Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Zonder consequentie ?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Zonder consequentie ?

9 minuten leestijd

Amsterdam, 21 Juni 1895.

Plichtshalve moeten we ons een woord van critiek veroorloven op een tweede schrijven van Dr. Gunning, predikant te Utrecht, in de Nieuwe Sprokkelaar.

Hij komt namelijk in dat artikel terug op zijn wederbekeering tot de Heilige Schrift en teekent min of meer duidelijk de positie af, die hij thans inneemt.

Dit relaas komt hierop neer, dat hij in vroeger jaren door de critiek over de Heilige Schrift werd medegesleept, en in dien verkeerden staat over de Schrift schreef op een wijze, die hij thans hartgrondig betreurt.

Voorts dat hij aldus geen vrede vond, en nu allengs ging inzien hoe hij aan mystiek niet genoeg, maar aan Gods Woord en zijn gezag behoefte had.

Hieruit ontstond een worsteling tusschen het gezag der critiek en het gezag van Gods Woord.

In die worsteling heeft ook de critiek van de Heraut hem ten steun verstrekt en is ook vafi onze redactie zekere kracht ten goede op hem uitgegaan.

Ten slotte won het in die worsteling het Schriftgezag, zoodat hij nu dan ook de Schrift weer belijdt.

Intusschen heeft hij hier geen ophef van willen maken, en zelfs op die verandering van overtuiging niet te zeer nadruk willen leggen. Niet wijl hij bang was voor den lof van de Heraut, want gelijk hij den smaad van de Heraut behouden was doorgekomen, zou hij ook haar lof wel getrotseerd hebben. Maar veeleer om teederder relatiën niet te kwetsen, en ook omdat hij de jongeren trekkeir wil.

Doch waartoe langer resumtie, ziehier een deel van zijn eigen woorden:

Zie, ik ben de eerste om de uitgave mijner brochure over »de kritische beschouwing van Israels Geschiedenis" hartgrondig te betreuren. Zij was de onrijpe vrucht van onrijpe studie, grootendeels naschrijving van wat ik op allerlei wijzen over deze materie vernomen had, en wat mijn hoofd en hart in die-dagen geheel innam. Ik meende van ganscher harte geroepen te zijn deze • stellingen te verdedigen en te verbreiden, en gaf het boekje uit in de naïeve overtuiging er Gode en der kerke geen geringen dienst mede te doen.

Gaandeweg echter gingen mij de oogen open voor het groote gevaar van mijn standpunt. Allermeest voor m ij z e 1 v e n. Ik heb behoefte aan gezag voor mijn geestelijk leven, wil ik niet wegvloeien in de golven der mystiek. Ik zag het in, met elk jaar klaarder, dat de sChristus der Schrift" op wien ik mij beriep, en dien ik liefheb met geheel mijne ziel, onlosmakelijk samenhing met de Schrift van den Christus; en het was mij en het bleef mij niet langer Z ij n Bijbel dien ik daar, naar zuiver-menschelijke en vaak au fond naturalistische praemissen, ontleedde en verklaarde.

O, dat waren m o e i e 1 ij k e maanden, die ik te Bennebroek heb doorgemaakt! Dagen van strijd en worsteling, Gode alléén bekend, 't Was de tijd dat Dr. Kuyper nog een ontzaglijken invloed had in onze kerk, en met zijne banvonnissen onze beste en vroomste mannen trol. Veel stootte mij in hem af, maar zijn opkomen voor de Schrift had mijn sympathie. Wel was er ook in zijn behandeling van deze zaak, gelijk in alles wat hij schrijft, iets dat mij hinderde en afstootte, omdat bij hem a 11 ij d partijbelangen partij bedoelingen mede spreken, maar toch ik voelde terstond: jh i e r komt gij nu eens voor een g e e s t e 1 ij k belang op, en mijn afkeer van uw drijven, mag mij niet verhinderen dankbaar ook van u aan te nemen, wat gij mij geven kunt." Hij is mij in die dagen tot zegen geweest, ook, ja vooral toen hij mij in zijn Heraut weken lang had aangevallen, zoodat mijn naam in waarheid «stinkende" was geworden onder de broederen. Menige Evangelisatie, waar men tot dusverre mij met warmte ontvangen had, verzocht mij voortaan tehuis te blijven, en Vader Thierry was waarlijk de eenige niet, die mij met aandrang vermaande > mijne dwalingen te herroepen"

D i t hoop ik : dat velen in onze dagen veel zullen bidden voor hen, wien de zn-are, zware taak is opgedragen onze jongelieden te o n-d e r w ij z e n en te vormen tot het heilig Leeraarsambt; en-ook, en waarlijk niet minder voor hen, die onderwezen worden, opdat er in onze verwarde, gevaarlijke tijden, weder een bijbelvast en bijbelgeloovig geslacht opgroeie, dat, te goed Gereformeerd z ij n d e om het per se te willen h e e t e n, eerlijk de dingen bij hun naam durft noemen zooals ze zijn, maar ook blijmoedig eigen inzicht en verstand gevangen wil geven onder de dwaasheid van het Woords Gods — want zoo ze niet spreken naar d i t Woord, het zal zijn dat zij gee n Dageraad hebben zullen !

Dat we op dit relaas de aandacht vestigen, geschiedt'met eenig goed recht.

Niet omdat we ouder in jaren zijn dan Dr. Gunning. Al vermaant'tocli Dr. Gunning den redacteur Ds. Sikkel, om zich tegenover zijn meerderen in jaren niet dan met zeker ontzien uit te laten, te onzen opzichte veroorlooft hij zich Ook in dit schrijven weer ver van broederlijke woorden.

Neen, dat we op dit slakje zout leggen, is uitsluitend, overmits het herstel van het geloof aan het gezag van Gods Woord, d. i. van de Heilige Schrift, naar onze vaste overtuiging de quaestie is die ook de toekomstige ontwikkeling van kerk en maatschappij en staat, ook in ons land, beheerscht.

De eersten in de Pers zijn wij, en jaren lang wij alleen, weer met beslistheid en met klem van woorden voor dit gezag in de bres gesprongen.

Want wel verschenen er sinds lang ook andere weekbladen, die feitelijk op den grondslag van het Woord stonden, maar deze namen daarom nog geen positie tegenover de heel de Schrift ondermijnende critiek.

Feitelijk had men ten onzent:1°. de Irenischen, die in apologetiek heil zochten; 2°. de oude Ethischen, die de Schrift formeel glippen lieten, en waanden haar te kunnen redden door een mystiek vasthouden aan haar geestelijken inhoud; en 3". de jongere Ethischen, die al verder met de School van Kuenen meê uitgleden. Niet alsof ze deswege eender dachten als Kuenen, maar gelijk Kuenen het eens zelf aan schrijver dezes betuigde: e hebben een anderen achtergrond, maar ze komen uit bij mijn resulr taten.

Tegenover deze positie nu heeft de Heraut het eerst de leuze opgeheven: Niet in apologetiek, maar in het Testimonium Spiritus Sancti (het getuigenis des Heiligen Geestes) moet de kracht gezocht, en de Heilige Schrift weer aanvaard als het principium Theologiae, d. i. als het beginsel van alle Godgeleerdheid dien schoonen naam waard.

Langen tijd heeft men ons toen gezegd: »Goed, maar waarop steunt dit uw standpunt? " en die vraag lieten we onbeantwoord, omdat dit antwoord alleen in samenhang kon gegeven.

Het tweede Deel dtv Encyclopaedie dit thans gegeven.

Toch gingen we inmiddels door met zelf in het Schriftgezag te gelooven, kwamen hier beslist en onverbloemd voor uit, en drongen en prikkelden anderen steeds meer, om kortweg evenzoo te doen, alle apologetiek opzij te werpen, en hun geest weer in de Schrift gevangen te geven.

We voorspelden hun dat ze er wel bij zouden varen.

