Uit de Pers
Over het Kerkschip schrijft Ds. Klaarhamer in de Utr. Kerkbode :
Men weet, hoe nu reeds twee achtereenvolgende jaren Ds. v. d. Valk van Scheveningen gedurende eenige weken in den zomer te Lerwick vertoefde, om daar in de verzorging der geestelijke belangen onzer honderden visscherlieden werkzaam te zijn
Die arbeid is zeer noodig, wordt door de visschers zelf hartelijk begeerd en hoogelijk gewaardeerd, en *vas metterdaad niet ongezegend.
Zij is echter veel omvattend. Want niet alleen moet er gepreekt, maar er valt ook raad te geven m velerlei zaken van zeer onderscheiden aard, er moet ook gezorgd voor de zieken, er moet geholpen m de correspondentie met de in Holland zijnde vrouwen en moeders, enz. enz.
Zoodat het vooral verleden zomer is gebleken, dat Ds. V. d. Valk en zijn geachte gade, die hem ijverig hielp, den arbeid niet af kunnen en er dringend behoefte is aan een tweeden Dienaar des Woords voor die enkele weken, dat er daar soms 700 a 800 man bijeen zijn.
Daarom hebben onlangs de Zuid-HoUandsche «zeekerken» besloten, om nog een Dienaar derwaarts te zenden, in de hoop, dat er nog wel een Dienaar te vinden zal zijn, die zich gaarne wil laten zenden en wiens kerkeraad bereid zal zijn, om zijn Dienaar des Woords voor dit werk gedurende enkele weken af te staan.
Die «zeekerken» zijn de kerken van Maassluis, Vlaardingen, Scheveningen, Katwijk aan Zee en Schiedam. Zij heeten zoo, omdat vele harer leden zeevarenden zijn, zoodat haar kerkelijke zorg en arbeid niet alleen te land maar óó/, ; ter zee moetgeoefend en verricht worden.
Nu is met dien arbeid te Lerwick echter niet genoeg, lang niet alles gedaan, wat er door die kerken voor hare leden ter zee moet en kan gedaan worden.
Gedurende vele weken zwerven de visschers op zee rond ter uitoefening van hun moeielijk bedrijf zoo vol ontbeeringen van allerlei aard. Zij komen dan niet «aan den wal».
Oók in die weken behooren de kerken voor haar leden te zorgen. Ook dan moet hun zooveel doenlijk het Woord gebracht en ook dan, — ja dan vooral^ want 't is de gevaarlijkste tijd van hun bedrijf, — moet de dienst der barmhartigheid aan zieken en gewonden worden vervuld.
Hiertoe is noodig^ een «kerk-hospitaalschip." Eenchip, dat zóó ingericht is, dat er kerkelijke samenomsten in gehouden kunnen worden en dat hït evens dienen kan tot behandeling en verpleging van ieken en gewonden. Zoo'n schip blijft dan bij de vischervloot. k S t v
De Engelschen en Schotten hebben zulke schepen eeds lang en zij hebben er vele.
De bovengenoemde «zeekerken" hebben nu besloen, ook zulk een schip uit te rusten.
Het mag niet langer worden uitgesteld.
Er is wel eene Vereeniging hier te lande, die ook v oo'n schip wil uitzenden. Maar vooreerst is die Ver t eeniging niet gereformeerd en ten anderen diskeren zelf behooren voor haar eige> i leden te zorgen.
Onze visschers, al zijn er ook onder hen, die niet tot een Gereformeerde Kerk behooren, zijn toch allen de gereformeerde belijdenis toegedaan. Zij willen een gereformeerde preek of bijbellezing, en gereformeerde boeken.
Maar nu kost zoo'n skerk-hospitaalschip" veel geld. Het moet een flink zeewaardig schip zijn, pen goede zeiler, en misschien liefst met stoomvermogen. Ook de inrichting en uitrusting vraagt T, '«/geld C k s
Die «zeekerken" kunnen dat alleen niet bekostio-en. De andere kerken — allereerst natuurlijk die m Holland — moeten dus te hulp komen.
Voor dese zaak, - ^ijn die kerken, «hulpbehoevend '"
Wij nemen daarom de vrijheid, de aandacht der kerken in onze provincie Utrecht op deze zaak te vestigen, en verzoeken met allen ernst en aandrang de kerkeraden, om te zorgen, dat er in hun kerk voor deze noodige zaak voor eens èn voor jaarlijks wat worde bijgedragen.
Vele handen maken licht wei'k, en ook vele kleinen maken een groote.
Siere weldra een skerk-hospitaalschip" onder Nederlandsche vlag de wateren der Noordzee en moge de arbeid aan boord van dat schip onzen visschers en den humien tot rijken zegen zijn. v o t
Dit ondersteunen wij van harte.
Er moet hier gehandeld worden.
Over het voorstel-Bavinck schrijft Dr. Wagenaar in de ZAuder-Kerkbode :
Als men vraagt, waarom moet 't nu anders zijn dan in de dagen onzer vaderen, waarom moeten thans de Gereformeerde kerken een eigen Theologische school hebben, terwijl men vroeger als een eenig man tot bloei zocht te brengen een Gereformeerde Universiteit, dan hoort men van alle kanten dit antwoord: voor de veiligheid.
Op een Universiteit kan zoo lichtelijk allerlei dwaling insluipen en dan verwoest de valschelijk zoogenaamde wetenschap de kerk.
't Is zoo.
Doch de vraag rijst: Kan dit niet evengoed geschieden op een kerkelijke school?
Waar krijgt deze haar leerboeken van daan? Waar liggen haar wetenschappelijke bronnen?
Daarbij is dit immers duidelijk. Ook de dwalingen zitten in de lucht. Nu eens ziet men, hoe de waarheid opleeft en haar kracht in heel een groep wetenschappelijke mannen aan Universiteit en kweekschool tegelijk openbaart, en dan weer de fijne doling meezuigt zoowel geleerden, die aan een Academie als die aan een Seminarie verbonden zijn.
Doch, zegt gij, straks wordt dit openbaar en dan kan de kerk die dwaalleeraars aan haar eigen school onmiddellijk afzetten.
Ja. Dat zou men zoo zeggen.
Doch hier juist komt ons voor het gevaar te liggen van een kerkelijke school.
Haar hoogleeraren zijn de kinderen, de mannen, de lievelingen, soms schier de afgoden dier kerken.
Heur roem en glorie.
Ook is op en in die kerken hun invloed uit den aard der zaak overwegend groot.
Daarom zullen de kerken van hen zoolang mogelijk het beste denken en hopen. Iemand, die hen zou aanklagen, kreeg juist in de kerken aanvankelijk den wind van voren.
Men zou hem met verontwaardiging aanvallen, als een verwoester van de kerkelijke school. De eigene inrichting!
De mallemoersliefde zou juist de kerken verderfelijk worden!
En als de aanklacht een oor vond en er een ernstige strijd ontstond tusschen de vaders der kerk en de kopstukken der school, hoe groot zou t gevaar zijn van verscheuring der kerk, juist omdat de leeraren aan een kerkelijke school midden in die kerk hun positie hebben!
Krijgt daarentegen eene krachtige Gereformeerde kerk hare Dienaren van een Vrije Universiteit, waarmee zij contractueel verbonden zijn en waarop ze krachtens dit contract mede toezicht oefenen, dan blijft altoos bestaan 't besef van de tegenstelling tusschen Kerk en School, welk besef prikkelt tot waakzaamheid; dan heeft de controle, als ze onraad speurt in de Universiteit, de kerk achter zich; dan komt de kerk als geheel te onderzoeken en te toetsen en te overwegen, wat kettersch schijnt en, waar de mannen van de buitenkerkelijke school weten, dat de kerk scherp toeziet, daar zal deze wetenschap tegen lichtvaardig verlokt wordensterken.
Hierom komt het mij voor, dat dit veiligheidsargument een schijntje is.
Ja, om rondweg te spreken, ik acht het hebben van een z. g. kerkelijke school voor de rechtzinnigheid meer dan een Vrije Universiteit ooit zijnkan - een gevaar.
En als men nu komt aandragen met de lessen der historie en er aan herinnert, hoe altoos van de Universiteiten de ketterijen zijn uitgegaan, dan
wil ik toch op twee dingen wijzen. lO. Tegenover Leiden stond in de tijd der Remonstranten Franeker, waar zelfs in de dubbele schakeering van supra en infra de waarheid Gods met kloeke kracht verdedigd werd; en dat heel het Noorden pal stond tegen 't Remoristrantisnie en Socianisme was voor een niet gering deel van Franekers Academie een kostelijke vrucht.
2". Deze vroegere Academies waren staats-%c\\o\& a levende bij de gratie en onder 't beheer der Regenten, die doorgaans alles behalve Calvinisten waren. De Vrije Universiteit daarentegen leeft uit de Gereformeerde Kerk als organisme, leeft door de offervaardigheid van 't Gereformeerde volk, dat de wacht betrekt bij 't beginsel.
Ook staat de Theol. Faculteit der Vrije Universiteit — heel anders dan die der vroegere Academies — onder 't medetoezicht der kerken en wordt zelfs geen Hoogleeraar benoemd zonder der kerken approbatie.
En wil men versterking van den invloed en verscherping van 't toezicht der kerken wie zal 't weigeren ?
Ik heb gemeend, deze immers zeer duidelijke beschouwing eens ter kalme overweging den broederen te moeten aanbieden.
Niet omdat ik ooit de z. g. kerkelijke school zou willen afschaffen door een meerderheid in eenige Generale Synode. Neen — zoolang de broeders van '34 hun hart op de Theol. School zetten, zullen wij die houden.
Doch ik hoop en verwacht, dat 't er mee gaan zal, evenals met de z. g. litterarische opleiding.
Dat eenmaal, misschien eerlang, want wij leven snel; al gaat 't op en neer, aller oordeel zal zijn, als het mijne.
, T-O.V litterarische opleiding stond ik in Middelburg nog bijna alleen. Alleen Ds. Offringa plaatste zich cordaat naast me en Prof Bavinck sprak vrij uit het principieel met mij volkomen eens te zijn.
Aangezien echter de breede reeks der broederen van 34 hoofdschuddend zweeg en Dr. van Goor's vurig pleidooi blijkbaar hun antwoord vertolkte trok ik mijn voorstel in. '
Onze leuze moet zijn: absoluut wars van alle partijdaad staan wij naar eenheid en overtui< Tino-
partijdaad staan wij naar eenheid en overtuiging.
Doch wat verneemt men thans? " °
Niemand — Veritas uitgezonderd, die zelfs zijn naam niet durft noemen! — wil het gymnasium behouden Algemeen is de leus: de htterarische opleiding zij voortaan vrij gymnasiaal. Zoo werken de beginselen door.
En nu voorzie ik, dat straks de tijd zal komen, dat de zonen der Afscheiding met ons zullen zeggen: «Wij voelen toch ook, dat de geïnstitueerde erk eigenlijk niet geroepen en bevoegd is om een chool voor Wetenschap op te richten en tot bloei e brengen.
Anderzijds kunnen wij toch den eisch niet laten vallen, om onze a. s. leeraren van een School voor etenschap te laten profiteeren, en ook al onze van God gegeven mannen van Wetenschap behooen daar hun rijke talenten te wijden in goede amenwerking....
Deels-ongelijksoortige dingen in elkaar te schuien of aan elkaar te koppelen.... och — 't wringt toch altoos en wreekt zich altijd.
En daarom zal 't werkelijk het best zijn om ook nze Theologische opleiding los te laten met dankaarheid, het veelszins goede voor 't nog betere ruilend, en allen saam te werken om in Nederland, — het eenig land ter wereld, waar 't nog kan, — tot bloei te brengen een Calvinistische Universiteit, die voor kerk en volk, voor natie en Christenheid tot zoo rijken en machtigen zegen kan zijn!"
Neen — niet in een weg van opdringen en doorsnijden., in die richting nooit een enkele schrede.
Ook liever niet in een weg als thans met 't Gym nasium plaats vindt onder den prikkel van geldgebrek.
£n daarom huiver ik voor een verplaatsen van de school uit Kampen naar Haarlem, wat weer duizenden bij duizenden kosten zal.
Men houde de Theologische School van Kampen stilletjes nog maar wat aan, totdat men algemeen voelt, dat zij toch eigenlijk geen kerkelijke opleiding biedt, omdat onze Gereformeerde kerken hiervoor geen ambt bezitten; dat ze ook eigenlijk geen «School voor Theologie" is en ook eigenlijk geen veiligheidsmaatregel, maar eerder een gevaar.
En als de tijd er rijp voor is uit gezamenlijke overUtiging dan keere 't Gereformeerde volk terug tot de GereTonneerde Universiteit.
O, wat zou 't heerlijk zijn!
Zoo blijkt steeds meer, dat eenheid van overtidging op dit gewichtig punt voorshands in onze kerken nog niet bereikt is.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 7 mei 1899
De Heraut | 4 Pagina's