Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Uit de Pers.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de Pers.

9 minuten leestijd

Sinds ons optreden riepen we: Lc Pantheïsme, oila l'ennemi. Thans begint men dit meer algeeen in te zien. Leej maar A& _ Bazuin p. 3 kol. I en 2 van 20 Jan. 1899, sub nomine: Gispen.

In de stSteminen voor Wixarhcid en Vrede'^ van deze maand komt een belangrijk opstel voor onder den titel: » TegcH-Zending'\ Het is van de hand des heeren W. J. Aalbers en handelt over het Boeddhisme, als een vierden wereldgodsdienst, die, met de andere drie: Jodendom, Christendom en Mohammedanisme, om den voorrang en de oppermacht worstelt.

Reeds zijn vele Boeddhistische ideeën onder de beschaafden onder de Christenvolken in omloop. De wijsgeer Schopenhauer heeft reeds gezegd: ))Als ik de uitkomsten van mijne wijsbegeerte mag aannemen als maatstaf van waarheid, zou ik verplicht zijn aan het Boeddhisme de voorkeur te geven."

Ook de wijsgeer von Ilartmann moet voorspeld hebben «dat de blijvende kern van het Christelijk Theïsme met het ware wezen van de Pantheïstische Indische godsdiensten zal vereenigd worden, om door deze, zuiver uit den geest van ons Arisch ras voortgekomen, ideeën eene religieuse verdieping en verheffing van intensiteit des godsdienstigen en zedelijken gevoels te verkrijgen, die voor onzen irreligieusen en enkel aan godsdienstige uiterlijkheden krampachtig zich vastklemmenden tijd, eene bezielende verfrissching zal zijn."

In Parijs spreekt men reeds van Boeddhistische Christenen en schat hun getal op 30.000. Er worden daar geregeld godsdienstoefeningen gehouden in een tempel, die naar den Indischen ritus, met beelden, kaarsen en bloemen versierd is.

In 1897 werd te Parijs een Congres van Oriëntalisten gehouden, dat besloten werd met een groote plechtigheid, die aldus wordt beschreven.

))De hoogepriester hield eene ceremonie voor het behoud van den vrede. Alle aanzienlijke Parijzenaars. die het Boeddhisme zijn toegedaan, woonden die plechtigheid bij, benevens de leden van het Congres en eenige andere personen van naam, als Prins Henri d'Orlcans en, Roland Bonaparte.

De ceremonie was zeer belangwekkend. Een korf, gevuld met allerlei bloemen, vooral chrysanthemums, ging de rij der aanwezigen langs en ieder voorzag zich van een bloem. Tegen 11 uur werden de deuren van het in de groote, door een koepel overwelfde, middenrotunde ingerichte heiligdom geopend. Een ware symphonic van geel straalde van het altaar en de kolommen uit. De bekleeding van het altaar, dat uit een eenvoudige tafel bestond, was saffraankleurig en had geen ander sieraad dan 37 trapsgewijs in driehoek gestelde luchters. Boven het altaar hing een banier in alle kleuren van den regenboog, bestikt met bladeren zonder bloemen en bloemen zonder bladeren. Bij het binnentreden legden allen hunne bloemen voor het altaar neder, waarbij zij er voor zorgden, dat ze alle op één lijn, de stelen naar beneden, kwamen te liggen. Daarop verklaarde de directeur van het museum, kort en bondig, den oorsprong en de wijsgecrige beginselen van hel Boeddhisme. De hoogepriester, die in een hoogsteenvoudig oranjekleurige toga gehuld was, deelde mede, dat hij den sterfdag van den in 1837 overleden Burnouf wilde gedenken, die het eerst in Frankrijk den god.5dienst van Boeddha had bekend gemaakt. Daarop ontwikkelde hij zeer uitvoerig de wijsgecrige beginselen van dezen godsdienst. Na zijne rede hief hij een slepend, eentonig lied aan, waarin de vrede en het algemeen geluk der mcnschheid werd bezongen. Aan het einde der plechtigheid ontrolde men een lang lint van gele zijde, dat elk aanwezige in de hand moest nemen. De eerste was de vrijdenker George Clémenceau, g die aan het verlangen van den Boeddhistischen priester voldeed. Ieder sneed daarop een stuk van het lint af, om hot als aandenken te bewaren."

