Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Uit de Pers.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de Pers.

7 minuten leestijd

Kerkelijke financiëti.

Over de kerkelijke administratie, *n hare nooden, schrijft Ds. Klaarhamer, in de Utrecht-SC he Kerkbode dit:

Is de gemeente soms onwillig; om de kosten van haar kerkelijk leven te betalen?

Dit kan men zeker van de Utrechtsche keïk (lees: in het gemeen van onze kerken) in haar geheel genomen niet zeggen. Neen integendeel. Zij heeft aanspraak op den naam, van te zijn een offervaardige en steeds tot geven gewillige gemeente Dit kan gemakkelijk met de cijfers bewezen worden.

Natuurlijk zijn er onder haar gelijk overal elders enkele leden, wier gaven niet recht zijn voor God. Die niet bijdragon in de gemeéne kosten^ naardat zij vermogen hebben verkregen. Doch hun persoonlijke zonde mag men niet op heel de gemeente leggen.

En toch geven de: : e leden der gemeente wel veel last in de verzorging der kerkelijke finantien. Want juist hun inhouden, van hetgeen zij toch zedelijk verschuldigd waren bij te dragen, maakt, dat er telkens te kort is, en dat dan dit te kort moet worden aangezuiverd.

Maar de groote fout ligt toch hierin, dat men de zaak der kerkelijke finantien niet goed inziet en dat men zijn bijdragen, op enkele uitzo-ideringen na, zoo bandeloos en regelloos, zoo geheel naar willekeur en inval geeft.

De uitgaven keeren op vaste tijden en in vaste bijdragen telkens weer.

Op den eersten der maand moet er zooveel voor honorarium en traktamenten zijn.'

Op vastgestelde tijden moeten er zooveel duizend gulden zijn, om de aflossingen en de coupons te kunnen betalen enz.

En in plaats dat fiii óók de bijdragen der leden op vaste tijden en in vast bedrag inkomen, — neen, die komen nu, zooals het valt.

Dan eens wat meer, dan weer wat minder.

En doordien het meest en voor 't grootste 'deel door kerkcoUecten er komt, kan de kerkeraad met geen mogelijkheid nagaan, wie in deze zaak niet naar Gods Woord, niet als een geloovige handelt. En zoo moet hij altijd weer in 't generaal vermanen en opwekken tot pijn en beschaming juist van hen, die geprezen moesten worden, terwijl het meestal de conscientie der nalatigen niet raakt.

Hoe gemakkelijk kon dit alles nu verholpen worden, hoe licht zou het zijn, om van die onaangename extra-collecten en van die telkens wederkeerende vermaningen verlost te worden. Indien maar elk lid der Kerk, natuurlijk ook zij, die nog niet tot het Avondmaal zijn toegelaten, zich wilde verbinden tot een vaste, jaarlijksche bijdrage, naar dat hij of zij van God vermogen ontving.

Als elk dit deed, dan waren we er. Dan hadden we geen tekort en dan was er altijd geld op den tijd, dat het er sij? i moet. Dan kon ook de kerkelijke administratie neerlijk en met orde geschieden". i Cor. 14 : 40.

De gewone collecten behoefden dan niet te worden afgeschaft, zoodat er nog altijd gelegenheid overbleef, om in buitengewone omstandigheden eens wat extra »in het verborgen" te doen, en er ook gelegenheid blijft voor hen, Aie. wel wekelijks esn klein bedrag kunnen afstaan, maar niet eens in de 3 of 6 of 12 maanden een bedrag van één of meer guldens.

Mij dunkt, ieder moet terstond inzien, hoe het zich bij inschrijving verbinden tot weder opseggens toe óf telkens voor één jaar voor een vast bedrag een zeer gunstigen invloed moet hebben op de kerkelijke finantien.

En het geldt hier volstrekt niet het geven van een vrijwilllige gave der liefde, het is geen aalmoes, geen werk der barmhartigheid.

Het lijkt er niets op en het heeft er niets van.

Ware dit het geval, dan SÖ« men zich kunnen beroepen op den gestelden regel, dat de linkerhand niet moet weten, wat de rechter doet, met andere woorden, dat men zijn gaven in 't verborgen moet geven, dat men er geen eere voor hebben wil, alsof 't wat bijzonders ware, dat men liefheeft en barmhartigheid bewijst.

Neen, die voor de kerkelijke behoeften bijdraagt, doet het zijne, om de gemeenschap te helpen, zich te kwijten van haar verpliclitingen.

Dat de gemeente een kerkelijk instituut opricht, is eenvoudig haar plicht, haar van haar Koning opgelegd, dit is een daad van irehooraaamheid, di zij niet gedwongen maar vrijwillig doet op zijn bevel. «Vrijwillig" dit wil niet zeggen «naar haar eigen goedvinden", zoodat zij het óók laten kan. «Vrijwillig" natuurlijk, anders was 't geen gehoorzaamheid. Want gedwongen gehoorzaamheid is er niet.

Hoe zij dit instituut moet inrichten, is haar eveneens voorgeschreven.

Dit instituut nu vraagt gebouwen, om saam to komen, vraagt kosters, organisten en allerlei andere dienende menschen, die voor hun diensten betaald moeten worden. Want de gemeente vooral dient wel voor te gaan in het handelen naar den regel: dat een arbeider zijn loon waard is.

Dit instituut moet Dienaren des Woords ten behoeve der gemeente aanstellen en moet naar de ordinantie des Konings zorgen, dat deze Dienaren hun dienst zonder zorgen kunnen waarnemen.

Al deze zaken vloeien dus voort niet uit het denken, kiezen en besluiten der gemeente, maar uit de bevelen van haar Koning en dienen meJe ter voorziening in haar eigen geestelijke nooden en behoeften en om de kerke te planten (zending) en te bouwen en het Koninkrijk Gods te doen komen.

De gemeente gaat dus allerlei geldelijke verbindtenissen aan. De kerkeraad stelt geen begrooting van liaar finantien vast zonder haar voorkennis, en keurt geen rekening en verantwoording goed, die niet eerst voor haar heeft ter inzage gelegen, om mogelijke vragen of opmerkingen te doen.

Ware het nu de zaak der stad, der burgerlijke gemeente, dan maakte het bestuur eenvoudig een 'hoofdelijken omslag en deed elk lid der genieenscliap weten: gij hebt voor uw hoofd rf/'^deelbij te passen tot afdoening van de schulden gemeenschap.

Doch voor de kerkelijke gemeente doet het bestuur (dat is de kerkeraad) dit zoo niet. Men stelt niet de bijdrage voor elk lid vast, maar men laat dit elk lid voor zich zelf doen in gehoorzaamheid aan Christus, gebonden in de conscientie door Gods Woord.

Zóó staat de zaak. En er kan geen consciëntiebezwaar zijn, tenzij dan bij een dwalende, tegen een inschrijving op zoo'n lijst of 't op een andere manier kenbaar maken van zijn vaste bijdrage. Want een consciëntiebezwaar kan alleen voortvloeien uit een gebod of verbod of regel of inzetting of uitspraak van Gods Woord. En die is hier niet, die 't hier besprokene verbiedt. Integendeel

Alleen leden met een te klein of met eengeheel onze/eer inkomen zouden zich kunnen excuseeren. En natuurlijk de Ananias en Safira naturen, die zijn tegen zulk eene regeling en ook de geldzuchtigen, en ook de menschen met valsche schaamte, die voor anderen liever van «beteren doen" schij nen, dan zij werkelijk zijn. Maar zulke dingen, mag en wil een Christen niet laten gelden. Om zulke overleggingen laat hij de zaak des Heeren geen hinder noch schade lijden'.

En natuurlijk kan het OTöfv; /y/C'gebeuren, dat een Kerkeraad eens een besluit neemt of een zaak doet, waarmede men 't niet precies eens is, zoodat men 't jammer vindt, dat nu ter volvoering d.aarvan ook geld moet uitgegeven worden, maar welk Christen zal zich dan daarover wreken, door zijn verschuldigde bijdrage aan de kerkelijke finantien te onthouden en alzoo de gemeente des Heeren oneer en last en schade berokkenen? Neen al kwam de gedachte aan zulk een wraakoefening eens in 't booze hart op, dan zal een Cliristen daartegen waken en bidden en 't niet tot een daad laten komen.

Daarom komt 't ons zoo voor, dat als nu zulk eene inschrijving voor vaste bijdragen gevraagd wordt, men die eens niet moest afwijzen, maar met biddend overleg en met een zuivere conscientie moet invullen.

En we schreven over deze zaak, omdat het ons zoo hindert en leed doet, dat een gemeente die blijkbaar zoo gaarne geeft en ook zoo mild geeft, nu door minder goed overleg in 't bijdragen de last en de oneere moet lijden van tekorten in haar kerkelijke finantien.

Geve de Heere aan ons goed bedoelde woord een goede plaats in de harten. .

Slechts ééne opmerking zij ons op dit kostelijk woord geoorloofd.

Den regel, dat „kosters, organisten, en allerlei andere dienende menschen" betaald moeten worden, zouden we niet gaarne toegeven.

Te Amsterdam worden sinds 1886 de meeste dezer kerkelijke diensten gratis waargenomen, en nog nimmer was er gebrek aan de noodige hulpe.

Zelfs de kostersdiensten worden in den regel geacht met vrije woning volkomen voldoende gedekt te zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 19 maart 1899

De Heraut | 4 Pagina's

Uit de Pers.

Bekijk de hele uitgave van zondag 19 maart 1899

De Heraut | 4 Pagina's