Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Gereformeerde prediking.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Gereformeerde prediking.

6 minuten leestijd

TWEEDE REEKS,

XIX.

Onderscheidenlijk moet gepredikt worden.

Ziet nu dit onderscheidenlijk uitsluitend op onderscheid in geestelijken staat, of ook op onderscheid in geestelijken toestand? En dan, ziet het uitsluitend op geestelijk verschil in toestanden, of ook op allerlei ander onderscheid in toestand, dat uit het gewone leven opkomt ?

Men wil dat in de vergadering der geloovigen ook de kinderen zullen opgaan. Maar spreekt nu het onderscheid tusschen een kind van ongeveer tien jaren, en een geestelijk rijpen grijsaard niet te sterk, om het uit het oog te verliezen?

En is het dan goed, om op de manier der discipelen, toenjezus ze bestraffen moest, die kinderen als in een hoek te duwen, alsof zij er slechts hadden bij te zitten, en de zake Gods alleen met de ouderen af te doen?

We weten zeer wel, dat we hiermede een uiterst moetelijk punt aanraken.

Blijft de prediking in de oppervlakte zweven, dan luisteren de kinderen nog wel eens, maar zoodra men iets onder de oppervlakte gaat en in de diepte des Woords of des Geestes poogt in te dringen, is het eenvoudig volstrekt onmogelijk zóó te spreken, dat kinderen van tien jaar het volgen^^kunncn. Het gaat over hun hoofden heen.

Het kcrkgaan van zulke kinderen bestaat dan ook grootendeels in stilzitten. Eenldnd dat niet lastig is geweest maar zich stil hield, deed reeds het uiterste dat te vergen was. Bedenkt men hierbij nu, hoeveel moeite het aan oudere personen reeds kost, om twee uur achtereen stil te zitten als er niets is dat hem bezighoudt, dan kan men hieraan afmeten, wat harde taak dit is voor een jong kind, dat met zijn levenslustigen aard tot grootere beweeglijkheid neigt.

Daaruit verklaart het; zich dan ook, dat men vaak] jn]^andere landen, , maar, toch ten deele ook hier te lande, dat meenemen van de kinderen : naar de-kerk afgeschaft heeft, om liefst onder kerktijd een Zondagsschool of Kinderkerk voor hen te openen.

Daar werden ze bezig gehouden, daar gingen ze graag naar toe, daar^haddenl^ze wat aan.

De Roomsche ; kerk]|keurtJditj' bezwaar niet zoo sterk als de Protestantsche kerk, omdat zij voor kinderen in haar kerken heel wat te zien geeft, en in veel ^muziek en zang genot biedt.

Zelfs de, ^Anglikaansche kerk in Engeland is rijker in haar eeredienst, en boeit door zeker vertoon, door koorgezang en zeer korte predikatie, meest van niet meer dan twintig minuten.

Ook in Duitschland zijn de Jdiensten niet zoo lang.

Maar in de HoUandsche Gereformeerde kerk, waarin niets, volstrekt niets te zien is, waar het orgel alleen ^? < ^dienst mag bebewijzen, waar het solo-of koorzang is uitgesloten, en waar de preek soms zóó wordt gerekt, dat de dienst over de twee uren loopt, zijn letterlijk alle gegevens gecombineerd, om te maken dat een kind van twaalf jaar er niets aan heeft.

Nu zeggen we daarom niet, dat ge dan de kinderen thuis moet laten. Integendeel onze Gereformeerde kerken hebben van meet af het stelsel aangenomen, dat ook de kinderen met vader en moeder moeten opgaan, en hoe vreemd het ook schijne, het resultaat is boven verwachting gunstig geweest.

Kwaad is ingeslopen toen het stelsel van plaatsverhuring in overdrukke beurten er toe geleid heeft, om vader en moeder vooraan te laten zitten, en de kinderen apart met een menigte van andere kinderen naar de galerij te sturen; en de kosters en bankbewaarders weten er van te spreken, wat politiedienst ze "daar soms op die galerijen hadden uit te oefenen.

