Vu cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Vu te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Vu.

Bekijk het origineel

Rede van Dr. A. Kuyper,

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Rede van Dr. A. Kuyper,

25 minuten leestijd

Amsterdam, 23 Deo. 1898.

ehouden in de Historical Presbyterian Society te Philadelphia, over het veldwinnend ritualisme.

(Slot.)

Zoo staan dan Openbaring en Symbolisme krachtens hun beginsel tegen elkander over.

Beide bedoelen het tot stand brengen van waarneembare verhouding tusschen het Oneindige en het eindige. Maar tevens staan zij zoo diametrisch tegenover elkander, dat door middel van de Openbaring het oneindige Wezen zelf zich ontsluiert met den eisch, dat de verhouding door het eindige schepsel zal worden aangenomen door het geloof, terwijl daarentegen in het Symbolisme de eindige mensch een symbolische verhouding uitdenkt, die niet door het geloof, maar door waarneming moet gegrepen worden. Nu zal wel niemand het feit ontkennen, dat het Duitsche pantheïsme iedere bovennatuurlijke openbaring verwerpt.

Van den beginne aan was zijn strijd gericht tegen ieder dogma, iedere belijdenis en iedere goddelijke autoriteit, aan de Heilige Schrift toegekend. Zelfs de gedachte aan een God, die in het proces der historie tusschenbeide treedt, was absoluut uitgesloten, ja zelfs uitgeworpen en voorgoed gebannen.

Het Oneindige kon zijn wezen niet anders openbaren dan in den loop der gebeurtenissen en volgens het stdvra ^gf zich alleen doen waarnemen als het kloppend levensbloed in de aderen van den cosmos en in de menschelijke ziel; maar moest daarbuiten stom en stil zijn als de afgoden. Met deze alles-omvattende antithese tu.sschen Openbaring en Symbolisme, kon de heerschende opinie onzer dagen daarom niet anders doen dan zich afkeeren van de Openbaring om heil te zoeken bij het Symbolisme. En hier vonden de Philosophic en de Kunst haar natuurlijk bondgenootschap — de I^hilosophie hief door haar eenheid van systematische conceptie den geest op naar het Oneindige en de Kunst schiep door hare wondere gave der verbeelding de daarbij behoorende symbolen.

Dusdanig is de tweesprong op den levensweg aan het einde dezer eeuw. Er zijn twee elkander kruisende sporen. Zich richtende naar het Oosten, loopt het aloude spoor van het geloof in de van God gegeven Openbaring, die alle aanbidding van den wil uitsluit. Maar dit oude spoor wordt nu gekruist door den nieuwen weg van het Symbolisme, dat stoutelijk het woord Wil-aanbidding tot den einde toe op zijn wegwijzers nederschrijft.

En het machtige drijven van zulk een antithetisch beginsel kan zich niet bevredigd gevoelen in de resultaten der afwijking op gewijd terrein, maar moet noodzakelijk leiden tot tegenovergestelde conclusies en uitkomsten, zoowel op sociaal en politiek als op zedelijk en wetenschappelijk gebied. Een feit, dat niemand zal weerspreken, die weet, dat de Openbaring niet alleen heilige mysteriën ontsluiert, maar ook onherroepelijke beginselen verkondigt en gehoorzaamheid eischt aan onveranderlijke ordinantiën; en dat integendeel onder de heerschappij van het Symbolisme, een ieder vrij is zijn eigen beginselen uit te denken en volkomen naar willekeur zelf zijn zedelijke ordinantiën vast te stellen. De jurist in het symbolische kamp aarzelt niet te verklaren dat er geen recht is, dan de beschreven wet en dat, daarom, wat vandaag nog recht is, morgen onrecht wordt, zoodra die wet herroepen is.

Het lijdt daarom geen twijfel, of deze belangrijke en alles beheerschende antithese zou duidelijk zijn ingezien door lederen studieman, en het Symbolisme zou onmiddellijk bestreden zijn geworden door lederen Christen, indien het van meet af zich getoond had in zijn absoluten vorm. Dit is evenwel nooit het geval bij het opkomen van een nieuw verschijnsel in ons actueele leven.

Zelfs de Vrijmetselarij ontleende hare symbolen aan de toen bestaande vereenigingen voor kerkbouw en droeg zorg haar ware bedoeling te verbergen achter het mysterieuze gordijn van opklimmende graden. Zoo ontplooit ook het Symbolisme liefst zijn vollen bloei slechts in den kring der ingewijden en geeft voor de buitenwereld de voorkeur aan het leven van de parasiet, die steelswijze haar wortelen inboort in de teedere schors van den Christelijken stam. Aansluiting aan de bestaande religie is altijd zijn leidende gedachte geweest, en deze aansluiting ging gemakkelijk genoeg door als poëzie op te vatten, wat de kerk als hoogste realiteit belijdt, door de gewijde geschiedenis in het aanlokkelijke kleed te hullen van legende en mythe, en eindelijk door iedere handeling in hare godsdienstoefening slechts als symbolisch te beschouwen.

Ik herinner mij altijd hoe ik mij ergerde aan het optreden in de kerk van een der voornaamste aanhangers van de nieuwe leer, die in een gesprek met mij er geen geheim van maakte, dat hij het oude Christelijke geloof geheel verworpen had, en dien ik drie dagen later den preekstoel zag beklimmen om plechtig voor te lezen, wat daar geschreven staat in het Boek der Koningen over de wonderen van Elia en andere hoofdstukken uit de Schrift, voorgeschreven door het book of common prayer. | Ik beken openlijk, dat ik niet in staat was, zulk een krasse tegenstelling tusschen persoonlijke overtuiging en uiterlijke vormen te verklaren. Het scheen mij toe de onoprechtheid zelve te zijn. Maar hoe grootelijks had ik mij vergist! „o. Neen, " zeide hij, „er was geen sprake van onoprechtheid. Of oordeel zelf. Zou het onoprecht zijn als gij deelnaamt aan de spelen uwer kinderen en dan met even veel ernst als de kleinen zelve, de rol van koning vervuldet, die uw kleine jongen u opgedragen had."" Welke huichelarij kan er dan in steken, meê te spelen en mee te zingen met de kinderen van God, zooals zij zich noemen, en deel te nemen aan hunnen eeredienst.? Natuurlijk, als wij al die verrichtingen voor waar hielden, dan zouden wij niet meê kunnen doen. Maar nu, wat, ik bid u, zou ons kunnen verhinderen uwe heerlijke Christelijke poëzie te genieten of onze gevoelens te veredelen door deel te nemen aan uwe voortreffelijke symbolen.' Zelfs het heilig Avondmaal is voor mij een symbolische genieting. Het zijn juist deze kerkelijke verrichtingen, die het meer kinderlijk bestaan van het gewone volk verbinden met het meer bewuste en beschaafde leven der wetenschappelijke kringen."

Vanhier dan ook de voorkeur, die deze moderne symbolisten schenken aan de Roomsche kerk boven de Protestantsche, en aan de Episcopaalsche boven de andere Hervormde kerkgenootschappen. Reeds in de eerste helft van deze eeuw leidde de zoogenaamde Romantische school in Duitschland tot de bcKcering van vele beroemde Luthersche geleerden en kunstenaars tot de kerk van Rome. En dit moet ons niet verwonderen. Evenals bij de oplossing van ieder levensprobleem, ligt Rome's kracht in de wijze, waarop het tegenstellingen door een compromis weet te vereenigen. Rome begreep zeer goed de twee verschillende beginselen der antithese tusschen Openbaring en Symbolisme. En zooals altijd, iedere besliste keuze mijdend, bleef zij getrouw aan de openbaring in haar belijdenis, maar liet terzelfder tijd het Symbolisme vrij spel in haren eeredienst. Zoo bezit Rome een keurig uitgewerkte dogmatiek, maar zonder er den geest des volks meê te vermoeien. De kerk denkt voor het volk, hunner is het onbewuste geloof. Dit geloof vertrouwende in de onfeilbaarheid van de kerk wordt als voldoende voor de leeken beschouwd. Ligt de Openbaring zoodoende veilig, dan mogen geestelijkheid en leeken zich verder de weelde veroorloven van den prachtigsten en meest artistieken symbolischen eeredienst. De indruk van een hoogmis in de St. Pieter of in de kathedralen van Keulen of Milaan is inderdaad overweldigend. Maar de schaduwzijde is duidelijk zichtbaar en aan het einde der middeleeuwen, kon zoowel de lagere als de hoogere klasse getuigen, tpt welke treurige gevolgen voor kerk en maatschappij, dit compromis tusschen Openbaring en Symbolisme had geleid. Ik doel hier niet op het misbruik. Van misbruik heeft ieder systeem te lijden. Ik vestig uwe aandacht slechts op feiten, die, aan het eind der middeleeuwen, de logische consequentie van het systeem zelve bewezen. Gods heihg Woord bijna niet gekend door het volk. Een overvloed van mystieke sensaties, die den geest verdonkerden. Een algemeene stompheid en dofheid, die zoowel geweten als bewustzijn in slaap hield en den afstand tusschen de lagere en de hoogere klas.sen wijd en scherp maakte. De leeken overheerscht door de geestelijkheid.

Alle levensenergie gebroken. En de geest der vrijheid en onafhankelijkheid geheel ten onder gebracht.

Op dat kritieke oogenblik zond God een reddenden engel in wat wij nog altijd blijven eeren als de Reformatie, en deze machtige reactie tegen het Roomsche Symbolisme, ten deele beteugeld in de Luthersche en meer nog in de Episcopaalsche kerk, is alleen ten volle uitgewerkt in de Calvinistische lijn in de non-conformistische kerken.

Deze kerken namen de meest besliste houdig tegen Rome aan. In plaats van te vertrouwen óp gevoel en sensatie, beriepen zij zich op het Geloof, en geloof beteekende hier zoowel het begrijpen der Revelatie als de persoonlijke toepassing op de ziel.

Zij ontkenden beslist de noodzakelijkheid om het Oneindige te verbinden met het eindige door middel van symbolen. God had zichzelven geopenbaard, Ii.ad de mysteriën der zaligheid geopenbaard, had voor ieder terrein onzer existentie zijne ordinantiën geopenbaard. En naar Jezus' getuigenis, was het eeuwige leven niet het hebben van aangename gewaarwordingen, maar „U te kennen, den eenigen, waarachtigen God, en Jezus Christus, dien Gij gezonden hebt." Geen symbolen, maar de „wijsheid Gods" was de prediking des krui.ses. „Als tot verstandigen spreek ik, oordeelt gij hetgeen ik zeg, " vertolkt de apostolische methode van onderwijs, die niet alleen voor de geestelijkheid, maar voor al de heiligen de mysteriën van rechtvaardigmaking en verlossing uiteenzette.

Hier ligt alzoo het fundamenteele verschil tusschen onze oude Calvinistische kerken met hare kloeke belijdenis en Rome met haar compromis. Natuurlijk bestaat er een mystieke werking van verborgen krachten in onzen geest, een waarnemen van God in de consciëntie, aandoeningen der ziel in het gebed en een gemeenschapsleven met den inwonenden Heiligen Geest. Maar deze zijn de mystieke giften en het doel van Gods Openbaring is niet ons te beperken tot schaduwachtige en onbestemde gewaarwordingen, maar om ons de waarheid te verklaren, ons op te heffen tot een juist begrip van die waarheid en zoodoende de kinderen van het Koninkrijk der hemelen te bekwamen, het zuivere en heldere licht des Evangelies te ontsteken, belijders van een gezonde en duidelijke confessie te worden en, zoo noodig, hun martelaarsbloed te doen vloeien, niet voor mystieke aandoeningen, maar voor de onfeilbaarheid van Gods Openbaring. Van hier de verspreiding van hunnen Bijbel onder alle klassen der maatschappij; de duidelijk uiteengezette confessies, die zij in hunne banieren ontvouwden; het degelijke Schriftuurlijke bestanddeel hunner prediking; hun gezui verde en vereenvoudigde liturgie; en ein delijk hunne onderwerping van ieder Gods heilige ordinantiën. creatuur aan

het dilemma van gevoel of Staande voor geloof, kozen ZIJ het geloof. Staande voor het dilemma van gevoel of verstand, verklaarden zij zich beslist voor het verstand.

En wat betreft het fundamenteele dilemma tusschen de Openbaring, ons van God gegeven, en het Symbolisme, vrucht van menschelijke vinding en overeenkomst, stelden zij zich moedig tegenover het symbolische systeem en stonden op voor de alles be slissende autoriteit van Gods Jieilige Openbaring. Dit was de zenuw hunner kracht, en aan deze hardnekkige verdediging van de Openbaring tegenover het Symbolisme, danken zij hun bnverwelkelijke glorie inde geschiedenis. Want, door dit besliste omdraaien van het rad des levens, is de menschelijke geest opgewekt uit zijn sluimering, zijn de verborgen krachten der menschheid te voorschijn gebracht, de rechtstreeksche gemeenschap tusschen God en de ziel hersteld, - en de vrijheid van geweten, de vrijheid van godsdienstoefening, en als haar onmiddellijk gevolg, de vrijheid in het sociale en politieke, heroverd voor iedere natie, die hunne voetstappen volgde.

De opmerkingen, die ik tot dusverre onder uwe aandacht bracht, zullen, naar ik vertrouw, op voldoende wijze mijn bewering duidelijk maken, dat de symbolische stroom onzer dagen op de meest gevaarlijke wijze de fundamenten zelve van alle Calvinistische kerken ondermijnt. Het beginsel van het Symbolisme en het beginsel van het Calvinisme staan lijnrecht tegenover elkander.

Er gaapt een ondempbare klove tusschen die beide. Het Symbolisme op de heilige erve verstompt en verdooft de organen van het verstand, en belemmert hunne functiën zóó, dat zij ophouden te werken. Onze kerken daarentegen, hielden niet op met Paulus „te bidden en te begeeren, dat al het volk Gods vervuld moge worden met de kennis van zijnen wil in alle wijsheid en geestelijk verstand." Het Symbolisme werpt ons daarom terug in dat lagere stadium van godsdienstige ontwikkeling, dat slechts de zinnen der groote massa kon opwekken en bedwelmen. Onze kerken daarentegen hieven het godsdienstig leven op tot het veel hooger peil, dat lederen gcloovige persoonlijk brengt tot het getuigenis van Johannes: „dat de Zoon van God gekomen is en heeft ons het verstand gegeven, dat wij den Waarachtige hennen." En evenzoo onderwerpt het Symbolisme de leeken aan de mysterieuze handelingen van de geestelijkheid en kweekt hierdoor aristocratische sympathieën. Onze kerken daarentegen vereenigden geestelijkheid en leeken in ééne broederschap en legden zoodoende het fundament voor de democratische ontwikkeling der moderne tijden.

Laat daarom niemand antwoorden, dat, welke rampen ook elders dreigen, noch het Ritualisme, noch het Symbolisme in eigenlijken zin, tot dusverre in onzen Calvinistischen eeredienst is ingeslopen. Dit is zeker onbetwistbaar. Maar weet ge dan niet, dat geen goed rekenaar slechts de positieve cijfers berekent en de negatieve uitlaat.'Welnu, in ons geval is het positieve het insluipen van het zinlij k element in den eeredien.st.

Maar hier is evenzeer een negatief n.l. het verduisteren van het verstand en het insluipen van onverschilligheid voor de belijdenis.

Het Symbolisme begint altijd met de stem der belijdenis het zwijgen op te leggen en een kleinen afkeer van het dogma in te druppelen om op deze wijze de bedding uit te graven, waarin de schitterende ritualistische stroom kan vloeien. En, nu, daar ik hier als vreemdeling verkeer, kent gij uwe eigen kerken beter dan ik. Maar zijt gij er werkelijk zeker van, dat deze negatieve actie van het Symbolisme nergens onder u werkt 1 Is het gevaar dat de liefde voor de banieren, door uwe vaderen ontrold, zal ondergaan in zuiver practisch werk en mooien eeredienst, dan .slechts een hersenschim.'' P2n indien niet, indien werkelijk onder u de innige gehechtheid aan de geopenbaarde waarheid vermindert en een zekere confessioneele onverschilligheid reeds merkbaar wordt en de geestelijke atmosfeer benevelt, laat dan de wachter op Slons muren den toren] beklimmen, want dan staat de poort open en ligt het Symbolisme te loeren voor de gracht. Zoomin als een kapitein den rukwind kan bezweren, die zijn schip dreigt, maar op zijn roer moet letten, zoomin kunt gij den symbolischen stroom beteugelen, indien gij niet getrouw blijft aan uw eigen kerkelijk beginsel. Want zulk een stroom is een allesdoordringende, alles-beheerschende macht, die alleen beteugeld kan Worden door de even groote macht van uwe gehechtheid aan de geopenbaarde Waarheid.

Laten wij onszelven niet bedriegen. Het philosophische Agnosticisme, Rome's fides implecita, Ritschl's anti-dogmatische school, de nieuwe school van Sabbetier in Parijs, Rome's verbergen van den Bijbel, zoowel als het onttronen van de Schrift door de hoogere critiek, en eveneens de toenemende confessioneele onverschilligheid, bewegen zich alle op dezelfde lijn, en het einde van die lijn is niet anders dan zinnelijke godsdienst en schemerachtige, symbolische eeredienst.

Laat er echter geen misverstand zijn.

Als ik wijs op het ernstige gevaar, waarmede het Symbolisme de toekomst van ons Calvinistisch kerkelijk leven bedreigt, en pleit voor een beslisten terugkeer naar ons beginsel en een bezielde toewijding aan onze heilige roeping, dan is het niet mijn bedoeling alle schuld te werpen op onze tegenstanders en onszelven geheel vrij te spreken. Er waren en er zijn onder ons ernstige misstanden. In de hitte van den strijd hebben onze vaderen zich meer dan eens schuldig gemaakt aan eenzijdigheid en overdrijving. Ons eigen kerkelijk leven was dikwijls verre van volmaakt, en ik zou niet durven beweren dat, zonder verdere ernstige ontwikkeHng, de volkomen harmonie tusschen de verschillende elementen in onzen eeredienst kan worden bereikt. De begeerte naar het zuivere begrip der waarheid heeft dikwijls geleid tot een beleedigende bekrompenheid, tot een leelijke twistgierigheid en tot een eigenwaan van den onwetende, waardoor de Christelijke liefde gewond en de Heilige Geest Gods bedroefd werd. De verzekerdheid des geloofs, berustende op de dogma's der uitverkiezing en der volharding der heiligen, is meer dan eens gehandhaafd op zoo koele en uitwendige wijze, dat de mystieke unie met Christus er door tot het vriespunt gebracht werd. De rechtvaardiging door het geloof alleen is inaar al te dikwijls een verontschuldiging voor onbarmhartigen en luiaards om zich te onthouden van, ja te spotten met Christelijke werkzaamheid. En in onze heilige diensten worden oog en oor dikwijls bcleedigd door zulk een verwaarloozing van wat schoon en liefelijk is en wel luidt, alsof het Christelijk geloof en schoone, harmonieuze uitwendige vormen antipoden waren. God geeft in zijn Openbaring altijd eere aan het Schoone. Zelfs van Christus wordt gezegd: „Gij zijt schooner dan de kinderen der menschen".

Onze besliste oppositie tegen het Symbolisme mag daarom nooit het zwijgen opleggen aan de eischen der Hturgie. Calvijn en zijn muzikale vrienden, Goudimel en Bourgeois, stelden alle pogingen in het werk om het zingen, niet van een koor, maar van het gansche volk, volkomen zuiver en melodieus te doen zijn. En wat de liturgie betreft, laat mij uwe aandacht mogen vestigen op een meer uitgewerkte Calvinistische liturgie van gemengd Hollandsch en Engelsch karakter, die ik het voorrecht had veertig jaren geleden in de werken van Johannes a Lasco opnieuw te publiceeren. De Nederlandsche Calvinisten van het midden der zestiende eeuw werden ten doodc toe vervolgd door de Spaansche wreedheid en zochten toen toevlucht onder koning Eduard VI in Londen. Hier werd Johannes a Lasco hun leeraar en deze scherpziende man voorspelde aan Cramner nu driehonderd jaar geleden al de verderfelijke resultaten, waartoe het common prayer book nu feitelijk leidt en bewees op alle punten zulk een zuivere Presbyteriaan te zijn

als gij of ik. En diezelfde man vervaardigde voor zijn Hollandsche kerk in Londen zulk een prachtige, treffende, verheven en uitgewerkte liturgie, uitgegeven in het Latijn (opdat ieder Gereformeerd predikant haar zou kunnen lezen) onder den titel van Forma ac Ratio, dat wij slechts naar onzen ouden schat behoeven terug te keeren om precies het model gereed te vinden, dat wij noodig hebben. Laat ons nooit vergeten dat, wat Johannes a. Lasco, door de zeldzame scherpte van zijn geestesblik, in zijn tijd vooruitzag, zooveel meer waar is in onze dagen. Wij mogen niet altijd in het oude spoor blijven voortloopen. Drie eeuwen van toenemende beschaving hebben den publieken smaak derwijze verfijnd, dat het een onschriftuurlijke minachting zou zijn van de innige verwantschap tusschen het natuurlijk leven en het leven der genade, als onze kerken deze teekenen der tijden niet wisten te onderscheiden. Hij, die lederen billijken liturgischen eisch gehoor ontzegt en het zelfs een eere vindt al wat verheven en harmonieus is uit onze diensten te bannen, moge zich inbeelden het Symbolisme te bestrijden, hij is het juist die zijn vijand een gebaanden weg bereidt. Dit alles doelt evenwel uitsluitend op de reformatie van misbruiken, op het wegnemen van wat eenzijdig uitgegroeid of overdreven is, en op het harmonizeeren, zoo ge wilt, derdissonnanten, maar het laat het beginsel zéivconaangeroerd en ongemoeid. Het Symbolis.me vervangt de Openbaring en doet ons terugkeeren van bewuste tot onbewuste religie.

Het Calvinisme plaatst altijd de Openbaring op den voorgrond en duldt geen andere verrichtingen dan die in staat zijn haar weer te geven en zorgvuldig onder hare heerschappij te blijven.

En als dan ten slotte, want ik moet tot mijn conclusie komen, gij mij vraagt, hoe wij den verderfelijken invloed van het Symbolisme, dat wij bestrijden moeten, onderscheiden kunnen van de zuivere liefde voor liturgische reformatie, die aangemoedigd moet worden, ziehier dan mijn antwoord.

Ingeval gij te doen hebt met een heer of dame, die met geestdrift pleiten voor prachtige muziek, schitterend gezang en rijk versierde kerken, maar voor wie de belijdenis, waarvoor onze martelaren hun leven gaven, een doode klank is; die niets geven om de meest fundamenteele punten onzer confessie; die bijna weigeren antwoord te geven, als hun rekenschap gevraagd wordt van de hope, die in hen is; weet dan, dat de symbolische bloedvergiftiging begonnen is en f> oog hen te redden met zachtmoedigheid en vreeze. Maar als daarentegen de man, die zooeven met warmte en overtuiging het goed recht van een meer waardigen liturgischen eeredienst verdedigde, driemaal zoo ernstig en welsprekend wordt, zoodra de fundamenten der goddelijke waarheid aangevallen worden, wees dan niet bevreesd: zulk een heeft geen druppel Symbolisme in zijn levensbloed, in hem spreekt de ware Calvinist, en, liever dan hem te wantrouwen, moogt gij u zelve wel eens verbeteren op het punt der gehoorzaamheid aan de wet van het Schoone, die God verordend heeft.

In de vergadering van de Historical Presbyterian Society te Philadelphia op 6 December 1898, waar Dr. Kuyper bovengenoemde lezing gehouden heeft, verzocht eene delegatie van de Presbyterian Alliance vooraf het woord en bracht bij monde van Rev.

Roberts dit adres uit, dat als niet alleen hem, maar ook de kerken in Holland bedoelende, ter kennisse van die kerken behoort gebracht te worden:

Philadelphia, Pa, , 6 Deo. 1S98.

Philadelphia, Pa, , 6 Deo. 1S98.

D.D., LL.D.,

Reverend and esteemed brother in the Lord, - —

It gives me great pleasure as the Chairman of a representative Committee of the American Branch of the „Alliance of the Reformed Churches throughout the world holding the Presbyterian System", to tender to you the fraternal greetings and the appreciative regard of the Executive Commission of the Alliance. There are with me as representing that body, the Rev. Dr. Good and Rev. Dr. Crawford of the Reformed [German] Church in the United States; Rev. J. Addison Henry, D.D. and George Junkin, Esq., LL.D., of the Presbyterian Church in the U. S. A.; Rev. Dr. Steele, of the General Synod of the Reformed Presbyterian Church, Rev. Dr. Stevenson, of the Synod of the Reformed Presbyterian Church, and Rev.

Dr. Barr of the United Presbyterian Church.

While thus but five of the denominational Churches in the Alliance are personally represented on this occasion, all of the ten Presbyterian and Reformed Churches in the United States, with the Presbyterian Church in Canada unite in the presentation of respect and esteem. The resolution of the Executive Commission, passed at its October meeting at St. Louis, Mo., reads —

„The Commission notes with great pleasure the presence in the United States of one of the strongest thinkers and most influential mmisters of the Reformed Churches on the Continent, the Rev. Prof. Abraham Kuyper of the Free Reformed Church of Holland [Doleerenden].

Resolved, that this Commission expresses its great pleasure at the visit of Rev. Prof. Kuyper to America, and in the name of the Presbyterian and Reformed Churches in this Alliance, give him a cordial welcome, praying that his visit among us may prove a great blessing to our Churches, as well as a great pleasure and benefit to himself".

To the action of the Commission, we gladly add specific acknowledgment of some of the grounds of our fraternal congratulations.

We recognize in you one of the leaders of our common faith and order, and cordially acknowledge the great services which you have rendered both to Calvinism and to Presbyterianism, in that stronghold of the Reformed faith, the land of Holland. We remember that your country has been from the Reformation onvvard, both a refuge for the persecuted, and a defender of the faith once delivered to the samts. We also recall with pleasure the fact that the first ecumenical Council of the Reformed Churches was assembled at the call and request of the States-General of the Netherlands, at Dordrecht in Holland in 1618, that in that Council delegates from the Reformed Churches of England and Scotland sat with the representatives of other Reformed Churches, and that their labors resulted in that memorable Confession, known as the Canons of the Synod of Dort. Further, this land in which you are a most welcome guest, is united both by ties of faith and of blood, with your native country. Americans acknowledge with gratitude to God their indebtedness to the men and women who, leaving Holland during the 17th Century, laid on this Continent along with the Puritan and the [Presbyterian, the foundations of the Republic. America in par^, is a new Holland, and in this Republic the faith of our Calvinistic ancestors is the faith of many millions of earnest evangelical believers, and that federative principle which is inherent in Presbyterianism, is the dominant principle in the government of the nation. We rejoice, in addition, that in Holland, the new retormation of the Church, begun during the last generation, has had in yourself, both as a minister of Christ and as a member of the States-General of the Netherlands, a constant, biilliant and successful advocate and leader. Accept sir, from the Amecican and Canadian Churches not only their sincere regard and high esteem, but also their best wishes, that the years which lie before you, may be yet more productive of good for the Presbyterian and Reformed Churches, both in Holland and elsewhere, and for the advancement throughout the world of that liberty with which the Gospel frees mankind. Take back, likewise to your own land, the greetings of the American and Candian Churches in the „Alliance of the Reformed Churches holding the Presbyterian System, " to your own Church'the Christian Reformed Church of the Netherlands, with the hope that more and more through its influence the evangelical, faith may prevail in Holland, and may under the blessing of God be mighty in Europe and the world, for the overthrow of all wrong, and for the inbringing of His kingdom whose right it is to reign. We invoke upon you and yours the blessing of Him wo is „the King eternal, immortal, invisible, the only wise God, to whom be glory forever and ever. Amen.

In behalf of the Alliance,

WM, HENRY ROBERTS,

American Secretary.

Philadelphia, Pa., Dec. 189S.

Den Weleerwaarden Zeergeleerden Heer

DR. ABR.-VHAM KUYPKR.

Hooggeachte Broeder in den Heer e!

Als voorzitter van een vertegenwoordigend Comité van de Amerikaansche Afdeeling van den „Bond van Gereformeerde Kerken over de geheele wereld, die het Presbyteriaansche stelsel huldigen, " is het mij een groot genoegen u de broederlijke groeten en betuiging van hoogachting van het uitvoerend comité van den Bond over te brengen. De vertegenwoordigers van dat lichaam zijn met mij medegekomen: Dr. Good tn Dr.

Crawford van de Duitsche Gereformeerde Kerk in de Vereenigde Staten, Dr. J. Addison en Mr. George Junkin van de Presbyteriaansche Kerk in de Vereenigde Staten; Dr.

Steele van de Algemeene Synode van de Gereformeerde Presbyteriaansche Kerk, Dr.

Stevenson van de Synode der Gereformeerde Presbyteriaansche Kerk, en Dr. Barr van de Vereenigde Presbyteriaansche Kerk.

Terwijl dus vijf van de voornaamste Kerken van den Bond bij deze gelegenheid persoonlijk vertegenwoordigd zijn, wenschen al de tien Presbyteriaansche en Gereformeerde Kerken in de Vereenigde Staten, met de Presbyteriaansche Kerk in Canada u eehpariglijk hare waardeering en hoogachting te betuigen. Het besluit van het uitvoerend comité, genomen te St. Louis, Mo, luidt als volgt:

„Het Comité spreekt zijne groote blijdschap uit over het verblijf in Amerika van Prof. Abraham Kuyper van de Gereformeerde Kerken in Nederland, dien zij huldigen als een der grootste denkers en meest invloedrijke predikanten van de Gereformeerde Kerken in Europa;

en besluit dat dit comité deze gevoelens aan Prof. Kuyper zal vertolken, en uit naam van de Presbyteriaansche en Gereformeerde Kerken van dezen Bond, hem hartelijk welkom zal heeten, met de bede dat zijn verblijf onder ons én voor onze Kerken én voor hemzelven een rijken zegen moge afwerpen.

Aan deze groetenis van het Comité voegen wij gaarne een korte uiteenzetting toe van de gronden, waaop onze broederlijke gelukwenschen berusten.

Wij huldigen in u een der leiders van ons gemeenschappelijk geloof en kerksysteem en erkennen van harte de groote diensten, die gij in Holland, dat bolwerk van het Gereformeerde geloof, zoowel aan het Calvinisme als aan het Presbyterianisme bewezen hebt. Wij herdenken, hoe uw vadei-land, sinds de Reformatie, den vervolgden een toevlucht geschonken en het geloof, eenmaal den heiligen overgeleverd, verdedigd heeft. Met vreugde doen wij gedachtenis van het feit, dat de eerste algemeene Synode van de Gereformeerde ker ken te Dordrecht in 1618 bijeenkwam inge volge de oproeping van de Staten-Generaal der Vereenigde Nederlanden, en dat in die Synode afgevaardigden van de Gereformeerde Kerken van Engeland en Schotland neder zaten met de vertegenwoordigers van andere Gereformeerde Kerken; en dat de vrucht van hun arbeid is geweest de gedenkwaardige Confessie, bekend als de Leerregelen van de Dordtsche Synode. Voorts is het land, waarin wij u allen hartelijk welkom heeten, door banden des geloofs en des bloeds met uw geboorteland verbonden. De Amerikanen erkennen met lof aan God den Heere de groote zegeningen, die zij te danken hebben aan de mannen en vrouwen die Holland verlieten in de zeventiende eeuw, en met de Puriteinen en Presbyterianen den grondslag van onze Republiek gelegd hebben. Amerika is voor een deel Nieuw-Holland, en in deze Republiek is het geloof onzer Calvinistische voorvaderen hét geloof van millioenen vrome kinderen Gods en is het federatieve beginsel, dat levensbestand­ deel van het Presbyterianisme, het heerschende beginsel in de regeering der natie.

En eindelijk verheugen wij ons, dat de laatste reformatie der Kerk van Holland in u, én als dienaar van Christus én als lid der Staten-Geiieraal een standvastig en uitnemend leider en pleitbezorger bezit, die haar tot meer dan één overwinning gevoerd heeft. Aanvaard, Hooggeachte Dr. Kuyper, van de Amerikaansche en Canadeesche Kerken niet alleen de betuiging harer hartelijke sympathie en bijzondere hoogachting, maar tevens hare beste wenschen, dat de jaren, die voor u liggen, nog meerdere rijke vruchten mogen afwerpen voor de Presbyteriaansche en Gereformeerde Kerken zoowel in Holland als elders en voor de verbreiding over de gansche wereld van die vrijheid, waarmede het Evangelie de menschheid vrijmaakt. Wil ook, als gij teruggekeerd zult zijn, aan uwe eigen Kerk, de Gereformeerde Kerk van Nederland, de groetenis overbrengen van de Amerikaansche en Canadeesche Kerken van den „Bond van Gereformeerde Kerken over de geheele wereld, de het Presbyteriaansche stelsel huldigen, " met den wensch, dat meer en meer door haar invloed het waarachtig geloof in Holland moge gevestigd worden. Moge zij onder Gods zegen hoog staan in Europa, ja in de gansche wereld, om het kwade ten onder te brengen en het Koninkrijk uit te breiden van Hem, wiens recht het is te heerschen over alle natiën. Wij bidden u en den uwen den zegen toe van Hem, die is „de Koning der eeuwen, de onverderfelijke, de onzienlijke, de alleenwijze God, Wien zij eere en heerlijkheid in alle eeuwigheid.

Amen."

Namens den Bond,

W M . H E N R Y ROBERTS.

Secretaris voor Amerika.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 25 december 1898

De Heraut | 4 Pagina's

Rede van Dr. A. Kuyper,

Bekijk de hele uitgave van zondag 25 december 1898

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken