Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Kamp ot vrede ?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kamp ot vrede ?

5 minuten leestijd

Bij den uitgever Herdes te Amsterdam zag de feestrede van Ds, B. van Schelven op zijn zilveren ambtsfeest het hcht, een aangrijpend woord over i Cor. 15:9—11.

Schoon is in deze rede de teekening van de tweeërlei periode, die de bedienmg van het ambt doorleeft, in kamp de ééne maal, de andere maal in vrede.

Soms is het leven der kerk geUjk aan het zactitkens voortkabbelen van een kalm vlietenden stroom. Er is dan wel werk en er is ook wel strijd, maar alles is in een eenigszins getemperden toon. De dienaren zijn meer te vergelijken met den hovenier. Onkruid uitwieden; om de plant heen schoffelen; de ranken snoeien; de wortelen drenken, zijn dan de verrichtingen, die dagelijks wederkeeren. Dan kan het wel druk zijn; dan kan de arbeid wel vermoeien; dan mag er van geen sluimeren en slapen sprake zijn, zoolang de dagtaak niet is vervuld. Maar naar vasten regel gaat kalm en rustig toch alles van dag tot dag voort, in afwachting van den goddelijken zegen, die alleen van al dien arbeid de gewenschte vrucht kan doen rijpen.

Er zijn echter ook andere tijden, waarin de ruste verre is. Dan is niet de kalme beek maar de door de felle winden opgejaagde zee symbool van den gang des levens. Nu eens in eigen boezem valt er strijd te voeren; dan weer moet de kamp worden aangebonden, met die van buiten een aanval beproeven. Dan gist en kookt het. Dan is er voor de bemanning wat te doen aan boord van het scheepke. Dan moet de koers, die te houden is, klaar en duidelijk vast staan. Dan mag het kompas niet één oogenblik uit het oog verloren. Dan moet de roerpen vast gehouden, opdat toch te midden van al die onstuimig opgezweepte wateren, van den rechten koers niet worde afgelaten. Dan is het geen tijd voor dralen en aarzelen maar moet de keus snel en welberaden gedaan.

Welk dezer beide schetsen als beeld mag dienen van den tijd, dien wij nu beleven, kan wel aan geen twijfel onderhevig zijn. Ons is de genade bewezen van te leven, niet in eene periode van zulke stille rust, maar in eene van zwaren kamp. De genade zeg ik; want wel is de last van verantwoordelijkheid zwaar, die dan op de schouderen komt te drukken. Wel kunnen soms uren doorleefd, waarin het hart beklemd wordt. Maar vast staat daartegenover, dat de blijdschap groot is, van wie, straks terugziende op de periode die doorloopen werd, verwaardigd is zijne taak wel te vervullen en te blijven in het spoor door den last zijns Zenders hem aangegeven.

Deze eeuw munt niet alleen boven hare voorgangster uit door vele ontdekkingen en toepassingen van ontdekte krachten in het rijk der natuur, maar ook voor de kerk des Heeren is zij van groote beteekenis. Deze wordt fel bestookt • de glans der eere, haar vroeger nog wel eens gegund, wordt haar ontroofd; in ledental neemt zij eer af dan toe; en het »niet vele rijken en edelen" wordt weer een haar kenmerkend verschijnsel. Maar aan den anderen kant wordt de benaming weer juist, die toch de hare moet zijn, dat zij als eene strijdende kerk moet leven en staan.

Klinke het niet vreemd in de ooren, wanneer ik onzen tijd een rijk gezegende noem. Niet dat mijn oog niet mede ziet en mijn hart niet mede betreurt den droeven afval van de waarheid om ons heen. Maar al te duidelijk teekent zich het streven van den vorst der duisternis, om al meer het werk der ontkerstening te bevorderen. Hoeveel banden zijn er niet losgescheurd! En wij weten, dat dit niet verminderen, eer vermeerderen zal, al kan wellicht nog nu en dan voor eene wijle tij ds de gang van dien stroom worden vertraagd.

Vraagt er de ouderen van dagen maar eens naar, die nog de eerste helft dezer eeuw meê hebben doorleefd. Donkere nevelen hebben zwaar gehangen over ons vaderland. In allerlei geschrift is de klacht ons overgeleverd, dat het goud zoo was verdonkerd, des Heeren huis zoo verwoest lag ; de teekenen niet meer werden aanschouwd en de wijngaard des Heeren omgewroet werd door het zwijn uit het woud. Alleen de gehoorzaamheid aan des Heeren bevel deed de geloovigen den kamp aanbinden, daar nauwelijks hoop op nieuwen bloei kon gekoesterd.

Niet alleen van de boosheid des vijands valt daarbij te gewagen, maar helaas! ook van de zonden van ontrouw en afwijking van de zijde des volks ! Doch destemeer valt dan te roemen de genade des Heeren, die de banier weer heeft opgericht. De Heere heeft zijn volk weer bezocht. Er is instede van die diepe inzinking van geestelijke kracht een opwaken gekomen, dat drijft tot terugkeer naar den Heere. Er is weer een vragen naar Zijn Woord. Er is weer een zoeken naar zuiver en zuiverder belijden van datgene, wat Hij in Zijn Woord ons heeft geopenbaard. Met dank aan den Heere gedenk ook ik, dat het vijf-en-twintigtal dienstjaren, dat ik vervullen mocht, valt binnen dat dertigtal jaren, waarin juist dit weer opbloeien op het schoonst zich vertoont.

Dit is schoone taal, omdat het taal uit het hart is, en uit het hart kon deze taal schoon opkomen, omdat ze vertolkt wat dat hart zelf in de worsteling des levens ervaren heeft.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 17 oktober 1897

De Heraut | 4 Pagina's

Kamp ot vrede ?

Bekijk de hele uitgave van zondag 17 oktober 1897

De Heraut | 4 Pagina's