Gymnasium te Zetten.
Blijkens het verschenen Jaarverslag van het Gymnasium te Zetten, is er van dit Gynmasium ook nu eenerzijds veel goeds, maar ook anderzijds iets min gunstigs te melden.
Het goede komt uit in de blijde ervaring, dat men met zijn keuze voor de verschillende betrekkingen gelukkig is uitgekomen.
Dit geldt niet alleen van de verschillende Leeraren, maar met name ook van den Regent en de Regentesse van het huis. Ds. en Mevrouw Winckel, die dan nu ook op duurzamen voet aan de Stichting verbonden zijn.
Men blijkt in hen the right man en the right woman on the right place gevonden te hebben, en herhaaldelijk spreekt ^ het verslag hierover zijn blijdschap uit.
Het is dan ook waarlijk geen geringe zaak, wel geslaagd te zijn in het vinden van den Christenbroeder en zuster, die de plaats van vader en moeder bij zulk een schare van jongelingen, vooral op dien leeftijd, tijdelijk innemen.
Minder gunstig daarentegen staat het met het Leerlingental. Dit was 53, en daalde nu op 45, aldus verdeeld: Klasse VI, 3; V, 8; IV, 7; III, n; Klasse II, 8, en Klasse i, 8; waaronder 34 kostleerlingen.
Dit had natuurlijk weer invloed op de ontvangsten, en gaf een mindering van/4000 alleen op den post van het minerval en kostgeld.
Tot dekking van deze en andere tekorten is dan ook een leening van/ 15, 000 uitgegeven, waarvan reeds/14, 000 geplaatst is. Iets wat daarom geen zorg behoeft in te boezemen, omdat wel de gezamenlijke schuld nu een kleine halve ton bedraagt, maar de bezittingen in landerijen en huizen dit wel zullen dekken.
Ook zal de ophefïing der minder geslaagde Opleidingsschool de uitgaven eenigszins doen dalen.
De hope mag daarom gekoesterd, dat ook dit Gymnasium zich met eere zal kunnen staande houden, indien al meer het onderwijzend personeel niet alleen geheel uit belijdende broederen bestaat, maar ook uit mannen, die den samenhang tusschen de belijdenis en hun studiën wetenschappelijk weten te construeeren, en weten te doen werken bij hun onderwijs.
Die vrucht nu kan op den duur al'een de letterkundige faculteit aan de Vrije Universiteit ons brengen, waarin de Heere ons zoo rijk maakte met een man zoo beslist belijdend en zóó eminent kundig als Dr. Woltjer.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 16 juni 1895
De Heraut | 4 Pagina's