Uit de Pers.
Uit de schoolwerekl brengt de Christelijke Schoolbode ons een teekenend feit met kostelijke critiek.
Dezer dagen moest te Steenwijkerwold eeiie onderwijzeres aan de openbare lagere school benoemd worden.
Nr. I op de voordracht, die door het Dagelijksch bestuur der gemeente in overleg met den arrondissementsschoolopziener, doch in afwijking van het advies van het hoofd der school, den heer Klaver, was opgemaakt, was mej. Stokvis, te Steenwijk.
Op nr. 2 stond mej. G. M. E. Bussemaker.
Laatstgenoemde werd met 7 tegen 5 stemmen op mej. Stokvis door den Raad benoemd.
Maar daaraan is eene merkwaardige gedachtenwisseling voorafgegaan, uitgelokt door eene zinsnede in het advies van den heer Klaver.
En uit deze gedachtenwisseling willen wij uithoofde van hare curiositeit wat overnemen. Het uitvoerig verslag der Raadszitting komt voor in het Nieuws-en Advertentieblad voor Steenwijk en Omstreken.
»De heer R. van Essen had bedenking tegen die bedoelde zinsnede nl. sdat, wijl het aanleeren van niet alleen maatschappelijke, maar ook zuiver christelijke deugden, bij de wet voorgeschreven is, het hem voorkomt, dat mej. Bussemaker de voorkeur verdient boven mej. Stokvis" (Israëliete). Het zou den heer Van Essen vreemd voorkomen, dat ook niet een Israëliet de Christelijke deugden kon betrachten ; hiervan waren toch de voorbeelden voor 't grijpen.
Na nog herinnerd te hebben aan 't geen mr.
Godefroi (ook Israëliet) had gezegd bij de totstandkoming der wet, vervolgde hij: «Kunnen Israëlieten geen ootmoed en zelfverloochening betoonen en liefde bezitten tot hunne naasten ? " Spreker is van het tegendeel overtuigd; doch de heer Klaver schijnt van eene andere meening te zijn; hij vindt dit onbillijk, ja zelfs onredelijk.
De heer C. Hogeman wil niet beweren, dat de heer Klaver goed gehandeld heeft, door iets dergelijks neer te schrijven. »'t Is waar'', zegt spreker, ))de Israëlieten worden over de geheele wereld ver smaad en hun geslacht is nu eenmaal in oneer, doch dit heeft men aan zich zelf te wijten door de kruisiging van den Heere Jezus. Let daarbij verder op de overmoedige taal, toen door hen gesproken; «Zijn bloed kome over ons en over onze kinderen, " Hij heeft echter ook nog een ander argument om Mej. Bussemaker te benoemen, wijl verschillende ouders der schoolgaande kinderen itit die buurt aan deze de voorkeur geven. Hierop mocht men toch wel eenigszins letten.
De Voorzitter — die, te recht, een woord van protest tegen zulke taal noodig achtte — verklaart, dat hij het lang niet met den heer Hogeman eens is. Hij wijst er op, dat het niet aan ons is den staf over een ander te breken. Voor God zijn wij allen gelijk, tot welk geloof ook behoorende. Hij keurt het ten sterkste af te oordcclen, omdat alleen aan God het oordeel is. De Hemelsche Vader laat de zon schijnen over goeden en boozcn on doet het regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen.
Zoo ook heeft elk Nederlander volgens de Grondwet gelijke rechten en aanspraken.
De heer R. van Essen wil nog wijzen op de woorden, door Jezus gesproken aan het kruis: »Vader, vergeef het hun, want ze weten niet wat ze doen, " en op het voorbeeld, ons gegeven door den barmhartigen Samaritaan.
De heer C. Hogeman wil hierop niet ingaan, doch blijft van meening, dat een Christen beter de Christelijke deugden zal onderwijzen.
De heer A.A. Tiel Groenestege stemt hiermede in. De Voorzitter zegt, dat de wet hiervan niet spreekt, zoodat de Raad te dien opzichte volkomen vrij is. Men vergcte niet, dat het hier een neutrale school betreft.
Na nog enkele opmerkingen o. a. over de moeilijkheid, die mej. Stokvis zou hebben om in de buurt der school kost en inwoning te verkrijgen, zoodat zij allicht lederen dag heen en weer naar Steenwijk zal moeten gaan, werd gestemd met het vorenstaande resultaat."
Curieus mag het verslag van zulk eene gemoedelijk theologiseerende en moraliseerende Raadsdiscussie wel heeten.
Inconsequentie en oppervlakkigheid kenmerken haar in hooge mate.
Natuurlijk werpt men zich allereerst op het advies va.n het hoofd der school. En toch, als de zuiver Christelijke deugden in de school moesten en konden «aangeleerd" worden volgens de eenige goede methode, die ze in voorbeelden, dus in de Bijbelsche geschiedenis, inzonderheid de Nieuw-Testamentische, laat uitkomen, dan had de heer Klaver met zijn advies beslist gelijk. En het curieuse is, dat zijn bestrijder, de heer Van Essen, dat ten volle met hem eens is. Die heer staat in de overtuiging, dat het voorbeetd alleen sprekend is.
Wanneer hij dan ook de deugd der vergevensgezindheid en die der naastenliefde wil aanprijzen, weet hij niets beters te doen en niets klemmenders aan te voeren dan de feiten, het voorbeeld, de geschiedenis, het Bijbclsch geschiedverhaal. De Voorzitter voert de uitspraak van Christus aan; de heer Van Essen laat de feiten spreken, maar de schooljeugd mag noch deze noch gene hooren.
Dat is de groote inconsequentie, maar ook de feitelijke veroordeeling van een schoolstelsel, dat de Christelijke deugden wil doen kennen met absolute verzwijging van den naam en de openbaring van Hem, Die deze «deugden" juist ^net de daad heeft gepredikt.
Daar nu evenwel de wettelijke neutraliteit zoowel de werken als de uitspraken van Christus buiten de school houdt, zal juffrouw Stokvis even goed als juffr. Bussemaker die christelijke «deugden" uit verhaaltjes, vertelseltjes enz. kunnen doen kennen en is het advies van den heer Klaver nog wel wat doorzuurd van den ouden zuurdeesem, den waan(? ), dat men om de Christelijke deugden te kunnen aanprijzen ze als bepaald Christelijk heeft moeten leeren onderscheiden en waardeeren. En de heer Van Essen bestrijdt nu dien waan, uit dien waan nochtans juist zijne kracht tot vermaning puttende.
Voor beiden zou het goed geweest zijn, de beide juffrouwen in eene proefles met vooraf opgegeven onderwerp, eens het begrip van eene dusgenocmde Christelijke deugd bij de leerlingen te laten aanbrengen of verhelderen. Wie weet, als die proefles de grenzen der neutraliteit niet overschreden had, of mej. S. nog niet beter voldaan hadde dan mej.
B. En als beiden het er draaglijk afgebracht hadden, had de heer Van Essen misschien geleerd, hoe men Christelijke deugden kan doen spreken zonder den barmhartigen en' zich ontfermenden Voorspraak van Golgotha's kruis te laten spreken.
Blijkens het door hem in den Raad gesprokene is hij nog zelfs niet in staat om die hoogste Christelijke deugd, tenzij dan op het terrein derniet-neutrale historie, aan ouderen te doen kennen.
Recht verheven was ook de argumentatie van den Voorzitter. «Voor God zijn we allen gelijk", zoo luidde zijne uitspraak. En daar dit kwalijk gezegd kan worden ten aanzien van onze voortreffelijkheid en nog minder ten aanzien van de verschillende gelooven, waaronder er immers zijn, die de anders-geloovendcn ten marteldood zouden willen doemen, zal hij dit niet bedoeld hebben dan met betrekking tot onze onwaardigheid en natuurlijke verdorvenheid. En dan voorzeker is dat ook al weer eene merkwaardige uitspraak in eene Raadszitting. Ze is bovendien merkwaardig, omdat zij tot de toepassing van. Goddelijke beginselen vermaant op het gebied van burgerlijk samenleven.
Verwonderlijk breedsprongig is nog deze overgang: De Hemelsche Vader laat zijne zon schijnen over boozen en goeden en regent over rechtvaardigen en onrechtvaardigen; zoo ook heeft elk Nederlander volgens de grondwet gelijke rechten en aanspraken. Zijn Edel Achtbare heeft er niet bij gezegd, of mej. S. naar zijne meening tot de boozen of onrechtvaardigen behoort, al zou men het er haast uit kunnen afleiden. Doch dat daargelaten.
Gelukkig evenwel heeft de Nederlandsche strafwet dit beginsel nog niet met uitsluiting van andere goddelijke beginselen overgenomen; zij houdt, al is het ook slechts ten deele, de boozen en onrechtvaardigen nog buiten den regen en zulks ten bate der «goeden."
Het is metterdaad curieus, wat zonderlinge debatten tegenwoordig in de gemeenteraden ten plattelande aan de orde komen.
Onze mannen worden flinker. Ze spreken meer van zich af. Ze getuigen kloeker. En juist dat dwingt de liberale burgemeesters en raadsleden in hun erbarmelijkheid van argumentatie uit te komen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 3 juli 1898
De Heraut | 4 Pagina's