Vu cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Vu te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Vu.

Bekijk het origineel

Prof. Dr. Hastie van Glasgow.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Prof. Dr. Hastie van Glasgow.

26 minuten leestijd

We beloofden terug te komen op de inaufTureele oratie, waarmede Prof. Dr. Hastie op 29 October icSgs, te Glasgow, . tha Chair of Divinity aan de openbare Universiteit aldaar aanvaard heeft, een rede die nu pas is uitgegeven.

Voorzichtigheid maande uiteraard om aanvankelijk bij de kennismaking met deze rede op zijn hoede te zijn tegen teleurstelling. Zoovelen toch zijn reeds met den Gereformeerden en zelfs met den Calvinistischen naam in Engeland en Amerika uitgekomen, die van achteren bleken mannen van een heel anderen geest te zijn, dat ook hier afwachten van nadere inlichting niet overbodig was. En zulks te meer omdat er ook in deze rede enkele voorstellingen en uitdrukkingen worden aangetroffen, die hier te lande allicht aanstoot zouden geven, en niet onwaarschijnlijk cenige correctie zouden behoeven.

Reeds spoedig echter werd elke twijfel weggenomen door een persoonlijk schrijven van Prof. Dr. Hastie, waarin hij meldde, hoewel geboren Schot, de Nederlandsche taal te hebben aangeleerd, ten einde in staat te .zijn van de nieuwe Gereformeerde beweging ook in Nederland kennis te nemen; diensvolgens Dr. Kuyper's Encyclopaedia gelezen en op zijn colleges aanbevolen te hebben; en in het gemeen 'met de Gereformeerde actie hier te lande zeer hartelijk in te stemmen, ook al hechtte hij meer aan Zwingli, dan wij dit in Nederland gewoon zijn. Hij kwam er zelfs voor uit, dat hij den invloed van de Gereformeerde actie in Nederland op de Schotsche kerk nu reeds komen zag en nog sterker voor de toekomst verwachtte. „I believe, zoo luidden zijn woorden, that you are doing great service to the cause of the Reformed churches by your revival and vindication of the Theology of the Reformed churches and that your influence will be greater among us in Scotl£(Éd, when the thoroughness and the earnestness of your work becomes better known" ').

Dit mocht hier niet verzwegen worden, opdat duidelijk aan onze lezers zou blijken, hoe we hier metterdaad staan voor een weeropleven van den oud-Calvinistischen geest in Schotland, en wel voor een weêropwaking, die juist evenals onze eigen beweging, geen repristinatie bedoelt, maar afgaat op ontwikkeling van de echt Gereformeerde beginselen in een door onzen tijd en ons denkbewustzijn gecischten vorm.

Men lette er toch op, dat in Schotland en in Amerika wel nog steeds van Calvinistische theologie gesproken werd, maar dat sinds het optreden van Edwards met zijn New England school, dit dusgenaamde Calvinisme steeds meer verwaterde. Het werd steeds meer wat men noemde een „moderate Calvinism", waarvan men den zin en de beteekenis het best verstaat, zoo men weet dat b. v. Dr. Macpherson in zijn Dogmatisch-historisch overzicht hier te lande wijlen Dr. Van Oostcrzee als een banierdrager van dit „moderate Calvinism" roemde.

Voegt men daar nu bij, dat cenerzijds de evolutie-theorie door vele moderate-Calvinisten aanvaard werd, en dat tot zelfs in Schotland de resultaten der Schriftcritiek in haar negatieve strekking met dit „moderate Calvinism" niet in strijd werd geacht, dan gevoelt men wat de beteekenis van een man als Prof. Hastie is, die niet langer de oude vlag uit traditie blijft voeren, maar een wezenlijk Gereformeerde lading aan boord nam.

Men gevoelt dit aanstonds aan de geestdrift waarmee hij zich over ds Gereformeerde theologie uitlaat.

