Uit de Pers.
In de Bazuin brengt Ds. Gispen een woord van Luther over den »plasregen van Gods Woord" ter sprake, en zint over dit woord ongeveer op deze manier.
Dezer dagen las ik een «Echo van Luthers woorden" in de «Stemmen vopr Waarheid en Vrede." Zeer trof mij o. a. dit woord: «Lieve Duitschers, koopt, nu ge de markt voor de deur hebt! Want dit moet gij weten, Gods Woord en genade is een vertrekkencle piasregen, die niet terugkomt, waar hij eens geweest is. Hij is bij de Joden geweest, maar weg is weg; zij hebben nu niets. Paulus bracht hem in Griekenland; weg is weg; nu hebben ze daar de Turken. Rome heeft hem ook gehad; weg is weg; nu hebben ze daar den paus. En. gij Duitschers, moet niet denken, dat gij hem eeuwig zult hebben. Daarom grijpt aan en houdt vast, wie maar grijpen en houden kan; luie handen moeten wel een slecht jaar hebben.»
Het trof mij bijzonder dit te lezen, wijl'soortgelijke gedachten ook menigmaal in mijn hart zijn opgerezen, en als ik ze dan eens niet zonder schroom uitsprak, zeiden de menschen dat ik er niets van wist, en zoo akelig zwaarmoedig was.
Het is ook eene ontzettende gedachte: weg is weg! Maar "de historie spreekt. Geen enkel feit kan genoemd worden, dat volken, die den «piasregen van Gods Woord» ontvingen, en eindelijk dat Woord loslieten, ja verwierpen, ten tweeden male met dien' piasregen begenadigd werden.
Het Duitschland van den tegenwoordigen tijd doet ook maar al te zeer vreezen, dat Luther's woord "eene ontzettende waarheid uitdrukt.
In de kerken van Duitschland ziet men niemand met een Bijbel bij zich. Men heeft alleen het Gezangboek, en alleen in de veelszins schoone Liturgie leest de predikant eenige verzen uit het Oude en Nieuwe Testament. Ook de tekst der korte predikatie of toespraak wordt uit den Bijbel genomen. Die toespraken zijn stichtelijk en meestal aangenaam om te hooren, maar van Schriftverklaring is geen sprake. Geen woordje degelijke, gezonde Schriftverklaring voor het volk, geen poging om den zin en meening, om de bedoeling des Heiligen Geestes, in dat Schriftwoord geopenbas.rd, den volke duidelijk te maken.
' Een Hollandsch-Gereformecrde verlaat zoo de kerk wel met een aangename stemming, maar toch met eene leege maag. Hij heeft iels streelends genoten voor het gehemelte, hij is getroffen door het eenvoudige schoöne gezang en orgelspel, door het ge-
voelvolle van de Liturgie, dooï' den eerbied en de orde gedurende den geheelen dienst, vaak door liet schoone en welluidende van de predikatie, maar eigenlijk zielevoedsel, iets wat tot nadenken en onderzoek prikkelt en teerkost op den weg is, heeft hij niet genoten.
In dit opzicht hebben we, geloof ik, nog groote en vele redenen van dankbaarheid.
Onze natie als natie is ook reeds zeer verre van het Woord Gods vervreemd, maar er is nog een machtige kern onder het volk, ook nog in de groote of vaderlandsche kerk, die aan dat Woord vasthoudt, en de Gereformeerde prediking trekt nog de duizendtallen tegenover de honderdtallen die, naar aanleiding van den Bijbel, met eeh stichtelijk woord voldaan zijn.
Het grootste gevaar dreigt ons tegenwoordig van de zijde der nieuwmodische orthodoxie. Het modernisme in de Ned. Herv. kerk neemt gaandeweg af. Het gaat er echter mede, als het socialisme. In "formeelen zin gaat ook het sociaHsme niet vooruit. Het lijdt aan onderlinge verdeeldheid, en de ruwheid zoowel als de lafheid, het kwajongensachtige van zijn optreden in het publiek en voor de rechtbanken stoot velen af.
Maar het zaad is in de aarde gevallen, en komt allerwegen reeds boven den grond. De denkbeelden en de eischen van het socialisme, in idealen zin, vinden telkens meer aanhangers, en worden op allerlei wijze, ook met Bijbelteksten, verbreid, gepredikt en aangenomen.
