Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Uit de Pers.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de Pers.

8 minuten leestijd

In het Geref. Volkshlad wordt zeer ter snede opgemerkt, waarom wij Gereformeerden slechts onzen plicht doen, zoo we rusteloos de Gereformeerden in de Hervormde kerk aan hun conscientie komen.

We lezen er dit van:

«Tegen de modernen, moet gij, Geref. Volksblad uw scherpste pijlen richten, maar niet tegen ons, Gereformeerden en rechtgezinden in de Nederl. Hervormde kerk, » — aldus werd ons onlangs van die zijde toegeroepen.

Eilieve, is deze sommatie billijk.= Leven dan de Gereformeerde kerken, binnen wier kring ons blad optreden mocht, en aanvankelijk een goede plaats vindt ook, — leven dan deze kerken in kerkrechtelijke gemeenschap met 'de modernen?

Ons roepen tot de modernen raakt dezer lieden conscientie niet.

Dat is de taak, het ambt, de roeping, de plicht van alle geloovigen, die nog in het Ned. Hervormde kerkgenootschap blijven en met de ongeloovigen één weg bewandelen.

Stel zelfs al eens — natuurlijk als neen — dat èn de mannen van '34, èn die van '86 met hun reformatorische acta — de zaken glad verkeerd hebben aangepakt, — kunt gij, achterblijvende broeders in de Hervormde kerk, in niets doen, Ja in blijven heulen met de wolven en verklaarde vijanden van Christus, daarmee dan ooit goedpraten of verantwoorden voor den Heere?

Moogt gij zelve dan ? ? ie/s doen?

Is dit beter dan getuigen voor de glorie v^n den Koning der kerk, \veik getuigen èn in '34, èn in '86 met algeheele afzetting en iiitwerping van uw broederen gestraft is?

Dat niets doen kan alleen goedgesproken door het zoogenaamde neo-Kohlbruggianisme, dat van het uitzieken der kwaal niet alleen, maar zelfs van een gewillig moeten dragen van het oordeel Gods, hetwelk nu eenmaal op de Hervormde kerk ligt, durft spreken. Volgens deze opvatting zou het dus eigenlijk zelfs groote zonde zijn, om iets tot kerkherstel te doen.

Stel u voor, een nachtdief kwam eens bij zulk een lijdelijken broeder het huis doorgraven, — of hij er dan ook zonde in z.ou zien, den boosdoeners te weerstaan?

Genoeg, het neo-Kolhbruggianismc oordeelt zichzelven.

Maar in deze richting wandelen lang niet allen, die achterbleven. Althans in theorie is het verschil nog al groot.

Wanneer echter zullen wij mogen hopen dat theorie praktijk worde?

Onlangs schreef iemand, dat wij zoo ongeveer over een dertig jaar de derde kerkelijke exodus kunnen verwachten. Zou dit waar zijn?

Misschien!

Maar dan moet er nog heel wat anders gebeuren. Dan moeten de Hervormde vrienden ook niet langer aanhouden bij de Gereformeerden, dat deze tegen de modernen optrekken. Dan moeten zij zelve de koe bij de horens pakken, getrouw worden naar den eisch Gods, en dies van meet af ophouden kerkelijk saam te leven met mannen als C. G. Chauvannes en P. Feenstra Jr., Dr. J. van den Bergh en Ds. D. C. Nijhoff, die nog onlangs in een openbaar debat van moderne theologen, de stelling verdedigd en toegejuicht hebben: de vergevende liefde Gods is een centradictio in adjectis'. *) En dat zijn uw ambtsbroeders, orthodoxe leeraren in de Ned. Hervormde kerk; en dat zijn uw voorgangers, geloovige belijders van den Heere Jezus Christus, die nog in Synodale banden bekneld zit. Uw dierbaar geloof, dat u in leven en sterven kan troosten, wordt door uw eigen leeraren voor onzin uitgekreten. Eilieve, hoe kunt gij het daar nog uithouden?

Is dal een houdbare positie? Is dal te verantwoorden in uw binnenkamer voor den Heere?

Doet niet een vlieg heel de zalve des apothekers stinken? Waar is dan uw trouw, waar uw ijver, waar uw liefde tot den Heere, — wanneer gij al deze en zulke onverantwoordelijke gebeurtenissen, schouderophalend voorbij gaat? Doch des vragens zou geen einde zijn. En intusschen, al dat lasteren van de heerlijkheden in uw eigen kerkelijlce gemeenschap, geschiedt ook in uw naam, daarvan draagt ook gij de verantwoording. Er is ook een kerkelijke erfschuld. »Daarom gaat uit van haar, zegt de Heere, en raakt niet aan wat onrein is. En reinigt u, gij die de vaten des Heeren draagt." Jesaia 52 : 11, 2 Cor. 6 : 17, Openb. 18 : 4.

*; Onzin.

Dit is volkomen waat, en wel zoo juist als hetgeen hetzelfde blad in een vorig nummer over de wijsbegeerte opmerkte.

Het verloor uit het oog, dat wel de Dooperschen en ten deele de Lutheranen, maar nooit de Calvinisten het hoog belang en de onmisbaarheid der wijsbegeerte betwist hebben.

Het zou dan ook in de hoogste mate te betreuren zijn, indien dit volksblad de Dogmatiek van Prof. Bavinck, die wat dit punt aangaat, geheel op hetzelfde standpunt staat, alleen daarom verwierp.

Over veler wensch, om de bewoners van Lombok in onze Zendingssfeer op te nemen, schrijft Ds. J. N. Lindeboom in de Roeper dit:

Na hetgeen de laatste maanden met en op Lombok heeft plaats gevonden, waardoor dit eiland een treurige vermaardheid heeft gekregen, is inzonderheid het oog van de Zendingsvrienden op hetzelve gevallen.

Meer dan één heeft er op gewezen, hoe heerlijk het zou zijn, wanneer thans van uit Nederland den armen Sassaks en Baliërs het heil dat in Christus is, werd bekend gemaakt. Dat zou de beste wraakneming zijn voor al het leed, dat ons van die zijde is aangedaan.

Reeds werden er pogingen aangewend om gelden te verzamelen, waardoor de Gereformeerde kerken in staat zouden worden gesteld hun Zendingsarbeid tot op Lombok uit te strekken.

Hoe goed de bedoeling in deze ook moge zijn en van hoe groote liefde voor het zielenheil van den armen Lombokker het ook moge getuigen, toch spraken we onlangs als onze overtuiging uit, dat van Zending op Lombok door de kerken vooreerst geen sprake kan zijn, en wel om deze reden, dat de kerken op verre na niet in staat zijn uit te voeren, wat ze tot hiertoe op zich hebben genomen op Midden-Java en Soemba. God eischt van ons niet meer, dan waartoe we door Heni in staat worden gesteld.

En al mag hieruit nu niet afgeleid worden, dat de Geref. kerken niet in staat zouden zijn ook Lombok van zendelingen te voorzien, indien het Pinkstervuur maar in haar brandde, toch zou zij niet naar een ander arbeidsveld mogen gaan, voor zij het door haar aangenomene heeft verzorgd.

Hebben wij bezwaar in een Zending op Lombok door de Geref. kerken, omdat onze kracht op het oogenblik daartoe te klein is, anderen, die zich met deze zaak bezig houden, stuiten eveneens op bezwaren, die nog meer afdoende zijn.

Zoo was er n.l. sprake geweest, den zendeling Wijnveldt, die, als daartoe afgevaardigd door de Geref. kerk van Batavia, de Lombok-expeditie als geestelijk verzorger heeft medegemaakt, als zendeling naar Lombok te zenden.

De Ermeloosche Zendingsvereeniging, door welke Wijnveldt oorspronkelijk is uitgezonden, en die niet ongenegen zou zijn Wijnveldt voor goed aan Lombok af te staan, heeft over deze zaak met br. Wijnveldt gecorrespondeei-d en een antwoord ontvangen, dat door de Ned. Zendingsbode zijn lezers wordt medegedeeld en als volgt luidt;

»Waar door u ook mijn oordeel gevraagd is, in zake eene eventueele Lombok-zending, moet de meening worden uitgesproken, gesteund door brs. zendelingen, die ik mocht ontmoeten, of met wie ik daarover schrijven mocht, dat da.araan zonder uitdrukkelijke aanwijzing of bijzondere leiding Gods niet kan gedacht worden in de eerste jaren.

Allereerst zou het gouvernement natuurlijk nog geen toelating geven, maar bovendien hebben de brandende, roovende en doodende Hollanders nu nog te levendige gedachtenis bij Sasak en Balinees beide.

Van een geopende deur is oogenblikkelijk dan ook niets te zien, het is een door en door zinne­ , loos, zedeloos volk, aan alle hoogere behoeften of gevoelens, zoo het schijnt, gespeend.

Het wemelt er van Hadjis, wier invloed op de Sassaksche bevolking buitengewoon is.

De zeer tijdelijke belangstelling van allen in zake Lombok, levert nog geen voldoende grond voor duurzame zorgen voor een arbeid in 't Evangelie. Dergelijke wonderboomen van tijdelijke geestdrift hebben te duidelijk in de Zendingsgeschiedenis gesproken.

Er is nooit haast en gejaagdheid in zake de uitbreiding van Gods koninkrijk, wel een onvervaard en kloek aanvatten als de tijd daar is.

Moge dit onvervaard en kloek optreden, zoo spoedig zich de gelegenheid daartoe opent, plaats vinden en mogen intusschen de harten, die nu warm kloppen voor dergelijke Zending, het bewijzen, dat het hun ernst is door te volharden in het gebed voor Lombok.''

Zooals uit bovenstaand schrijven van een der zake kundige duidelijk blijkt, is Lombok nog niet rijp voor de Zending, wat zich zeer goed verklaren laat.

Kan vooralsnog aan rechtstreeksche Zending onder dit arme volk niet gedacht worden, van harte vereenigen we ons met den wensch, dat de Zendingsvrienden volharden mogen in het gebed voor Lombok. Geve de Heere dat het a. s. Pinksterfeest in veler harte een liefdevuur ontsteke voor de eere van God Drieëenig en het zielenheil van Heiden en Jood.

Zeker er is tijd en wijze, en wie wijs is, houdt die in het oog.

Toch doet het ons genoegen, dat Ds. Lindeboom het denkbeeld minder ver wegwerpt dan de heer Wijnveldt.

Ook vergete men niet, dat het oordeel van den heer Wijnveldt niet geheel onpartijdig is.

Hij schreef er toch over in de ondersteUing, dat hij zelf er heen zou gaan.

En natuurlijk als eenzaam zendeling thans onder de honderdduizenden Sasaks te worden gezonden, lijkt een zoo wanhopig iets, dat het te begrijpen is, dat ook de heer Wijnveldt hiervoor terugdeinst.

Naar een eiland als Lombok moet men niet een eenzaam missionair, maar een goed saamgestelde, energieke missie, uit minstens drie personen bestaande, zenden.

KUVPER.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 9 juni 1895

De Heraut | 4 Pagina's

Uit de Pers.

Bekijk de hele uitgave van zondag 9 juni 1895

De Heraut | 4 Pagina's