Zoo zegt hij p. 65 :

At the outset, be it briefly said, that no student of the history of Theology, however catholic his sympathies, however complete his philosophic culture, or however large his intellectual aspirations, need be ashamed to own his allegiance to the Theology of the Reformed Church, to live in the spirit of its faith, or to work in its service. It was undoubtedly the profoundest theological expression of the new religious life of humanity that was quickened and unfolded iuto being by the great creative impulse of the modern world, the Reformation. For two centuries and more, it moved in the van of all new theological thought. It led the Avay in o Biblical criticism and exegesis; it introduced g distincter ethical reflection into Theology; and w it systematized the theological thinking of Pro­ m testant Europe on the lines of modern science. o It has not only embodied the deepest modern n thought about God and divine things, but has i conditioned the profoundest philosophy in meta­ i physics ond ethics. It is only in this century a that it can be fairly said to have been in any t measure eclipsed, or in any way outstripped, l by the Lutheran Theology in its recent brilliant c development in the German Universities 3).

Evenzoo op biz. 74.

And as regards the. Theology of the Reformed Church more particularly, they have all gone to show its incomparable superiority as a system, have given new proofs of its unexhausted vitality and capability of development, and have shown more clearly than ever the thoroughly scientific nature and universality of its method. And in all this they appear to me to have done nothing less than establish its character and claim to be regarded as preeminently the Scientific Theology of the modern world »).

En niet minder kenteekenend op biz. 84.

We may even say in this connection, parawxical as it may appear, that the Contemporary r^P !'^gy> Comparative History, and Philosophy K.eligion have discovered no new principle Mat IS strange to the Reformed Theology in s ongmal comprehensiveness and breadth, how-^'sr valuable be the new material they have accumulated for the illustration and develop-d ent of the Reformed system—which is indeed h' K"^'^ theological system known to me in vtllch it can all find logical Inoriral co c.c\ ordination and an. ultimati « consistency '•).

™J heeft dan 00k den moed zich tegen de school van Ritschl over te stellen, niet als a t . ware deze een vinding van een op zich zelf staand denker, maar overmits in deze verderfclij kc school de noodwendige consequentie zit van het subjective standpunt der Luthersche theologie (Zie p. 6] v.v.).

The most living theological school in Germany at the present hour is that of Ritschl, which now dominates almost all the German Universities. And notwithstanding the indignant repudiation of Confessional theologians like Luthardt and Frank, it is undoubtedly the logical outcome of the original Lutheran Theology, which it claims genuinely to represent and to modernize. But while acknowledging the great good that is being done in detail bij the Ritschlian school in the department ofBiblical, and especially of New Testament Theology, and while grateful for its influence in lifting up again the historical Christ before the eyes of bewildered and indifferent Germany, and quickening anew the sense of the supreme value of the Gospel of the Kingdom of God, the Riischlian system—if system it can be called—can never take with us the place of the old Refor med Theology, nor satisfy our present need. In almost every respect, except in its appreciation of the historical revelation through Jesus Christ, it presents the greatest contrast to the Reformed system and has no sympathy with it. Its professed object is to separate Theology entirely from philosophy and science, and to confine it within a special sphere of its own, of the narrowest and most exclusive kind. It founds upon the same antagonism to reason that led laither to flout and jeer at it, as „the beast, " and , , Mrs Reason {Fran Vernunft), the old storm raiser, " although it gives a certain philosophic dignity to its position by basing" it upon Kant's epistemology and theoretical agnosticism. Ritschlianism is admittedly the product of a reaction from the Speculative Theology that preceded it; and carrying that reaction to an extreme, it exhibits, on the whole, a falling back on the old Socinian standpoint. Like the Socinians, the Ritschlians deny the natural religious capacity of man; they repudiate all Natural Theology; they take the same dualistic and mechanical view of the Universe and of the process of Revelation; and they spend their strength mainly in acute criticism and historical dissolution of the whole dogmatic process of the past •'').

Hastie is thuis" in de Gereformeerde theologie, hij kent ze, doorziet haar strekking en voelt haar tegenstellingen, met name ook tegen het Socianisme, ' waarvan hij terecht zegt, dat het in de latere Gereformeerde theologie toch weer insloop, en dat we juist daaraan de latere inzinking van onze Gereformeerde theologie te wijten hebben, p. 79.

The Socinians with whose resultant attitude on this point the Romanists and Lutherans were practically at one, regarded the human mind in the religious relation as a mere tabula rasa, and took the psychological standpoint of the Nominahsts and Scotists of the Middle Ages, as also held by the Ancient Greek Sophists and the Empiricists and Positivists of modern times. On the other hand, the theologians of the Reformed Church, through the clearer consciousness of the idea of their own spiritual life as renewed in Christ Jesus, held generally the psychological position of Plato and Anselm, and many of them afterwards found themselves in complete sympathy with Des Cartes, who perhaps learned more from them during his seclusion in Holland than they did from him. The Reformed theologians were thus the modern founders of Natural Theology on its true psychological basis, and their system is profoundly theistic throughout, in the most comprehensive and also in the most rational sense of the term. Notwithstanding a certain popular misconception to the contrary, which has been fostered by the polemical Lutheran theologians, the Reformed Theology, while rational in the highest sense, has no affinity properly with Socinianism, but is as fundamentally anti-Socinian as it is anti-Roman; and in view of its victorious polemic against the old Socinianism, no theologian of the Reformed Church who understands truly the basis, genius, and outlook of the Theology he has inherited, will ever be tempted to fall back on the Socinian standpoint, which, as we have seen, has been the case with the latest Lutheranism in the Ritschlian School ").

Hastie verstaat de beteekenis van het Vevbond. p. 82.

This was especcially the work of the Federal Theology, which became the characteristic Theology of Scotland and is written on every page f the history of the Scottish Church, which oes back to BuUinger's Compendium of 1556, hich forms the central principle of the Westinster Confession of-Faith, and which - was nly carried out with greater formal completeess—often, indeed, with an excess of artificial ngenuity—by Cocceius and his school. The dea of a covenant relationship between (iod nd man, is the characteristic conception of he essence of religion in the Reformed Theoogy. It is the principle of a personal spiritual ommunion between God and man •").

Hij doorziet uitnemend goed de groote eteekenis van de Gereformeerde belijdenis angaande het „zaad der religie, " dat in den ensch als mensch gelegd, en alzoo onafcheidelijk is van de menschelijke natuur, . 76.

From the very outset the Reformed Theology not only gave consideration to the essential nature of religion in itself, but determined its innateness and potentiality as an original and inseparable element of human nature with the most remarkable definiteness, and deliberately made it the basis of the whole theological system. This was done in distinct opposition to the antagonistic view of the contingency and externality of religion held and advocated in the Age-of the Reformation by the Romanists, the Socinians, and the Lutherans, and so as to make it a cardinal principle of the Reformed Theology in contrast to them. The Romanists held that the primary religious endowment of human nature was not essential to its constitution, but was a donum uiperadditum or donum superttalurale, which was lost by the Fall. The Socinians practically held that man was not endowed by nature with any inherent religious capacity at all, and accordingly that his constitution in his natural state is virtually a non-religious one fitted merely for a life of inoral dominion, lit up by the exercise of intelligent reason, which, however, could not of itself attain to any true knowledge of God. Luther, while holding the primary endowment of an original righteousness, yet maintained that it had been so completely corrupted by the Fall that man in his natural state of sin could attain to no true knowledge of God, but had rather fallen to such a degree as to be, in matters of religion, as it were, „a stock or a stone, or a lifeless statue" {Com. in Genes. 19). The Romanists, Socinians, and Lutherans thus agreed, from their different points of view, in denying that any natural religious knowledge was pos.sible to man, and in making him entirely dependent upon external supernatural reve lation for all his knowledge of God and divine things. In direct contrast to this position, the great Reformed theologians laid down the principle that while the natural knowledge of God had become obscured by sin, it had not been entirely lost, that every human soul was endowed by nature with a religious faculty, propension, germ, or felt need implanted by God Himself, by which it was continually kept in a certain religious relationship with Him, and made capable of receiving and appropriating His higher revelation of Himself *).