Een soortgelijken gang heeft ook het modernisme aan de universiteiten en in de kerk. De partij ails partij schijnt langzaam te moeten uitsterven. Maar het zaad is niet te vergeefs in de aarde geworpen. De Bijbelbeschouwing der nieuwmodische orthodoxie is, in den grond, de beschouwing van de degelijke echte modernen van voor dertig jaren. Ik zou geen enkel leerstuk weten te noemen, dat door de moderne orthodoxie zuiver beleden wordt. En dat kan ook niet, want het Woord is voor hen weg. De Bijbel' als Bijbel is voor hen niet meer Gods Woord, hoogstens is Gods Woord nog in den Bijliel. Het geheele wezen van Christelijke religie smelt weg in den gloed van mysticisme en ascetisme.
Vroomheid bovenal. Want de leer is niemendal.
In deze eenvoudige gedachte kan men samenvatten der vele woorden korten zin.
En deze ricliting legt nu, in toenemende male, beslag op alle titels en goederen en rechten der Ned. Herv. kerk. Zooveel mogelijk weert zij modernen en Gereformeerden' uit bijna alle aanzienlijlce gemeenten, en houdt vast aan de leuze: de kerk j heeft eene Belijdenis. Maar zoodra komt er geen sprake van handhaving dier Belijdenis, ook ten aanzien van hoogleeraren en predikanten, of zij verwijst naar dat artikel zeven der Confessie, waar o. a. gezegd wordt: Men mag ook geen schriften van menschen, hoe heilig zij geweest zijn, vergelijken bij de Goddelijke Schriften, noch de gewoonte bij de waarheid Gods (want de waarheid is bovenal.)»
Hieruit blijkt immers, dat de ware Contessioneelen zich niet aan de Belijdenis gebonden mogen achten, want: «de waarheid is bovenal!» En de waarheid leert men niet uit een lioek ; maar uit en door den geest!
De kerk heeft dus wel degelijk eene Belijdenis. Maar boven de Belijdenis staat de waarheid, want die is bovenal.
Gaan dus de modernen opspelen, dan wordt er gezegd : halt — ; gij moet niet denken, dat de kerk geen Belijdenis heeft!
En beginnen de Gereformeerden wat onrustig te worden, dan heet het weder: geen geschriften van menschen, hoe heilig zij geweest zijn, zijn onze regel. De waarheid is bovenal! Noch de oudheid, noch de opvolging van tijden en personen, noch de concilicn binden den waren Protestant. Denkt eraan, dat gij beloofd hebt, de belangen van het Godsrijk in het algemeen en van de Ned. Herv. kerk in het bijzonder, met opvolging van hare reglementen, te zullen bevorderen, en ziet toe, dat gij u niet schuldig maakt aan «verregaande onrechtzinnigheid».
Waarlijk, het liegt! Het liegt overal, «want* de menschen zijn uit zichzelven leugenaars en ijdeler dan de ijdelheid zelve.» Zie art. 7 der Belijdenis. Gods Woord en genade is een vertrekkende piasregen, heeft Luther gezegd. En dat Woord zelf spreekt van «eene kracht der dwaling". En onder deze kracht komen de volken en de personen, die Gods Woord gehad hebben. Want: weg is weg !
Er is in deze meditatie, gelijk in al zulke bespiegelingen, uiteraard iets eigenaardigs. Is in Jeruzalem niet de piasregen van Gods Woord geweest in de dagen van Jesaja en Jeremia ? Heeft Jeruzalem dat Woord niet losgelaten i En is desniettemin de piasregen des Woords niet in Jeius' dagen schooner dan ooit over datzelfde Jeruzalem teruggekeerd ?
Maar in het algemeen ligt er waarheid in. Jezus' woord tot Jeru!alem: sGijlieden hebt niet gewild; ziet uw huis worde u woest gelaten", heeft een bange beteekenis ook voor de, volken buiten Jeruzalem, en ook ons land loopt zeer ernstig gevaar de gunste zijns Gods voor altoos te verliezen, indien het op den weg der verwerping van zijn Woord voortgaat.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 26 januari 1896
De Heraut | 4 Pagina's