Buitenland.
Duitschland. Uit de Pruisische landskerk.
In het jaar 1892 werd er in de Pruisische aat. landskerk de z. g. sstolgebühren" voor het bedienen van den H. Doop en het kerkelijk bevestigen van huwelijken, opgeheven. Daar deze nieuwe orde van dingen reeds in October 1892 in werking getreden was, kan men nu de uitwerking er van nagaan. En dan staat het vast, dat sedert er geen geld meer geeischt wordt voor het bedienen van den doop en voor de bevestiging van het huwelijk, het getal doopsbedieningen met één percent is vermeerderd. Ook is de kerkelijke bevestiging der huwelijken, sedert de afschaffing van de sstolgebühren", met twee percent toegenomen. Daarentegen is het getal gemengde huwelijken vooruitgegaan, en bedraagt thans 13, 28 pCt. Dit cijfer bewijst, dat in Pruisen de onverschilligheid in zake den godsdienst, toeneemt.
In Pruisen bestaat nog altijd de verplichting bij de leden der gemeente om, als zij ten avondmaal gaan, aan den predikant een geschenk in geld te doen bij wijze van biechtgeld. Ook moet men de predikanten er voor betalen, wanneer zij eene kerkelijke begrafenis bezorgen. Sedert lang heeft men op afschaffing van het z. g. biechtgeld en op wegneming van de lijkenbelasting, gelijk men dit noemt, aangedrongen. Reeds hebben de Synoden in het jaar 1817 gewezen op de wenschelijkheid van opheffing van het biechtgeld. Maar het schijnt daartoe niet te kunnen komen. Wellicht meent men, dat de tractementen der predikanten te laag zijn om te kunnen verdragen dat hun zekere emolumenten ontnomen zouden kunnen vrorden, die nu hun traktement vermeerderen.
Steeds nemen in Pruisen de processen tot echtscheiding toe. Vóór ruim 10 jaren werden er 10.000 van zulke processen gevoerd, nu zijn het er 12, 758 in het verloopen jaar. In het jaar 1891 werden slechts 2329 echtscheidingen uitgesproken en in 1893, 4247. De echtscheidingen zijn dus in een tijdsverloop t van circa 12 jaren bijna verdubbeld! ti^Allgem. Ev. Luth. Kirchenzeitung., schrijft dit feit toe aan de omstandigheid, dat men sedert 1881 niet meer van overheidswege bij de processen tot echtscheiding de hulp inroept van predikanten en geestelijken. Wel is er van kerkelijke zijde op aangedrongen om in deze weder de hulp van de kerk in te roepen, doch tot hiertoe te vergeefs.
Er is in Duitschland op gewezen, dat er zoo •weinig wetenschappelijk degelijke polemiek tegen Rome gevoerd wordt; jaar in en jaar uit wordt de Duitsche boekenmarkt overladen met antiroomsche gelegenheidsgeschriften van licht kaliber, waardoor zekere sensarie wordt verwekt of waaruit zucht tot het maken van kabaal spreekt; maar geharnaste strijdschriften tegen Rome, gelijk ze in de dagen dergroote reformatie het licht zagen, komen heden ten dage haast niet meer voor. Ons dunkt, dat dit te wijten is aan de richting, die men op theologisch gebied heeft ingeslagen. Daardoor is men niet in staat om de controvers tegen Rome op principieele wijze te voeren. Immers sedert jaar en dag heeft de Duitsche theologie zich op den weg der sVermittelung" bewogen, behoudens enkele gunstige uitzonderingen, en de vermittelungs-theologie kan niet principieel tegen Rome front maken. Zoo spoedig als de Luthersche theologen zich wederom op ruimer Luthersch standpunt plaatsen en Luther's uitspraak; sDas Wort sollen Sie lassen stahn" van harte overnemen, kan er wel met Rome geschermutseld worden, doch een polimiek, die den wortel der dingen raaKt, is niet m.ogelijk.
Enyeland. De eerste Engelsche minister tegenover scheiding van kerk en staat.
