Rad der geboorte.
Bezwaar heeft Ds. Bos ook tegen de door Dr, Kuyper gegeven voorstelling, alsof de wedergeboorte bestond in een weer recht, gezet worden van het rad onzer-geboorte, met toespeling op Jac. 3:6.
Hierbij zij opgemerkt, dat onze geachte censor ten onrechte een eenmaal gebezigde verklaring verwart met het begrip der zaak in ordelijke definitie.
Gelijk ook hem bekend is, heeft Dr. Kuyper herhaaldelijk en op alle manier zich over de wedergeboorte uitgelaten. Om dus te weten wat Dr. Kuyper hieronder verstaat, staan hem veferlei hulpmiddelen ten dienste, en in geen geval gaat het aan, om van een los daarheen geworpen woord te zeggen: «Dat is uu Dr. Kuypers definitie van wedergeboorte, " omdat deze schrijver zich een enkel maal'zoo heeft uitgedrukt.
Ten andere dient gevraagd, wat Dr. Kuyper met deze toespeling op Jac. 3 : 6 bedoelde, en in wat zin hij ze gebruikt heeft. Hierop nu luidt het antwoord, dat het in de Gereformeerde dogmatiek eisch is, wel te doen uitkomen, dat de wedergeboorte niet is het inbrengen in den mensch van een zekere nieuwe materie. Dat moet deswege bestreden, omdat dit leidt tot een opvatting der zonde, alsof de zonde iets positiefs ware, dat dan weg zou gaan, en waarvoor in de plaats dan dat nieuwe positieve iets zou komen. De leer van den val en de wederopstanding hooren logisch bijeen. Om nu wel te constateeren, dat de wedergeboorte herschepping is, d. i. vernieuwing, verandering, omschepping van iets dat bestaat, en niet inschepping van een orgaan dat niet bestond, maar nu pas begon te ontstaan, werd, verwezen naar het beeld door Jacobus gebruikt, waar hij spreekt van «het rad der geboorte."
Gelijk ook Ds. Bos bekend is, loopen de gevoelens over de beteekenis van deze woorden zeer uiteen, maar drijft toch wel de meening boven, dat ze beteekenen: ons menschelijk leven gelijk dit in ons in bestendige actie is.
Zich aan die zegswijze aansluitende, kan men derhalve zeggen, dat het zondaar worden van den mensch hierin bestond, dat zijn leven in hem in plaats van de juiste en richtige actie te volgen, een onjuiste tegenovergestelde actie inzette.
En vat men dit zóó op, dan ongetwijfeld kan men zeggen, dat God aan den mensch bij de schepping het «rad der geboorte", dat is een actie des levens, gaf naar zijn wet; dat de zonde die levensactie in haar tegendeel omzette; en dat alsnu de wedergeboorte er in bestaat, dat door een intredende werking van den Heiligen Geest deze levensactie in den zondaar weer ga wentelen in overeenstemming met de wet des Heeren.
Doch ook zoo bedoelt het bezigen van deze uitdrukking noch een definitie noch een volledige toelichting, en eerbiedigen we ieders vrijheid, om óf Jac. 3 : 6 anders te exegetiseeren, óf om deze combinatie te wraken.
Dit alles raakt noch een beginsel noch een grondstuk der waarheid.
De waarheid zou dan pas door Ds. Bos te na worden gekomen, zoo hij in de zonde iets positiefs ging zien, en dientengevolge in de^ wedergeboorte geen herschepping maar inschepping van een nieuw bestanddeel zag.
Doet hij dit, gelijk we vertrouwen, niet, dan is ook op dit punt, voorzoover we zien, geen enkel geschil aanwezig, en zijn schrijver en censor het ook over het wezen der wedergeboorte eens.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 16 februari 1896
De Heraut | 4 Pagina's