Vu cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Vu te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Vu.

Bekijk het origineel

Gereformeerde prediking.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Gereformeerde prediking.

5 minuten leestijd

TWEEDE REEKS.

I.

Niet dusgenaamde »Evangelieprediking" maar «Dienst des Woords" moet het in de Gereformeerde kerken zijn.

Van die slotsom, waartoe onze overlegging, voor nu zeven weken kwam, nemen we niets terug, al voorzien we klaarlijk, wat jammerklacht tegen zulk een uitspraak onder min nadenkenden zal uitgaan.

»Geen Evangelieprediking, " zoo zal men roepen, »maar is er dan iets anders waardoor de verlorene ziel kan zalig worden, dan door het Evangelie van onzen Heere Jezus Christus, en wordt ge nu reeds zóó vermetel, dat ge zelfs de prediking van dat Evangelie durft tegenstaan !"

Toch verschrikt ons deze tegenwerping geen oogenblik, omdat wie zoo roept terstond tot zwijgen gebracht wordt door de tegenvraag: Of het Evangelie van onzen Heere Jezus Christus dan misschien ? //V/tot het Woord behoort.

Het is immers de ongerijmdheid zelve, u een bediening van heel het Woord te denken, waarin dat Evangelie niet zou besloten zijn, ja, waarvan dat Evangelie «? V^ het kern-, brand-en middelpunt zou uitmaken.

Of waaruit anders dan uit dat Woord kent gij dan uw Evangelie? Waar vindt ge het, zoo ge het niet in het Woord vindt? En hoe zou er dan een gestadige, geregelde bediening van het Woord kunnen zijn, dat er dat Evangelie niet in besloten was, en er niet telkens van uitstraalde?

Daarom is uw tegenwerping zoo ondoordacht, zoo zichzelve weerleggend en niets zeggend.

Grif geven we toe dat het Evangelie het hart zelf van heel het Woord is, ' maar al is het mij om uw hart te doen, daarom neem ik toch u het hart niet uit den boezem, maar neem u met uw hart, zooals ge in heel uw persoonlijkheid, levend voor mij staat.

En zoo nu ook moet uit het Woord niet het liart uitgenomen, om het Evangelie alleen tot de gemeente te brengen, maar wat de gemeente ontvangen moet is heel dat Woord, en niet alleen datgene wat in dat Woord het hart, het alles bezielende Evangelie is.

Het is dus niet zoo, dat gij het Evangelie woudt prediken, en wg het Woord zonder dat Evangelie.

Maar de zaak is, dat gij u tot dat Evangelie bepaalt; al wat bij dat Evangelie hoort liggen laat; en wat in het Woord om dat Evangelie schittert, verwaarloost; — terwijl de Gereformeerde prediker dat Evangelie in het Woord, in al zijn volheid en rijkdom neemt, met al wat God zelf er organisch mee heeft saamgevoegd.

Voor u is dat «Evangelie alleen" de pit, die ge overhoudt, en al het overige de bolster dien ge wegwerpt; wij daarentegen nemen de vrucht des Woords, gelijk God ons die geboden heeft, pit en sap en organisch weefsel.

Toch moet deze zake nog dieper opgevat.

Er is toch wel terdege een terrein, waarop alleen Evangelieprediking thuis hoort, en Dienst des Woords in vollen zin ongerijmd zou zijn.

Als ge namelijk als zendeling onder Heidenen, Joden, Mahomedanen of ongeloovigen optreedt, om waar Christus niet gekend wordt, voor het eerst de kennisse van dien Christus te brengen, dan zou breeder dienst van het volle Woord u uw doel doen missen, en hebt ge, naar het apostolisch voorbeeld, alleen de eerste beginselen te verkondigen, den Christus te openbaren en zijn Evangelie aan te bieden.

Dan hebt ge te doen met personen die nog niet eens kinder kens in het geloof, laat staan volmaakten in het geloof zijn, maar met vreemden, die nog vervreemd zijn en van verre staan, en het geklank des Konings nog niet kennen.

Dan komt in engereu en eigenlijken zin ï Evangelieverkondiging" te pas. De eerste openbaring aan verlorenen van het bloed der verzoening en de kracht van Christus' kruis.

Dan ware elke dieper gaande of breeder zich uitstrekkende prediking voorbarig, ontijdig, ongeschikt. Dan moet niet heel het Woord, maar uit dat Woord alleen het Evangelie hun aangezegd worden, en op grond van dat Evangelie de eerste roepstem tot bekeering uitgaan.

Maar heel anders komt de zaak te staan, als de geloovigen saamkomen, en er een »vergadering van de geloovigen" gehouden wordt, van »de geloovigen" met hun sgedoopte kinderen, " het zaad der kerk; — en indien in dezen kring, van wie Jezus kennen en belijden, Christus' dienaar optreedt, om in den naam van zijn Koning de onderdaiien van dien Koning aan te spreken.

Is alle »Evangeliepiediking" het werven van onderdanen en krijgsknechten, hier in de vergadering der geloovigen, verklaart een iegelijk dat Christus de Heere, de Ko­ ning van zijn volk is, en wie niet met hart en ziel belijdt, een onderdaan van dien Koning te wezen, hoort in de vergadering der geloovigen niet thuis.

Die daar saamkomen kennen de roepstem des Evangelies, ze weten van de belijdenis des kruises, ze hebben van jongs af de dingen des Koninkrijks gehoord.

De eerste beginselen zijn hun niet vreemd meer. Het ABC der kennisse is hun reeds voorlang aangebracht. Ge kunt hun het Evangelie niet meer als een nieuwigheid, als een dusver onbekende zake, komen aankondigen, eenvoudig wijl het hun reeds van der jeugd af is aangezegd.

Ge vermoeit dan ook, ge mat af, en mist uw doel, zoo ge desniettemin u aanstelt, als hadt ge met menschen te doen, die nog pas de eerste beginselen vernemen moesten.

Dat wekt een gevoel van verzadiging, dat maakt het heilige gemeen, en brengt teweeg, dat de prediking over de hoofden heengaat, en in het hart niet kan indringen.

Neen, wat die verzamelde schare, wat die vergadering der geloovigen in den loop van uw dienst van u ontvangen moet, is de ontvouwing van heel het heilgeheim in al zijn breedte en diepte, en lengte en hoogte, zooals het, heel de Schrift door, in al die boeken, in al die breede kapittelen, voor u ligt.

In die Schrift welft het heiligdom, in welks zalen en gangen ze moeten worden ingeleid.

Daarin moet ge dus thuis zijn.

Daarvan moet ge de heerlijkheid aan hen verklaren en uitleggen.

Niet enkel het altaar der verzoening moeten ze kennen, maar heel Jeruzalem, met al zijn voorburchten en torens en torenspitsen.

En zoo eerst moet, te midden van dat alles dat altaar der verzoening voor hen gaan schitteren in een rijkdom en weelde, waarvan eerst de helft hun niet was aangezegd.

Een portret, uit zijn lijst genomen, verliest zooveel in waarde.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Sunday 1 September 1895

De Heraut | 4 Pagina's

Gereformeerde prediking.

Bekijk de hele uitgave van Sunday 1 September 1895

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken