin genoeg om dit voorstel te verwerpen, al werd ook in naam der eerlijkheid geëischt, dat men het zou aannemen. Er werd een woord van den heer Bersier aangehaald, die eenmaal sprak: Het is een groote dwaling en er is een groot gevaar in gelegen als men alle catechisanten, die het godsdienstonderwijs afgeloopen hebben, noodzakelijk tot het H. Avondmaal toelaat; dat is aan die daad des geloofs zijn karakter van vrijwilligheid ontnemen; dat is van den godsdienst eene routine maken, waaraan men zeer dikwijls gehoorzaamt zonder overtuiging. Doch dit kon de vergaderde leden niet overtuigen en te recht hield men er aan vast, dat belijdenis en avondmaal niet van elkander mogen gescheiden worden.
Aan het einde der vergadering, toen vele leden reeds vertrokken waren, deed men een voorstel om de regeering te verzoeken een officieele Synode te willen uitschrijven.
Het had al den schijn, alsof men het vertrek van sommige broeders had willen afwachten om zijn slag te slaan. Het is een treurig teeken, dat men eene ofiïcieele synode begeert, die ten slotte niet anders zijn zal dan een atlministralief lichaam, dat ongeloof en geloof samen moet houden,
— Op »de Synode der Pyreneën" te Revel gehouden, kwam het tot eene opmerkelijke verklaring tusschen de verschillende stroomingen, die in deze vergadering gevonden werden. Om alle richtingen te bevredigen, is men er toe gekomen om voor te stellen om bij de formulieren die in gebruik zijn, en die in overeenstemming zijn met de belijdenis der kerk, andere toe te laten die meer in liberalen geest gesteld zouden zijn. De officieuse parliculiere Synode van Revel heeft echter dit voorstel beslist van de hand gewezen, omdat zij uitging van de overweging, dat in de gemeenten geen behoefte aan liberale formulieren aanwezig was. Slechts onder de predikanten is de tegenstelling tusschen positief en liberaal voorhanden, terwijl de gemeenten de geloovige richting toegedaan zijn. Maar, vragen wij: hoe is het dan te verklaren, dat in de gemeenten zoovele liberale predikanten jaar in jaar uit prediken.'
Zwitserland. De Synpde van de Eglise I.ibre van het kanton Waadland is te Yverdon samen . geweest. In de eerste plaats werd daar gehan-•• deld over de predikantstractementen. Er was een voorstel gedaan om die tractementen, wegens den ongunstigen finantieelen toestand waarin zich de gemeente bevindt, te verminderen. De kerken wilden echter daartoe niet besluiten; eenstemmig werd aangenomen, dat de tractementen die tot hiertoe genoten werden, ook in het vervolg zouden ontvangen worden. Wij kunnen hieruit opnieuw gewaar worden, dat die leeraars, welke van het altaar dat zij bedienen moeten leven^ daarom nog niet aan de willekeur der gemeenteleden zijn overgeleverd wat hun stoffelijk bestaan betreft.
Het tweede punt op het agendum betrof de evangelisatie onder de Roomschen. Een op de Synode gedaan voorstel om voor genoemd doel minder te gaan uitgeven, omdat de kassen van Öe vrije kerken niet onuitputtelijk konden genoemd worden, werd heftig bestreden; ten slotte werd besloten tot het voortzetten van het werk op denzelfden voet.
Den 2osten Mei is in den ouderdom van 72 • jaren te Lausanne gestorven, de theologische hoogleeraar J. F. Astié. Te Ne'rac, in het jaar 1822 geboren, studeerde hij in Geneve, Halle en Berlijn in de godgeleerdheid. Daarna trok hij naar Amerika en werd daar predikant. Na drie jaren als zoodanig gediend te hebben, keerde hij naar zijn vaderland terug en werd hoogleeraar in de Theologische faculteit der Vrije kerk in het kanton Waadland.
Astié was een leerling en geestverwant van den bekenden Alexandre Vinet. Hij werkte er krachtig aan mede om de denkbeelden van dien grooten denker te verbreiden, inzonderheid door de uitgave van eene bloemlezing zijner werken onder den titel van J Esprit de Vinet." Ook schreef de gestorven hoogleeraar een geschrift: »de Vinet van de historie en de Vinet van de legende, " waarin hij aantoonde, dat Vinet door velen voor rechtzinnig gehouden werd, en duidelijk aantoonde, dat er in het stelsel van Vinet elementen aanwezig zijn, die moeten leiden tot modernisme.
Astié schreef een uitlegging van het Evangelie van Johannes en eene studie over de theologie, o-elijk die tegenwoordig in Duitschland beoefend wordt.
Helaas is Astié bij het klimmen zijner jaren steeds meer afgeweken. De subjectieve lijn die Vinet volgde, bracht ook Astié, gelijk zijn me eleerling Edmond Schérer in het moderne kamp. oor twee jaren bracht zijn volgen van de itschliaansche school hem in conflict met de estuurderen der Theologische school waarvan ij hoogleeraar was. Er werd op de synode een besluit genomen, dat het standpunt dat Astié innam, veroordeelde, ofschoon het ons voorkwam, dat het principiëeler had kunnen zijn.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 8 juli 1894
De Heraut | 4 Pagina's