Uit de Pers
Over de handeling van Frieslands iProv. Synode in zake de combinatie van kerken leest men in de Friesche Kerkbode dit:
Ook dit onderwerp is een heet hangijzer, dat met voorzichtige handen moet worden aangepakt. Het hangt ten nauwste te zamen met de eigenaardige Friesche toestanden en vereischt wel een enkel woord van toelichting, om geen verkeerden indruk naar buiten te geven.
Over het algemeen zijn de Gereformeerde Kerken er steeds voor geweest, dat in elke burgerlijke gemeente een eigen, geheel zelfstandige Kerk van Christus tot openbaring kwam. De belijdenis, dat God de Heere niet alleen de tijden, maar ook de plaatsen bepaald heeft waar de menschen wonen zullen, dwingt er toe, om bij de openbaring van Christus' Kerk met deze «bepalingen" te rekenen, en die niet eigenmachtig te veranderen. Wij lezen dan ook in de Heilige Schrift nooit van een «Moederkerk" met allerlei «buiten wonende" leden, die overal verspreid zitten in omliggende plaatsen, maar van de Kerk te Corinthe, te Efeze enz.; op elke plaats een eigen Kerk. Én het is geen geringe verdienste geweest van de saamsmeltings-Synode van Amsterdam, dat misbruiken te dien opzichte ingeslopen, beslist zijn afgeschaft en de Kerken weer terug zijn gebracht tot haar aloude historische grenzen.
En toch ligt hierin voor Friesland een moeilijkheid, , die ook reeds in de dagen der Reformatie is gevoeld en tot een uitweg heeft geleid. De eigenaardige gesteldheid van den Frieschen bodem, de sterke individualistische trek van het volkskarakter en meer andere redenen waren oorzaak, dat men bijna nergens flinke groote dorpen kreeg, maar dat overal gehuchten ontstonden. En deze kleine dorpen, soms in den bebouwden kom geen vijt of zes huizen sterk, hadden in den Roomschen tijd elk een eigen Kerk en een eigen pastoor. Zoodat, naar luid der historie, vóór de Reformatie de 360 dorpen van Friesland allen behoorlijk van priesters voorzien waren.
Het sprak wel van zelf, dat na de Reformatie het onmogelijk bleek, om elk dezer miniatuur kerkjes te handhaven. Het geld was er niet, om zooveel tractementen uit te betalen. De personen ontbraken, om al deze kansels te bezetten. En stof voor een Kerkeraad was er evenmin te vinden. Vandaar dat men er wel toe komen moest, om verschillende dorpen door combinatie tot één predikantsplaats te vereenigen, waarbij de predikant beurtelings in één der Kerken optrad. Gewoonlijk lagen deze dorpen zoo dicht bij elkander, dat men over en wedergemakkelijk bij elkander ter kerk kon gaan. Wie weet niet, om maar één voorbeeld te noemen, hoe Vader Ploos beurteUngs te Reitsum, Lichtaard en Genum preekte. Iets wat buiten Friesland bijna een onbekende zaak is. Eén dominé met drie Kerken! — ge zoudt eens zien, wat men daar in Holland en Utrecht, met hun groote dorpen, een vreemd gezicht van opzetten zou.
Maar in elk geval staat het dus vast, dat onze vaderen, die anders aan den regel vasthielden: elk dorp een eigen kerk, in Friesland geen het minste bezwaar hadden, om verschillende dorpen te combineeren, juist om den exceptioneelen toestand, die hier gevonden werd. •
Stemt men dit eenmaal toe, dan gevoelt men ook, dat de verschillende combinaties, die vroeger vastgesteld zijn, voor onze dagen natuurljjk niet allen meer bindend zijn. Er kunnen nu allerlei redenen zijn, om öf meerder of minder dorpen tot één predikantsplaats te vereenigen. En juist daarin ligt een uitweg voor menig hulpbehoevende Kerk, die nu kommerlijk haar bestaan voortzetten moet.
Zulke kleine Kerkjes, die toch nooit in staat zullen zijn, om zelfstandig een predikant te beroepen, kunnen uitnemend goed zich verstaan met een nabijgelegen Kerk, om gezamenlijk één predikant te beroepen, die dan beide Kerken dient.
Natuurlijk dient daarbij met overleg te werk worden gegaan. Men behoort over en weer duidelijk te formuleeren, hoe men handelen zal met den dienst des Woords, Kerkeraadsvergaderingen, opbrengen van 't tractement enz. Alle overhaasting en ondoordacht handelen werpt later voor de practijk slechts bittere vruchten af. En wij kunnen niet ernstig genoeg waarschuwen, om bij al dergelijke onderhandelingen toch vooraf den raad in te winnen van de Classis, opdat hetgeen een zegen kan zijn, niet Christus' gemeente ten verderve worde.
Maar al moet tot voorzichtigheid worden aangemaand bij de uitvoering, de zaak zelf verdient ten volle de overweging der Kerken. De aanvragen om hulp, die bij de Provinciale Synode inkwamen van allerlei arme Kerken, waren zoo vele en beliepen zulke hooge sommen, dat aan voldoen dier aanvragen geen denken was. De collecten voor dit doel, het vorig jaar ingekomen, brachten niet eens het vierde deel op, van hetgeen aangevraagd was. En op vermeerdering der inkomsten valt nauwelijks te rekenen.
Waar de Provinciale Synode dus nu reeds genoodzaakt was de meeste hulpbehoevende Kerken teleur te stellen en de nood nog steeds klimt, daar mogen de armere Kerken den raad der Provinciale Synode wel ter harte nemen, zal straks de uitkomst niet leeren, dat de zucht om te veel op zichzelf te blijven staan (hoe begrijpelijk ook), een Kerkelijk bankroet ten gevolge kan hebben.
Metterdaad maakt .Frieslands toestand hier exceptie raadzaam. exceptioneele
Niemand minder dan Prof. De Louter heeft in zake de kerkelijke goederen een Adres aan de Haagsche Synode opgezonden, waarin we onder meer lezen:
«Niet alleen de Kerk, doch allen, die haar groote beteekenis erkennen en van haren invloed en werkzaamheid nog veel zegen verwachten voor de toekomst van het vaderland, verlangen thans van de Synode een daad van moed, van karakter. Zooals ieder verwachten kon, begint hier en daar de storm tegen het nieuwe reglement op te steken, inzonderheid in de kringen van kerkvoogdijen en hoogere beheercoUeges, die zich bedreigd zien in de taak welke bij het stilzitten der Kerk tot dusver door hen is verricht. Zulk een verzet is menschelijk en dus vergeefelijk. Zal de Synode zich echter daardoor laten weerhouden om haar standpunt te handhaven en haar plicht te doen ? Of zal zij, uit vrees voor deels werkelijke, deels hersenschimmige moeielijkheden van uitvoering, de nauwelijks ingenomen post weder verlaten en voor onbepaalden tijd een hoogst gewichtig onderdeel harer taak prijs geven ? Meer nog dan van een juist inzicht in de ware toedracht der zaak, zal dit afhangen van hare moreele eigenschappen: van haar ernst en plichtbesef, van hare geestkracht en vastheid van overtuiging".
En dan aan het slot:
«Eindelijk waagt ondergeteekende met nadruk er op te wijzen, dat het voorloopig aangenomen reglement zeer ten onrechte is beschuldigd van eene revolutionaire strekking in lijnrechten strijd met bestaande toestanden. Voor zoover de zuiverheid der eenmaal aangenomen en wel overwogen beginselen dit gedoogde, is oprecht gestreefd naar de meest mogehjke aansluiting bij de thans vigeerende regeUng. Met name is zorgvuldig gewaakt tegen vermenging van bestuurs-en beheerswerkzaamheden in dezelfde hand. Geen oogenblik is vergeten, dat het bestuur der Kerk andere eischen stelt en andere mannen vordert dan het beheer harer goederen; doch tevens is even weinig uit het oog verloren, dat beide — zoowel bestuur als beheer — functiën zijn van de eene en ondeelbare kerk, het groot en veelbeteekenend organisme van het gemeenschappelijk godsdienstig leven, dat zich naast den Staat sedert eeuwen heeft ontwikkeld en zoomin als deze een scheiding gedoogt in twee helften naar gelang de geestelijke ol stoffelijke belangen op den voorgrond treden. Daarom is het een zonderlinge beschuldiging en ongegronde verdachtmaking, wanneer het algemeen College van Toezicht in zijne circulaire aan Heeren kerkvoogden en notabelen van April 1897, en leden der Hervormde Kerk meent te moeten waarschuwen tegen de gevaren, die uit het overwicht der predikanten op het beheer der kerkelijke goederen zouden voortvloeien. Vooreerst kent de voorgedragen organisatie een ruime plaats toe aan de leeken en hunne vertegenwoordigers ; doch in de tweede en voornaamste plaats verdienen de leeraars en voorgangers der gemeente in geenen deele het wantrouwen als waarvan deze circulaire getuigt.
Veeleer schijnt niets natuurlijker en regelmatiger dan; dat vooreerst aan dezen stem wordt gegeven ook bij het beheer der kerkelijke goederen, die immers de stoffelijke hulpmiddelen vormen om uit den aard der zaak de geestelijke belangen der Kerk te bevorderen; en dat voorts het laatste woord ook in beheerszaken wordt toegekend aan dezelfde organen, waaraan de Kerk hare gewichtigste geestelijke belangen in hoogste instantie heeft toevertrouwd".
Vooral die séene en ondeelbare kerk" is onbetaalbaar.
Zoo echt uit de dagen der Fransche Revolutie : La France une et_ indivisible. En dan die beteekenis van onze kerk »voor de toekomst van het vaderland".
Het is of onze liberale professoren begrijpen, dat het liberalisme er alleen bovenop is te houden, als het geliberaliseerde deel der Hervormde kerk het op de been houdt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 27 juni 1897
De Heraut | 4 Pagina's