Ook in Berlijn bestaat een vereeniging voor dezen godsdienst. Reeds in 1888 was daar een Boeddhistische bedelmonnik, als zendeling, gevestigd. Deze schreef een Boeddhistischen catechismus, tot onderwijzing in de leer van Buddha Gótamo, waarvan in 1896 reeds drie uitgaven waren verschenen. Onze oud-Minister van Binnenlandsche zaken. Mr. S. van Houten, leende zijn naam en pen om dit gesch: ift, in onze taal overgezet, ook in Nederland te verspreiden.

Ook in Engeland en Amerika ontbreekt het niet aan Theosophische genootschappen, nauw aan het Boeddhisme verwant.

Er bestaan ook Boeddhistische Zendingsgenootschappen »om den nog in den diepsten afgrond van godsdienstige onwetendheid verzonken barbaren en heidenen van het Westen op den weg der verlossing te brengen."

Dat noemt de heer Aalbers: sTegen-Zcnding." De Boeddhisten zenden hunne predikers naar de barbaren van het Westen, om die met de ware verlossing bekend te maken. !n een geschrift van een Boeddhistisch priester heet het van de Christenen (de heidenen en barbaren van Iset Westen: ) »Zij zijn afgoden dienaars, want zij zoeken hunne zaligheid in dingen en personen buiten zich. ja meenen zelfs, dat zij zich ongestraft door hunne lusten kunnen laten beheerschen, wijl hunne verlossing daardoor zeker is, dat zij het verhaal van eene kruisiging, die voor meer dan 18 eeuvven zou hebten plaats gehad, voor waar houden."

»De grondslag van hun godsdienst is vrees voor straf. Daarom trachten zij do goden door gebeden en gaien te bevvegcn tot schennis van de wet der gerechtigheid en het schenken van onverdiende bclooningen.'"

»In de keraiis der natuurwetten, voorzoover deze betrekkingen hebben op de uitwendige natuurverschijnselen en de toepassing van physische natuurkrachten, hebben de barbaren groote vorderingen gemaakt."

»Van het wezen des levens zelf weten zij niets."

»Zij houden het leven voor een product der materie. Daarom is ook hun wetenschap in alle dingen, die het leven betreffen, verkeerd en die misstand treedt vooral in de geneeskunde, en in alle wetenschappen die hot leven betreffen, aan het licht. Zij onderdrukken het uitbreken van zekere uitwendige ziekteverschijnselen en veroorzaken daardoor inwendige ziekte-toestanden, die veel erger zijn. Ja, het is zoover gekomen, dat zij het bloed van gansche volken vergiftigen en verpesten en zelfs de staatsmacht te hulp roepen om de slaven te dwingen, zich aan die vergiftiging te onderwerpen (vaccinatie)."

»Zij dooden menschen en dieren, en martelen ze, deels tot vermaak, deels ter bevrediging van hunne onverzadelijke nieuwsgierigheid (vivisectie). Geen leeftijd of geslacht Ijeschermt tegen de misdaden der geneesheeren; zelfs het kind is in den moederschoot niet veilig."

»ln den laats.en tijd reageert tegen deze richting een soort van tooverij, welke zij hypnotisme, suggestie, noemen, en waardoor zij het gemoed van een mensch, waarin het gods-bewustzijn wonen moest, aan hun eigen wil onderwerpen."

»Het goddelijke en wezenlijke niet kennende, jagen zij slechts naar het onwezenlijke en vergankelijke en zoeken in plaats van tot zichzelven te komen, slechts zich op alle mogelijke wijzen te verstrooien. Zij schamen zich over hunne dierlijke begeerten niet en trachten, waar hun dierlijke organen onvoldoende zijn tot bevrediging van hun hanstochten, ze kunstmatig te vervangen."

