Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Sympathetische Dokters.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Sympathetische Dokters.

10 minuten leestijd

Amsterdam, 9 Juni 1899.

I.

De klacht is algemeen, dat voor ons in onze Christelijke gezinnen de groote meerderheid der practiseerende artsen nietsympathetisch zijn.

Er één te vinden, die niet alleen een knap medicus, maar ook een vriendelijk mensch, en bovenal met ons een belijder van den Christus is, valt niet zoo gemakkelijk.

Het is zoo, in zeer groote steden is er nog wel altijd één enkele te vinden die zijn Heiland gevonden heeft, maar in den regel gaat dit in kleine steden, en vooral op dorpen, volstrekt niet.

We zeggen daarom niet, dat alle nietbelijdende dokters stuitend en onaangenaam optreden. Integendeel, we erkennen gaarne, dat er ook onder hen velen zijn, die edel van zin en bedoelen, onze kranken met teederheid en vriendelijke zorge behandelen; dat de vroegere verachting van het geloof der gezinnen, die eertijds zoo vaak stuitte, bij velen plaats maakte voor zekere waardeering van het godsdienstige leven der familiën en van de geloofsovertuiging van de kranken; ja zelfs, dat er enkelen onder hen zijn, die, ook al gelooven ze zelven niet, toch zeer nauw met het geloof hunner patiënten rekening houden.

Maar ook zoo zijn ze ons daarom toch nog niet sympathetisch. Hun opvatting van ziekte en krankheid is daartoe een te materialistische, ze zijn zelven geen mannen des gebeds, ze vertrouwen op hun wetenschap en kruiden, en toonen zoo weinig met de krachten en werkingen van Hem in wiens hand ons leven is, te rekenen. En vooral zoo de ziekte een ernstiger keer neemt, verkeeren ze als een vreemd element te midden cener familie die juist door die ernstige wending van de krankheid meer nog dan anders inleeft in de dingen des hemels.

Hierbij komt dat geruchten als nu weer uit het Rotterdamsche Ziekenhuis de wereld ingingen, alleszins geschikt waren om de gemoederen te verontrusten. In dat groote stedelijke Ziekenhuis is, gelijk nu zelfs door de liberale persorganen erkend wordt, de zedelijkheid met voeten getreden, en de beslissing zelfs over ernstige gevallen overgelaten aan hen, die alle bevoegdheid om zulk een beshssing te nemen, misten. En al kan men W3X in deze hospitalen geschiedt zoo zelden met deugdelijke getuigen bewijzen, toch heerscht algemeen de overtuiging, dat in deze hospitalen dikwijls de patient gebruikt wordt om medische of chirurgische proeven op te nemen, in stede dat de medicij­ nen of de operatie zouden worden aangewend met het uitsluitend doel om den patient te genezen. Het schijnt dat reeds de vivisectie, en voorts het altoos verkeeren onder lijdenden, en het gedurig aanwezig zijn bij operaties, het teederder gevoel afstompt, en door de afstomping van dat gevoel, ten slotte ook de consciëntie minder beslist spreken doet.

Uit dat alles saam verklaart het i\ch uitnemend, dat er voor ons Christenen op medisch gebied iets ontbreekt.

Een arts is niet iemand van wien ge u op een afstand kunt houden. Gij moet hem mengen in het intiemst van uw eigen leven, en in het leven van uw vrouw en kinderen. Ge moet hem om en bij u hebben in de hachelijkste oogenblikken van uw leven. Hij is uw dagelij ksche bezoeker, als de dood in uw venster wil binnenklimmen. En nu valt moeielijk te ontkennen, dat ge juist voor zulk een intiem verkeer in uw gezin, onwillekeurig een man zoekt, met wien ge, zonder aarzeling en op grond van overeenstemming in overtuiging, op sympathetische wijze kunt omgaan. Ja, zelfs bekruipt u niet zelden de vrees, dat de ontstentenis van sympathie uwerzijds, ook den arts onsympathetisch aandoet, en dat hij dientengevolge niet tot die nauwe aansluiting aan uw persoon en aan de personen van uw gezin komt, die toch eisch is, om zijn bhk op uw gezondheidstoestand helder te maken.

De roep om artsen die met ons een gelijken bhk op krankheid en dood hebben, laat zich daarom in onze kringen niet onderdrukken, en deswege is het zoo uiterst pijnlijk, dat dusver van de zijde der Vrije Universiteit nog geen pogingen konden worden aangewend, om door de opening van een Medische faculteit in deze schreiende leemte te voorzien.

