Uit de Pers.
In de Friesclie Kerkbode was de onwezenlijkeid van meer dan £éne nominale Diaconie ter prake gekomen.
Naar aanleiding hiervan ontving de redactie pmerkingen, waarvan zij dit zegt:
Van twee broeders werd ons, deels naar aanleiding an wat wij schreven over Armenzorg, een stuk ngezonden, waarin de aandacht werd gevestigd op it netelig onderwerp.
Het was waar, dat de armenzorg te wenschen overliet, maar de schuld daarvan lag voor een deel aan de predikanten zelf.
Er moest te veel voor hun tractement worden opgebracht. En ook de collecte voor de em. Pred. weduwen en weezen drukte zwaar op de kerken. Was het dan wonder, dat niet alleen de armenzak uit de kerk weg, .bleef, maar dat zelfs de offerande der dankbaarheid bij het Avondmaal voor den Dienst des Woords moest gebruikt worden? Konden de predikanten niet even goed als vroeger met een tractement van f 600 toe, en moesten zij niet gedwongen worden bovendien wat weg te leggen voor den ouden dag of voor hun weduwen en weezen, zoodat de kerken ook van die zorg ontlast werden ? En behoorde de Kerkbode ook op zulke dingen niet de aandacht te vestigen, liever dan de reeds zoo door schuld gedrukte kerken aan te manen »boven vermogen" te doen, door ook aan de armen Christi te denken ?
Het verwonderde ons, dat deze broeders niet nog een stap verder gingen, en hun instemming betuigden met een besluit door de Hongaarsche Kerken eenigen tijd geleden genomen, dat de predikanten liefst ongehuwd moesten blijven, omdat de kerken de zorg voor vrouw en kinderen niet op zich konden nemen. De Roomsche pastoors toonden, dat dit offer voor Christus kerk wel ter dege kon worden gebracht door de Dienaren des Woords. En als zulk een ongehuwd predikant dan bij een boer in de kost kwam liggen, was een tractement van f 600 eigenlijk nog te ruim. Vooral wanneer hij dan, evenals Paulus, er nog een ambacht bij leerde en in zijn vrijen tijd door eigen handenarbeid zijn brood verdiende. Dan waren de kerken geheel kosteloos geholpen. '
Wij gelooven, dat een strijd over dit punt, wanneer men aldus redeneert buiten Gods Woord en de Kerkenorde om, niet veel vrucht zal afwerpen. Er kunnen tijden komen, waarin de kerken zoo gebukt gaan onder het kruis van vervolging en armoede, dat metterdaad de roeping kan zijn van de Dienaren des Woords, om Cliristus' wille alles op te offeren, en het exempel van den Apostel Paulus te volgen.
Maar in gewone tijden is dit de regel niet.
Wie het altaar bedient, moet van het altaar kunnen leven. En wie het Oude Testament naleest, weet, dat God de Heere reeds destijds gezorgd heelt, dat zijn dienaren van het altaar niet bekrompen behoefden te leven. Vandaar, dat onze Gereformeerde kerken steeds als regel hebben gesteld, dat de kerken zorg moesten dragen, dat de predikanten zonder zorg voor hun tijdelijk leven konden verkeeren in den Dienst des Heeren.
Reeds menschelijke billijkheid brengt dit mede.
De kerken eischen voor den Dienst des Woords een langdurige, kostbare voorbereiding door studie aan de Theologische school of de Vrije Universiteit. Voor dezelfde kosten zou men advocaat, leeraar aan een gymnasium of geneesheer kunnen worden. Wie zulk een studie koos die in de meeste gevallen geen zwaarder eischen stelt, vindt straks eene betrekking, die hem een inkomen oplevert, waarvan zeer ruim kan worden geleefd. Twee a dric duizend gulden is het inkomen, waarop in zulke gevallen wordt gerekend. En wie eenigen naam heeft als doctor of advocaat, is zelfs daarmede lang niet tevreden.
Waar jonge mannen, die dit weten, toch een heilige roeping gevoelen, om niet eene betrekking te kiezen, waarin eere en roem hen wacht voor de wereld, maar om de kerken te dienen met hun gaven, daar schijnt het ons toe, dat de kerken, die gemiddeld ƒ 1000 tractement uitbetalen (met vrije pastorie) waarlijk niet aan weelde hun predikanten verwennen. Wie daarvan straks vrouw en kinderen te onderhouden heeft — en de meeste Dienaren des Woords hebben groote gezinnen, — loopt althans geen gevaar van door oppotten rijk te worden.
Maar ook brengt het belang der kerken zelf het mede. Zal de Dienst des Woords niet verarmen, dan behoort de predikant door te gaan met zijn studie. Dan moet hij kzen wat in de kerkelijke bladen geschreven wordt, de pennevruchten onzer hoogleeraren aanschaffen, een bibliotheek verkrijgen van wat onze Vaderen als besten schat hebben nagelaten. Zoo wordt de Dienaar des Woords verrijkt, en waar hij steeds !> uitgeven" moet, behoudt hij het kapitaal zijner kennis. Gelooft men waarlijk, dat met een bezoldiging van /' 600 nog gedacht kan v/orden aan het aanschaffen van eenig boekwerk?
Wij gelooven daarom dat de Kerkbode nog geen roeping heeft, om te gaan waarschuwen tegen het te hoog opdrijven der predikantstractementen, alsof onze Dienaren des Woords als de prelaten der Roomsche kerk, zich aan vette prebenden te ^ goed deden, maar dat veeleer tot menige kerk de vraag, zou moeten gericht worden, of niet haar Dienaar zoo gebukt ging onder de zorg, hoe hij met zijn schraal tractement rond kan komen voor zich zélf en zijn gezin, dat daaronder zijn ambt maar al te veel geestelijk schade lijdt.
Dit is niet te sterk gesproken.
Gelukkig dat de ervaring ook ten onzent leerde, hoe de kerken allengs talrijker worden in leden, de leden der kerk van lieverlee in beteren doen komen, en alsdan de traktementen iets vooruit gaan.
Er is hier wisselwerking.
Goede, deugdelijke Gereformeerde prediking moet op den duur ook de' zaken der menschen beter doen loopen, en uit die beter loopende zaken moet de toekomst voor den prediker beter worden.
Doch dit staat vast, gelijk het op dit oogenblik in menige kerk is, staat eeii gestudeerd man, wiens studiën minstens zes duizend gulden gekost hebben, en die pas op vier-, vijf-en-twintigjarigen leeftijd begint te verdienen, beneden het dagloon van een smidsknecht te Amsterdam, die niets voor studie besteedde, en reeds als jongen van zestien jaar geld won.
Dit mag nu aan zeer kleine, arme gemeenten niet verweten worden.
Waar niet is, verliest zelfs de keizer en dus ook de prediker zijn recht.
Maar.... ook zulk een gemeente moet dat dan toch inzien, gevoelen dat het zoo is, en haar predikers er om waardeeren.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 4 april 1897
De Heraut | 4 Pagina's