Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De Zending en het Onderwijs.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Zending en het Onderwijs.

5 minuten leestijd

Amsterdam, 31 December 1896.

Bijna vaste gewoonte is het, dat aan de Zendingstations een school is verbonden.

Velerlei dringt hiertoe.

Vooreerst toch kunnen de kinderen der toegebrachte inlanders niet volstaan met het onderwijs op een Mahomedaansche dessahschool.

Ten andere moeten de kinderen dezer gezinnen zóó in het lezen geoefend, dat ze in staat zijn de Schrift in hun eigen landstaal te lezen.

En eindelijk is schoolmvloed op het jonge geslacht vaak het eenig middel gebleken om ingang te verkrijgen, waar de ouden van dagen verhard bleven. s

School en Zending moot uit dien hoofde h steeds samengaan. Zonder gebruikmaking van het onderwijs is geen krachtdadige Zending denkbaar.

Ook wij wenschen daarom, dat de Zendingsdienst onder ons, zelfs meer nog dan dusver, zich op het scheppen van goedkoope, bruikbare, welingerichte scholen voor de inlandsche bevolking toelegge.

Edoch, op ecnigszins andere wijze dan dusver.

Tot dusver namelijk stuitte men hierbij op tweeërlei klip.

De ééne was, dat de predikant vaak zelf als schoolonderwijzer optrad; en de andere dat de directie van dat onderwijs niet in handen van deskundigen was.

Het laatste is duidelijk.

De Zending onzer kerken onderhield allerlei scholen op Java en Soemba, en had zelfs een Opleidingsschool te Poerworedjo.

Naar eisch behoorden alzoo de zorge en directie hierover niet om te gaan buiten de leiding en het toezicht van enkele mannen, die op paedagogisch gebied én de beginselen én de toepassing der beginselen hadden doorgedacht, en bovendien zelf practisch in paedagogischen dienst ervaren waren.

En toch dat was niet het geval.

Noch Ds. Donner noch Ds. Lión Cachet waren theoretisch of practisch onderwijsmannen, en de Deputatcn die hun ter zijde stonden, waren dit al evenmin.

Feitelijk werden onze scholen dan ook geheel aan zich zelve overgelaten, en hier te lande wist men zoogoed als niets noch van inrichting noch van leerplan der scholen, en ging het in Indië zooals het ging.

Hiervan nu mag men niemand een verwijt maken.

Immers het schoolwezen in den dienst der Zending mist nog elk zelfstandig karakter. Er was bescheiden hulpdienst; niets meer.

Zelfs kon dit niet anders, want het is altoos de loop der zaken, dat zulke takken van dienst ongemerkt en spontaan uitspruiten, en eerst later onder regel van cultuur kunnen gebracht worden.

Maar allengs behoort dit toch anders te worden, en daarom was het een stap in de goede richting, dat de Synode te Middelburg den schooldienst reeds nu in handen van een drietal Deputaten gaf, die den verlangden paedagogischen waarborg boden.

Natuurlijk kunnen deze Deputatcn voorshands weinig anders doen dan informeeren, en zich door inlichtingen uit Indië op de hoogte stellen van wat er aan schooldienst aanwezig is, en op wat wijze deze schooldienst, zoo op Java als op Soemba, werkt.

Toch hangt reeds hierbij zooveel meer dan menigeen waant, af van de vragen die gesteld worden.

Aan die vragen herkent men dadelijk den man van het vak, en reeds het feit dat mannen van het vak er zich mee inlaten werkt in Indië heilzaam.

Het dwingt tot nadenken, prikkelt tot ijver, en snijdt de onbekooktheid af.

Doch ook op een tweede klip dient gewezen.

Missionaire predikanten moesten eigenlijk nooit zelf school houden.

Zij zijn er de mannen niet voor, en hun tijd is er te goed voor.

Een missionair predikant, die zelf school houdt, en dat goed wil doen, raakt er twee derden van zijn tijd meê kwijt. Komt daarnog een eigen huishouding bij, dan blijft er voor den eigenlijken arbeid onder de inlanders, zoo men ook nog den tijd voor predikdienst en catechiseeren er afrekent, zoogoed als niets over.

Zoo wordt de Boodschapper een man die op school en thuis zit. Hij leeft niet onder de lieden. Hij verstaat hun taal niet recht. Hij leeft niet in hun maatschappelijk leven, in hun geestelijk denken, in hun zielstoestand. Hij blijft buiten invloed. En het volk blijft in hem den vreemden indringer zien.

Reeds daarom is dit af te keuren, en zal het goed zijn, indien hoc eer hoe beter al onze missionaire predikanten van het zelf geven van schoolonderwijs ontheven worden.

Iets waar dan ten andere bijkomt, dat predikanten in den regel voor het geven van lager onderwijs, vooral van zulk lager onderwijs, geheel ongeschikt zijn.

Ze zijn er niet voor gevormd. Ze ontvingen er geen leiding voor. Ze zijn er niet practisch voor geoefend.

Een eenvoudig hulponderwijzer kan een kind veel beter en veel sneller leeren lezen dan een doctor in de heilige godgeleerdheid.

Schoenmaker bij uw leest.

Ook is dit een wegwerpen van geld.

Onder leiding van één deugdelijk Europeesch onderwijzer kan men met drie inlandsche onderwijzers een school van 150 kinderen op Java voor ongelooflijk weinig geld loopen laten. Wie narekent wat zelfs het gouvernement in Indië voor deze soort scholen betaalt, begrijpt de dwaasheid niet van een Zending die voor zulke scholen drieën viermaal meer geld besteedt.

Dit nu mag niet.

Rekent men voorts daarbij, dat het gouvernement voor zulke scholen, mits met onderwijzers aan het hoofd, subsidie verleent naar vasten maatstaf, dan spreekt het toch als een boek, dat onze Zending ook dezen schooldienst zelfstandig zal moeten organiseeren, altoos in verband met het Zendingsstation, maar onder paedagogische leiding, en afgescheiden van den Dienst des Woords. v g

Een goed en degelijk missionair predikant moet den geheelen lieven dag onder het volk zijn, de menschen opzoekende, met iedereen sprekende, in alle toestanden indringende, en in de dorpen rondom het Evangehe brengende. v v

Maar verlos hem dan ook van de schoolr banden, en red en verhef tegelijk uw scholen, die door innerlijke voortreffelijkheid zich moeten aanbevelen.

En dat zullen ze, mits ze uit haar twee slachtigen toestand overgebracht worden ia een zelfstandige positie, en werken kunnen met geschikt personeel.

Een centraal Zendingsstation, met een opleidingsschool in de hoofdplaats, en kleine dorpsscholen onder goede leiding en behoorlijk toezicht in de dessahs, zou kracht in breeden omtrek oefenen.

En eerst als zoo de Dienst des Woords, de Medische dienst, en de Schooldienst hand in hand gaan, kan er van een wezenlijk kerstenen van een gcheele streek sprake komen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 3 januari 1897

De Heraut | 4 Pagina's

De Zending en het Onderwijs.

Bekijk de hele uitgave van zondag 3 januari 1897

De Heraut | 4 Pagina's