Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

INGEZONDEN STUKKEN.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

INGEZONDEN STUKKEN.

4 minuten leestijd

(Buiten verantwoordelijkheid van de Redactie).

Hooggeachte Redacteur.!

Nu br. Dijkstra het stilzwijgen heeft afgebroken en eindelijk iets van zich heeft laten hoo ren verzoek ik u beleefd mij nog weer eene kleine plaatsruimte in uw blad te verleenen.

Diep zal ik op het schrijven van Ds. Dijkstra niet ingaan: naar mijn oordeel wordt het er niet beter van. Het is mij te doen om helderheid in deze zaak, en niet om te prikkelen, waardoor de klove nog grooter wordt.

Slechts veroorloof ik mij op het schrijven van br. Dijkstra, een drietal kleine opmerkingen:

a. Het komt mij voor, dat Z.Eerw. het nu van de hoofdzaak, waarom het hier gaat, wil afleiden op bijzaken. Dit zal hem echter niet gelukken, dat verzeker ik hem. Die broeder heeft geschreven, dat ik, bij het verlaten van de kolonie Suriname, gehandeld heb, zonder de Zendingscommissie, dus eigenmachtig en willekeurig. Laat hij dit bewijzen, dan zijn we klaar met elkander.

b. Br. Dijkstra zegt, dat ik geschreven of beweerd heb, brieven te bezitten, waaruit mijn doen gerechtvaardigd wordt. Dit moet br. Dijkstra maar zoo uit zijn' duim gezogen hebben, want het is nergens door mij gezegd of geschreven. Maar met alle bescheidenheid vraag ik: „wat heeft br. Dijkstra daarmede te maken ? " Z.Eerw. schijnt van de gedachte uit te gaan, dat ik mijne onschuld moet bewijzen. Hoe vreemd ! Mij dunkt, de beschuldiger is verplicht te bewijzen wat hij zegt. Waar moet het anders heen in de wereld. Als ik tot iemand zeg: „gij zijt een dief", en dan op den koop toe nog zeg: „bewijs eens uwe onschuld", dan heb ik, dunkt mij, daardoor mijne zwakheid verraden.

Ik doe dit om mij een weinigje uit de verlegenheid te helpen of om mijne tegenpartij nog meer te plagen, in beide gevallen zeer af te keuren.

Zouden de rechters te Berlijn, dacht ik, br. Dijkstra dat ingefluisterd hebben en wil hij nu, dat ik daar ook aankloppen zal, om raad te vragen? Het schijnt zoo. Ik geef Ds.

Dijkstra de verzekering, dat ik clan van die heeren niets moet hebben. Veel liever wend ik mij dan tot Nederlanders, dan tot zulke „Moffen".

c. Br. Dijkstra zegt, dat ik de Curatoren kan aanklagen. Een zeer slechte raad! dunkt mij. Voor zooverre mij bekend is, hebben die niets ten mijnen nadeele gezegd of geschreven. In wat Z.Eerw. mij gezonden heeft, waaruit hij, volgens zijn zeggen, zijne beschuldiging opbouwt, staat niets, dat ook maar één enkel vlekje op mijn naam zou werpen. Bij mijne terugkomst uit de Kolonie hebben die broeders mij geen enkele berisping toegediend. Zou ik hen dan aanklagen?

Neen, ik klaag Br. Dijkstra aan. Zoolang hij mij niet uit de archieven der Chr. Afgescheiden Kerk heeft aangetoond, waar het geschreven staat, dat ik willekeurig gehandeld heb, bij het verlaten der Kolonie zonder de Zendingscom­

missie, zal ik hem blijven aanklagen bij God en de menschen. Die broeder heeft mijn goeden naam in het publiek aangerand en daarom meende ik recfit te hebben, hem ook in het openbaar ter verantwoording te roepen. Indien Z.Eerw. de bewijzen voor mijne schuld bezit, had hij die reeds lang ter mijner kennis moeten brengen. Br. Dijkstra heeft nog niets gedaan, om iemand, die zich door hem verongelijkt voelt, een weinigje te gemoet te komen. Eerst een verachtelijk stilzwijgen van acht maanden, en wat nu de vorige week van die Br. in de Heraut stond, mogen verstandige lezers beoordeelen. Zoolang die Br. mijne schuld niet bewijst, blijf ik gelooven, dat hij mij beleedigd heeft en plechtig verzeker ik hem, dat het niet aan mij zal liggen, als hij straks niet door de Kerk voor de keuze geplaatst wordt, bewijzen of herroepen.

Nu zal ik, U, Hooggeachte Redacteur over deze zaak niet meer lastig vallen, want Br. Dijkstra heeft geweigerd er verder in het publiek over te schrijven. Ontvang mijnen hartelijken dank voor de plaatsing.

B. VEENSÏRA.

Vlissingen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 3 juli 1898

De Heraut | 4 Pagina's

INGEZONDEN STUKKEN.

Bekijk de hele uitgave van zondag 3 juli 1898

De Heraut | 4 Pagina's