Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Onze Eeredienst.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Onze Eeredienst.

8 minuten leestijd

XLVI.

Doordien het besef teloor ging, dat men in de vergadering der geloovigen voor het aanschijn van den levenden God verscheen, en dientengevolge de Benedictie niet langer als een Vrede zij ti! van Gods zijde gevoeld werd, is uit onzen Eeredienst ook de belijdenis der zonde ganschelijk verdwenen.

Men versta ons wel.

We zeggen niet, dat in het „lange gebed" niet ook v.'el veelal belijdenis van zonde voorkwam, noch ook dat in de predikatie niet zeer dikwijls op belijdenis van schuld werd aangedrongen, maar wat geheel wegviel en uitsleet was de afzonderlijke handeling, waarin de gemeente schuld-en zondebelijdend zich voor haar God stelde.

Dit kwaad ging zelfs zoo ver, dat de uitgevers er onze Liturgie om vervalscht hebben.

In de nieuwe uitgave van onze Liturgie, gelijk ze, dank zij de goede zorge van Prof. Dr. Rutgers, en den accuraten arbeid van Dr. H. H. Kuyper, thans weer in ouden trant bij de Flakeesche Boekdrukkerij het licht zag, komt weer als vanouds voor: Eene openlijke belijdenis der zonden, en korter formule des gebeds." Daarvan nu heeft men gemaakt: „Een kort gebed voor de predikatie in de week, " zoodat een hoofdzaak: „De belijdenis der zonde, " uit den titel geheel wegviel. En evenzoo deed men met het breedere stuk, dat oorspronkelijl; ten titel had, en ook nu weer heet: Ee7ie algemeene belijdenis der zonden, ceii gebed des Zondags vóór de predikatie, " doch waarvan in alle gewone uitgaven gemaakt was: „Gebed des Zondags vóór do predikatie."

De geheele idee, dat de gemeente opzettelijk en openlijk belijdenis van zonden zou doen, sleet er alzoo uit.

Toch hebben de uitgevers hier niet alleen schuld. De schuld ligt ook bij de predikanten, on niet minder bij de gemeente, en • zelfs bij de Engelsche en Schotsche praktizijns, die hier te lande zoo grooten invloed j verwierven.

Die praktizijns stonden in rusteloozenl kamp tegenover den overdreven vormdienst j der Engelsche Bisschoppelijke kerk, enj dreven, in hun eenzijdigheid, hun verzet I tegen dien vormdienst zoover, dat ze vanj geen enkel formuliergebed meer weten j wilden, en een „dominee" niet telden, zooj hij niet „vrij bad".

Die richting drong daardoor ook ten! onzent door. Een formuliergebed gold all spoedig voor een „dood gebed". Alleen in! het vrije gebed school leven. Men achtte! toch dat de Heilige Geest alleen op hetl oogenblik zelf den prediker biddende konj maken, en ontzeide zoo aan den Heiligen! Geest de mogendheid om op den bidder door! den arbeid dar vaderen en door vooraf-f gaande indenking te werken. Hij moest ef j zóó maar gaan staan, en zóó maar bidden.] Dat alleen was het ware.

Hierbij nu werd ten eenemale voorbijge'[ zien, dat er onder menschen tvifeeerlei aanlegl is, den éénen zou men kunnen noemen: den| intellectueelen, den anderen: den artistiekeii\ Den artistieken aanleg nu vindt ge verbeeWI in de fontein, die vanzelf ontspringt, deni intellectueelen in pomp of put, waar het

water alleen door pompen of putten uit naar boven komt.

Nu kunt ge een prediker hebben, die er van God leeft, maar artistiek yan aan-, is en die zal op staanden voet, o, zoo vvet^sléepend bidden. En daartegenover zult ge "kunnen hebben een innig vroom prediker, maar die intellectueel is aangelegd, en die als hij zóó maar bidden moet, dorre en onbezielde woorden voortbrengt.

Dan li°'t het dus volstrekt niet aan het werk van den Heiligen Geest, maar aan den zeer uiteenloopenden aanleg. Maar de gemeente dit niet wetende, zag het artistieke ontspringen van de gebedstaai voor-werking-van den Heiligen Geest aan, en veroordeelde de intellectueele inspanning van den anderen bidder als eigenmachtig prevelen.

Dit nu bracht er den prediker toe almeer het formuliergebed te laten varen. Wie een formuliergebed bad werd niet voor vol aangezien. Dat was zich behelpen, omdat men het zelf niet kon. En overmits men nu gemeenlijk met zijn oogen dicht veel vlotter spreekt dan met zijn oogen open, ontstond dat „lange eebed", dat Ihans almeer inheemsch werd, en dat 'zoo vaak eer ontstichtend dan stichtend werkt.

In de week een kort gebed, maar op Zondag een lang gebed. En zoo dit gebed niet ook den indruk van „lang" maakte, deugde het niet.

Toch ware dit nog minder geweest, zoo de predikers vooraf de beide formuliergebeden terdege bestudeerd hadden, en nagegaan wat er inzat. Zoo zouden ze hebben leeren bidden. En dan zou het terstond bij hen hebben vastgestaan, dat het allereerste wat in.zulk een gebed op den voorgrond moet staan is de openlijke belijdenis van zonden.

Maar ook dit deed men niet, en we hebben predikers gekend, die reeds jaren lang het „lange gebed" uit zich zelf gebeden hadden, zonder dat ze nog ooit de moeite namen, om dat rijke formuliergebed dat vooraan in onze Liturgische gebeden voorkomt, aandachtig na te lezen.

Op die wijze is toen feitelijk het alle Zondagen openlijk belijdenis van schuld doen er uit geraakt, en de uitgevers, de praktizijns volgende, hebben zich toen veroorloofd, s m d ed s om uit den titel dat: „Openlijke belijdenis lb van zonden'' maar stil weg te laten.

Aanleiding hiertoe gaf te meer de wezen­ d w lijke fout, die in onze Liturgie begaan is, g dat men namelijk deze Belijdenis van zon­ nwttf den niet apart hield, maar met het Gebed voor de „opening des Woords" inéén deed vloeien.

Dat heeft men in de Fransche en Waalsche kerken niet gedaan, en ook niet in de Engelsche kerken, gelijk dit ook in andere kerken buitenaf geenszins het geval was.

Daar hield men de Belijdenis van zonden afzonderlijk, en liet een kort gebed voor de „opening des Woords" volgen op de aankondiging van den tekst.

Ook in de Liturgie van a Lasco voor de Nederlandsche Vluchtelingengemeente te Londen opgesteld, zijn het Gebed vóór de „opening des Woords" en het Gebed van Belijdenis van zonden, twee geheel op zich zelf staande gebeden (Editio Kuyperi II. p. 82 en 85).

Juist de vermenging in ónze Liturgie gaf alzoo aanleiding, dat men het eerste stuk: de Belijdenis van zonden, glippen liet, en er te kwader ure het „Gebed voor de nooden der Christenheid", dat anders na de predikatie kwam, vaak meê saam deed vloeien.

Hoe rijk en treffend die Belijdenis van zonden ook zóó nog in onze Liturgie was, moge blijken uit de eenvoudige mededeeling van haar inhoud.

Ze luidde aldus:

o Eeuwige God en allergenadigste Vader, wij verootmoedigen onszclven uit den grond des harten voor uwe hooge majesteit, tegen welke wij zoo menigmaal en zoo gruwelijk gezondigd hebben, en bekennen, dat, zoo Gij met ons in het gericht wilt gaan, wij niet anders dan den eeuwigen dood verdiend hebben. Want behalve dat wij allen door de erfzonde voor U onrein en kinderen des toorns zijn, ontvangen uit zondig zaad, en in ongerechtigheid geboren, waardoor allerhande booze lusten, tegen U en onzen naaste strijdende, in ons wonen, zoo hebben wij nog bovendien met de daad uwe geboden menigmaal en zonder ophouden overtreden; nalatende wat Gij ons geboden hadt, en doende wat ons klaarlijk verboden was. Wij hebben allen als schapen gedwaald, en hebben grootelijks tegen U gezondigd, hetwelk wij bekennen, en het is ons van harte leed. Ja wij belijden, tot onze vernedermj en tot prijs van uwe ontferming te onswaarts, dat onze zonden het getal van de haren onzes hoofds te boven gaan, en dat wij tien duizend talenten schuldig zijn, waartegen wij niets hebben om te betalen; waarom wij ook niet waardig zijn uwe kinderen genaamd te worden, noch onze oogen op te slaan ten hemel, om onze gebeden voor U uit z h d e k msGG te spreken. Nochtans, o Heere God en barmhartige Vader, wetende dat Gij den dood des zondaars niet begeert, maar dat hij zich bekeere en leve, en dat uwe barmhartigheid oneindig is, die Gij bewijst aan degenen die zich tot U bekeeren; wij roepen U van harte aan, in het vertrouwen op onzen Middelaar Jezus Christus, die het Lam Gods is, dat de zonde der wereld wegneemt, en bidden U, dat Gij wilt medelijden hebben met onze zwakheid, ons om Christus' wille alle onze zonden vergevende. Wasch ons in de zuivere fontein zijns bloeds, opdat wij rein en sneeuwwit worden. Dek onze d naaktheid met zijne onschuld en gerechtigheid, om de eere uws naams. Reinig ons verstand van alle blindheid, en onze harten van allen Moedwil en hardnekkigheid.

Dit alles, o genadige Vader, bidden en begeeren wij in den naam van Jezus Christus, die ons alzoo heeft leeren bidden:

Ome Vader, die in de hemelen zijt, Uw naam worde geheiligd. Uw koninkrijk kome. Uw wil geschiede, gelijk in den hemel, alzoo "okop de aarde. Geef ons heden ons dagelijksch brood. En Vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij i'crgeven onzen schuldenaren. En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van den booze.

Want uRi is het koninkrijk, en de kracht, en de heerlijkheid in der eemuighcid. Amen.

Is dit niét schoon, niet roerend, niet aangrijpend, en verarmt ge de gemeente niet, als ge deze treffende taal uitruilt voor een los opkomende belijdenis, die de predikaat zóó zóó uit zich zelf moet voortbrengen.?

De vraag dient dan ook ernstig overwogen, of we niet den besten weg zouden opgaan, zoo we deze afzonderlijke, openlijke Belijdenis van zonden, en dan liefst in vasten vorm, in de gemeente terugbrachten.

Zelfs zouden we de vraag durven stellen, of niet veel zonde in de gemeente gekeerd, en veel verootmoediging gewekt zou zijn geworden, indien Zondag aan Zondag, in alle onze kerken, in zulk een taal, waaraan ieder van der jeugd af gewend was, onze schuld aan den Heilige ware beleden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 26 februari 1899

De Heraut | 4 Pagina's

Onze Eeredienst.

Bekijk de hele uitgave van zondag 26 februari 1899

De Heraut | 4 Pagina's