«Onbekend met de heiligheid van het leven, dooden en eten zij dieren, en nemen zoo steeds meer dierlijke invloeden in zich op."

»Erger nog is de lust der barbaren, zich door bedwelmende dranken van de rede te berooven. Bij de meerderheid van hen zijn de organen voor het hoogere hierdoor verstompt, of hereditair vernietigd."

»Een andere bron van ellende is de waan van vele beschaafden, dat het verstand het hoogste beginsel is, zoodat zij dit overladen, terwijl de ziel verhongert. Zij doen niet anders, dan theorieën' en meeningen opzamelen. Zij meenen al het mogelijke te weten, maar kennen zichzelven niet."

»De godsdienst der barbaren kan hen niet helpen. Hij bestaat grootendeels uit valsche voorstellingen en dweperij van gevoel. Het weten, de geest, ontbreekt aan hun godsdienst, evenals de ziel aan hun wetenschap."

Ik deed slechts een enkelen greep uit dit belangrijk en leerzaam opstel.

Diep beschamend js het inderdaad, dat wij Christen-menschen, barbai-en van het Westen in het oog van den Boeddhist, zulke bestraflingen ontvangen en zooveel moeten hooren, waarvan wij de-waarheid niet kunnen ontkennen, althans niet kunnen weerleggen.

En nog bedroevender is het, dat onder de beschaafden het Boeddhisten-evangelie, bewust of onbewust, meer geloof vindt dan het Evangelie van onzen Heere Jezus Christus.

Maar allerbedroevendst is het, als Christenen het Evangelie onzes Heeren met Boeddhistische ideeën vermengen om tot een staat van reinheid en zedelijkheid ie komen, die zij - ten onrechte verwarren met wat de Schrift noemt, de heiliging van geest en ziel en lichaam.

De heer Aalbers zegt, in bedoeld opstel, dan ook niet ten onrechte: »Ja, ik maak mij sterk, dat velen, die Christenen heeten, — en ik bedoel niet de z.g. Tolstoïanen of Theosophen — zich volkomen te huis zouden gevoelen in de beschouwingen van dezen Laina (Boeddhistisch zendeling-schrijver) zelfs als hij de specifiek Christelijke overtuigingen bestrijdt. Ziedaar een «verflauvving van grenzen, " waarvan men zich recht bewust wordt bij eene vergelijking van beginselen, als waartoe de aanval van dezen Theosoof u onv/illekeurig dringt."

»Verflauwing der grenzen" dat is het gevleugelde woord, hetv/elk inderdaad den droeven toestand der gedoopte volken verklaart. Zij hebben Gods Woord verworpen en nu vallen ze in het oordeel des Heidendoms, en zich uitgevende voor wijzen, zijn ze dwaas geworden.

Het moge de kerk des Heeren waakzaamheid, getrouwheid, standvastigheid in het belijden leeren. Terwijl wij de «arme blinde Heidenen' het Evangelie van Christus pogen te brengen, treedt het Heidendom op niet met de bede van den Macedonischen man: kom over en help ons — maar met sij> i evangelie en sljii zendelingen, om ons te \'erlossen uit onze geestelijke ellende. Dat is de: «Tegen-Zending, "

Geve God, dat het verstaan worde, en make Hij ons getrouw in het belijden en prediken van het Evangelie, dat niet is — naar den mensch!

De trap in drie treeën af, en men is weer Heidensch geworden.

Eerst geen Christelijke Belijdenis meer, maar alleen de geest.vi-xy. 't Christendom.

Toen geen Christendom meer, maar de geest van het Heidendom.

En nu voor den geest van het Heidendom weer een soort Heidensche culte.

En inmiddels kennen veel lieve Christenen in ons goede Nederland nog geen waardiger voorwerp voor hun Christelijke waakzaamheid, dan Kuyperophobie en Doleerenden-haat.

Zullen moeten! dan niet de steenen haast roepen moeten!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 5 februari 1899

De Heraut | 4 Pagina's

Uit de Pers.

Bekijk de hele uitgave van zondag 5 februari 1899

De Heraut | 4 Pagina's