Uit de Pers.
In een diepzinnige, schoone lezing heeft Ds. Feringa voor het valsche beeld van Simson, dat in scholen en catechisatiën nog zoo vaak vertoond wordt, het ware., het Schrifimirlijk beeld weer in plaats gesteld.
Zoo wordt Simson de held der zelfopofferende liefde, die om Gods wille alleen moet staan, alleen moet strijden en alleen moet sterven, ons heenwijzende op Hem, die den wijnpersbak alleen heeft getreden, en tegelijk ons oproepende, dat we, Christus navolgende, iets ook van Simsons krachtigen aard zullen vertoonen.
Onze tijd is een tijd als van Juda's verlosser., Een tijd van matheid en inzinking, van moedeloosheid en slavernij. De belijdenis der waarheid, der waarheid in haar meest zuiveren — Gereformeerden — vorm bovenal, wordt verzwegen, verminkt, verworpen, veracht. Ongeloof en revolutie, aardschgezindheid en zondelust heerschen bijna onaangevochten, als waren zij wettige heerschers; en toornig verdedigen hun slaven (zelfs, die onder~ dat slavenjuk zuchten!) hun heerschappij tegen elk ingrijpend en doortastend handelen. En ziet, nu begint God Zijn verslaaid en verdrukt volk te verlossen. En, gelijk in Simson's dagen, werkt Hij door de hand van menschen dat groote heil. Maar nu als toen is de •weg: Alleen staan! Onbemind, onbegrepen, ongewild, ongesteiuid, den reuzenstrijd aanvaarden. De groote Naziraeër Simson gaat voor; wie volgt zijn voetspoor ?
Zoo recht verklaarbaar is de droefheid, die de begaafde schrijfster van Graaf Pepoh den beeldhouwer Alessandro Mingantie doet toonen; omdat hij — hoewel leerling van een Michel Angelo — den grootcn voorganger niet evenaren kan. Het leerlingschap brengt nog de kracht niet mede, tot zulk een arbeid vereischt.
Ook in onze harten, M. H., vindt zoo droeve klacht wellicht weerklank. Het is dan ook zoo zwaar, tegenover de waanwijze wereldwijzen alleen te staan, tegenover de wufte genotzoekers alleen te staan, tegenover de door de wereld geëerde kin deren der wereld alleen te staan, tegenover al het woelen der volgelingen van den tijdgeest alleen te staan, Alleen te staan bij tijden In den strijd in Kerk en Staat; alleen te staan in een geslacht, dat steeds meer van Gods Woord is vervreemd; alleen te staan in een tijd, die steeds meer de waarheid verkoopt voor haar ijdele hoogheid eerst — straks voor haar moedeloos pessimisme; alleen te staan bji den hevigen strijd, die bovendien in het eigen hart wordt gevoerd!
Alleen? Neen, ziet op den Meerderen Simson. Hij streed alleen; maar zelfs Simson streed niet zonder Hem!
Hij is met de Zijnen, Die eens den Zijnen gezegd heeft: «In de wereld zult gij verdrukking hebben, maar hebt goeden moed, Ik heb de wereld overwonnen!"
Neen, Simson's worsteling kan de onze niet zijn. Een reeds overwonnen leger verder uiteen te jagen, is al wat ons opgelegd is. De band aan den Grooten Overwinnaar is onze sterkte; «Dit is de overwinning, die de wereld overwint, namelijk ons geloof'. In Christus' kracht, zijn wij — indien wij gelooven — reeds overwinnaars; «Ik schrijf u. Jongelingen" zegt Johannes «wai-it gij hebt den booze overwonnen". En weder; «Ik heb u geschreven Jongelingen, want gij zijt sterk en het Woord Gods blijft in u, en gij hebt den booze overwonnen". En is niet soortgelijke belofte gegeven aan eiken leeftijd ? Maar bij dat uitcendrjjven der verslagen legerbenden komt het vaak tot menige scherpe worsteling, tot menig spannend oogenblik, tot menig sey'opofferend alleen staan. Dat was Simsons's taak; en dat moet in onze mate ook onze worsteling zijn.
Hoe zal de kranke maatschappij met al haar ellende, hoe zullen Zending en Kerk, hoe zal elke levens-en elke leeftijdskring, immer uiterlijk opgewekt en innerlijk bezield worden, immer verlost van des boozen, door zelfzucht bedwelmende, en doodelijke dwingelandij ? Hoe zal het eigen hart, door zijn list en macht in zelfzuchtsketenen gebonden ter dooding, immer uit die verderfelijke boeien worden bevrijd ? —
De eerste Simson wijst, wie hem vragen naar den Meerderen Simson heen. Jezus Christus streed met grooter verlies zwaarder strijd in vreeselijker eenzaamheid. Het »Hij is om uwentwille arm geworden, daar Hij rijk was; opdat gij door Zijne armoede tijk worden zoudt" gold bij Hem de tegenstelling van Goddelijke _eere en vervloekingspijn. Zijn strijd was in tegenstelling met der Engelen aanbidding tegen de ontketende machten der helle, verlaten zelfs van Zijn God!
In die doodelijke worsteling wrocht Zijn zelfopofferende Liefde der Zijnen leven en Heil. Hij brak de macht van den aanklager der broederen; Hij tengelde de woede des verdervers; Hij stuitte den voortgang des doods. Met alle schuld dan tot Hem! Tot Hem met allen strijd 1 Wat ook geschiedde, dan voorts geen vreeze! Op Hem ziende, worden de Zijnen naar Zijn beeld door Zijn Geest veranderd; Zijn Liefde werkt in hen wederliefde ; de wederliefde werkt zelfverloochening; de zelfverloochening overwint. Zoo deelt, wie in Hem gelooft, in Zijn overwinnen. Het «Gij hebt den booze overwonnen" (immers door het goede? ) kan alsdanvan de Zijnen getuigd. En dan zwelt de borst den overwinnaren van duizenden niet meer; want nederigheid is de tweelingzuster der zelfverloochenende sterkte; maar dankbare wederliefde ziet op tot den Gezegenden Verlosser; en de bekentenis van den Held van Lechi wordt de onze : «Heere, GJj hebt door de hand van Uwen knecht dit groote Heil gegeven.
Deze lezing verrijkt metterdaad onze Christelijke literatuur met een kostelijke bijdrage.
Een bijdrage, die opnieuw toont, hoeveel rijker schat ook in een vergeten deel der Schrift schuilt, dan oppervlakkige waarheid waant.
1) De adverteerder gggf herhj en aan Dit was fout het is alleen Henry.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 19 april 1896
De Heraut | 4 Pagina's