Bedenkelijk.
De geruchten, die nu en dan uit Schotland tot ons overkomen, geven allerminst den indruk, dat de kerken van dit eens geheel Calvinistische land, na haar terugkeer tot levendiger geloof, metterdaad zich ook op den Calvinistischen wortel ontwikkelen.
Zelfs van de Free Church, of Vrije Schotsche. kerk, die met zoo blijde hope eens haar loop begon, kan dit niet meer gezegd worden.
Wel is er nog veel in den toestand dezer kerken, waarover elk kind van God zich verheugen mag.
Vergelijkt men toch de Vrije kerk van Schotland met de Presbyteriaansche, Baptistische, en Non-Couformiste kerken in Engeland, dan is het buiten tegenspraak, dat Schotland het schier in elk opzicht wint, én wat beslistheid van belijdenis, én wat milde offervaardigheid, éu wat practi-' schen ijver en toewijding betreft.
Ook hier betoonde het Calvinisme zijn hooge uitnemendheid, daar Schotland, dat ia dieper, ernstiger zin dan Engeland, het Calvinisme onder Knox aanvaard had, reiner, zuiverder en krachtiger uit den chaos van het laatst der vorige eeuw te voorschijn trad) dan de zusterkerk in Engeland.
Ook nu bleek de wortel in Schotland gezonder en veerkrachtiger.
En toch, er dreigde van meet af een gevaar, en aan dat gevaar hebben deze eens zoo schoone kerken, helaas, niet weten te ontkomen.
Toen namelijk deze kerken tot vrije en nieuwe formatie kwamen, hebben ze veel te eenzijdig nadruk gelegd, op het ééne leerstuk van Christus' Koningschap over zijn kerk, zonder dit, gelijk behoord had, met het geheel der Belijdenis in verband te zetten.
Dit had ten gevolge, dat ze, het Koningschap van Christus over zijn kerk «erende, zelfs geen nader onderzoek naar den eiscli van het Schriftuurlijk of Gereformeerd kerkrecht hebbea ingesteld; en, wanende, dat met het vasthouden aan het Presbyterianisme, reeds alles gewonnen was, zonder het te weten of ook maar te vermoeden, allerlei gevaarlijke elementen uit het Collegiale Kerkrecht binnengeloodsd; hier vooral in uitkomende, dat ze van de kerken saam ééne groote Landskerk hebben gemaakt, en de plaatselijke kerken, als onderdeelen van dit Genootschap, en alzoo als departementen van een groot geheel, hebben doen optreden.
Er was in de machtige beweging waaruit zij opkwamen, blijkbaar niet een enkel theoloog, die de grondslagen van het kerkrecht der oude Schotsche kerken in beginsel doorzag, en in zijn gevolgen kon uiteenzetten.
Ja, meer nog, er ontbrak te eeuenmale een leidende, wetenschappelijke gedachte, die de historie der aloude Schotsche kerk tot haar recht deed komen, en de belijdenis der waarheid uit • liaar wortel voor ons tegenwoordig geslacht wist te vernieuwen.
Als gevolg hiervan heeft de Free Church wel op allerlei terrein gebloeid, maar is ze theologisch arm gebleven, of liever nog, heeft ze geen theologie, die ze de hare kan noemen en uit haar Calvinistisch beginsel was opgebouwd, gehad.
Men verzuimde een universiteit te stichten, leerde daardoor over het uitgangspunt ten deze niet nadenken, en in de Theologische scholen, die men vormde, werden wel leeraars opgeleid, maar geen wetenschappelijke mannen gevormd, die ook als theologen uit het beginsel der Calvinistische belijdenis leetden en werkten.
Gevolg hiervan nu is geweest, dat men in deze scholen alras tweeërlei soort leeraren verkreeg. Eenerzijds conservatieve mannen, die zonder wetenschappelijke diepte en zonder aansluiting aan de beweging der geeste.--^ eenvoudig het oude weer opkookten, na het tamelijk aangelengd te hebben; en anderzijds pittiger mannen, die bij onstentenis van een eigen theologie, gretig de hand uitstaken naar hetgeen uit Duitschland, op naam der Vermittelü^^Stheologie, straks op naam van Ritschl's school, of ook van de Modernen, geïmjjorteérd werd.