Maar zoolang de goede gewoonte stand hield, dat de kinderen bij hun ouders zaten, en tusschen de groote menschen in, blijkt het feit, dat men leerde, in stillen eerbied, die twee uren onder het gehoor des Woords en als voor het aangezichte Gods neder te zitten, niet ongunstig op de godsdienstige gesteldheid van het kinderhart gewerkt te hebben. Ja, zelfs valt niet te ontkennen, dat uit heel wat gezinnen kinderen van dien leeftijd steeds met zekere blijdschap weer meê opgingen, en opgeruimd thuis kwamen.

De Zondagsschool kan de kerk nooit vervangen, omdat ze heel iets anders is. Zij is op doen aanleercn ingericht, en op individueele bemoeiing, terwijl juist omgekeerd het kerkgaan ons passief maakt, en onder die passieve stemming van het hart, snaren in ons wil doen trillen, die anders geen gehoor vinden.

En ook de Kinderkerk kan het kerkgaan niet vervangen. Niet een kerk voor blanken, en een kerk voor zwarten, een kerk voor mannen en een kerk voor vrouwen, een kerk voor rijken en een kerk voor armen, en zoo ook een kerk voor ouden en voor jongen van dagen. De kerk van Christus moet niet deelen en splitsen, maar vereenigen en saambinden, In de kerk vormen we allen saam één geheel.

Maar dit nu zoo zijnde, laat dit dan den Dienaar des Woords vrij, om in heel zijn dienst te verkeeren, alsofde kinderen er maar voor vulsel bijzaten, of moet hij ook in zijn predikatie, ja zelfs in zijn bidden, op de kinderen rekenen?

Ge kent Jezus' prediking uit de heerlijke stalen, die de vier Evangeliën er ons van overleverden.

Ging die prediking niet diep? Leed ze aan oppervlakkigheid ? Was ze niet geestelijk ? En toch, zoudt ge durven zeggen, dat de kinderen die deze prediking aanhoorden, er niets van medenamen?

Zeker, veel verstonden ze niet, veel ging over hun hoofd heen, en zelfs van de gelijkenissen begrepen ze meer het verhaal dan de beteekenis.

Maar stemt ge toch niet toe, dat de kinderen destijds in den regel meer van de prediking van Jezus meenamen, dan onze kinderen van onze Gereformeerde predikatie ?

Reeds hierin ligt dus de vingerwijzing, dat de bediening des Woords, ook met het oog op de kinderen der gemeente niet een uitsluitend redeneeren van het verstand, maar ook voorstelling aan de verbeelding moet zijn, en rechtstreeks in moet gaan op hart en conscientie.

Doch ook afgescheiden daarvan, kan men de kinderen nu en dan in de toepassing niet opzettelijk 'toespreken, ook eens in hun kinderwereld afdalen, en straks uit die kinderwereld opklimmen tot hooger?

Jezus wijst zoo telkens op het kindeke, waarom bij onzen dienst dan het kind zoo bijna geheel verwaarloosd ?

Vooral wie zelf kinderen heeft, naar eisch den kinderdoop bedient, de kunst van catechiseeren verstaat, en op allerlei wijs met de kinderwereld in geestelijk contact is, kan a£ui het kinderleven uiet vreemd blijven,

"Want op Methodistisch standpunt, ja, dan kan ik wel zeggen: Dat kind is nog niet aan den tijd van bekeering toe, en daarom laat ik het nog rusten. Op dat standpunt is het denkbaar, dat men onze kinderen met de kinderen van Joden en Heidenen op één lijn stelt, en niet als ledim der gemeente, maar nog als jeugdige (5/; a'(7Ki? rj beschouwt.

Maar onder Gereformeerden gaat dat toch niet.

Voor hen zijn ze leden der gemeente, als leden der gemeente zijn ze gedoopt. en

En zoo merkt ge wel hoe een goed-Gereformeerde Doopsbediening u een prikkel te meer moet zijn, om ook onder de predikatie deze kleine leden der gemeente niet te vergeten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 24 mei 1896

De Heraut | 4 Pagina's

Gereformeerde prediking.

Bekijk de hele uitgave van zondag 24 mei 1896

De Heraut | 4 Pagina's