Buitenland.
Frankrijk.
Vóór 25 jaren.
Gelijk de Duitsche bladen de glorierijke dagen van vóór 25 jaren in herinnering brengen en vooral naar aanleiding van den 2 den September, den datum waarop Sedan viel, een toon van dank en van lof laten hooren, zoo is men in de Fransche pers eerst er op uit geweest, om de houding der overwinnaars tegenover de overwonnenen aldus te beschrijven, dat men er de gevolgtrekking uit kon maken, dat alleen cynische hardvochtigheid en roofzucht van officieren en minderen bij de Duitschers de overhand hadden. Niet alzoo de Eglise libre^ die een hoofdartilcei wijdt aan de rampen van vóór 25 jaar. Wij ontkenen hieraan het volgende: sVfctor Hugo heeft in zijn j> histoire d'un crime" op een schilderachtige manier voor oogen gesteld, wat hij zelf noemt een getuigenis omtrent 2 en 4 December 1851, en geeft voor laatste hoofdstuk van zij a werk het verhaal van den veldslag van Sedan. Uitstekende combinatie, waarvan de porte'e iedereen in het oog valt! Wij hebben u het beginsel laten zien, ziet nu, wat de gevolgen er van zijn. Niettegenstaande de helderheid van de bedoeling en de vreeselij ke welsprekendheid dezer samenvoeging, betreuren wij het, .dat de auteur er niet een hoofdstuk aan toegevoegd heeft, om het in bijzonderheden bloot te leggen en het een ieder met de stukken te toonen, hoe de schakels van den keten, die beginnen met de zedelijke capitulatie van een volk, eindigen met den materieëlen ondergang van een leger. Zooveel menschen lezen slecht en denken zoo weinig na! Welnu, dat hoofdstuk, dat de beroemde poëet niet geschreven heeft, zeker te veel rekenende op het verstand van zijne lezers, moest ieder van ons, moest de geheele natie schrijven, terwijl zij een blik wierp op hare bestemming. Het is goed, dat wij een monument oprichten voor de verdedigers des vaderlands ; maar zou het niet beter zijn te vragen welke oorzaken hunnen dood teweegbrachten ? Men heeft het aangetoond, maar men komt er te weinig op terug; er is een nieuw geslacht opgekomen, dat het tweede keizerrijk niet gekend heeft en dat groot gevaar loopt onbekend te blijven met den proloog van Sedan.
Toen den 2den December 1851 het Fransche leger het paleis van de Nationale vergadering des nachts bezette en toen het den 4den December de menigte op de boulevards doodschoot, deed het eene handeling, die dikwijls genoeg in Spanje en in de Zuid-Amerikaansche republieken voorkomt, maar die niet in zijne gewoonte ligt en die het zelfs diep veracht, want het houdt er niet van gemengd te worden in den poiitieken strijd. Het deed een pronunciamento, daarmede scheidde het zich van de natie en werd getransformeerd in een praetoriaansche garde. Eenige lieden, bezield door eenige herinnering aan gymnasiale lessen en ook door zeker philosophisch instinct, riepen: sWeg met de Praetorianen." Hij, die misbruik gemaakt had van de macht des legers en die bij het leger zijn steun bleef zoeken, deed al het mogelijke om het burgerelement er uit weg te doen.' Alles wat een overgang van de burgerij tot het leger vormde, zooals de Nationale Garde, werd opgeheven. Da organisatie van de Garde Mobile bleef op het papier. Op die manier werd een der meest militaire natiën van Europa, verweekelijkt en zonder het te bemerken, veranderd in een volk van Pékins, die in de ure van het gevaar zelfs niet eens een geweer wisten te hanteeren. Het leger zelf leed er onder. . . . Wat de arme verslaafde natie aangaat, wier consciëntie op een dwaalspoor werd geleid door eene serie misdaden, zij demoraliseerde snel en openbaarde een diep verval op letterkundig, intellectueel, moreel en godsdienstig gebied. waarvan een der trekken was: het losmaken van den socialen band en het bederf van den volksgeest. De ware vaderlandsliefde bestaat niet hierin, dat men van de daken durft verkondigen, dat er geen kanonschot in Europa mag gelost worden zonder onze toestemming, maar het ware Patriotisme is, dat een ieder zich in Frankrijk thuis gevoelt, dat de zaken van het land de zaken van allen zijn, dat allen belangstellen in den Staat en den engen band gevoelen tusschen de bijzondere en de algemeene belangen.
Hoeveel waars er in de: e woorden ook moge opgesloten zijn, want ook wij zien in, dat het gericht Gods over Napoleons daad van den tweeden December 1851 te zien is op den 2den September 1870, toch zal men ons moeten toegeven, dat het aanvaarden en doorwerken van de revolutionaire theoriën Frankrijks val hebben veroorzaakt. De schrijver had bovendien wel eens de vraag mogen doen, hoe het te verklaren is, dat het zedelijk gehalte van de mannen, die in 1870 in Duitschland de leiding hadden zooveel hooger stond, dan dat van hen, die in Frankrijk aan het roer waren; — wellicht was hij dan op de gedachte gekomen, dat de herroeping van het Edict van Nantes mede was een »proloog" voor da catastrophe te Se'dan.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 15 september 1895
De Heraut | 4 Pagina's