Onze Zending.
Amsterdam^ 12 Juni 1896.
In een kwartijn, honderd bladzijden groot, verscheen het Rapport in zake de Zending.
Het exceptioneel teedere en gevwchtige der Zending als zoodanig verontschuldige ons, waar we ons veroorloven overzit Raport een kort .woord in het midden te brengen.
Niet dat we daarbij op de details, ^ hetzij vaa het eigenlijke Rapport, hetzij op het tegenvoorstel van de HH. De Gaay^ Fortman en Wagenaar, ingaan.
Dat laten we aan de Synode over.
Maar wel mogen we ons protest niet achterivege houden tegen de o. i. geheel verkeerde wijze, waarop deze zaak werd opgezet.
Geheel dit rapport toch gaat uit van de keuze tusschen twee methoden, waarvan men de eene ials die der centralisatie, de andere als die der decentralisatie aandient.
En reeds dit nu is hier ten eenenmale valscli.
Waar dan nog bijkomt, dat men, na deze onhoudbare tegenstelling gemaakt te hebben, het daarna doet voorkomen, alsof de methode der centralisatie belichaamd ware in het voorstel van Deputaten, en de methode der decentralisatie in het tegenvoorstel.
Van dit laatste nu is niets aan.
Zoowel het voorstel van Deputaten, als het tegenvoorstel, biedt niets dan ééne der vele proeven, waarop centralistisch of decentraüstisch de zaak te regelen ware.
Stel dus al dat de Synode voor het stelsel van centralisatie koos, dan kon ze daarom nog zeer wel deze proeve van toepassing van het stelsel afkeuren, of ook, zoo ze voor centralisatie koos, verwerpen wat de broederen Fortman en Wagenaar voorstellen.
Maar hoofdpunt is en blijft uiteraard de onjuiste voorstelling, alsof hier tusschen centralisatie en decentralisatie te kiezen ware.
Immers verheft men deze tegenstelling tot een tegenstelling der beginselen, dan is de zaak in minder dan geen tijd uitgemaakt, en is het zoo klaar als de dag, dat het beginsel van centralisatie Roomsch en hiërarchisch is, en dat onze Gereformeerde kerken krachtens haar geheele belijdenis zoo beslist en kras mogelijk tegen het beginsel van centralisatie overstaan, dit veroordeelen en verwerpen, en er van verre geen gemeenschap mede' mogen hebben.
Zoo is het dan ook door de rapportee-. rende Deputaten in het minst niet bedoeld.
Ze denken er van verre niet aan, om s onzen federalistischen kerkvorm door een hiërarchischen te vervangen, en willen niets I liever dan zuiver Gereformeerd blijven in het verwerpen en uitbannen van elk centralistisch beginsel van kerkrecht.
Doch juist hieruit volgt dan ook, dat de gemaakte tegenstelling als tegenstelling van beginselen hier niet kan worden toegelaten, en ten onrechte als uitgangspunt van beslissing is genomen.
Op staatkundig gebied kan men zoo redeneeren, en dientengevolge in de tegenstelling van centralisatie of decentralisatie het uitgangspunt voor zijn beslissing nemen, maar men kan en mag dit nimmer doen in de Gereformeerde kerken, overmits deze zoo dikwijls deze tegenstelling als tegenstelling van beginselen werd bedoeld, reeds sinds drie eeuwen partij hebben gekozen, en dat op de meest besliste manier.
Al wat deze tegenstelling op Gereformeerd terrein nog beteekenen mag, is niets dan een zeer bijkomstige vraag van wijze van regeling en van te volgen methode.
Decentralisatie moet, wat het beginsel aangaat, op kerkelijk terrein onzer aller uitgangspunt zijn; maar evenzoo hebben beide partijen in dit geding zich de vraag te stellen, op welke manier en op wat wijze de belangen der enkele kerken met die van alle kerken het best in overeenstemming zijn te brengen.
Dit echter raakt nooit een beginsel, maar uitsluitend een methode van regeling, de poging om een en ander in het juiste verband te zetten; terwijl omgekeerd de principieele beslissing alleen voort mag vloeien uit wat voor alle Gerefoi meerden de vaststaande beginselen van kerkrecht zij o.
Hoogst verderfelijk zou het dan ook zijn, indien de komende Synode, als gold het een quaestie van beginsel, tusschen decentralisatie en centralisatie koos.
Daardoor toch zouden de eigenlijke beginselen die hier den doorslag moeten geven, geheel op den achtergrond raken en uit het oog worden verloren. En koos dan de Synode voor centralisatie, en deed ze dit als gold het hier een beginsel, dan kon daardoor een kiem van bederf in heel ons kerkverband zijn ingedragen, dat ten slotte heel ons kerkverband van zijn frissche veerkracht zou berooven.
Laat ons toch wijzer zijn.
Kerkelijk de Zending van Gereformeerde kerken te regelen is een nieuw en uiterst moeilijk probleem, en aan de oplossing van dit probleem moeten we allen saam onze beste krachten beproeven.
Nu ligt het echter voor de hand, dat meer dan één onder ons, daarbij liefst het voorbeeld volgt, van wat in Schotland en Amerika door Presbyteriaansche kerken dusver tot stand is gebracht.
Volgt men toch dat voorbeeld, dan heeft men de. les der ervaring voor zich, en is men op tal van punten gereed met een oplossing, die men slechts van anderen heeft over te nemen.
Zij nu die veel met de buitenlandsche Zending bezig zijn, en lezen wat daarover in Engelsche tijdschriften geschreven wordt, ondergaan hierdoor onwillekeurig zekere hypnose, en neigen diensvolgens tot het leveren van kopie.
Dit is zoo natuurlijk, dat het bevreemden zou als het anders ware.
Op zich zelf geven we dan ook toe, dat het een te veroordeelen zelfgenoegzaamheid zou zijn, indien we met deze lessen der ervaring niet rekenden.
Maar evenmin mag uit het oog worden verloren, dat deze buitenlandsche kerken bijna alle a%eweken zijn van de belijdenis, en dat ze zonder onderscheid alle in haar kerkinrichting den collegialen weg zijn opgegaan, en zulks met geheele of gedeeltelijke verloochening van de Gereformeerde beginselen van^kerkrecht.
En dit nu stelt het ons ten plicht, om duidelijk de vraag te stellen, of haar collegiale gezindheid al dan niet óók van invloed is geweest op de wijze waarop zij haar Zending hebben ingericht en nog drijven. g
Goede oplossbg van dit moeilijk probleem, is daarom o. i. alleen te vinden, indien men de methode der buitenlandsche kerken, die blijkbaar door Deputaten thans ofHcieel wordt aanbevolen, ernstig toetst aan de beginselen van Gereformeerd kerkrecht, en zich de vraag stelt, welke wijziging in die methode door die beginselen geëischt wordt.
Dat de Zending voor een zeer aanzienlijk deel beschouwd moet worden als een arbeid der gezamenlijke kerken, is o.i. buiten kijf.
Maar dit is heel iets anders dan een stelsel van centralisatie.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 14 juni 1896
De Heraut | 4 Pagina's