Die tweeheid in d€ scholen leidde straks tot tweeheid onder g* leeraars der kerk, en niet veel later tot'tweeheid en tweedracht onder de leden de»' kerk, en zoo tot tweespalt op de kerkelijke vergaderingen.
In de armere hooglanden (Highlands) hield men meer aan het oude vast, in de rijkere lage landen (Lowlands) van Schotland gaf men het almeer aan de nieuwe Duitsche theologie gewonnen.
En daar nu de Lowlands meer bevolkt waren, en ook door hun overwicht in geld den boventoon op de General Assembly voerden, was het noodlottig gevolg, dat niet alleen de Conservatieven, maar ook de Calvinisten almeer werden teruggedrongen, en dat men thans reeds zeggen kan, dat de leiding der geesten in deze Vrije Schotsche kerk geheel in handen van de Methodisten en Irenisch-ethischen is overgegaan.
En nu heeft men zich een tijdlang wel ingebeeld, dat veel ontplooiing van ijver in Christelijke werkzaamheden, met name op het gebied der Zending, den snellen afloop van deze wateren verhinderen zou; maar gelijk te voorzien was, liep deze verwachting op teleurstelling uit.
Een kerk is een machtig instrument van propaganda, en nu is propaganda door »Christian works" zeker niet vreemd, mits ge weet wat ge propageert.
Verzuimt ge daarentegen om het centrum, het middenpunt van uw kerkelijk leven in uw Belijdenis der waarheid zuiver te houden, dan moet uw propaganda wel in algemeenheden en individualistische wilkeur verloopen.
Geld voor de zalce Christi geven is uitnemend, maar zal dat geld zijn doel bereiken, dan moet vóór alle dingen vaststaan, dat dit geld in dienst worde gesteld van de waarheid.
Van lieverlee toonde dan ook de uitkomst, dat de kerk als kerk den dans niet ontspringen kon, en zich naar rechts of naar links ill haar belijdenis had over te buigen.
En nu moet zeer zeker dankbaar erkend, dat de Vrije Schotsche kerk, toen het op dien strijd aankwam, het Modernisme heelt afgewezen, en tot op zekere hoogte voor de autoriteit der Schrift in de bres sprong.
Maar evenmin mag ontkend, dat ze in haar latere beslissingen, zoo dikwijls het stond tusschen de Calvinisten eenerzijds, en de Ethisclien anderzijds, steeds voor de Ethischen partij koos, en de Calvinisten weerstond. Ja zelfs, dat ze dit door haar besluit van '93 en '93 in het generaal deed.
Zij als wier tolken de broeders Murdo Mackenzie, A. D. Campbell en John M. Evan optraden, werden, hoewel ^-y juist jongetw'jfeld de historische lijn vasthielden, in het ongelijk gesteld, en Dr. Laughton c. s. triomfeerden.
Dit kwam daarin uit, dat de Commissie voor de Confessie, waarvan de bekende Robert Rainy voorzitter was, voorstelde, om allereerst de verbintenis aan de ^é'/z^«'/^ Westminster Confessie te laten varen, en daartoe het woordeke ^ whole" uit de formule weg te nemen. Schijnbaar een kleinigheid, maar waardoor de Vrije Schotsche kerk denzelfden heilloozen weg insloeg, die ten onzent door het quatenus bewandeld is.
Ten tweede daarin, dat er een Declaratory act werd uitgevaardigd, waarbij de Vrije Schotsche kerk, zonder iets in de Confessie te veranderen, op eigendunkelijke en laksche wijze haar inhoud op de hoofdpunten resumeerde.
Ten derde daaruit, dat de onderteekeningsformule voor de leeraars zoo gewijzigd werd, dat mannen van allerlei geest er hun naam onder konden zetten.
En ten vierde daamit, dat de Vrije Schotsche kerk hierbij handelde in overleg met de Consensus Commissie van de General Assembly der Presbyteriaansche kerken in Schotland.
Immers de toeleg van deze Commissie was, gelijk we van elders weten, gctn andere, dan om feitelijk het Calvinistisch element uit de Westminster Confessie weg te nemen, en er allerlei nieuwe artikelen in te plaatsen, die de Ethische theologie in eere zou gebracht hebben.
Te zijner tijd heeft oolc de Heraut op de voorstellen dezer Commissie critiek geleverd, en gelukkig hebben de Presbyteriaansche kerken van Amerika geweigerd op den voorslag in te gaan.
Maar uit het overleg, tusschen de Schotsche en de Amerikaansche Commissie, blijkt dan toch genoegzaam, dat men ook iu Schotland eigenlijk des zins en willens was, om opzettelijk het Calvinisme den rug toe te keeren, en naar de PZthische theologie over te gaan.
En al dient nu toegegeven, dat men zelfs op de jongste General Assembly nog altijd sober in zijn woordenkeus is gebleven. en zooveel mogelijk den schijn heeft gered, toch valt het liclU, reeds in een enkel voorbeeld te toonen waar het in Schotland heengaat.
In de vragen namelijk, die nu aan de leeraren worden voorgesteld, is men op het punt van den Presbyteriaanschen kerkvorm nog zeer streng, en moet een leeraar toestemmend antwoorden op deze vraag: »Zijt gij overtuigd, dat dé Presbyteriale regeering van deze kerk, gegrond is op het Woord van God, en daarmee overeenstemt; en belooft gij, dat gij door de genade Gods, vastelijk en volstandiglijk daaraan wilt vasthouden, en in uw standplaats, met het uiterste van uw kracht, die Presbyteriale kerkregeering in Kerkeraad, Classe en Synode zult belijden, vasthouden en verdedigen? "
Het staat er zoo kras mogelijk: To the utmost of your power assert, maintain and defend the said presbyterian government.
Zoo fier, streng en beslist spreekt de kerk op dit ééne formeele punt van den Presbyteriaanschen kerkvorm, die op dit oogenblik in het minst niet in gevaar verkeert.
Maar hoe spreekt nu diezelfde Vrije Schotsclie kerk, waar het de Schrift geldt, die ondermijnd en de Confessie die van alle zjdea belaagd wordt ?
Van de Schrift vraagt ze alleen: »Gelooft c ij dat de Schriften van het Oude en Nieuwe Testament Gods Woord en den regel Van üas geloof en leven zijn? "
Hier wordt de vage formule van »Gods Woord" gekozen, hoewel ieder weet, wat misbruik van die uitdrukking gemaakt wordt. 1 lier volstaat men met een korte verklaring van twee regels af te vergen. Hier wordt aan geen belofte gedacht. En van de poging, om »met het uiterste van zijn kracht die Heilige Schrift te belijden, vast te houden CU te verdedigen", is met geen woord sprake.
En dit nu teekent.
Hierin schuilt de afval.
In een collegiale kerk, die Presbyters heeft, en die Presbyteriaansch heet, wordt aan dit hebben van Presbyters zulk een waarde gehecht, dat, terwijl niemand er aan denkt dat Presbyteriaajnsch karakter aan te tasten, elk leeraar als bezworen wordt, om toch met alle gaven en alle krachten die Presbyters te verdedigen.
Maar diezelfde kerk voelt voor Gods Woord zoo weinig meer, dat ze op een oogenblik, dat juist die Heilige Schrift aangevallen, ondermijnd, en van alle zijden bedreigd wordt, voor die Schrift niets anders dan een platonische betuiging van eer bied afvergt, en van verdediging dier Schrift zelfs niet rept.
Denk u dat John Knox dit hoorde.
Zou hij het niet noemen: het doorzweigen van den kernel, waar men de mug uitzijgt ?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 28 april 1895
De Heraut | 4 Pagina's