Uit de Pers.
Onder den titel Tubantia heeft onze broeder \g • Beuker, die, hoewel van ons gegaan, toch niet ]u ' vergeten wordt, een boeiend verhaal gegeven : R van de kerkelijke actie in Bentheim. 1e Zie er hier een episode uit:
Naarmate men in de landskerk verder van de waarheid des Evangelies afweek, ontwaakte hier en ' daar een vragen naar de oude waarheid. In het na-1t burig Nederland was het reeds tot een breken met het, \ t in i8i6 ingevoerde, Nederlandsch Hervormd »Kerk-, o | genootschap"gekomen. De vervolging van H. de Cock.
H. P. Scholte, S. van Velzen, A. Brummelkamp, van Gezelle Meerburg en A. C. v. Raalte e.a., die tegen de «wolven in de schaapskooi van Christus" optraden, dreef tot deze breuke. H. de Cock, dien men «den Vader der Afscheiding" in Nederland heeft genoemd, . begon niet met de kerk te verlaten, maar met terug te keeren tot de leer, tucht en dienst der vaderen.
' En als nieuwere kerkelijke wetten en ingevoerde reglementen hem daarin verhinderden, dan was zijn |( , antwoord: «Men moet Code meer gehoorzamen dan ' de menschen." Zoo weinig zelfs begreep hij in't eerst nog van het ongereformeerde karakter der ingevoerde kerkbesturen met hun reglementbundels, dat hij zich ter bescherming Van de oude waar-' r heid tegen de aanranders eerst nog op die besturen ' h beriep. Kerst toen bleek.dat deze de leugen bescherm-1 m den en de verkondigers der waarheid als «ver-1 stoorders van orde en rust" schorsten en uitwierpen r niet alleen, nïaar dat ze opk de wereldlijke macht ter hulp riepen om deze overtreders hunner reglementen met boete, inkwartiering'en gevangenisstraf te dwingen, eerst toen, zeg ik, kwam het tot officieele verwerping van de Ned. Herv. kerk, om de Gereformeerde kerk der vaderen weer tot openbaring te brengen.
Bij gelegenheid dat De Cock van Ulrum te Groningen uit de gevangenis kwam en dadelijk weer optrad om den volke zonde en genade te prediken, was daar onder de' nieuwsgierige menigte, die den; losgelaten prediker kwam hooren, ook een jeugdig, houthandelaar uit Bentheim.
Het was een zekere J. B. Sundag, die gewoon was voor den scheepsbouw te Groningen hout te leveren uit het bekende Bentheimer Woud en «it het Samer Rot. Toen hij De Cock hoorde prediken, zonk de waarheid Gods, hem weleer door een vrome moeder voorgehouden, diep in zijn hart.
Van deze ure af was Sundag een der volgelingen van De Cock. Hij werd weldra zijn vriend en leerling, die niets vuriger begeerde dan deze opnieuw aan 't licht gekomen waarheid ook aan zijn eigen landgenooten bekend te maken.
Nadat Sundag bij De Cock eenig onderwijs had genoten, werd hij door een kerkelijke vergadering van »de Afgescheidene gemeenten", dieinde[Prov.
Groningen ontstaan waren, beroepbaar gesteld voor den dienst des Woords. Hij werd ook in een dier gemeenten beroepen. Doch hij geloofde voor elk beroep te moeten bedanken, om aan zijn eigen landgenooten het Evangelie van Christus te gaan vérkondigen. Toen hij nog studeerde, trad hij reeds hier en daar in zijn vaderland op, waar hij gelegenheid vond. Aan vijanden ontbrak het hem van meet af aan niet; aan vrienden evenmin. Er kwam dus doende van lieverlede correspondentie tusschen de vervolgden in Nederland en de aan-• klevers der oude waarheid in het graafschap Bentheim. Zij, die in de landskerk geen zielevoedsel meer konden vinden, kwamen weldra op Zondag bijeen en lazen een hoofdstuk uit de H. Schrift — veelal de Handelingen der Apostelen — baden en zongen samen en vertelden, wat de Heere aan hunne ziel gedaan had. Een nieuw geestelijk leven ontwaakte in die dagen in schier alle landen van Europa, en werd bestempeld met den naam van sRéveil". Ook in 't graafschap Bentheim ontwaakte het, doch nam hier meer den kerkdijken vorm aan en liep in Gereformeerde bedding. Wel had men eerst volstrekt geen plan om als formeele gemeente op te treden, men zocht elkaar op tot onderlinge stichting en gebed. Tot bepaalde gemeente-formatie kv^•am het eerst na hevige vervolging, waardoor de kleine kudde tot over de: Nederlandsche grenzen gedreven werd om rustig te kunnen vergaderen. Dit van het Nedergraafschap vloden des Zondags meest naar Heemse of Coevorden, alwaar men toen reeds zooveel vrijheid had bekomen, dat men samen rustig vergaderen kon. In die samenkomsten traden voor en na Afgescheidene leeraars op, en voor 't overige behielp men zich met het lezen van een preek uit een of andere ouden schrijver. Soms trad ook wel een student of een of andere oefenaar uit het Graafschap Bentheim op, als de zoo algemeen beminde H-H. Schoemaker, G. Broene en vooral de jongere Klaas Ensing, die voor zoovelen een middel ter bekeering weid.
In het Bovengraafschap, waar de candidaat J. B. Sundag arbeidde, bleef men binnen het land.
Doch men beliep aldaar zoodoende ook meer vervolging. Zoo lang men betalen kon, waagde men zijn geld en bezitting liever dan dat men zou ophouden God te dienen naar zijn Woord. Waar men al zijn geld aan boeten had uitgegeven, gelijk bij Sundag, die nog al iets had bezeten, het geval was, daar werd men met gevangenis gestraft.
Sundag, die onverschrokken voortging om overal, waar hij maar kon, Gods Woord te verkondigen, ging circa 30 malen de gevangenis in ; terwijl H.
H. Schoemaker en andere slechts één of twee malen met den kerker kennis maakten, De straftijd ook van Sundag was gewoonlijk niet heel lang:14 dagen, 4 a 6 weken al naar hij overtreding van het Koninklijk gebod op zijn kerfstok had. Een enkelen keer liep het, naar ik meen, tot i^ a 13 weken aaneen. Hij was er echter niet moedeloos onder. Hij vertelde meermalen aan schrijver dezes, hoe de Heere hem ik die dagen was nabij geweest. Meermalen had hij gezongen in de gevangenis, dat het klonk over de rots, waarop het oude Bentheimsche Slot is gebouwd. Dit Slot diende destijds tot staatsgevangenis, wijl de graaf toen te Steinfurt woonde. Op zekeren keer zond men Sundag een politie-beambte, hem berichtende, dat hij niet zingen mocht. «Dat kan ik niet laten.'' was het antwoord, «want zij houden wel mijn lichaam gevangen, maar den geest kunnen zij niet boeien, die moet (!od loven voor de genade aan mij geschonken en voor de eer, dat ik om Zijns Naams wil lijden mag." De ambtsrechter die hem persoonlijk niet ongenegen was, en hem vaak tegen zijn zin moest gevangen zetten, sprak eens tot hem toen hij werd losgelaten: Ach 'Herr Sundag. Ich bitte Ihnen thun Sie es doch nicht wieder, Sie kommen doch immer in meine Hand jwieder zu recht". «Ja Herr Richter, " was zijn antwoord, «dan können Sie mich wohl behalten, denn ich thue es doch immer wieder."
Losgekomen, berichtte hij direct weer aan zijn «volk", dat hij op dien avond of op dien Zondag daar en daar weer optreden zou. Het ging dan soms weer eenige weken goed, maar dan werd hij ook weer gevat. De geestelijken klaagden bij de overheid, opdat deze zulk preeken en samenvergaderen toch met sterken arm tekeer mocht gaan.
De lagere rechtbanken waren dan wel genoodzaakt te vervolgen. Sundag zelf sprak altijd van den ambtsrechter, die hem veroordeelde en gevangen, zetten moest, met de grootste achting als van een nobel man, die persoonlijk van zijne onschuld wel overtuigd was, maar tot handelen werd genoopt.
Eens was Sundags zuster overleden, juist toen hij weer in een der torens van 't oude Slot gevangen zat. Hij liet vragen aan den rechter om twee dagen \ verlof, teneinde mede zijne lieve zusier te mogen begraven. Op belofte, dat hij na twee dagen zich-, ' zelf weer aanmelden zou, werd zijn verzoek toe ." gestaan. Nadat de begrafenis was afgeloopen, kwam i Sundag aan de poort ^•an 't oude Slot om weder • in den kerker te gaan. «Zie, dat zijn nog eens i gemakkelijke kwaaddoeners, " sprak de rechter, •• «men heeft er zelfs geen politie bij van noode."
De vervolging duurde in 't Graafschap Bentheim j voort, ook nadat de Afgescheidenen in Nederland onder Koning Willem II al vrijheid van godsdienst ^ hadden bekomen.
Sommigen, vopral in het Nedergraafschap, meen-. den de vervolgingen te mogen ontgaan door in N. Amerika vrijheid van godsdienst en brood te zoeken. Jezus had immers gezegd : «Indien zij u in de eene stad vervolgen, vlied in de andere, " In \ grooten getale trok men met andere gelijkgezinden uit Nedei'land, onder leiding van Ds. A. C. van : Raalte e. a., op naar N. Amerika, alwaar het bloeiende dorp «Graafschap", in Michigan, naar het ! graafschap Bentheim is genoemd.
Zoo blijft het allerwegen eenzelfde historie.
De macht in Staat en Kerk zich opmakende tegen de vrije ontwikkeling der waarheid, en \ ten slotte een vluchten naar de nieuwe wereld , om vrijheid.
Zoo ging het den Pilgrimfathers.
Zoo Van Raalte.
Zoo ook aan deze broederen uit Bentheim.
Maar God heeft zijn ballingen gezegend.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 23 januari 1898
De Heraut | 4 Pagina's