Reeds herhaaldelijk is op de Universiteitsdagen dat vraagstuk ter sprake gebracht. Mogen we hier volstaan met te herinneren aan de uitvoerige referaten over de benoe-^ ming van een hoogleeraar in de Psychiatrie en in de Homoeopathic. Alle verwijt alsof de Vrije Universiteit op dit zeer ernstig belang het oog niet gevestigd hield, is dan ook even onbroederlijk als onverdiend, en rust op een oordeelen, dat buiten de kennis van personen en feiten omgaat.

De zaak staat juist omgekeerd. Directeuren der Vrije Universiteit zouden, meer dan iemand buiten hen, den dag zegenen, waarop tot stichting van een Medische faculteit zou kunnen worden overgegaan. Maar kan men ijzer met handen breken.?

V^oor de opening van een medische faculteit heeft men mannen en geld noodig, en wat men vooral niet vergete, bovendien nog een tweede faculteit voor de natuurkundige wetenschappen.

Iemand die van een gymnasium komt kan niet zóó maar in de Medicijnen gaan studeeren; hij moet om dat te kunnen eerst zijn propaedeutische studiën bij een natuurkundige faculteit voleinden, en eerst daarna Virordt hij tot de medische lessen toegelaten.

In verband hiermede zal niemand de steUing verdedigen, dat onze toekomstige Christelijke artsen zich eerst twee jaar aan de Overheids-universiteiten zouden moeten begeven, om daarna over te gaan naar een Universiteit van onze beginselen. Het is toch juist de beschouwing van de natuur, die het scherpst de tegenstelling tusschen geloof en ongeloof op den voorgrond schuift, en wie eenmaal verkeerde beginselen ten opzichte van de beschouwing der natuur in zich opnam, is bedorven voor zijne verdere opleiding.

Nu is de Natuurkundige faculteit in Leiden bezet door elf hoogleeraren, die te Utrecht door elf, die te Groningen door negen, én te Amsterdam aan de Stedelijke Universiteit door twaalf. En voor de Medische faculteit komen daarbij te Leiden negen, te Utrecht negen, te Groningen zeven, en Amsterdam twaalf.

Al neemt men-nu aan, dat dit getal voor inkrimping vatbaar is, iets wat ook wij alzoo gelooven, zoo blijkt toch wel, dat voor elk dezer faculteiten niet beneden het getal van vijf en alzoo saam voor beide niet beneden het cijfer van tien ware te gaan.

Dit beschouwe men niet als overdreven, en ook bega men niet de fout om te denken, dat waar andere faculteiten toch loopen, al zijn ze met nog minder professoren bezet, dit ook bij deze twee faculteiten desnoods wel met drie hoogleeraren loopen zou.

Wie zoo oordeelde zou niet rekenen met het eigenaardig karakter dat juist van de colleges dezer faculteiten onafscheidelijk is.

Theologie, Jurisprudentie en Philologie worden onderwezen met beroep op geschriften en stukken. Daarvoor is alzoo niets noodig dan een bibliotheek. Maar bij de Natuurkundige en Medische faculteiten is dit geheel anders. Bij deze faculteiten wordt onderzoek ingesteld naar de natuur en naar het menschelijk lichaam zelf. Het eerste maakt de vele laboratoria, het andere een deugdelijk hospitaal noodig, en de colleges bij deze faculteiten laten zich niet anders geven dan met proeven en experimenten in deze laboratoria en hospitalen genomen. Vandaar dat het onmogelijk is om bij deze faculteiten uiteenloopende vakken te combineeren. De laboratoria moeten niet alleen deze vele hoogleeraren als onderwijzers, maar bovendien zelfs nog heel een reeks assistenten hebben.

Te Leiden zijn dan ook buiten de professoren nog tal van assistenten aangesteld, en zijn bovendien nog tien privaatdocenten en lectoren bij deze twee faculteiten werkzaam. Te Utrecht zijn behalve de vele assistenten nog veertien lectoren en privaatdocenten. Te Groningen nog vijf. Te Amsterdam nog zeventien.

Zonder de assistenten zijn er alzoo alles saam in deze beide faculteiten doceerende: e Leiden 30, te Utrecht 34, te Gronin­ gen 21 en te Amsterdam 41. SaS, m 126 aan vier Universiteiten. Alzoo gemiddeld:31.1. En nog klaagt men steen en been. En nog zijn onze Overheidsfaculteiten zeer schriel en karig bezet, zoo ge ze vergelijkt met het buitenland.

Wie alzoo als minimum-eisch stelt vijf hoogleeraren voor de Natuurkundige en vijf voor de Medische faculteit, kan nimmer gezegd worden bij faculteiten als deze, die geen andere colleges dan met proeven en experimenten toelaten, ook maar eenigszins te overdrijven.

Reeds hiermede zou dan een jaarlij ksche uitgave van ƒ 50, 000 gemoeid zijn.

En toch is dit nog slechts een begin van de te maken kosten. Immers bij deze faculteiten kan niet gedoceerd worden, dan met behulp van laboratoria en hospitalen. Nu wordt voor deze laboratoria en hospitalen betaald: te Leiden jaarlijks ƒ 300, 000, te Utrecht ƒ 200, 000, te Groningen ƒ 170, 000, te Amsterdam ƒ50, 000, bij welken laatsten post in het oog moet worden gehouden, dat voor Amsterdam de ho.spitalen buiten de rekening vallen, daar deze op het Gemeentebudget voorkomen.

Hoe zuinig ook berekend, weet men dus vooruit, dat voor hulpmiddelen en onderhoud van laboratoria en hospitalen jaarlijks minstens ƒ loo.ooo noodig zou zijn, en behalve dat voor eersten aanleg stellig drie ton gouds. Van deze drie ton rente en aflossing stellende op ƒ 20, 000, zou men alzoo te kwijten hebben: i". salarissen voor hoogleeraren f 50.000; 2'*. hulpmiddelen voor het onderwijs ƒ 100, 000; en 3". rente en aflossing ƒ 20, 000. Samen alzo / 170, 000. En zelfs bij die kolossale uitgaven zou men nog zoo beperkt karig zijn ingericht, dat de buitenwacht nog altoos zeggen zou: Dat is behelpen, dat is geen wezenlijke Medische faculteit.

Doch laat u dit aanleunen, en stel u tevreê met het minste. Altoos zult ge dan toch enkel voor de opleiding van Christelijke artsen driemaal meer moeten bijeengaren, dan thans wordt uitgegeven, en wat examen-en collegegelden opbrengen zal hoogstens vijf duizend gulden kunnen bedragen.

Waar nu die andere ƒ 165, 000 'sjaars, en waar uw bouwk^ipitaal van ƒ 300, 000 vandaan te halen.'

Het is zoo, er zijn nu en dan enkele kleine giften voor een Medische faculteit ingekomen, maar die alle saam bedroegen over een reeks van jaren nog geen drie duizend gulden. ''

Kon men nu nog wijzen op vorstelijke aanbiedingen, waren er gegoede personen, die, gelijk dit in Amerika geschiedt, voor hun eigen hoofd, een tonne gouds of meer hadden aangeboden, het zou een lichtstraal in de donkerheid zijn.

Maar van dit alles hoorde niemand iets. Aanbiedingen en toezeggingen van eenig aanbelang zijn er niet. Het zou alles uit contributiën en schenkingen en legaten moeten komen. En wie zal nu in ernst beweren, dat alsnog voor ons de mogelijkheid bestaat, om uit onzen betrekkelijk kleinen kring, niet in overspanning een enkel maal, maar geregeld, iets wat naar zulk een som ook maar van verre lijkt, op te zamelen.'

O. i. moet het dan ook daarheen gestuurd, dat van Regeeringswege althans zulke laboratoria worden geopend, waarvan elk hoogleeraar, onverschillig tot welke Universiteit hij behoort, gebruik kan maken, of wel dat voor het materieele. gedeelte van het onderwijs van Rijkswege hulpmiddelen worden verstrekt.

Zelfs toch het vaak aanbevolen stelsel om een Rijksbijdrage per student te doen uitkeeren, zou voor deze beide faculteiten geen raad schaiïen.

Stel ge hadt 'sjaars twintig nieuwe studenten die zich voor arts wilden bekwamen, en ge kreegt voor elk student een bijdrage van /looo, dan nog zou dit slechts ƒ20, 000 geven, en er zou ƒ 140, 000 bij te passen overblijven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 11 juni 1899

De Heraut | 4 Pagina's

Sympathetische Dokters.

Bekijk de hele uitgave van zondag 11 juni 1899

De Heraut | 4 Pagina's