Het blijkl steeds meer dat de minister, die den grooten staatsman Gladstone als premier opvolgde, Lord Rosebery, niet zoo geneigd is om scheiding van kerk en staat door te voeren als zijn voorganger. In eene schitterende redevoering te Cardif uitgesproken, nam de premier als voorbeeld een land als Spanje, waar de geheele bevolking één is in belijdenis, en sprak daarover: »lk geloof niet, dat de sterkste voorstander van scheiding van kerk en staat zou kunnen denken, dat er iets absoluut tegenstrijdigs of absoluut onzedelijks gelegen is in den wensch der Spaansche natie, om eenigen onderstand te geven aan bedienaars van een godsdienst, dien zij allen gelijk belijden en gehoorzamen." Nu is het wel waar, dat een En^elsch 'raniisteï ni'ét Vödr éen tiïestanti staut^ ^dlijk die in Spanje gevonden wordt, omdat het Engelsche volk uit het oogpunt van den godsdienst zeer verdeeld is, maar toch geven de woorden van Lord Rosebery veel te denken. Daarbij komt dat er, nu de staatskerk in Wales op het punt staat van te vallen, er van zekere zijde pogingen worden aangewend om tot een compromis te geraken. Men wil alles prijsgeven, maar alleen de goederen niet.
Nu zijn de voorstanders van scheiding van kerk en staat er niet op uit, om fondsen tot zich te trekken, die aan de Episcopale kerk van Wales zijn geschonken, maar met de groote massa goederen is dit niet het geval.
De eerste minister van Engeland heeft er nog aan herinnerd, dat de staat altijd zekere controle over de bestemming der kerkelijke goederen heeft uitgeoefend. Hij sprak: Ik onderstel, dat wij allen weten wat de staat eenmaal deed met deze goederen — hoe hij ze ten tijde der reformatie van de oude kerk afnam en ze, volstrekt niet alle, aan de Gereformeerde kerk gaf, maar ze wegschonk aan groote en kleine baronnen, aan de aanhangers van het hof, van welke velen thans vurige conservatieven zijn, die inhunne blinde vooringenomenheid voor de staatskerk, niet de minste restitutie gegeven hebben voor de vervreemde eigendommen."
Het komt ons voor, dat Lord Rosebery het beginsel van vereeniging van kerk en staat vasthoudt, doch dat hij, om den steun van zijne liberale partijgenooten te behouden, er niet van tusschen kan om den band der Episcopale staatskerk van Wales los te maken van den staat. Wie weet of hij straks hen, die een middenweg willen inslaan, niet in het gevlei komt. Wij vreezen het althans. Het verwonderd ons wel, dat de mannen, die deEpicopale staatskerk voorstaan, niet door hetgeen men in Ierland heeft zien gebeuren, wijzer geworden zijn. Daar kwam het tot de door de Episcopalen gevreesde scheiding. En is nu in dit overwegend Roomsche land de scheiding van kerken staat voor de Episcopale kerk tot nadeel geweest? Integendeel zelfs. De Episcopale kerk is blijven bestaan en is er krachtiger geworden dan ooit te voren.
Noord'Amerikai De gewezen pater Chiniquy, de schrijver van het bekende werk: «Vijftig jaren in de kerk van Rome, " was op het laatst van het jaar 1894 zwaar ziek geworden. Roomsche priesters trachtten hem te bezoeken, ook dames, die in oprechtheid de Roomsche kerk aanhangen, zochten hem te zien. Doch de zieke, dien men stervende waande, is geheel hersteld. Hij schreef na zijn wederoprichting aan den aartsbisschop van Montreal, in Canada, die zooveel belang in hem bleek gesteld te hebben een brief, om dezen mede te deelen, dat hij volkomen hersteld was, dat hij op zijn 86-jarigen leeftijd nog zien kon zonder bril en dat zijn hand niet meer beefde, dan toen hij 30 jaren oud was. Voorts legt hij in zijn schrijven getuigenis af, van zijn vast geloof in Jezus Christus, zeggende, dat hij boven alles in zijn zware ziekte, het geluk geproefd had, dat men bezit, als men Jezus tot vriend en geneesmeester heeft. Met Petrus had hij geroepen: s Behoud mij, want ik zal omkomen."Gelijkte verwachten is, doet de gewezen Roomsche pater daarbij vele uitvallen tegen de Roomsche misbruiken en grijpt hij kennelijk deze gelegenheid aan om zijn hart te luchten over hetgeen hij verkeerds in de Roomsche kerk gevonden heeft. Maar van een principieel betoog van het verkeerde in Rome's stelsel is in zijn brief aan den Roomschen aartsbisschop niets te vinden. Hij doet slechts eenige hartstochtelijke uitvallen tegen enkele Roomsche misbruiken. Met dergelijke polemiek komt men echter niet verder. Men plukt wat aan de bladeren van de boom, maar laat wortel en stam onaangeroerd.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 10 februari 1895
De Heraut | 4 Pagina's