Dat hebben dan sinds ook velen gedaan, niet mannen, die gelijk Dr. Gunning laat doorschemeren, van den twijfel der critiek niet afwisten, maar mannen die deze critiek zeer wel kenden, en kenden de onzekerheid die ze in het hart werpt.

En op die wijs is er nu allengs weer een kring van theologen gekomen, die op zuiver Schriftterrein staat, en vasten grond onder de voeten heeft:

En dit nu is ons de rijkste oorzaak van dank en lof aan onzen God voor den zegen ons op onzen arbeid geschonken.

De eerst waggelende boom is bij den wortel weer ingetreden en vastgezet, èii reeds verkwikt men zich in de schaduw zijner takken.

Nu zegt Dr. Gunning dat ook hij zijnerzijds, juist zooals wij, eerst door de critiek verleid was, en thans aan haar strikken is ontkomen, en hij verheelt het niat dat ook onze houding zekeren invloed op hem uitoefende.

Hierin verblijden we ons natuurlijk, maar juist omdat het een zoo ernstige zaak geldt, mogen we het hierbij niet laten.

Immers, is het nu alzoo, dat Dr. Gunning, na eerst gedobberd en gegleden te hebben, nu eindelijk, eindelijk weer den vasten rotsgrond van Gods Woord onder de voeten voelt, dan moet hem dit een oorzaak van dank en lof zijn.

De Schrift wint er niets bij, dat hij ze weer belijdt, maar hij wint er alles bij, dat hij ze weer mag belijden.

Hem is genade geschied.

Doch is dit zoo, dan heeft dlt_ natuurlijk Bijn gevolgen.

Wie tot het geloof in het volstrekte gezag der Schrift is teruggekeerd, onderwerpt zich aan dat gezag, doet naar dat gezag het eischt, handelt er naar, en laat er voortaan heel zijn levenspositie door beheerschen.

Zelf hst gevaar van den afval, de moeite van den terugkeer, en den zegen van het Schriftgeloof kennende, is hij brandende, om nu dat gevaar ook bij anderen te bezweren, ze bij die moeite tj gemoet te komen, en in zijn levenspositie zijn stempel op zijn belijdenis te zetten.

Wie aan de Schrift in volstrekten zin gelooft, staat anders, doet anders, spreekt anders, dan wie haar critisch betwijfelt of plukhaart.

Zulk een terugkeer tot het geloof aan de Schrift moet, zoo het zijn volle strekking zal hebben, zwanger van consequentien zijn.

De vroegere aanranding van de majesteit van Gods gezag zal dan als schrikkelijke zonde voor het eigen besef staan.

Zij die hiertoe verleidden, en nog steeds doorgaan anderen te verleiden, zullen in hun gevaarlijk karakter voor ons treden.

En daarentegen zij die den moed hadden, om dit vroeger bedrijf tegen te staan, zullen in vriendelijker licht verschijnen. Zelfs hun hardheid zal dan liefde worden in onze schatting.

Onze plaats zal niet meer zijn onder de critisch-mystieke ondermijners van het Schriftgezag, maar bij hen die dit .Schriftgezag belijden.

En ook op kerkelijk terrein, zal geen kerkelijke zonde ons schrikkelijker dunken, dan dat de kerk van Christus, die pilaar der waarheid moest zijn, in haar ofRcieele .ambten, die waarheid in de Schrift bedekt en onder den voet haalt.

Ons dunkt Dr. Gunning zelf, zal ons moeten toegeven, dat zóó metterdaad de zaak staat.

Maar dan zal bij ook inzien, dat zijn schrijven in de Sprokkelaar altlians voor de minnaars van het gezag der Heilige Schrift nog iets onbevredigends heeft.

Er is hier A gezegd, maar het volgt. alphabet

We wachten op de B.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 23 juni 1895

De Heraut | 4 Pagina's

Zonder consequentie ?

Bekijk de hele uitgave van zondag 23 juni 1895

De Heraut | 4 Pagina's