Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Buitenland.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Buitenland.

7 minuten leestijd

Duitschland.Uit de broedergemeente.

Wij hebben onzen lezers medegedeeld welk eene verklaring de Synode van de Hemnhutters die van 23 Sept.—30 October saamkwam in zake de gerezen leerverschillen gaf Wij wisten dat in den boezem van de Hernnhuttersche gemeente ernstig geschil was gerezen omtrent het onderwijs dat in het Seminarium te Guaderfeld gegeven wordt. Wij meenden, dat „de verklaring" naar aanleiding van de gerezen geschillen ontstaan, opgesteld was door aanhangers van de z. g. moderne theologie, terwijl wij ons de tegenstanders van die theologie als daarbij overstemd zijnd, voorstelden.

Dit is echter niet aldus geweest.

De aanhangers van de moderne theologie hebben zich met de oud-geloovigen vereenigd in de verklarmg, . die door zich noemende oudgeloovigen is opgesteld.

Een oud-geloovig lid dier Synode berichthieromtrent in de Algemeene Ev. Luth. Kirchenzeitung, dat de twee aanwezige docenten van het Guaderfelder Seminarium vrijmoedig hun standpunt hebben uiteengezet, en de oud-geloovigen daarvan overtuigd, dat hunne wetenschappelijke methode wel eene moderne is, maar dat deze methode in dienst van het geloof gesteld wordt. De voorstanders der moderne theologie gaven daarbij ook te kennen, dat de voornaamste punten hunner belijdenis niet erlangd zijn door wetenschappelijk onderzoek, maar aprioristische bezittingen genoemd moeten vi'orden, die verkregen zijn door het geloof De oud-geloovigen bemerkten ook, dat de voorstanders der moderne Theologie met moderne Theologen in den gangbaren zin des woords moeten genoemd worden, dat zij geen Ritschlianen zijn, maar feitelijk op het fundament, dat door de vaderen overgeleverd is, staan.

Oud-geloovigen kwamen met de voorstanders der moderne methode overeen in het geloof aan het waarachtige zoonschap Gods van Christus; van de door hem gedane verzoening onzer zonde, welke in den diepsten zin als vijandschap tegen God, als de toorn Gods uitlokkend, wordt opgevat; aan Zijne opstanding en verhooging van de rechterhand des Vaders, van waar Hij komen zal om te oordeelen de levenden en de dooden. Alleen wanneer het op het Theologisch fundament van deze belijdenis aankwam, openbaarde zich verschil. Ook v/erd geconstateerd dat verreweg het grootste gedeelte van de leerlingen der Guaderfelder school, die thans de broedergemeente dienen, zich niet alleen door geschiktheid, ijver en nauwgezetheid, maar ook door innige vroomheid onderscheiden; hetgeen men meende dat door den opvoedenden invloed van hunne Theologische leeraars gewekt of bevorderd was.

Al deze dingen brachten de vertegenwoordigers van het oud-geloovige standpunt er toe, de vertegenwoordigers der andere richting m.et hartelijke vreugde de broederhand te reiken. En zoo kwam de verklaring tot stand, die wij in ons blad vertaald wedergaven, welke door 33 leden der Synode werd aangenomen, terwijl een viertal leden zich van stemming onthielden.

Daarmede wilden de oud-geloovigen echter niet te kennen geven dat zij hun standpunt prijsgaven.

Toch bleven er eenige verschillen die niet konden worden opgelost en die hun wortel hebben in de verschillende positie welke men inneemt tegenover de Heilige Schrift. Wel loochenen de vertegenwoordigers van het moderne standpunt niet, dat de Heilige Schrift door den Heiligen Geest is ingegeven, maar zij veroorloven zich daarbij eene vrijheid die voor de oud-geloovigen onverstaanbaar en onaannemelijk was. Er werden dan ook tot de docenten van het seminarium vermaningen en waarschuwingen genoeg gericht. De Synode had een adres ontvangen van 1922 leden der Broedergemeente, onder het devies: „Wij willen bij het oude geloof blijven, " hetgeen medewerkte om den voorstanders van het moderne standpunt te verzoeken, toe te zien, op welk een weg zij zich bevinden. Ja, men kwam er in de Synode toe om de vraag te stellen, of het niet geraden was, het Guaderfelder Seminarium maar eenvoudig een tijd lang te sluiten, en toen men besloot om het toch te laten doorgaan, meende men daarmede een schrede te doen in het geloof Men gaf daarbij uitdrukking aan het volgend verlangen; dat de docenten zich steeds zouden voorstellen, dat de geloofsbelijdenis der gemeente ook voor hen hare volle geldigheid liield, dat zij, bij hun onderwijs, voorzooveel dit bij eene wetenschappelijke behandeling der theologie mogelijk is, den leerlingen alleen positieve resultaten mededeelen, en dat zij er met den meesten aandrang voor waken dat zij noch hunne leerlingen door onvoorzichtige uitingen aanstoot geven.

Aldus schiijft de heer V. J. Schneider, predikant en redacteur van het zendingsblad der broedergemeente.

In het kort komt het hierop neer: de broeders die aan de Heilige Schrift vasthielden zijn nog niet overtuigd dat de afwijking die zich bij de docenten van het Seminarium te Guaderfeld openbaarde in het stuk van de Schrift in verband staat met en voortvloeit uit denkwijzen die niet in overeenstemming te brengen zijn met het leven en de belijdenis der Broedergemeente. Men zal tot die overtuiging van lieverlede komen en ten slotte moeten breken met de voorstanders der moderne theologie, al kan men ze niet beschouwen als vijanden van het Godsrijk en al blijft men hopen dat door de genade Gods in hunne zielen werkende, de beginselen van de hedendaagsche schriftbestrijders uit hunne harten zullen werden weggedaan, om weer te komen tot een in alle eenvoudigheid zich buigen voor het geschreven woord Gods.

Zendings-België. Uit de Belgische kerk.

Wij hebben vóór ons liggen het negen en vijftigste jaarverslag van dit Belgisch Evangelisch Genootschap of Belgische Christelijke Zendingskerk.

Het is niet in een bemoedigenden toon geschreven. De Belgische Zendingskerk heeft te worstelen met finantieele moeilijkheden, die met het jaar grooter dreigen te worden. Zoo zal de Zendingskerk de steun moeten missen van een Genootschap te Glasgow, dat zich ten doel stelde om den Christelijken arbeid op het vasteland van Europa te ondersteunen, doch dat weldra zal ophouden te bestaan.

Het Schotsche Bijbelgenootschap, dat gedurende drie jaren een subsidie gaf voor drie Belgische colporteurs, heeft eveneens doen weten, dat als de drie jaren verstreken zijn, men in België op geen verderen steun heeft te rekenen.

Voorts kregen wij den indruk, dat de arbeid der Belgische Zendingskerk niet groote vorderingen maakt. Het ledental bleef vrij wel stationair, al werden vijf nieuwe kerken, gelijk het verslag het noemt, „ingewijd".

Eene verblijdende mededeeling vonden wij in het verslag, en wel deze: „De Roomsche geestelijkheid, onder den indruk van onze pogingen, heeft ons nu en dan, ondanks zich zelve, indirect gesteund door het verspreiden van geïllustreerde evangeliën, met aanteekeningen voorzien, of door eene aanbeveling, van den preekstoel afgegeven, om de schriften te lezen. In een arbeiderskring heeft een priester zelfs voorgesteld, om parochiale vereenigingen voor bijbelstudie te vormen!" Al klaagt nu ook het verslag dat dergelijke verschijnselen zich al te sporadisch voordoen, toch is het verblijdend, dat er althans eenig teeken van leven op te merken is.

De Vlaamsche afdeeling der zendingskerk lijdt een groot verlies door het aanstaand vertrek van Ds. A. W. Haksteen, die sedert 16

jaar aan het hoofd van de Vlaamsche 'endingspost te Brussel stond.

Onder de rubriek; „Onze betrekkingen met kerken en genootschappen in andere landen, " wordt wel medegedeeld, dat het genootschap financieelen steun ontving van andere kerken en genootschappen, doch dat de Belgische zendingskerk in kerkelijk verband met eenige andere kerk leeft, blijkt hieruit niet. Van harte hopen wij, dat het er nog eens toe komen mag, dat de Belgische zendingskerk toont, een voortzetting te willen zijn van de Gereformeerde kerken in Zuid-Nederland in het laatst der zestiende eeuw. Dan werd de band met de Gerefomeerde kerken in ons vaderland spoedig gelegd.

Maar het schijnt, dat het nog ver daarvan af is.

Het verslag meldt ten minste niets omtrent pogingen om in verband met de Gereformeerde kerken in Nederland te gaan leven. Van eene voorbereiding tot verandering van de organisatie der zendingskerk vernamen we evenmin iets. En toch is deze zoo noodzakelijk!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 20 februari 1898

De Heraut | 4 Pagina's

Buitenland.

Bekijk de hele uitgave van zondag 20 februari 1898

De Heraut | 4 Pagina's