En, niet minder nadruk legt hij op de objectieve zijde onzer belijdenis aangaande God, en de cosmologische beteekenis die daardoor aan de Gereformeerde belijdenis eigen is. p. 86.

A second distinctive principle of the Reformed Theology is its constant striving after true objective knozt'ledge of God, and its making the supreme concejHion of the living revealed God rule the whole theological system. The strength of the Reformed Theology 'has always been its universal and transcendent doctrine of God. In contrast to alle merely subjective systems, it is predominantly and consciously objective in its theological character. It claims to know God with perfect certainty, in His essential nature and attributes and working, in so far as these have been manifested and revealed by Himself It carries everything directly up to God, and explains everything by God, so as to be at once the completest protest against all subjective religious restiug for salvation on the finite and the creaturely, and the completest elucidation of the ultimate meaning and significance of the finite universe and human life in their absolute dependence on God alone. This is the basis of its synthetic and speculative character. Contemporary thought is ever realizing more painfully the inadequacy of a merely subjective religion, and the futility even of a science or philosophy of religion that deals only with its empirical or historical phenomena, without reaching their ultimate and absolute ground in God. Mere religious subjectivity, so prevalent in modern times as to be held by many to be characteristic of Protestantism, has been found of itself so variable, empty, and uncertain, that we are now threatened with a universal agnosticism as the outcome, in utter despair of objective theological truth. It is at this point where the return to the original Theology of the Reformed Church obtains its greatest urgency, and where its revival in the presenL century has its deepest significance. That Theology has ever been distinctively Theocentric, or as we might rather call it Thearchic; and in its strong, clear, universal exhibition of the idea of God as intelligibly manifested everywhere in the world, and as culminating by an inherent necessity and certainty in the Christian revelation of redemption, lies its inestimable and incomparable value for us still *).

Doch hoe hoog ook zijn bewondering sta over den rijkdom, de juistheid en de schoonheid der Gereformeerde belijdenis, toch v/il hij niet repristineeren, maar ontwikkelen uit de beginselen, p. 98.

Undoubtedly the system requires new dcve lopment and exposition, especially on its ethical side, that it may be again brought more fruitfully to bear upon the whole practical work of the Church and all the new social problems of the time. But while admitting this, it is yet manifestly at one with the whole trend of contemporary science, which is again becoming more alive to religion, and all the intellectual forces of the time seem setting in its direction 1").

Die ontwikkeling mag intusschcn nooit afwijking van de oude paden zijn. p. 103.

As it seems to mc, the chief peril now threatening it, is not its supposed repudiation or refutation by modern science, but the more unheeded danger that it may be seduced from the old tried paths to wander away after the more ephemeral and meretricious novelties of the hour. While it is important that our Theology should be continually enriched and enlarged by the assimilation of all new truth that is cognate to it, come whence and how it may, it is equally important that it be kept moving on its own lines, and be preserved from the chaos of unrelated ideas that are alien to the special form of Christian life of our people and their proper habits of thought. And undoubtedly this will best be achieved by carrying foj'ward the theological development in harmony with the great fundamental principles and the unexhausted resources of the received system. Progress will thus become genuinely historical and continuous; it will proceed at once in living sympathy with the actual movement of the Church, and be pregnant with new practical achievements— "without baste, mthout p rest, " and without the danger or the shock of utterley untried or uncertain experiments 'i).

Mcer aanhalen durven we niet.

We besluiten daarom met den titel af te schrijven, opdat wie Engelsch leest zich dit geschrift aanschaffe, en het in zijn geheel geniete.

De titel is: Theology as Science, by Dr. W. Hastie, D.D., Glasgow, MacLehose and Sons. 1899.

1) Ik geloof dat gij een grooten dienst bewijst aan de zaak der Gereformeerde kerken door uw weeropwekking en verdediging van de Theologie der Gereformeerde kerken, en dat uw invloed onder ons in Schotland grooter zal wezen, wanneer de diepte en ernst van uw werk beier bekend wordt.

2) In den aanvang van mijn betoog heb ik er op p gewezen, dat niemand, die de geschiedenis der Theologie bestudeert, hoe groot zijn liefde voor de kerk in haar geheel, hoe uitnemend zijn philosophische ontwikkeling of hoe hoog zijn intellectueel standpunt ook zijn moge, zich behoeft te schamen trouw te zijn aan de Theologie der Gereformeei-de kerk, te leven uit den geest van haar belijdenis of te arbeiden in haren dienst. Ten aanzijn geroepen en ontwikkeld door de Reformatie — die groote scheppingskracht der nieuwe wereld — was de Gereformeerde Theologie ongetwijfeld de diepste theologische uiting van het nieuwe rel'gieu/ie leven der menschheid. Gedurende meer dan twee eeuwen was zij de leidsvrouwe van alle nieuwe theologische gedachten. Zij baande den weg voor critiek on exegese der Schrift, zij bracht duidelijker ethische beschouwingen in de Theologie, en zij systematiseerde het theologisch denken van het Protestantsche Europa naar de lijnen der nieuwere wetenschap, i^ij heeft niet alleen het leven geschonken aan de diepste gedachte van den nieuwcren tijd over God en Goddelijke zaken, maar zij lieeft ook de diepzinnigste philosophische gedachten in metaphysick en ethiek blootgelegd. Slechts in deze eeuw kan men zeggen, dat zij eenigszins in de schaduw gesteld of voorbij gestreefd wordt door de Luthersche theologie in haar laatste schitterende ontwikkeling aan de Duitsche Universiteiten.

S) Wat betreft de Theologie der Gereforincerde kerk in het bijzonder, hebben zij allen (—Banr, Schweiser^ Sneckenburger en anderen) haar onvergelijkelijke voortreffelijkheid als stelsel aangetooijd, nieuwe bewijzen geleverd voor haar onuitputtelijke levenskracht en vatbaarheid voor altijd nieuwe ontwikkelingsvormen, en duidelijker dan ooit te voren het door en door wetenschappelijke van haar karakter en het allesomvattende van haar methode aangetoond. En in dit alles hebben zij m. i. slechts recht doen wedervaren aan haar karakter, en haren e'.sch, om erkend te worden als de eerste wetenschappelijke Theologe der nieuwere wereld, gewettigd.

< ) Wij beweren zelfs, hoe tegenstrijdig het klinken moge, dat de hedendaagsche psychologie, de vergelijkende studie der geschiedenis en de wijsbegeerte van den ^odsdiensi ^ttnnieum beginsel heh ben ontdekt, dat vreemd is aan de Gereformeerde Theologie in haar oorspronkelijke uitgebreidheid, van hoeveel waarde de stoffelijke bijdragen ook mogen zijn, die zij geleverd hebben voor de toelichting en ontwikkeling der Gereformeerde Theologie — een stelsel, dat onder alle mij bekende stelsels, de meeste geschiktheid bezit, om de onderscheidene onderwerpen derwijice op logische wijze te coördineeren, dat ze toch ten slotte blijken een geheel te vormen.

5) De meest invloedrijke theologische school in Duitschland is op 't oogenblik de school van Ritschl, die nu aan bijna al de Öuitsche Universiteiten de leiding in handen heeft. En niettegenstaande de verontwaardiging, waarmede de Confessioneele theologen, als Luthardt en Frank haar verwerpen, is zij het logische gevolg van de oorspronkelijke Luthersche Theologie, die zij openlijk beweert te vertegenwoordigen en te wijzigen naar de begrippen van den nieuweren tijd. Maar terwijl wij de groote verdiensten van de Ritschliaansche school erkennen in de Theologica Biblica, bijzonderlijk van het Nieuwe Testament, en terwijl wij dankbaar zijn voor haren arbeid, om den Christus der historie weder op te heffen voer de oogen van het afgedoolde en onverschillige Duitschland, en weder op te wekken het besef van de uitnemende waarde van het Evangelie van het Koninkrijk Gods, zal toch het Ritschliaansche stelsel — zoo het een stelsel kan genoemd worden — voor ons nooit de plaats innemen van de oude Gereformeerde Theologie, noch ook in onze tegenwoordige behoefte voorzien. In bijna ieder opzicht, behalve dan de waardeering van de historische openbaring door Jezus Christus, toont het allerwegen de grootste tegenstellingen met het Gereformeerde stelsel. Naar eigen getuigenis beoogt het een volkomen scheiding teweeg te brengen tusschen de Theologie eenerzijds en en de philosophic en de vv'etenschap anderzijds, om vervolgens de llieologie, zoo nauw en exclusief mogelijk op te sluiten in haar eigen sfeer. Het bouwt zijn gedachtengang op denzelfden afkeer van de rede, die Luther er toe bracht haar te bespotten en te beschimpen als «het beest" en «Mevrouw Rede" (Frau Vernunft), de oude twistverwekster; hoewel het aan den asderen kant toch weer een zekere philosophische waardigheid aan zijn positie weet te verleenen, door haar te gronden op Kant's wetenschapsleer en theoretisch agnosticisme. Men erkent algemeen, dat de Ritschliaansche geloofsleer het gevolg is van eene reactie tegen de speculatieve Theologie, die er aan vooraf ging; en terwijl die reactie tot het uiterste wordt doorgevoerd, is over 't algemeen een terugkeeren tot het oude Sociniaansche standpunt duidelijk merkbaar. Evenals de Socinianen, loochenen de Ritschlianen den natuurlijken godsdienstzin des menschen; zij verwerpen alle natuurlijke Theologie; zij plaatsen zich op hetzelfde dualistische en mechanische standpunt ten opzichte van het heelal en het proces der openbaring; en zij besteden hun kracht voornamelijk in scherpe critiek en pogingen tot ontbinding van het gcheele dogmatische proces van het verleden.

6) De Socinianen, wier houding op dit punt ten slotte door Roomschen en Lutherschen gedeeld werd, beschouwden den menschelijken geest, wat het religieuze betreft, als een tabula rasa en stonden op het psychologisch standpunt der Nominalisten en Scotisten in de middeleeuwen, der oude Grieksche Sophisten, en der Empiristen en Positivisten van den nieuweren tijd. Hiertegenover stonden de theologen der Gereformeerde kerk, die, door het veel duidelijker besef van hun eigen geestelijk leven aXsvernieutud in Christus Jezus, zich gewoonlijk op het psychologisch standpunt van Plato en Anselmus stelden, terwijl velen hunner later bleken met Des cartes in te stemmen, die misschien gedurende zijn afzondering in Holland meer van hen leerde, dan zij van hem. De Gereformeerde theologen waren dus de nieuwere stichters der natuurlijke Godgeleerdheid op haar ware psychologische basis en hun stelsel is door en door theïstisch in den meest begrijpelijken en redelijken zin des woords. Niettegenstaande een zeker populair gewoi'den misverstand, met voorliefde verspreid door polemische Luthersche theologen, heeft de Gereformeerde Theologie, hoewel redelijk in de hoogste beteekenis, eigenlijk geen verwantschap met het Socianisme, maar is even beslist anti-Sociniaansch als het anti-Roomsch is; en gedachtig aan hare schitterende polemiek tegen het oude Socinianisme, zal geen theoloog van de Gereformeerde kerk, die waarlijk de basis, de geniale conceptie en de vooruitzichten der Theologe, waarvan hij erfgenaam is, verstaat, ooit in de verzoeking komen om terug te vallen tot het Sociniaansche standpunt, zooals, gelijk wij zagen, feitelijk gebeurd is met de Luthersche theologie, gelijk die zich in de Ritschliaansche school ontwikkeld heeft.

7) De leer des Verbonds is de karakteristieke Theologie van Schotland geworden en staat geschreven op iedere bladzijde van de geschiedenis der Schotsche kerk, die teruggaat tot Bullinger's Co: nendium van 1556, het hoofdbeginsel der Westminstersche Confessie, en die eerst tot meerdere formeele volmaaktheid is gevoerd — wel is waar vaak met wat al te veel vernufiige vindingrijkheid — door Coccejus en zijn school.

8) Van den beginne aan erkende de Gereformeerde Theologie niet alleen het essentieel karakter der religie als zoodanig, maar bepaalde tevens met een bewonderenswaardige juistheid en nauwkeurigheid, dat zij, ingeschapen en potentieel, een oorspronkelijk en onafscheidelijk bestanddeel van de menschelijke natuur uitmaakte, en stelde deze belijdenis opzettelijk tot basis van het geheele theologische stelsel. Dit werd gedaan in besliste oppositie tegen de leer \an het accidenteel en uitwendig karakter der religie, zooals die door Roomschen, Socinianen en Lutherschen beleden en bepleit werd in de eeuw der Reformatie — en wel met het speciale doel om er het cardinale punt inde Theologie van te maken, waar tevens het verschil in standpunt het duidelijkst zou uitkomen. De Roomschen beleden, dat de oorspronkelijke religie geen essentieel bestanddeel was van de menschelijke natuur, maar een donuni superaddituni oi donum suernaturaU, A\e door den val verloren was gegaan. De Socinianen leerden feitelijk, dat de mensch van nature hoegenaamd geen religieus vermogen bezat, en dienovereenkomstig, dat zijn gesteldheid in zijn na tuurlijken staat feitelijk een niet-religieuze is, slechts geschikt voor een leven van zedelijke orde, verlicht door de oefening des verstands, dat evenwel uit zich zelf niet komen kon tot eenige waarachtige kennis van God. Lulher, die wel de gave der oorspronkelijke gerechtigheid erkende, hield toch staande, dat zij zoo volkomen door den val verdorven was, dat de mensch jn zijn natuurlijken zondigen staat niet tot eenige kennis van God komen kon, maar zoo diep gevallen was, dat hij, wat de religie aangaat, neerlag «als een stok of een steen of een levenloos beeld" (Com. in Genes. \a). Roomschen, Socinianen en Lutherschen kwamen dus, ieder langs hun eigen weg tot de conclusie, dat er niet de minste religieuze kennis in den mensch mogelijk was, en dat hij voor al zijn kennis van God en Goddelijke zaken geheel en al afhankelijk was van de uitwendige bovennatuurlijke openbaring. Lijnrecht tegenover dit standpunt handhaafden de groote Gereformeerde theologen het beginsel, dat, hoewel door de zonde verduisterd, de natuurlijke Godskennis toch niet volkomen vernietigd was, dat iedere menschelijke ziel van nature begiftigd was met een i-eligieus vermogen, een religieuze neiging, kiem of gevoelde behoefte, door God zelf ingeplant, waardoor zij voortdurend in een zekere religieuze verwantschap met Hem gehouden werd en bekïvaam gemaakt om Zijne hoogere Zelfopenbaring te ontvangen.

9) Een tweede kenmerkend beginsel der Gereformeerde Theologie is haar voortdurend streven naar ware objectieve kennis xan God, en haar op den voorgrond plaatsen van de hoogste conceptie van den levenden God als de leidende gedachte van het geheele theologische stelsel. De kracht der Gereformeerde Theologie is altijd geweest haar alles beheerschende en transcendente leer van God. In tegenstelling met alle bloot subjectieve stelsels, is zij welbewust ovc-rheerschend objectief van karakter. Zij streeft er naar God met volkoijien zekerheid te kennen in zijn wezenlijke natuur, eigenschappen en werkingen, voor zcoverre die door Hemzclven zijn geopenbaard. Zij voert onmiddellijk alle-dingop tot God, verklaart alle ding door God, en is zoodoende terzelfder tijd het krachtigste protest tegen alle subjectieve religiën, die, wat de zaligheid betreft, op het eindige en creatuurlijke rusten, en geeft tevens de meest volmaakte verklaring van de diepste beteekenis van het eindige heelal en het menschelijk leven in hun volstrekte afhankelijkheid van God alleen. Dit is de bjisis van haar synthetisch en speculatief karakter. De denkers onzer dagen komen al meer tot de treurige ontdekking van de onvoldoendheid van een bloot subjectieve religie en van de waardeloosheid zelfs van een wetenschap, philosofdiie of religie, die alleen rekening houdt met empirische of historische verschijnselen, zonder hun diepsten en absoluten grond in God te vinden. De éénzijdig subjectieve religie, zoo overheerschend in onze dagen, en door velen voor het kenmerk van het Protestantisme gehouden, is bevonden zoo veranderlijk, ledig en onzeker te zijn, dat wij nu gedreigd worden door een algemeen agnosticisrae, dat volkomen wanhoopt aan de mogelijkheid van eenige objectieve theologische waarheid. Het is aan dit punt, dat de terugkeer tot de oorspronkelijke Theologie der Gereformeerde kerk zijn grootste stuwkracht ontleent, en waardoor haar wederopleving in deze eeuw haar diepste beteekenis erlangt. Deze Theologie is altijd beslist Theocentrisch of liever gezegd Thearchisch, en in hare krachtige, duidelijke en allesbeheei-schende vertolking van de gedachte, dat God in de geheele schepping op verstaanljare wijze geopenbaard is en dat deze openbaring door inhetente noodzakelijkheid en zekerheid haar toppunt bereikt in de Christelijke leer der verlossing, ligt voor ons nog altijd haar onschatbare en onvergelijkelijke waarde.

10) Zonder twijfel heeft het systeem behoefte aan nieuwe ontwikkeling en uiteenzetting, vooral wat de ethische zijde betreft, opdat zij in staat gesteld worde, meer vruchten af te werpen voor den gcheelen practischen arbeid van de Kerk en voor al de nieuwe sociale problemen van onzen tijd. Maar terwijl wij dit niet ontkennen, blijft het feit onaangeroerd, dat zij bewezen heeft één te zijn met de geheele uitgestrektheid der hedendaagsche wetenschap, die meer en meer de religie in het gevlei komt, terwijl al de intellectueele krachten van onzen tijd in dezelfde richting schijnen te sturen.

11) Het schijnt mij toe, dat het voornaamste gevaar, dat nu onze Theologie bedreigt, niet ligt in haar zoogenaamde verwerping of weerlegging door de moderne wetenschap, maar in het meer voorbijgeziene gevaar, dat zij verleid wordt om de oude beproefde paden te %erlaten om de ephemcrische en verachtelijke nieuwigheden van den dag na te fladderen. Terwijl het van het hoogste belang is, dat onze Theologie voortdurend verrijkt en uitgebreid worde door assimilatie van iedere nieuwe waarheid, die aan haar verwant is, van waar die ook komen moge, is het van niet minder belang, dat zij voortbewogen worde langs haar eigen banen en bewaard blijve voor den chaos van niet verwante ideeën, die vijandig zijn aan den specialen vorm van het Christelijk leven en de Christelijke denkwereld onzes volks. En zonder twijfel zal dit het beste worden bewerkt, door hare theologische ontwikkeling voort te zetten in overeenstemming met de groote fundamenteelc bfginselen en de onuitputtelijke bronnen van het eenmaal aangenomen stelsel. De verdere ontplooiing zal dan een zuiver historische voortzetting van het verleden zijn, die voortdurend voeling blijft houden met het actueele leven der Kerk, en zwanger zal zijn van nieuwe daden — »zonder haast, zonder rust, " en zonder het gevaar of de botsing van geheel onbekende of onzekere proefnemingen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Sunday 29 January 1899

De Heraut | 4 Pagina's

Prof. Dr. Hastie van Glasgow.

Bekijk de hele uitgave van Sunday 29 January 1899

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken